Slechts 3,7 procent van de Belgen gelooft dat de Rode Duivels volgende maand wereldkampioen worden. De doorsnee voetballiefhebber lijkt meer verstand van het spelletje te hebben dan veel media. Je kan immers je radio of tv niet aanzetten of een krant lezen zonder dat 'onze jongens' tot opvolger van Duitsland worden uitgeroepen.

Laat me toe even cru te zijn: België wordt geen wereldkampioen. En dat is niet eens een gewaagde stelling, ook voor de teleurstellende oefenmatch tegen Portugal. Van de 32 WK-deelnemers is meer dan de helft 'quantité négligable'. Slechts zes landen kunnen met wat geluk wereldkampioen worden: Argentinië, Brazilië, Duitsland en Frankrijk zeker, Portugal en - waarom ook niet - België misschien. Dat betekent dus één kans op zes. De kans is veel kleiner dat u de Lotto wint, maar één kans op zes wensen we u niet toe om te genezen van een enge ziekte.

'We behoren niet tot de topfavorieten', vertelde Jan Vertonghen, sinds zaterdag lid van de Club van 100. 'Maar dat was Portugal op Euro 2016 ook niet.'

Er zijn meer van dergelijke voorbeelden: Denemarken in 1992 en Griekenland in 2004. Telkens ging het echter om een Europese titel. Wereldtitels staan alleen op naam van de grote voetballanden: Frankrijk, Engeland, Spanje, Italië (vier keer), Argentinië (twee keer), Brazilië (vijf keer) en Duitsland (vier keer). De enige uitzondering is Uruguay, maar dat was in 1930 en 1950.

'België heeft geen traditie om wereldkampioen te worden', zei Pep Guardiola vorig weekeinde in Drongen. Dat klopt en hoe belangrijk dat is, weten onze noorderburen. Oranje stond drie keer in een WK-finale, en stak in 1974 zelfs met kop en schouders boven iedereen uit, maar mocht de trofee nog nooit in de lucht steken. Holland werd in 1988 wel Europees kampioen.

Puur voetbaltechnisch zijn er ook wel wat redenen te bedenken waarom de gouden klomp niet voor het grijpen ligt. Ook al tellen we een aantal spelers die tot de wereld- of Europese top behoren. Thomas Vermaelen en vooral Vincent Kompany zijn fysiek kwetsbaar. Thibaut Courtois is een certitude in de top vijf van de wereldkeepers, maar dit was niet zijn beste seizoen. Dries Mertens zakte na nieuwjaar langzaam weg. Romelu Lukaku scoorde veel, maar slechts één keer tegen een topploeg (Chelsea). Eden Hazard voetbalde heel grillig. Soms briljant, soms onzichtbaar. Kevin De Bruyne beleefde een geweldige campagne, maar de slotfase was ook wat minder.

Waarom België geen wereldkampioen wordt.

En de anderen? Nacer Chadli, Thomas Meunier, Toby Alderweireld, Marouane Fellaini en Youri Tielemans zaten, om uiteenlopende redenen, vaker op de bank of de tribune dan hen lief was. Christian Benteke viel zelfs bij het bescheiden Crystal Palace een paar keer buiten de boot. Axel Witsel en Yannick Carrasco rentenierden in China. Michy Batshuayi is pas hersteld.

We staren ons blind op de namen van de clubs waar onze jongens bij voetballen: Manchester United, Manchester City, Chelsea, Tottenham, Barcelona, Napoli, Paris Saint-Germain, ... AS Roma. We stappen al te licht over het feit dat het vaak slechts waterdragers zijn.

In 1986 haalden de Rode Duivels op wonderlijke wijze de laatste vier op het WK. Ik weet dat ik één van de weinigen ben die dat nog steeds onze beste generatie vind. ' More sweat, more balls'. En in een periode dat de topclubs slechts drie buitenlanders mochten opstellen, waren het vaste waarden bij Bayern München, Genoa, FC Nantes, Lille, Bologna, FC Porto Parma, Milan, Inter, PSV (winnaar EC I in 1988), Bordeaux, Stuttgart, Tottenham.

Laat ons ook niet vergeten dat de Belgische clubs in die periode tot de top behoorden. Tussen 1976 en 1990 stonden Standard, KV Mechelen, Club Brugge en Anderlecht in tien Europese finales, waarvan ze er vier wonnen.

Wereldkampioen, vergeet het. Laat onze jongens volgende week met een realistisch verwachtingspatroon vertrekken. En als ze toch de trofee uit handen van dictator Poetin in ontvangst mogen nemen, zal ik met plezier mijn vergissing toegeven en op mijn knieën vergiffenis vragen aan Roberto en zijn jongens.

Slechts 3,7 procent van de Belgen gelooft dat de Rode Duivels volgende maand wereldkampioen worden. De doorsnee voetballiefhebber lijkt meer verstand van het spelletje te hebben dan veel media. Je kan immers je radio of tv niet aanzetten of een krant lezen zonder dat 'onze jongens' tot opvolger van Duitsland worden uitgeroepen. Laat me toe even cru te zijn: België wordt geen wereldkampioen. En dat is niet eens een gewaagde stelling, ook voor de teleurstellende oefenmatch tegen Portugal. Van de 32 WK-deelnemers is meer dan de helft 'quantité négligable'. Slechts zes landen kunnen met wat geluk wereldkampioen worden: Argentinië, Brazilië, Duitsland en Frankrijk zeker, Portugal en - waarom ook niet - België misschien. Dat betekent dus één kans op zes. De kans is veel kleiner dat u de Lotto wint, maar één kans op zes wensen we u niet toe om te genezen van een enge ziekte. 'We behoren niet tot de topfavorieten', vertelde Jan Vertonghen, sinds zaterdag lid van de Club van 100. 'Maar dat was Portugal op Euro 2016 ook niet.' Er zijn meer van dergelijke voorbeelden: Denemarken in 1992 en Griekenland in 2004. Telkens ging het echter om een Europese titel. Wereldtitels staan alleen op naam van de grote voetballanden: Frankrijk, Engeland, Spanje, Italië (vier keer), Argentinië (twee keer), Brazilië (vijf keer) en Duitsland (vier keer). De enige uitzondering is Uruguay, maar dat was in 1930 en 1950. 'België heeft geen traditie om wereldkampioen te worden', zei Pep Guardiola vorig weekeinde in Drongen. Dat klopt en hoe belangrijk dat is, weten onze noorderburen. Oranje stond drie keer in een WK-finale, en stak in 1974 zelfs met kop en schouders boven iedereen uit, maar mocht de trofee nog nooit in de lucht steken. Holland werd in 1988 wel Europees kampioen. Puur voetbaltechnisch zijn er ook wel wat redenen te bedenken waarom de gouden klomp niet voor het grijpen ligt. Ook al tellen we een aantal spelers die tot de wereld- of Europese top behoren. Thomas Vermaelen en vooral Vincent Kompany zijn fysiek kwetsbaar. Thibaut Courtois is een certitude in de top vijf van de wereldkeepers, maar dit was niet zijn beste seizoen. Dries Mertens zakte na nieuwjaar langzaam weg. Romelu Lukaku scoorde veel, maar slechts één keer tegen een topploeg (Chelsea). Eden Hazard voetbalde heel grillig. Soms briljant, soms onzichtbaar. Kevin De Bruyne beleefde een geweldige campagne, maar de slotfase was ook wat minder. En de anderen? Nacer Chadli, Thomas Meunier, Toby Alderweireld, Marouane Fellaini en Youri Tielemans zaten, om uiteenlopende redenen, vaker op de bank of de tribune dan hen lief was. Christian Benteke viel zelfs bij het bescheiden Crystal Palace een paar keer buiten de boot. Axel Witsel en Yannick Carrasco rentenierden in China. Michy Batshuayi is pas hersteld. We staren ons blind op de namen van de clubs waar onze jongens bij voetballen: Manchester United, Manchester City, Chelsea, Tottenham, Barcelona, Napoli, Paris Saint-Germain, ... AS Roma. We stappen al te licht over het feit dat het vaak slechts waterdragers zijn. In 1986 haalden de Rode Duivels op wonderlijke wijze de laatste vier op het WK. Ik weet dat ik één van de weinigen ben die dat nog steeds onze beste generatie vind. ' More sweat, more balls'. En in een periode dat de topclubs slechts drie buitenlanders mochten opstellen, waren het vaste waarden bij Bayern München, Genoa, FC Nantes, Lille, Bologna, FC Porto Parma, Milan, Inter, PSV (winnaar EC I in 1988), Bordeaux, Stuttgart, Tottenham. Laat ons ook niet vergeten dat de Belgische clubs in die periode tot de top behoorden. Tussen 1976 en 1990 stonden Standard, KV Mechelen, Club Brugge en Anderlecht in tien Europese finales, waarvan ze er vier wonnen. Wereldkampioen, vergeet het. Laat onze jongens volgende week met een realistisch verwachtingspatroon vertrekken. En als ze toch de trofee uit handen van dictator Poetin in ontvangst mogen nemen, zal ik met plezier mijn vergissing toegeven en op mijn knieën vergiffenis vragen aan Roberto en zijn jongens.