Genk kreeg in de reguliere competitie 46 keer geel en 2 keer rood. Bij Club Brugge stond er na 30 speeldagen 77 keer geel op de teller en 5 keer rood. Club was daarmee koploper bij de gele kaarten. De koploper bij de uitsluitingen was Bergen, met 9 keer rood.

Het zijn evenwel niet alleen de kaarten die de rangschikking bepalen, legt Robert Jeurissen, baas van de scheidsrechters, in Sport/Voetbalmagazine uit. Hij is de man die tijdens het seizoen de stand bijhoudt. Jeurissen: "Naar elke wedstrijd sturen wij een waarnemer, die niet alleen de scheidsrechter beoordeelt, maar ook een fairplayverslag opmaakt. Daarin staan verschillende rubrieken. Een eerste rubriek, gequoteerd op tien punten, zijn de kaarten. Per gele kaart gaat er één punt af, per rode drie punten. Wie in een wedstrijd twee keer geel pakt en één keer rood, heeft nog 5 op 10."

"Een volgende rubriek is het spel, dat ook op tien wordt gequoteerd. Hoe wordt er gespeeld? Agressief? Behoudend? Een derde rubriek staat op vijf punten: respect voor de tegenstrever. Hoe is dat tijdens de wedstrijd? Rubriek vier, ook op vijf punten: hoe is het respect voor de scheidsrechter? Omdat de waarnemer dat moeilijk van buitenaf kan beoordelen, legt hij dat zeker voor aan de scheidsrechter. Rubriek vijf, ook op vijf punten, is de houding van de officials. Hoe gedragen de trainer en de bank zich tijdens de wedstrijd? Rubriek zes, ten slotte, ook op vijf punten, is de houding van het publiek. Hoe correct zijn zij tegenover de scheidsrechter en de tegenstander?"

"In totaal kom je aan een quotering op 40 punten, die dan wordt herleid tot 10. Wij vragen in iedere rubriek bij een opmerkelijke score ook naar de motivering. Zowel een 1 op 5 als een 5 op 5 moet worden verduidelijkt."

Kortom: de rangschikking is grotendeels subjectief, alleen geel en rood zijn objectieve parameters, maar die wegen in de eindafrekening niet zo zwaar. Jeurissen: "Klopt, als mensen beoordelen, is dat subjectief."

Genk kreeg in de reguliere competitie 46 keer geel en 2 keer rood. Bij Club Brugge stond er na 30 speeldagen 77 keer geel op de teller en 5 keer rood. Club was daarmee koploper bij de gele kaarten. De koploper bij de uitsluitingen was Bergen, met 9 keer rood.Het zijn evenwel niet alleen de kaarten die de rangschikking bepalen, legt Robert Jeurissen, baas van de scheidsrechters, in Sport/Voetbalmagazine uit. Hij is de man die tijdens het seizoen de stand bijhoudt. Jeurissen: "Naar elke wedstrijd sturen wij een waarnemer, die niet alleen de scheidsrechter beoordeelt, maar ook een fairplayverslag opmaakt. Daarin staan verschillende rubrieken. Een eerste rubriek, gequoteerd op tien punten, zijn de kaarten. Per gele kaart gaat er één punt af, per rode drie punten. Wie in een wedstrijd twee keer geel pakt en één keer rood, heeft nog 5 op 10." "Een volgende rubriek is het spel, dat ook op tien wordt gequoteerd. Hoe wordt er gespeeld? Agressief? Behoudend? Een derde rubriek staat op vijf punten: respect voor de tegenstrever. Hoe is dat tijdens de wedstrijd? Rubriek vier, ook op vijf punten: hoe is het respect voor de scheidsrechter? Omdat de waarnemer dat moeilijk van buitenaf kan beoordelen, legt hij dat zeker voor aan de scheidsrechter. Rubriek vijf, ook op vijf punten, is de houding van de officials. Hoe gedragen de trainer en de bank zich tijdens de wedstrijd? Rubriek zes, ten slotte, ook op vijf punten, is de houding van het publiek. Hoe correct zijn zij tegenover de scheidsrechter en de tegenstander?""In totaal kom je aan een quotering op 40 punten, die dan wordt herleid tot 10. Wij vragen in iedere rubriek bij een opmerkelijke score ook naar de motivering. Zowel een 1 op 5 als een 5 op 5 moet worden verduidelijkt."Kortom: de rangschikking is grotendeels subjectief, alleen geel en rood zijn objectieve parameters, maar die wegen in de eindafrekening niet zo zwaar. Jeurissen: "Klopt, als mensen beoordelen, is dat subjectief."