Volgens het ontwerp van decreet van de Vlaamse Regering zouden sportmakelaars die in het Vlaamse Gewest actief zijn voortaan worden onderworpen aan een registratieverplichting en zullen ze daarnaast een waarborg van 25.000 euro moeten deponeren. Sportmakelaars zouden geen vergoeding mogen ontvangen voor bemiddelingsdiensten voor minderjarigen en er zou een verbod komen om sporters jonger dan 15 te benaderen. Met de set maatregelen tracht de Vlaamse Regering in te spelen op 'Operatie Schone Handen'.

Registratieverplichting

Sportmakelaars die activiteiten willen uitoefenen in het Vlaamse Gewest zullen zich voortaan verplicht moeten registreren bij het Departement Werk en Sociale Economie, ook als ze niet in België zijn gevestigd. Het betreft geen vergunning maar een louter automatische registratie van onbepaalde duur, al kan de registratie wel worden geschorst of zelfs ingetrokken indien de makelaar inbreuken begaat op het wetgevend kader.

De Vlaamse Regering acht de registratieverplichting voor sportmakelaars en de strengere voorwaarden nodig om de rechten van sportbeoefenaars beter te beschermen, alsook om de transparantie te verhogen teneinde fraude te voorkomen. Ongeregistreerde makelaars stellen zich bloot aan sancties, net zoals clubs die beroep doen op een ongeregistreerde makelaar. Dit geldt eveneens voor een makelaar die samenwerkt met een niet-geregistreerde makelaar.

Aan de registratie wordt de voorwaarde gekoppeld om een waarborg van 25.000 euro te storten. Deze verplichting zou moeten bijdragen tot een hogere bescherming van de rechten van de sportbeoefenaar, zo klinkt het. Daarnaast zou de waarborg worden aangewend voor mogelijke wanbetalingen bij boetes die van overheidswege zouden worden opgelegd aan makelaars. De Vlaamse Regering meent in haar toelichting dat de voorgestelde regeling de Dienstenrichtlijn respecteert. Al kan de noodzakelijkheid en de geschiktheid van een waarborg van 25.000 euro, die ingevoerd wordt omdat de diensten van de sportmakelaar een risico zouden inhouden voor de financiële veiligheid van de sportbeoefenaar, mogelijk voorwerp van discussie zijn.

Een waarborg van 25.000 euro kan eveneens een hinderpaal vormen voor jonge ondernemers die zich op een onafhankelijke en zelfstandige wijze willen toeleggen op de correcte uitoefening van het beroep van sportmakelaar. Zeker in andere sporten dan het voetbal, zoals bijvoorbeeld volleybal en hockey, zou deze hinderpaal zelfs mogelijk onoverkomelijk kunnen zijn. Bij een eenmalige transactie van een buitenlandse makelaar op Vlaams grondgebied, is het bovendien niet ondenkbaar dat deze kost, ondanks haar tijdelijk karakter, door de makelaar wordt doorgerekend aan bijvoorbeeld de atleet.

Oorspronkelijk zou het ontwerp van decreet het verplicht stellen voor makelaars om zich te registeren bij de betrokken sportfederatie. De Raad van State was in haar advies terecht scherp voor een dergelijk mechanisme. Op die wijze wordt namelijk een publiekrechtelijke regeling inzake arbeidsbemiddeling afhankelijk gemaakt van een verplichte registratie bij een privaatrechtelijke (sport)organisatie, waarbij mogelijk te verregaande verplichtingen worden opgelegd door de desbetreffende sportfederatie. In dit licht stelt zich ook de vraag of sportfederaties die reeds verregaande verplichtingen opleggen aan makelaars hiertoe wel bevoegdheid hebben. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het Piau-arrest reeds geoordeeld dat het reguleren van de economische activiteit van makelaars in beginsel tot de bevoegdheid van de openbare autoriteiten hoort.

Geen vergoeding naar aanleiding van transfer minderjarigen

Het ontwerp van decreet voorziet ook in het voorstel om makelaars geen vergoeding te laten ontvangen bij bemiddelingsactiviteiten voor een minderjarige. Zowel FIFA als de KBVB hebben reeds een dergelijke regel in hun reglementen staan: indien de betrokken speler minderjarig is, mogen spelers of clubs geen vergoeding betalen aan een makelaar die optrad bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst of transferovereenkomst.

Daarnaast zouden makelaars spelers jonger dan 15 jaar - de leeftijd waarop in beginsel een arbeidsovereenkomst kan worden getekend als betaalde sportbeoefenaar - niet meer mogen benaderen. Dit geldt eveneens voor een indirecte benadering via bijvoorbeeld de ouders.

Versplinterde wetgeving zorgt voor complexe situatie: nood aan Europese actie

Elke Belgische regio heeft zijn eigen wetgevende instrumenten en zijn eigen specifieke regelgeving. De nieuwe wetgevende initiatieven van de Vlaamse wetgever zouden bovenop eerdere Vlaamse initiatieven komen. Naast de Vlaamse wetgeving kunnen ook het Waals decreet van 3 april 2009, de Brusselse ordonnantie van 14 juli 2011 en het decreet van de Duitstalige gemeenschap van 10 december 2010, alsook hun uitvoeringsbesluiten een invloed hebben op de sportmakelaar die activiteiten wenst uit te oefenen in België.

Deze veelheid aan regels triggert de nodige problemen in de praktijk. Aangezien de voorwaarden tot registratie als sportmakelaar in Vlaanderen verschillen van de voorwaarden tot registratie als private arbeidsbemiddelingsbureau in het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook omdat er in de Duitstalige Gemeenschap geen registratieverplichting geldt, is er bovendien geen gelijkwaardigheids- of wederkerigheidsbeginsel tussen de diverse regelingen. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de private regelgeving van sportfederaties, zoals bijvoorbeeld de KBVB.

Niet alleen binnen België is er een grote diversiteit, ook de wetgeving inzake sportmakelaars van de EU-lidstaten is heel verschillend. Zowel de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) als de Strategische adviesraad voor het Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) wijzen erop dat de brede problematiek van sportmakelaars dient te worden gezien in een internationale context. Het probleem is echter dat er momenteel geen afdoend Europees regelgevend kader is. De Vlaamse regering heeft dan ook de nobele ambitie om de problematiek van sportmakelaars op Europees niveau aan te kaarten. De wetgevende rol van de EU inzake sport kan tot op heden echter eerder als terughoudend worden omschreven, dus het is maar de vraag of er vanuit Europese hoek verandering moet worden verwacht.

Nood aan betere handhaving van bestaande regelgeving

In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet wordt gesteld dat de recente schandaalgolf in het voetbal de noodzaak met zich meebrengt om de bestaande reglementering omtrent sportmakelaars te versterken, daar waar de bestaande regelgeving als onvoldoende wordt geacht. Nochtans kunnen veel excessen al getackeld worden mits een correcte handhaving van het huidig wetgevend kader, met inbegrip van de wetgeving inzake private arbeidsbemiddeling. Het toezicht op sportmakelaars was de laatste jaren namelijk opvallend genoeg minder prioritair op Vlaams niveau. Uit recente parlementaire documenten blijkt dat er in de periode 2015-2017 op Vlaams niveau slechts één onderzoek naar sportmakelaars werd gevoerd, wat finaal uitmondde in een waarschuwing.

Wat zeker valt toe te juichen, is dat het voorstel tot decreet tracht om de rechten van betaalde sportbeoefenaars beter te beschermen. Hopelijk komt er daarnaast ook aandacht voor een betere bescherming van de niet-betaalde sportbeoefenaars, bijvoorbeeld door op te treden tegen opleidingsvergoedingen. Hoewel strikt verboden door het Vlaams Decreet tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar, gijzelen opleidingsvergoedingen nog steeds heel wat minderjarige sporters.

Conclusie

Alhoewel het Vlaams initiatief zeker positieve aspecten bevat, lijkt het eerder noodzakelijk om in te zetten op effectieve handhaving van de huidige (en toekomstige) wetgeving. De nieuwe wetgeving komt bovenop de bestaande regelgeving in een materie die reeds felle regionale verschillen kent. Deze diversiteit maakt het in de praktijk niet altijd makkelijk voor makelaars. Bovendien opereren makelaars in een internationale context en is daarom een grensoverschrijdende aanpak vereist.

Volgens het ontwerp van decreet van de Vlaamse Regering zouden sportmakelaars die in het Vlaamse Gewest actief zijn voortaan worden onderworpen aan een registratieverplichting en zullen ze daarnaast een waarborg van 25.000 euro moeten deponeren. Sportmakelaars zouden geen vergoeding mogen ontvangen voor bemiddelingsdiensten voor minderjarigen en er zou een verbod komen om sporters jonger dan 15 te benaderen. Met de set maatregelen tracht de Vlaamse Regering in te spelen op 'Operatie Schone Handen'.Sportmakelaars die activiteiten willen uitoefenen in het Vlaamse Gewest zullen zich voortaan verplicht moeten registreren bij het Departement Werk en Sociale Economie, ook als ze niet in België zijn gevestigd. Het betreft geen vergunning maar een louter automatische registratie van onbepaalde duur, al kan de registratie wel worden geschorst of zelfs ingetrokken indien de makelaar inbreuken begaat op het wetgevend kader.De Vlaamse Regering acht de registratieverplichting voor sportmakelaars en de strengere voorwaarden nodig om de rechten van sportbeoefenaars beter te beschermen, alsook om de transparantie te verhogen teneinde fraude te voorkomen. Ongeregistreerde makelaars stellen zich bloot aan sancties, net zoals clubs die beroep doen op een ongeregistreerde makelaar. Dit geldt eveneens voor een makelaar die samenwerkt met een niet-geregistreerde makelaar.Aan de registratie wordt de voorwaarde gekoppeld om een waarborg van 25.000 euro te storten. Deze verplichting zou moeten bijdragen tot een hogere bescherming van de rechten van de sportbeoefenaar, zo klinkt het. Daarnaast zou de waarborg worden aangewend voor mogelijke wanbetalingen bij boetes die van overheidswege zouden worden opgelegd aan makelaars. De Vlaamse Regering meent in haar toelichting dat de voorgestelde regeling de Dienstenrichtlijn respecteert. Al kan de noodzakelijkheid en de geschiktheid van een waarborg van 25.000 euro, die ingevoerd wordt omdat de diensten van de sportmakelaar een risico zouden inhouden voor de financiële veiligheid van de sportbeoefenaar, mogelijk voorwerp van discussie zijn.Een waarborg van 25.000 euro kan eveneens een hinderpaal vormen voor jonge ondernemers die zich op een onafhankelijke en zelfstandige wijze willen toeleggen op de correcte uitoefening van het beroep van sportmakelaar. Zeker in andere sporten dan het voetbal, zoals bijvoorbeeld volleybal en hockey, zou deze hinderpaal zelfs mogelijk onoverkomelijk kunnen zijn. Bij een eenmalige transactie van een buitenlandse makelaar op Vlaams grondgebied, is het bovendien niet ondenkbaar dat deze kost, ondanks haar tijdelijk karakter, door de makelaar wordt doorgerekend aan bijvoorbeeld de atleet.Oorspronkelijk zou het ontwerp van decreet het verplicht stellen voor makelaars om zich te registeren bij de betrokken sportfederatie. De Raad van State was in haar advies terecht scherp voor een dergelijk mechanisme. Op die wijze wordt namelijk een publiekrechtelijke regeling inzake arbeidsbemiddeling afhankelijk gemaakt van een verplichte registratie bij een privaatrechtelijke (sport)organisatie, waarbij mogelijk te verregaande verplichtingen worden opgelegd door de desbetreffende sportfederatie. In dit licht stelt zich ook de vraag of sportfederaties die reeds verregaande verplichtingen opleggen aan makelaars hiertoe wel bevoegdheid hebben. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het Piau-arrest reeds geoordeeld dat het reguleren van de economische activiteit van makelaars in beginsel tot de bevoegdheid van de openbare autoriteiten hoort.Het ontwerp van decreet voorziet ook in het voorstel om makelaars geen vergoeding te laten ontvangen bij bemiddelingsactiviteiten voor een minderjarige. Zowel FIFA als de KBVB hebben reeds een dergelijke regel in hun reglementen staan: indien de betrokken speler minderjarig is, mogen spelers of clubs geen vergoeding betalen aan een makelaar die optrad bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst of transferovereenkomst.Daarnaast zouden makelaars spelers jonger dan 15 jaar - de leeftijd waarop in beginsel een arbeidsovereenkomst kan worden getekend als betaalde sportbeoefenaar - niet meer mogen benaderen. Dit geldt eveneens voor een indirecte benadering via bijvoorbeeld de ouders.Elke Belgische regio heeft zijn eigen wetgevende instrumenten en zijn eigen specifieke regelgeving. De nieuwe wetgevende initiatieven van de Vlaamse wetgever zouden bovenop eerdere Vlaamse initiatieven komen. Naast de Vlaamse wetgeving kunnen ook het Waals decreet van 3 april 2009, de Brusselse ordonnantie van 14 juli 2011 en het decreet van de Duitstalige gemeenschap van 10 december 2010, alsook hun uitvoeringsbesluiten een invloed hebben op de sportmakelaar die activiteiten wenst uit te oefenen in België.Deze veelheid aan regels triggert de nodige problemen in de praktijk. Aangezien de voorwaarden tot registratie als sportmakelaar in Vlaanderen verschillen van de voorwaarden tot registratie als private arbeidsbemiddelingsbureau in het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook omdat er in de Duitstalige Gemeenschap geen registratieverplichting geldt, is er bovendien geen gelijkwaardigheids- of wederkerigheidsbeginsel tussen de diverse regelingen. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de private regelgeving van sportfederaties, zoals bijvoorbeeld de KBVB.Niet alleen binnen België is er een grote diversiteit, ook de wetgeving inzake sportmakelaars van de EU-lidstaten is heel verschillend. Zowel de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) als de Strategische adviesraad voor het Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) wijzen erop dat de brede problematiek van sportmakelaars dient te worden gezien in een internationale context. Het probleem is echter dat er momenteel geen afdoend Europees regelgevend kader is. De Vlaamse regering heeft dan ook de nobele ambitie om de problematiek van sportmakelaars op Europees niveau aan te kaarten. De wetgevende rol van de EU inzake sport kan tot op heden echter eerder als terughoudend worden omschreven, dus het is maar de vraag of er vanuit Europese hoek verandering moet worden verwacht.In de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet wordt gesteld dat de recente schandaalgolf in het voetbal de noodzaak met zich meebrengt om de bestaande reglementering omtrent sportmakelaars te versterken, daar waar de bestaande regelgeving als onvoldoende wordt geacht. Nochtans kunnen veel excessen al getackeld worden mits een correcte handhaving van het huidig wetgevend kader, met inbegrip van de wetgeving inzake private arbeidsbemiddeling. Het toezicht op sportmakelaars was de laatste jaren namelijk opvallend genoeg minder prioritair op Vlaams niveau. Uit recente parlementaire documenten blijkt dat er in de periode 2015-2017 op Vlaams niveau slechts één onderzoek naar sportmakelaars werd gevoerd, wat finaal uitmondde in een waarschuwing.Wat zeker valt toe te juichen, is dat het voorstel tot decreet tracht om de rechten van betaalde sportbeoefenaars beter te beschermen. Hopelijk komt er daarnaast ook aandacht voor een betere bescherming van de niet-betaalde sportbeoefenaars, bijvoorbeeld door op te treden tegen opleidingsvergoedingen. Hoewel strikt verboden door het Vlaams Decreet tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar, gijzelen opleidingsvergoedingen nog steeds heel wat minderjarige sporters.Alhoewel het Vlaams initiatief zeker positieve aspecten bevat, lijkt het eerder noodzakelijk om in te zetten op effectieve handhaving van de huidige (en toekomstige) wetgeving. De nieuwe wetgeving komt bovenop de bestaande regelgeving in een materie die reeds felle regionale verschillen kent. Deze diversiteit maakt het in de praktijk niet altijd makkelijk voor makelaars. Bovendien opereren makelaars in een internationale context en is daarom een grensoverschrijdende aanpak vereist.