In totaal beginnen 433 spelers in eerste klasse aan het nieuwe seizoen. Daarvan hebben er 217 een buitenlandse nationaliteit.

Dat meldt Het Nieuwsblad. Het gaat om een stijging met 4,5 procent in vergelijking met vorig seizoen, ondanks de maatregelen van de Pro League om eigen spelers meer kansen te bieden.

Achterpoortjes

Elke club moet straks immers in de kern van 25 spelers minstens acht in België opgeleide spelers hebben. Op het wedstrijdblad moeten zes van de achttien spelers hun opleiding in België gekregen hebben.

Maar er zijn heel wat achterpoortjes en daar maken de clubs gretig gebruik van. In totaal steeg bij elf eersteklassers het aantal buitenlanders in vergelijking met vorig jaar.

Charleroi en Anderlecht

Promovendus Charleroi spant de kroon met 67 procent, gevolgd door landskampioen Anderlecht (64 procent). AA Gent volgt met 61 procent, daarna volgen Standard (59 procent) en KV Kortrijk (58 procent).

Cercle Brugge en Oud-Heverlee Leuven bewijzen dat het ook anders kan. Zij sluiten het rijtje af met respectievelijk slechts 22 procent en 14 procent aan buitenlandse spelers in hun A-kern.

Duurder

Het zijn vooral economische motieven die onze clubs over de landsgrenzen heen doen speuren naar versterking. Goede Belgische spelers zijn immers duurder dan buitenlandse krachten.

Daarnaast spelen heel wat clubs hun toptalenten al op jonge leeftijd kwijt aan buitenlandse topteams. (Belga/KVDA)