Waarom verkocht KRC Genk de voorbije jaren meer spelers aan de grootste competities dan bijvoorbeeld Club Brugge en Anderlecht?

Geert Foutré: 'Genk heeft al een aantal jaar geleden beslist om voor jonge Belgische spelers te gaan. Bij de verkoop van Kevin De Bruyne en Thibaut Courtois zijn hun ogen opengegaan. Vooral De Bruyne was daar heel belangrijk in. Toen hij nog bij KAA Gent jeugdspeler was, kon hij overal naartoe. Gent investeerde namelijk nog niet veel in de jeugd en De Bruyne was er gewoonweg te goed. En hij koos toen voor Genk. Dat was de enige, maar dan ook echt de enige, club in België die werkte met gastgezinnen en een prachtige jeugdacademie had. Anderlecht had dat ook wel, maar dat was zeker nog niet zoals het er nu allemaal staat. Club had buiten de terreinen achter Olympia niet veel en Standard was ook wel een goeie opleiding, maar toch nog steeds minder.

'Dat De Bruyne toen koos voor Genk, was eigenlijk het begin van hun huidige succes. Genk had toen, begin jaren 2000, wel een grote voorsprong en het kon zelfs strijden tegen buitenlandse academies.

'Genk merkte even later ook op dat het zelfs buitenlanders kon verkopen aan de grote clubs. Denk bijvoorbeeld aan Kalidou Koulibaly die voor bijna tien miljoen aan Napoli verkocht werd. Dat was toen echt al veel geld en iedereen vond die transfer ook best vreemd, maar die deed het dan zo goed dat de mentaliteit van Genk ook wat veranderde. Waar vroeger nog de grote talenten naar Nederland gingen, kwamen ze nu bijvoorbeeld naar Genk en toen ook nog eens Sergej Milinkovic-Savic verkocht werd aan Lazio voor net geen tien miljoen en die het ook geweldig deed, was de interesse gewekt bij de buitenlandse competities. En die koppositie heeft Genk niet meer gelost.

'Door die goede voorbeelden van onder meer De Bruyne, Koulibaly en Milinkovic-Savic kunnen ze nu ook grote talenten halen in het buitenland. Kijk maar naar Sander Berge die een stap hoger ging, altijd kon spelen en vooruitzicht had op een mooie transfer. Het is allemaal mooi in de theorie, want als die transfers mislukken komen die scouts misschien niet meer terug naar Genk. Maar nu dus wel en dat schept een naam en een netwerk waar ze nu ieder jaar de vruchten van plukken.'

Is dat model niet nefast voor de sportieve successen van KRC Genk? Door hun beste spelers steeds te verkopen, kunnen ze niet ieder jaar meedoen voor de prijzen.

'Ja, dat klopt. Maar het is ook een businessmodel. Het liefst van al houden ze hun spelers zo lang mogelijk, zo'n drie jaar. Meestal blijven ze maar twee jaar in Genk. In het eerste jaar moeten ze zich aanpassen, of dat wordt toch verwacht, in het tweede jaar doen ze het dan goed en in het derde kan de club oogsten. Maar dat is een moeilijke oefening natuurlijk.

'Genk heeft wel een financiële buffer sinds de transfer van Milinkovic-Savic, die in twee keer werd verkocht. Een keer voor net geen tien miljoen aan Lazio en jaren later kregen ze dat bedrag nog eens toen de Romeinen de doorverkoopclausule van 50% afkochten. Genk heeft dan wel een jaarlijks tekort van zeven of acht miljoen euro, maar dat raakt wel opgevuld. Sinds die grote transfer hoeven ze niet altijd meer hun beste spelers te verkopen zoals vroeger.

Kalidou Koulibaly (l) en Sergej Milinkovic-Savic (r), de twee goudhaantjes van KRC Genk., GETTY
Kalidou Koulibaly (l) en Sergej Milinkovic-Savic (r), de twee goudhaantjes van KRC Genk. © GETTY

'Maar het is wel lastig voor Genk, want de spelers komen ook met de mentaliteit naar Limburg om er na enkele jaren gelanceerd te worden in een topcompetitie. Als ik spelers ga interviewen bij hun aankomst, dan hadden ze voor hun transfer zelfs nog nooit gehoord van Genk. Maar als ze zich dan verdiepten in het verhaal, kwam die interesse wel. En ze weten ook dat Genk overal gevolgd wordt en dat de club dus ook wel op een bepaald moment onder druk zal komen staan om te verkopen. Of de speler zet de club zelf onder druk, zoals bij Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski gebeurde.

'Met dan nu en dan een titel kunnen ze die spelers nog meer in de etalage zetten. Maar natuurlijk is je beste spelers verkopen na een paar jaar niet goed voor de sportieve successen van Genk. Dit jaar viel het nog mee, maar de komende jaren is dat voorlopig nog onduidelijk.

'Er is nog een ander nadeel aan het systeem. Doordat Genk die buitenlandse spelers blijft halen en die het ook meteen heel goed doen, verdringen ze wel wat hun eigen jeugd en werken ze hun eigen investeringen in de jeugdopleiding tegen. De spelers die er nu bijkomen, moeten al meteen van een hoog niveau zijn om een Berge of Ally Samatta uit de ploeg te spelen. En dat is eigenlijk wel de enige schaduwzijde van het systeem, want zo vallen heel wat eigen jeugdspelers af.

'Een goed voorbeeld is Dante Vanzeir, een degelijke aanvaller en zelfs jeugdinternational, maar hij had geen plaats door de Pozuelo's en Samatta's van de A-ploeg. Die staan al veel verder en zijn gewoon veel beter. Dat is dus wel wat lastig voor Genk.'

Is zo'n systeem dan wel houdbaar voor Genk?

'Het is houdbaar zolang de instroom van eigen talent intact blijft. Dan gaan spelers nog altijd graag naar Genk komen. Bovendien zijn de gezichten bij Genk al een hele tijd dezelfde. Net omdat het zo'n stabiele topper is, blijven die buitenlandse clubs er ook geïnteresseerd in. Ze weten met wie ze moeten werken en ze weten dat het steeds goed gaat. Ook daardoor blijven die clubs terug komen. Bij Anderlecht en Standard bijvoorbeeld ligt dat heel anders.

'Het grote voordeel is ook dat ze zowel buitenlanders als eigen jeugd hebben kunnen verkopen voor hoge sommen. En dat werkt al zeven jaar. Voorlopig moeten ze dus niet vrezen dat het plots ineen gaat storten. Maar als het nu drie of vier jaar niet meer lukt om die grote talenten uit het buitenland of de eigen academie te gaan halen en te verkopen, dan kan het wel moeilijk worden.'

Waarom verkocht KRC Genk de voorbije jaren meer spelers aan de grootste competities dan bijvoorbeeld Club Brugge en Anderlecht?Geert Foutré: 'Genk heeft al een aantal jaar geleden beslist om voor jonge Belgische spelers te gaan. Bij de verkoop van Kevin De Bruyne en Thibaut Courtois zijn hun ogen opengegaan. Vooral De Bruyne was daar heel belangrijk in. Toen hij nog bij KAA Gent jeugdspeler was, kon hij overal naartoe. Gent investeerde namelijk nog niet veel in de jeugd en De Bruyne was er gewoonweg te goed. En hij koos toen voor Genk. Dat was de enige, maar dan ook echt de enige, club in België die werkte met gastgezinnen en een prachtige jeugdacademie had. Anderlecht had dat ook wel, maar dat was zeker nog niet zoals het er nu allemaal staat. Club had buiten de terreinen achter Olympia niet veel en Standard was ook wel een goeie opleiding, maar toch nog steeds minder. 'Dat De Bruyne toen koos voor Genk, was eigenlijk het begin van hun huidige succes. Genk had toen, begin jaren 2000, wel een grote voorsprong en het kon zelfs strijden tegen buitenlandse academies. 'Genk merkte even later ook op dat het zelfs buitenlanders kon verkopen aan de grote clubs. Denk bijvoorbeeld aan Kalidou Koulibaly die voor bijna tien miljoen aan Napoli verkocht werd. Dat was toen echt al veel geld en iedereen vond die transfer ook best vreemd, maar die deed het dan zo goed dat de mentaliteit van Genk ook wat veranderde. Waar vroeger nog de grote talenten naar Nederland gingen, kwamen ze nu bijvoorbeeld naar Genk en toen ook nog eens Sergej Milinkovic-Savic verkocht werd aan Lazio voor net geen tien miljoen en die het ook geweldig deed, was de interesse gewekt bij de buitenlandse competities. En die koppositie heeft Genk niet meer gelost. 'Door die goede voorbeelden van onder meer De Bruyne, Koulibaly en Milinkovic-Savic kunnen ze nu ook grote talenten halen in het buitenland. Kijk maar naar Sander Berge die een stap hoger ging, altijd kon spelen en vooruitzicht had op een mooie transfer. Het is allemaal mooi in de theorie, want als die transfers mislukken komen die scouts misschien niet meer terug naar Genk. Maar nu dus wel en dat schept een naam en een netwerk waar ze nu ieder jaar de vruchten van plukken.'Is dat model niet nefast voor de sportieve successen van KRC Genk? Door hun beste spelers steeds te verkopen, kunnen ze niet ieder jaar meedoen voor de prijzen.'Ja, dat klopt. Maar het is ook een businessmodel. Het liefst van al houden ze hun spelers zo lang mogelijk, zo'n drie jaar. Meestal blijven ze maar twee jaar in Genk. In het eerste jaar moeten ze zich aanpassen, of dat wordt toch verwacht, in het tweede jaar doen ze het dan goed en in het derde kan de club oogsten. Maar dat is een moeilijke oefening natuurlijk. 'Genk heeft wel een financiële buffer sinds de transfer van Milinkovic-Savic, die in twee keer werd verkocht. Een keer voor net geen tien miljoen aan Lazio en jaren later kregen ze dat bedrag nog eens toen de Romeinen de doorverkoopclausule van 50% afkochten. Genk heeft dan wel een jaarlijks tekort van zeven of acht miljoen euro, maar dat raakt wel opgevuld. Sinds die grote transfer hoeven ze niet altijd meer hun beste spelers te verkopen zoals vroeger. 'Maar het is wel lastig voor Genk, want de spelers komen ook met de mentaliteit naar Limburg om er na enkele jaren gelanceerd te worden in een topcompetitie. Als ik spelers ga interviewen bij hun aankomst, dan hadden ze voor hun transfer zelfs nog nooit gehoord van Genk. Maar als ze zich dan verdiepten in het verhaal, kwam die interesse wel. En ze weten ook dat Genk overal gevolgd wordt en dat de club dus ook wel op een bepaald moment onder druk zal komen staan om te verkopen. Of de speler zet de club zelf onder druk, zoals bij Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski gebeurde. 'Met dan nu en dan een titel kunnen ze die spelers nog meer in de etalage zetten. Maar natuurlijk is je beste spelers verkopen na een paar jaar niet goed voor de sportieve successen van Genk. Dit jaar viel het nog mee, maar de komende jaren is dat voorlopig nog onduidelijk. 'Er is nog een ander nadeel aan het systeem. Doordat Genk die buitenlandse spelers blijft halen en die het ook meteen heel goed doen, verdringen ze wel wat hun eigen jeugd en werken ze hun eigen investeringen in de jeugdopleiding tegen. De spelers die er nu bijkomen, moeten al meteen van een hoog niveau zijn om een Berge of Ally Samatta uit de ploeg te spelen. En dat is eigenlijk wel de enige schaduwzijde van het systeem, want zo vallen heel wat eigen jeugdspelers af. 'Een goed voorbeeld is Dante Vanzeir, een degelijke aanvaller en zelfs jeugdinternational, maar hij had geen plaats door de Pozuelo's en Samatta's van de A-ploeg. Die staan al veel verder en zijn gewoon veel beter. Dat is dus wel wat lastig voor Genk.'Is zo'n systeem dan wel houdbaar voor Genk?'Het is houdbaar zolang de instroom van eigen talent intact blijft. Dan gaan spelers nog altijd graag naar Genk komen. Bovendien zijn de gezichten bij Genk al een hele tijd dezelfde. Net omdat het zo'n stabiele topper is, blijven die buitenlandse clubs er ook geïnteresseerd in. Ze weten met wie ze moeten werken en ze weten dat het steeds goed gaat. Ook daardoor blijven die clubs terug komen. Bij Anderlecht en Standard bijvoorbeeld ligt dat heel anders.'Het grote voordeel is ook dat ze zowel buitenlanders als eigen jeugd hebben kunnen verkopen voor hoge sommen. En dat werkt al zeven jaar. Voorlopig moeten ze dus niet vrezen dat het plots ineen gaat storten. Maar als het nu drie of vier jaar niet meer lukt om die grote talenten uit het buitenland of de eigen academie te gaan halen en te verkopen, dan kan het wel moeilijk worden.'