Behoedzaam betreedt Sven Mary de grasmat van Club voor de fotoshoot. De befaamde strafpleiter, die internationale bekendheid verwierf door de verdediging van Salah Abdeslam, is op vijandig terrein. Hoewel hij nu af en toe hier in de eretribune zit, bracht hij zijn jeugd door in de spionkop van Anderlecht en geraakte hij als speler zelfs tot de reserven van RSCA. Ook Vincent Mannaert passeerde via de jeugdschool van paars-wit. De algemeen directeur van Club Brugge (geboren in 1974), is van de generatie van Herpoel, Peiremans en Jbari, terwijl Mary (geboren in 1972) naast onder meer Crasson, Zetterberg en Walem speelde. Twee technisch redelijk begaafde linkspoten, die elkaar later tegenkwamen op de banken van de universiteit - Mary had onderweg een paar jaar verloren. 'Dat was in 1995, net na het Bosmanarrest. We waren toen halverwege onze studies', weet Mannaert nog. 'We hadden dezelfde wil om te slagen in het leven. Tegenwoordig zijn er periodes dat we elkaar niet zien of niet horen, maar na één minuut is er altijd opnieuw die klik.'
...

Behoedzaam betreedt Sven Mary de grasmat van Club voor de fotoshoot. De befaamde strafpleiter, die internationale bekendheid verwierf door de verdediging van Salah Abdeslam, is op vijandig terrein. Hoewel hij nu af en toe hier in de eretribune zit, bracht hij zijn jeugd door in de spionkop van Anderlecht en geraakte hij als speler zelfs tot de reserven van RSCA. Ook Vincent Mannaert passeerde via de jeugdschool van paars-wit. De algemeen directeur van Club Brugge (geboren in 1974), is van de generatie van Herpoel, Peiremans en Jbari, terwijl Mary (geboren in 1972) naast onder meer Crasson, Zetterberg en Walem speelde. Twee technisch redelijk begaafde linkspoten, die elkaar later tegenkwamen op de banken van de universiteit - Mary had onderweg een paar jaar verloren. 'Dat was in 1995, net na het Bosmanarrest. We waren toen halverwege onze studies', weet Mannaert nog. 'We hadden dezelfde wil om te slagen in het leven. Tegenwoordig zijn er periodes dat we elkaar niet zien of niet horen, maar na één minuut is er altijd opnieuw die klik.' 0Die klik lijkt inderdaad niet verdwenen te zijn. Wanneer Mary in het kantoor van de Brugse bestuurder aankomt, biedt die laatste hem een retroshirt van Club Brugge uit de jaren 70 aan met 'Sven' erop. Die kan niet anders dan ermee poseren voor de fotograaf, al is zijn glimlach wel wat geforceerd. Want de vedette van de balie, die opdook in de zaak- Ye en recent in operatie Propere Handen, blijft ondanks de mindere laatste jaren een trouwe fan van paars-wit. Zonder afstand te doen van zijn kritische blik zegt hij: 'De komst van Vincent Kompany is op Belgisch niveau de grootste stunt die ik ooit heb meegemaakt. Ideaal om een mislukt seizoen weg te wissen. Maar ik blijf erg sceptisch. Er is een verschil tussen spelen bij Manchester City en bij Anderlecht, tussen spelen met Otamendi en Walker of met Milic en Appiah. En dan spreken we niet eens over de keeper en al de rest...' In een eerder interview zei je dat je ervan droomde om eens een jaar als Vincent Mannaert door het leven te gaan. Is dat nog steeds zo? Sven Mary: 'Ja, als ik mijn carrière zou veranderen, dan zou ik die van Vincent wel willen hebben. Ik ben daar wel een beetje jaloers op. Hij doet alles wat ik zelf graag doe. En ik vind het geweldig wat hij al gerealiseerd heeft: universiteit, advocaat, spelersbegeleiding, Zulte Waregem... Alleen heeft hij de verkeerde club gekozen... Als je van de E17 uit Kortrijk op de E40 komt, dan kun je rechtsaf of linksaf. Hij heeft voor linksaf gekozen. Jammer. Maar in mijn omgeving is hij degene die in mijn ogen de mooiste carrière gemaakt heeft.' Waarin vind je hem zo goed? Mary: 'Dat staat los van onze vriendschap. Het is zijn evolutie die ik indrukwekkend vind. Hij zit vandaag bij een van de grootste clubs van het land, die sinds lang geen titel had behaald, en hij speelde er de afgelopen vier seizoenen twee keer kampioen mee. En met wat er nu aan geld binnenkomt, hebben ze genoeg om weer iets op te bouwen. In tegenstelling tot mijn ploeg, waar er 38 ( sic) zijn die moeten vertrekken en voor wie er weinig interesse is. Kijk eens welke spelers er bij Brugge gekomen zijn: Bacca, Danjuma, Izquierdo, Denswil, Vanaken... Respect voor de carrière van Vincent. Toen we op de unief zaten, had ik de indruk dat we niet zo goed wisten welke richting we zouden uit gaan. Wist jij dat wel?' Vincent Mannaert: 'Dat was niet duidelijk. Toen ik nog bij Aalst speelde, kwamen ploegmaats als Gilles De Bilde en Yves Vanderhaeghe naar mij om hun contract te laten nakijken. Toen dacht ik bij mezelf dat daar iets mee te doen viel. We spreken over een periode dat er nog niet veel bestond van sportrecht. Dat was een beetje een niemandsland. Toen ik in 2006 algemeen directeur werd bij Zulte Waregem, was ik nog maar de achtste in België die dat voltijds deed. De meeste clubs werden dus gerund door niet-professionals.' Hoe kijk jij naar het traject dat Sven Mary heeft afgelegd? Mannaert: 'Ik heb altijd het gevoel gehad dat Sven zou slagen, want hij gaat altijd tot op het gaatje. Hij heeft dat trekje van against all odds. Dat heb ik ook een beetje. Er waren er velen die me zegden: doe iets normaals en ga in een advocatenbureau werken of bij de big five, maar niet in het voetbal. In Waregem hoorde ik vaak: 'Je werkt in het weekend, maar wat doe je in de week?' Ook Sven heeft zich een plaats moeten verwerven in een erg harde wereld. In het voetbal gaat het om clubkleuren, Sven bevindt zich in een sociale context die veel intenser is.' Mary: 'Nog voor de aanslagen in Brussel werd ik door Vincent uitgenodigd op een wedstrijd van Club Brugge. Ik heb hem gezegd: Vincent, ik ga niet komen. De gewone Clubsupporter weet dat ik fan ben van Anderlecht. Ik heb daar nooit een geheim van gemaakt. De mensen waren in die periode erg kwaad. Maar Vincent zei me: jij komt, ik heb een plaats voor je gereserveerd. Dat vind ik ongelooflijk, terwijl ik voor die 25.000 mensen in dat stadion de vijand nummer één was. Maar Vincent zei me dat hij ervoor zou zorgen dat ik die wedstrijd op mijn gemak kon bekijken en ongestoord kon vertrekken. Zo is het ook gebeurd.' Mannaert: 'We kennen elkaar al van op de unief, hij is me komen bezoeken toen ik in het ziekenhuis had gelegen. Hij was daar als vriend, niet als advocaat. Zou ik als advocaat dezelfde keuzes gemaakt hebben als hij? Neen. Iedereen gaat zijn eigen weg. Ik heb ook gedacht: allez maat, wat doe je nu?' In die tijd was het niet zo goed voor je populariteit om aan de zijde van Sven Mary te verschijnen. Mannaert: 'Vriendschap heeft, althans wat mij betreft, geen aan- en uitknop. Bovendien ga ik het altijd verdedigen dat er mensen zijn die hun nek durven uit te steken. Als dat soort van mensen verdwijnt, wat dan? Droomde je ervan om profvoetballer te worden? Mannaert: 'Wanneer je op een bepaald niveau speelt ( hij geraakte tot in tweede klasse, nvdr), hoop je daar altijd op. Dat is het ultieme doel voor elke jeugdspeler.' Mary: 'Maar je moet opletten. Anderlecht heeft een kleine vedette van dertien jaar over wie iedereen spreekt. Hij staat op YouTube en al. Het is ongelooflijk wat die jongen kan. Maar ik moet het nog zien. Ik heb er nog gekend die op hun dertiende alles konden.' Mannaert: 'Door de sociale media heb je nu sterretjes van twaalf jaar. De beelden gaan rond en die jongetjes worden op een piëdestal gezet en verafgood. Het zijn de vedetten van de familiefeestjes. Men maakt grote plannen voor hen en er cirkelen makelaars rond terwijl zo'n jongen nog niet eens een contract mag tekenen. En als hij eens aan de kant wordt gezet, begint de entourage te klagen: 'Als het zo zit, dan zijn we weg!'' Hoe kan die mentaliteit veranderd worden? Mannaert: 'Je moet meer en meer op het mentale aspect werken, die jongens voorbereiden op de ontgoochelingen die ze zeker zullen kennen. Toen ik in Brugge aankwam, speelde de helft van onze U16 bij de nationale ploeg en in de competitie overvleugelden ze alles en iedereen. Dat waren Tuur Dierckx, Sander Coopman, Nikola Storm, Boli Bolingoli en nog twee of drie anderen. Maar bij de A-kern moet je er wel meteen staan. Daar lopen spelers als Vormer, Wesley, Denswil of Izquierdo rond.' Mary: 'En het is de minst getalenteerde van allemaal die titularis is in Brugge: Brandon Mechele. ' Is de relatie tussen speler en bestuur niet moeilijker geworden door het geld? Mannaert: 'We horen vaak: er gaat te veel geld om in het voetbal. En het klopt dat de laatste vijftien jaar het aantal consumenten en de hoeveelheid geld dat erin circuleert exponentieel is gestegen. Dat heeft allemaal te maken met Azië. In China, India, Indonesië, Vietnam of Thailand heb je miljarden consumenten die een deel van hun inkomen willen spenderen aan de aankoop van tickets, onlinemerchandising en pay-per-view, zoals voor de finale van de FA Cup. Reken maar uit, dat zorgt voor een enorm zakencijfer. Geen enkele eigenaar, of hij nu Amerikaan, Qatarees of Rus is, verliest graag geld. Maar op een bepaald moment heb je een economisch model nodig dat zelfregulerend is. Ik ben bijvoorbeeld voor de Financial Fair Play.' In bepaalde dossiers lijkt Club Brugge alleen te staan binnen de Pro League. Mannaert: 'In bepaalde dossiers, ja. Je ziet de allianties. Ik denk dat er maar weinigen zich ervan bewust zijn dat een betere zelfregulering op termijn voor iedereen goed kan zijn. Het makkelijkste is zeggen: we gaan niet te veel regels opleggen. Ik ben er een groot voorstander van dat de ministers van Sport - voetbal is nu eenmaal de grootste sport - in overleg met clubs, federatie en de kabinetten Werk, Financiën, ... een toekomststrategie voor het Belgisch voetbal uitwerken. Dat is hard nodig want momenteel is er geen globale visie.' Mary: 'Er zitten te veel mensen in die Pro League. De kloof tussen de generaties is te groot. Met alle respect dat ik voor de man heb, maar als je daar een Roger Lambrecht hebt, die een ouderwetse kijk heeft op het leiden van een club, en tegenover hem jonge ondernemers, dan wordt het moeilijk. Er speelt ook de concurrentie tussen de clubs, het persoonlijke belang, maar men moet een formule vinden om alles te moderniseren, of toch minstens te optimaliseren. In Engeland heeft men dat gedaan.' Mannaert: 'Het moderne voetbal is ontstaan in 1992, het jaar van het onstaatn van de Champions én de Premier League. Initieel leek de Champions League de kip met de gouden eieren te zijn. Maar sinds de verdere mondiale expansie van het voetbal, voornamelijk in Azië, is de Premier League de CL voorbijgesneld in economische waarde.' Mary: 'Als je iets wil creëren dat op de Premier League lijkt, dan moet je in de richting van een BeNeLiga gaan. Ik zou graag naar Brugge-Ajax, Anderlecht-Feyenoord of PSV-Standard kijken.' Mannaert: 'Het voetbal gaat fundamenteel veranderen vanaf 2024. Of men dat nu wil of niet. En je kunt het Bayern of Juventus niet verwijten dat ze zeven keer na elkaar kampioen spelen. Degenen die slecht gewerkt hebben, zijn degenen die achteraan bengelen. Hamburg heeft een budget van 150 miljoen euro en zal ook volgend seizoen in de 2. Bundesliga spelen. Wat zegt een Hoeness of een Agnelli wanneer ze een Vanaken willen en Everton, dat nooit Champions League heeft gespeeld en geen Europees prestige heeft, in staat is om evenveel, soms zelfs meer geld op tafel te leggen voor een speler?' Mary: 'Wolverhampton heeft dezelfde inkomsten als Real Madrid. Huddersfield dezelfde als Juventus.' Mannaert: 'Daarom gaat er iets gebeuren.' Een gesloten Champions League? Mannaert: 'Ik ben actief binnen de ECA, de European Club Association, en daar wil men dat er wat beweegt. Je moet jezelf ook in vraag stellen. Wat Agnelli vertelt is geen evangelie, maar je moet wel aandachtig zijn wanneer hij spreekt. Agnelli wil zich niet meer vergelijken met Genoa of Empoli. Hij kijkt naar het internationale niveau: de Premier League, China, de MLS. De handtekening van Cristiano Ronaldo is commercieel belangrijker dan sportief. Juve wil voet aan de grond krijgen in China en Japan en dankzij de komst van CR7 kan de club heel wat deals sluiten. Ik ben een voetbalromanticus, ik herinner me nog dat Waregem in de vooravond tegen Hajduk Split speelde. De nostalgie over die periode blijft, maar dat mag geen excuus zijn om de modernisering af te remmen.' Het feit dat het Belgisch voetbal, en dan vooral 1B, in handen is van buitenlandse investeerders, wat zegt dat over de gezondheid ervan? Is dat volgens jullie een goeie zaak? Mannaert: 'Wat de overname van clubs door buitenlanders betreft, daar vormen wij geen uitzondering. De CEO van de Franse voetbalbond heeft een rondreis gemaakt door de Verenigde Staten om ondernemers warm te maken om een Franse club te kopen. Daarentegen is het normaal dat er bij een overname een dossier wordt opgemaakt en onderzocht. Niet op basis van het gezicht van de ondernemer of zijn nationaliteit, maar op basis van zijn garanties, zijn achtergrond, zijn langetermijnplannen. Je moet een reglement maken dat kan toegepast worden. Waarom gaan sommige dingen niet vooruit? Voor een stuk door een zeker conservatisme in het voetbal. Maar ook omdat er vaak geen duidelijk en rechtszeker wettelijk kader is. Vandaar de noodzaak aan constructieve betrokkenheid van de overheid. Dat is niet evident. Binnenkort zal het in België over de mediarechten gaan, niet langer over de tv-rechten, en over de solidariteit. Cercle Brugge is in handen van een persoon die op zijn bankrekening een nulletje meer heeft dan Bart Verhaeghe. Niets verkeerd mee, het is hem gegund. Alleen hoor je nog steeds: het arme Cercle dat weinig middelen heeft, er is meer solidariteit nodig. Idem voor Union, terwijl zijn eigenaar rijker is dan Marc Coucke. Beerschot van 't zelfde. Die Saudische eigenaar heeft meer geld dan Paul Gheysens. Hoe dan, solidariteit?' Mary: 'Via via heb ik oligarchen uit het Oosten ontmoet die een fortuin hebben dat vele malen groter is dan dat van de Belgische eigenaars. Een Kazak bijvoorbeeld, wiens zoon een club uit de NBA bezit, die ik ontmoet heb in Londen en die informatie aan het inwinnen was aangaande de overname van Anderlecht. Maar toen men me vroeg of die piste ernstig was, bleek het al te laat te zijn.' Hebben jullie het gevoel dat jullie hulp krijgen bij het zoeken naar een strategie voor het Belgisch voetbal? Mannaert: 'Voorafgaand aan de voorzittersverkiezingen in de Pro League stelde Club Brugge voor om - vooraleer te beslissen wie er op de stoel moest komen - voor één keer eerst een grondige analyse te maken van onze eigen werking en een strategisch plan te maken van onze positie in het internationale voetbal. Maar neen... Van tafel geveegd. In de plaats daarvan belt men mij om te zeggen: als ik jouw stem krijg voor dit, dan stem ik tegen de halvering van de punten, enzovoort... Uiteindelijk is er niks gebeurd.' Mary: 'Dat is eigen aan ons land, niet alleen aan het voetbalwereldje. Als je de uitslagen van de laatste verkiezingen ziet, dan denk je: waar gaat het naartoe met België? Anderlecht en Brugge, de vaandeldragers van ons voetbal, zitten al jaren in procedures verwikkeld omtrent een stadion.' Mannaert: 'Sven en ik hebben al veel gediscussieerd over dat onderwerp. Neem nu de begrotingskwestie. Nederland en de Scandinavische landen hebben in volle crisis gezegd: we gaan dat probleem oplossen, we willen onze kleinkinderen daar niet mee opzadelen. In België slagen we daar niet in. We slagen er niet in onze meningsverschillen opzij te zetten. We verschansen ons in onze eigen kast en we zeggen: dit is mijn kast. Ik ben blij dat ik mijn eigen kast heb. In plaats van te zeggen: hier is een passe-partout, je kunt gaan waar je wilt. Dat is typisch Belgisch.' Mary: 'En het voetbal is de spiegel van de maatschappij.'