De bedwelmende muziek die de soundtrack vormt van het kermisterrein, kan soms het drama niet verhullen dat zich rond de draaimolens afspeelt. Daar kruisen de trieste blikken van degenen die wanhopig wachten om op te stappen, die van de gelukkigen die amper uit het ene voertuig gekropen zijn en alweer in een ander stappen, zonder zelfs van de carrousel af te stijgen.
...

De bedwelmende muziek die de soundtrack vormt van het kermisterrein, kan soms het drama niet verhullen dat zich rond de draaimolens afspeelt. Daar kruisen de trieste blikken van degenen die wanhopig wachten om op te stappen, die van de gelukkigen die amper uit het ene voertuig gekropen zijn en alweer in een ander stappen, zonder zelfs van de carrousel af te stijgen. Zoals ouwe rot Yves Vanderhaeghe, die nog maar net het stuurtje van KV Kortrijk aan Luka Elsner had moeten laten of hij kreeg al een paar extra toertjes op de draaimolen aangeboden in het groen-zwarte autootje van Cercle. 'Als je op maandagochtend opeens een coach moet kiezen en iemand als Vanderhaeghe is net enkele dagen eerder op de markt gekomen, dan is het logisch dat je interesse hebt in dat profiel', legt Cerclevoorzitter Vincent Goemaere uit. Zijn casting van trainers heeft op die manier wel iets weg van speeddating. 'We hadden iemand nodig die de competitie goed kent en die op korte termijn een organisatie kan neerzetten om resultaten te behalen. We kwamen snel tot het besluit dat dit de juiste piste was. Natuurlijk gebeurde alles in overleg met onze technisch directeur. De tijd dat een voorzitter op zijn eentje de trainer kiest, behoort tot het verleden.' Het Belgisch voetbal doet nochtans graag aan tijdreizen. Want in de loop van de voorbije seizoenen werd bijvoorbeeld de trainer van een van 's lands topclubs gekozen door een voorzitter die zich herinnerde dat hij samen met die man en hun respectievelijke echtgenotes ooit een gezellige avond op restaurant had doorgebracht. Het lijkt ietwat surrealistisch maar het weerspiegelt vrij accuraat een nationaal voetballandschap dat zich nog het best laat omschrijven door een boutade van Tom Saintfiet, een coach die nooit sant in eigen land is geweest: 'Ik heb dat indruk dat het in België belangrijker is om mensen te kennen dan kennis te bezitten.'De meest geslaagde casting van de vorige zomer was die van Alexander Blessin. Hij is daarmee een uitzondering in het Belgisch voetbal, dat graag teruggrijpt naar bekende gezichten. Het nieuwe bestuur in de Oostendse Diaz Arena wilde een zeer modern voetbal gebaseerd op Gegenpressing en ging daarvoor eenvoudigweg kijken naar de clubs van Red Bull, die een wereldwijde referentie zijn in die materie. De keuze viel op de man die de U19 van RB Leipzig coachte. Het leidde tot een geslaagd huwelijk met een club die heel goed wist wat ze precies zocht en daar ook de juiste invulling voor vond. Een logisch huwelijkscontract dus, maar allesbehalve de norm in het voetbal waar de besturen bestaan uit meerdere mensen en dus vaak ook uit verschillende ideeën. Zo kwam Ivan Leko, niet echt de ideale keuze van Luciano D'Onofrio, al snel in botsing met de andere tactische opinies die de sportieve baas van de Great Old eropna hield. Dat woog uiteindelijk zwaar door op het moment dat Leko een vertrek naar China moest overwegen. 'Je moet een profiel vinden dat een versmelting toelaat van de cultuur van de club, die van de kleedkamer en die van de coach zelf', preciseert Kris Van Der Haegen, directeur van de trainersschool van de Belgische voetbalbond. Hij geeft toe dat er maar weinig clubs zijn die hem contacteren om meer details te weten te komen over hoe een coach denkt over tactiek of met spelers omgaat. Een immens contrast is dat met bijvoorbeeld DC United, de Amerikaanse club waarvan de technisch directeur, iemand uit het wereldje van data, meermaals Van der Haegen gecontacteerd heeft en zich ook tot andere clubbestuurders gewend heeft om Hernán Losada tot in detail te leren kennen. De Argentijn, die zich enkele maanden eerder nog vragen stelde bij de manier waarop Belgische topclubs soms hun trainer kozen, zal de handelswijze van de Amerikanen zeker geapprecieerd hebben. 'In België zijn veel bestuurslui al overtuigd wanneer iemand hen zegt: 'Dat is een goeie, die moet je nemen.' In het buitenland ken ik clubs waar je eerst een hele resem tests moet afleggen voor je een job krijgt', bevestigt Yannick Ferrera, die van de Belgische carrousel gevallen is en zich nu met succes opnieuw lanceert aan de Perzische Golf. 'Een coach aanwerven is compleet anders dan een speler transfereren. Dat gebeurt soms veel informeler', erkent Matthias Leterme, de algemeen manager van KV Kortrijk. 'Anderzijds is het een werk dat nooit ophoudt: zelfs wanneer we niet actief op zoek zijn, ontmoet ik andere coaches om eens te gaan eten, te discussiëren... Dat zijn informele gesprekken, bedoeld om ons netwerk uit te breiden en om ons op te baseren om een goede keuze te maken. We praten trouwens niet alleen met trainers. Ook een makelaar, een oud-speler en zelfs journalisten kunnen ons de nodige informatie verstrekken.' Omdat iedereen in dezelfde vijver vist, zijn er maar weinigen die een zeldzame vangst weten boven te halen. De durf komt vaak van ergens anders. Op La Canonnier spruit ze bijvoorbeeld voort uit de koker van Diego López, de directeur van het Moeskroense project van Gérard López, die het Belgische gild verraste door het lot van de Henegouwers in handen te leggen van ene Jorge Simão, die noch de competitie kende, noch de gebruikelijke grijze haren had waarop gewoonlijk een beroep wordt gedaan wanneer het behoud dient verzekerd te worden. 'Jorge kenden we al enkele jaren door zijn werk in Portugal', vertelt de sportief directeur van Les Hurlus. 'Wanneer je spelers scout, dan scout je bijna onvermijdelijk ook trainers. Soms zelfs onbedoeld. Voor mij is het belangrijkste dat een coach beantwoordt aan het profiel dat we zoeken.' Dat Jorge Simão de gewoonte heeft om een ploeg in een 4-4-2-systeem te laten spelen, een systeem dat door de Henegouwse beleidsmensen als ideaal wordt gezien om hun kern te laten schitteren, deed de balans dus overhellen in zijn voordeel. Daar kwamen nog zijn leiderscapaciteiten bij en het feit dat hij ook buiten Portugal successen geboekt heeft. 'Als een coach de Belgische nationaliteit heeft en de competitie goed kent, des te beter dan, maar voor mij staat zijn voetbalfilosofie voorop.' En zo belandde de 44-jarige Portugees aan het hoofd van Excel Mouscron voor een operatie behoud waar hij momenteel aardig in slaagt, hoewel zijn profiel niet overeenkomt met de Belgische standaard. 'Ik vind dat het wereldje wel minder besloten is dan vroeger', analyseert Bob Peeters net na de bekernederlaag van zijn Westerlo op het veld van Sporting Charleroi. 'Men geeft kansen aan jonge coaches zoals Will Still bij Beerschot of Karim Belhocine hier in Charleroi. Maar het klopt wel dat een ploeg die spartelt om in eerste klasse te blijven, eerder geneigd is om terug te vallen op trainers die ervaring hebben en de competitie kennen.' Maar dat recept werd dus niet gevolgd door Diego López, met zijn 33 jaar een sportief directeur van de nieuwe generatie. 'Het eerste wat we doen, ' zegt López, 'is het profiel opstellen van de coach, in functie van de noden van het team. Vervolgens gaan we kijken welke coach aan dat profiel beantwoordt.' Die methode vermindert het risico, maar is ook niet meteen een garantie op succes. In de lente van 2020 scande Standard met een nooit geziene zorgvuldigheid de profielen van verschillende coaches om de ideale opvolger van Michel Preud'homme te vinden. Op de Luikse lijst met criteria vonden we onder meer ervaring (want MPH opvolgen vergt sterke schouders) en verder veel defensieve zekerheid en efficiëntie bij stilstaande fases en in de omschakeling. Dat waren namelijk de zwakke punten die Benjamin Nicaise en zijn team hadden vastgesteld en die de nieuwe coach moest zien te verhelpen. Philippe Montanier toonde zich zelf verrast door de 'rekrutering zoals in grote bedrijven, die niet gebruikelijk is in het voetbalwereldje maar die me wel beviel, om na te gaan of ik zou passen bij Standard.' Maar na zes maanden, en ondanks een veelbelovende start, bleek dat laatste uiteindelijk toch niet het geval te zijn. 'We hebben altijd specifieke criteria die ons voor een bepaalde coach doen kiezen', bevestigt Vincent Goemaere. Hij analyseert niet zozeer de details van de statistieken, maar spreekt eerder in termen van een profiel dat past bij het verhaal dat het 'Monegaskische' Cercle wil vertellen, namelijk een stabiele plek in de buik van het klassement, gekoppeld aan de vorming van jonge talenten. 'In die optiek leek het cv van Paul Clement vorige zomer ideaal voor ons. Jammer genoeg zorgden de slechte resultaten ervoor dat aan dat verhaal sneller dan voorzien een einde is gekomen.' Daardoor mag Yves Vanderhaeghe er nu zijn hoofdstuk aan toevoegen. 'Als het altijd dezelfde namen van trainers zijn die terugkomen, dan komt dat omdat ze een zekere credibiliteit hebben opgebouwd en men hen dus makkelijk het vertrouwen schenkt', zegt Vincent Euvrard, die OH Leuven weer naar eerste klasse leidde terwijl hij solo in de cockpit kwam te zitten na het vertrek van Frankie Vercauteren naar Anderlecht. Maar de 38-jarige , nu T1 bij 1B-club RWDM, werd door het Leuvense bestuur te onervaren bevonden om de ploeg ook in de hoogste afdeling verder te leiden. 'Een jonge coach moet tijd zien te kopen door resultaten te behalen. Van het moment dat je die tijd krijgt, kun je aan een spelstijl werken en jezelf dus credibiliteit verlenen.' Resultaten volstonden echter niet voor Euvrard. De bazen van de Leuvense club, die uit de Engelse school komen - OHL is eigendom van King Power, dat ook Leicester City bezit - opteerden liever voor de ervaring van Marc Brys, tot grote verbazing van de spelers trouwens. 'We waren allemaal verrast, want we hadden het ganse seizoen met Euvrard gewerkt. Het was lastig om te verteren, maar dat is voetbal', aldus een wat fatalistische Xavier Mercier. 'Ik denk dat een coach van 38 jaar er klaar voor kan zijn, maar ze wilden een ander profiel, iemand met meer ervaring', gaat Euvrard verder. 'Het is de Engelse school, waarin men veel vraagt van een coach en hem ook veel macht geeft. En die verantwoordelijkheid wilden ze niet geven aan een jonge trainer, aangezien de club over drie jaar hoopt mee te doen voor de titel.' De zoektocht naar vaste profielen wekt natuurlijk heel erg de indruk van inteelt, zeker in een competitie waarin - om het zo uit te drukken - iedereen het al wel eens met iedereen heeft gedaan. Voor nieuwkomers, zeker als ze niet uit het profwereldje komen, is het een echt huzarenstukje om zich daar een plaats tussen te verwerven. Dan moet je al doorheen de reeksen opklimmen aan het hoofd van een club die uit lagere afdelingen komt, zoals Francky Dury, ofwel een kans krijgen van een voorzitter die eens helemaal anders denkt, zoals Felice Mazzu die in eerste klasse voor de leeuwen werd gegooid door Mehdi Bayat. 'Ik heb al eens opgemerkt dat veel clubs bang zijn om risico's te nemen in hun keuze voor een bepaald profiel', bevestigt Kris Van Der Haegen, die meteen ook enkele elementen aanreikt om daaraan te verhelpen: 'Mocht ik technisch directeur zijn bij een club, dan zou ik waarschijnlijk proberen om één of twee beloftevolle coaches te vinden in de amateurreeksen en hen de belangrijke ploegen van mijn academie toevertrouwen, zoals de U18 of de U21. Zo kunnen ze zich aanpassen aan het professionele niveau en worden ze erop voorbereid om ooit eventueel T1 te worden in eerste klasse.' Het probleem is dat die steeds vaker af te rekenen krijgen met een voortdurend toenemende concurrentie. Want op de schoolbanken van de trainersopleiding treffen we meer en meer jonge profs aan die nog een spelerscontract hebben maar zich toch al zorgvuldig voorbereiden op een leven aan de andere kant van de zijlijn, zodra hun spelerscarrière erop zit. Een nieuwe generatie coaches dus die altijd het voordeel heeft de competitie en verschillende clubs goed te kennen. Zij vertrekken met een flinke voorsprong om in de onderhandelingen de clubbestuurders te overtuigen. Onderhandelingen die nog al te vaak lijken op een avondje in het casino, waar de gokker hoopt om zijn winstkansen te verhogen door iemand die hij goed kent eens op de dobbelstenen te laten blazen.