Het gaat om een proefproject van twee jaar van de FIFA waar de Belgische voetbalbond op intekende. De International Football Association Board (IFAB), de organisatie die beslist over de wijziging van spelregels, schreef daarvoor een draaiboek dat strikt gevolgd moet worden. Intussen werd er al volop geëxperimenteerd. Zo werden er het voorbije seizoen in de Jupiler Pro League van januari tot eind april 39 wedstrijden gespeeld met een videoref, maar zonder dat die in contact stond met de hoofdscheidsrechter evenwel en dus zonder impact. Offline testen, noemen ze dat. Pas volgend seizoen gaat de videoref in ons land online. Maar slechts in 48 wedstrijden van de reguliere competitie, voor elke ploeg drie keer thuis en drie keer uit; en dus niet in elke competitiewedstrijd.
...

Het gaat om een proefproject van twee jaar van de FIFA waar de Belgische voetbalbond op intekende. De International Football Association Board (IFAB), de organisatie die beslist over de wijziging van spelregels, schreef daarvoor een draaiboek dat strikt gevolgd moet worden. Intussen werd er al volop geëxperimenteerd. Zo werden er het voorbije seizoen in de Jupiler Pro League van januari tot eind april 39 wedstrijden gespeeld met een videoref, maar zonder dat die in contact stond met de hoofdscheidsrechter evenwel en dus zonder impact. Offline testen, noemen ze dat. Pas volgend seizoen gaat de videoref in ons land online. Maar slechts in 48 wedstrijden van de reguliere competitie, voor elke ploeg drie keer thuis en drie keer uit; en dus niet in elke competitiewedstrijd."De videoref en zijn technisch onderlegde assistent volgen de wedstrijd in een voor videoarbitrage ingericht minibusje op zes beeldschermen die verbonden zijn met vijf tot twaalf camera's die op verschillende plaatsen in het stadion staan opgesteld", zegt coördinator arbitrage Betaald Voetbal Johan Verbist. "Dat busje kan maar op één wedstrijd tegelijk zijn. In Duitsland is het anders, daar komen alle wedstrijden binnen in één centrum. Maar daar zijn wij nog niet aan toe."De IFAB selecteerde in zijn protocol vier soorten (meest wedstrijdbepalende) spelfases die de videoref moet analyseren. "Elk doelpunt wordt bekeken, ook elk afgekeurd doelpunt", legt Verbist uit. "En alle strafschopgevallen: was het wel of niet strafschop? Alsook alle situaties waarin er wel of niet een rode kaart werd getrokken of had moeten worden getrokken. Tenslotte wordt er ook toegezien of wel de juiste speler werd uitgesloten." De taak van de videoref is er de duidelijk foute beslissingen uit te halen en dat te signaleren aan de hoofdscheidsrechter. Waarna de assistent-videoref zo snel mogelijk beelden - een videoclip, een review - stuurt naar de review assistant referee in de neutrale zone waarop volgens hem duidelijk te zien is dat de beslissing fout is. Die kan de hoofdscheidsrechter daar dan op een monitor bekijken om te oordelen of hij zijn beslissing moet herroepen of niet. Want hij beslist, niet de videoref, benadrukt Verbist."Het moet om een clearly wrong decision van de hoofdscheidsrechter gaan, staat in het protocol, in een van de vier gedefinieerde meest wedstrijdbepalende fases. Dus kijkt de videoref bijvoorbeeld niet naar: is er een duidelijke fout gemaakt bij de beoordeling van wel of niet een gele kaart, zelfs al is het een tweede gele kaart? En ook niet of er een clearly wrong decision is genomen bij een doeltrap, een inworp, een hoekschop of een vrijschop buiten de zestien meter. Behalve als er een doelpunt op volgt. Dan wordt er nagegaan of er in de voorafgaandelijke aanval geen duidelijke fout zat, een buitenspel, een overtreding van de aanvaller of een bal die buiten was. Eén opmerking daarbij: als er door de scheidsrechter een doelpunt afgekeurd wordt wegens buitenspel en uit de review blijkt dat er geen buitenspel was, dan kan er alleen op de beslissing teruggekomen worden als er gefloten werd op het moment dat de bal al in doel verdwenen was. Was er gefloten voor de bal in doel verdween, dan kan de beslissing niet meer herroepen worden, omdat er dan 'gescoord' werd terwijl het spel stillag."Er zijn momenteel vier videorefteams, vier teams die bestaan uit een videoref, een ref die ooit in de eerste klasse floot, en een technisch onderlegde assistent die de beelden maakt en doorstuurt: Kris Bellon & Stephanie Forde; Christophe Delacour & Karim Saadouni; Tim Pots & Istvan Lagaert; Yves Marchand & Lowie Vander Linden. "We lieten de videorefs vrij iemand te kiezen met wie ze goed kunnen samenwerken en zich vlot kunnen inwerken", zegt Verbist. "Samen zijn ze nu al maanden aan het oefenen om alles sneller te laten verlopen, want ze weten: de tijd is beperkt. Je kunt de wedstrijd niet minutenlang stilleggen. Ze slagen er nu al in om binnen de 20 à 30 seconden een beeld te maken en te versturen. Bij een doelpunt is die tijd er wel, alvorens er weer wordt afgetrapt. In andere spelsituaties kan de hoofdscheidsrechter een beetje tijd proberen te winnen tegen dat de clip is gemaakt door eerst aan te geven dat hij input krijgt van de videoref en dan ook dat hij gaat kijken naar de beelden om te zien wat er precies is gebeurd."In de 39 wedstrijden deden de videorefs 257 checks. Bij 96 daarvan ging het om wel of niet een doelpunt, bij 65 ervan draaide het om wel of niet penalty en bij nog eens 96 om wel of niet een rode kaart. Bij 211 van de 257 checks bleek het te gaan om correcte beslissingen, bij 25 andere werd aan de scheidsrechter het voordeel van de twijfel gegeven en slechts 11 keer werd er naar de scheidsrechter een review gestuurd. In 5 van de 11 gevallen ging het om wel of niet strafschop, evenveel keer ging het om wel of niet een rode kaart en 1 enkele keer om wel of niet doelpunt. Slechts 11 reviews in 39 wedstrijden, is gemiddeld 0,28 keer per match. Dat is ongeveer om de vier wedstrijden een tussenkomst van de videoref. Het is weinig. "Al bij al valt dat inderdaad mee", zegt Verbist. "Mensen stellen zich bij de invoering van de videoref ongelooflijk veel zaken voor die er niet of maar zelden zullen zijn. Er zijn er die denken dat een wedstrijd nu honderd in plaats van negentig minuten zal duren, dat de videoref tien keer tussen zal komen. maar op basis van de statistieken moeten we concluderen: we zullen doorgaans weinig van de videoref merken. Het is zeker een interessant experiment. Voor de arbitrage wordt het niet makkelijk. Maar iederéén zal zich moeten aanpassen. Soms vraag ik mij af: zal er niet nog meer discussie zijn dan voorheen? Eén ding is zeker: het doel van de FIFA is niet om er met de videoref voor te zorgen dat voortaan elke arbitrale beslissing juist is, maar wel om de duidelijk foute beslissingen in de meest wedstrijdbeslissende fases eruit te halen.Of het busje met de videoref volgend seizoen ook tijdens de play-offs zal komen, is nog niet beslist. "Het project van de FIFA loopt tot april 2018", aldus Verbist. "Dan wordt het experiment geëvalueerd."Maar een weg terug lijkt er niet te zijn. Videoarbitrage is de toekomst en zal ook tijdens het WK 2018 in Rusland belangrijk zijn. "Als je", besluit Johan Verbist, "ziet wat er in de Champions League tijdens Barcelona-PSG en Real Madrid-Bayern München is gebeurd, kun je dat wel vermoeden."(Christian Vandenabeele)