Frederik Vanderbiest over...

... zijn voorliefde voor fysiek spel:

"Het is de manier van spelen waar ik mij zelf altijd het best bij voelde en nog altijd ga ik sneller kijken naar Engels voetbal dan naar Spaans of Italiaans. Paul Gascoigne was vroeger mijn idool, voor zijn prestaties ?p het veld dan, voor zijn over-mijn-lijkmentaliteit. Dat was negentig minuten afzien, dat kon je op zijn gezicht lezen, en toch ging hij door. Daar hou ik van."

... RWDM en Johan Boskamp:

"Mijn ouders hielden café op 500 meter van het Edmond Machtensstadion. Au bon Coin. Voetbal zat in de familie: mijn grootvader had gevoetbald en mijn pa schopte het tot bij de invallers van Daring Molenbeek. Bij ons thuis vertrokken de supportersbussen, het was het stamcafé en de supportersclub van Johan Boskamp. Daar, in die voetbalsfeer, ben ik dus opgegroeid. Boskamp was een beetje mijn voetbalpeter. Ik ben trouwens genoemd naar hem: mijn tweede naam is Johan. Daardoor allemaal wou ik profvoetballer worden. Daniel Renders geloofde enorm in mij en onder hem ben in de A-kern gekomen in de periode dat Wesley Sonck doorbrak."

...zijn leven voor het profvoetbal:

"Van mijn achttiende ben ik beginnen te werken, bij Electrabel meterstanden gaan opnemen. Een leuke job, maar in Brussel kon dat ook zwaar zijn. In Sint-Joost-ten-Node waren veel oude huizen van drie à vier verdiepingen waar de electriciteitsteller op de zolder stond en de gasteller in de kelder. Dat was elke dag om zes uur opstaan, tot vier uur werken en dan gaan trainen. Toen was ik ook al vrij gedisciplineerd wat orde, stiptheid en netheid betreft. Ik woonde op een studio in Dilbeek en daar kon je van de grond eten."

Frederik Vanderbiest over...... zijn voorliefde voor fysiek spel:"Het is de manier van spelen waar ik mij zelf altijd het best bij voelde en nog altijd ga ik sneller kijken naar Engels voetbal dan naar Spaans of Italiaans. Paul Gascoigne was vroeger mijn idool, voor zijn prestaties ?p het veld dan, voor zijn over-mijn-lijkmentaliteit. Dat was negentig minuten afzien, dat kon je op zijn gezicht lezen, en toch ging hij door. Daar hou ik van."... RWDM en Johan Boskamp:"Mijn ouders hielden café op 500 meter van het Edmond Machtensstadion. Au bon Coin. Voetbal zat in de familie: mijn grootvader had gevoetbald en mijn pa schopte het tot bij de invallers van Daring Molenbeek. Bij ons thuis vertrokken de supportersbussen, het was het stamcafé en de supportersclub van Johan Boskamp. Daar, in die voetbalsfeer, ben ik dus opgegroeid. Boskamp was een beetje mijn voetbalpeter. Ik ben trouwens genoemd naar hem: mijn tweede naam is Johan. Daardoor allemaal wou ik profvoetballer worden. Daniel Renders geloofde enorm in mij en onder hem ben in de A-kern gekomen in de periode dat Wesley Sonck doorbrak."...zijn leven voor het profvoetbal:"Van mijn achttiende ben ik beginnen te werken, bij Electrabel meterstanden gaan opnemen. Een leuke job, maar in Brussel kon dat ook zwaar zijn. In Sint-Joost-ten-Node waren veel oude huizen van drie à vier verdiepingen waar de electriciteitsteller op de zolder stond en de gasteller in de kelder. Dat was elke dag om zes uur opstaan, tot vier uur werken en dan gaan trainen. Toen was ik ook al vrij gedisciplineerd wat orde, stiptheid en netheid betreft. Ik woonde op een studio in Dilbeek en daar kon je van de grond eten."