We vroegen het aan de sportadvocaten Kristof De Saedeleer en Johnny Maeschalck. Van hun kort en duidelijk antwoord onthouden we dat er in de geschiedenis van de arbeidscontracten van betaalde voetbalcoaches twee belangrijke wetten en een cao zijn met bovendien een algemene aanpassing van de regelgeving:
...

We vroegen het aan de sportadvocaten Kristof De Saedeleer en Johnny Maeschalck. Van hun kort en duidelijk antwoord onthouden we dat er in de geschiedenis van de arbeidscontracten van betaalde voetbalcoaches twee belangrijke wetten en een cao zijn met bovendien een algemene aanpassing van de regelgeving:-de Wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars;-de cao die de verbrekingsvergoeding voor trainers uit de wet van 24 februari 1978 haalt;-de Wet van 3 juli 1978, die dus nu geldt bij verbreking van het arbeidscontract van een betaalde voetbalcoach;-de afschaffing van het onderscheid arbeiders-bedienden sinds 1 januari 2014, en de voor iedere werknemer zelfde opzegtermijn.De eenvoudige conclusie is: een arbeidscontract van onbepaalde duur is doorgaans goedkoper snel te verbreken, omdat dus bij het bepalen van de verbrekingsvergoeding de duur van het contract niet meer speelt.'Als je ziet in welk tempo in onze Belgische competitie trainers ontslagen worden, zal dat veelal in het voordeel van de clubs zijn, omdat ze dus een lagere, in weken uitgedrukte verbrekingsvergoeding moeten betalen. Maar het betekent ook dat als een trainer wil vertrekken, bijvoorbeeld wanneer hij een zeer aantrekkelijke aanbieding krijgt van een andere club, hij sneller, makkelijker, goedkoper weg kan.'Dit is het algemene wettelijke kader. Daarin worden dan op basis van onderhandeling bijzondere clausules geplaatst die een ander beeld kunnen geven. 'Daarbij spreekt dan de markt van vraag en aanbod. Word je gevraagd, dan sta je iets sterker in je schoenen dan als je het zelf moet vragen.'