Vorig seizoen stond Jean Butez (23) bij Royal Excel Mouscron elf wedstrijden in doel, 976 minuten, maar blijkbaar kon hij onvoldoende overtuigen, want het was Olivier Werner (33) die als eerste doelman aan dit seizoen begon. Er was een trainerswissel nodig, na 0 op 18 nota bene, om de jonge Fransman nog eens onder de lat te krijgen.
...

Vorig seizoen stond Jean Butez (23) bij Royal Excel Mouscron elf wedstrijden in doel, 976 minuten, maar blijkbaar kon hij onvoldoende overtuigen, want het was Olivier Werner (33) die als eerste doelman aan dit seizoen begon. Er was een trainerswissel nodig, na 0 op 18 nota bene, om de jonge Fransman nog eens onder de lat te krijgen. Wat hij daar sindsdien liet zien, roept de vraag op: waarom kreeg hij niet vroeger voluit zijn kans? Keeperstrainer Eric Deleu beantwoordt ze. 'Vanaf het begin was duidelijk dat Jean een keeper is met een enorm potentieel. Ik testte hem een uur en zei daarna tegen de directie: "Laat die jongen direct tekenen." Omdat hij fysiek en technisch top is. 'Of hij het zal maken, weet je dan nog niet, omdat het mentale aspect altijd doorslaggevend is. Intussen weten we dat hij ook mentaal sterk is. Dat hij in alle omstandigheden de voetjes op de grond houdt, kan relativeren, openstaat voor kritiek en snel iets oppikt. 'Maar jonge keepers moeten kunnen spelen en je moet ze af en toe een foutje kunnen laten begaan. Voor heel wat trainers ligt dat moeilijk. Maar niet voor Bernd Storck. Jean kreeg van hem het volste vertrouwen, hij wist: ik ben de nieuwe nummer 1 en als ik enkele foutjes maak, vlieg ik er niet meteen uit. Zo is hij kunnen groeien.' Het is de keuze voor een moderne doelman, aldus Deleu. 'Dat betekent: goed voetenspel en groot anticipatievermogen. Zie op topniveau het profiel van Manuel Neuer en Marc-André ter Stegen. 'Toen ik nog keeper was, kregen we altijd de raad: ga je nooit verplaatsen zolang de bal niet vertrokken is. Als je dat tegenwoordig doet, kom je te laat. Dat is compleet voorbijgestreefd, maar helaas zijn er nog altijd veel keeperstrainers die zo te werk gaan. 'Nu gaat het om: hoe kun je op elk moment anticiperen? Storck hecht daar veel belang aan en staat toe dat er tijdens de keeperstraining spelers ingeschakeld worden om daarop te trainen. 'Een van de mindere punten van Jean was diepteballen. In één-tegen-éénsituaties ging hij vrij impulsief te werk. Nu is het een van zijn sterke punten. 'Je moet echte wedstrijden kunnen spelen om oefenstof in realiteit te kunnen omzetten. Beloftewedstrijden zijn dat niet. Dat zijn eigenlijk oefenvormen. Jean maakte fouten, maar daar keek Storck doorheen. Doe je dat als trainer niet, dan kun je iemand kraken.' Deleu denkt dat het tijdperk waarin hoofdcoaches altijd op zoek zijn naar keepers met ervaring aan het aflopen is. 'Omdat de nieuwe keeper niks meer te maken heeft met de keeper van zelfs nog maar vijf, zes jaar geleden. Zo is Storck iemand die van achteren uit probeert te voetballen en dan moet een keeper de elfde veldspeler zijn. Jean kan zowel met zijn rechter als zijn linker meevoetballen. 'Omdat Club Brugge helemaal ingesteld was om ons vast te zetten wanneer hij aan de bal was, kozen we ervoor om hem het eerste kwartier een strakke lange bal over zeventig meter te laten trappen in de zone waar we voor de tweede bal speelden. Dat lukte uitstekend. Zo raakte Club in de knoei. Om maar te zeggen: met Jean kun je alle kanten uit.'