Laat ons eerst eens in detail bekijken hoe de heling van een wond fundamenteel werkt.

Elk letsel, zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant van het lichaam, moet zo snel mogelijk afgedekt worden door myofibroblasten. Dat zijn bindweefselcellen met het vermogen om zich samen te trekken en om fibronectine te produceren. Zij zorgen ervoor dat er een netwerk ontstaat dat de wond afdekt en een soort korst vormt.

De chemische stof om deze myofibroblasten in de wonde aan te trekken, komt evenwel alleen vrij als er in het bindweefsel een splitsing plaatsvindt tussen twee specifieke aminozuren: leucine en glutamine. Wanneer bindweefsel beschadigd wordt, vindt deze schade gerandomiseerd plaats en dus niet precies op de overgang Glut-Leuc. Daarom wordt bij elke schade aan bindweefsel de stof collagenase A geactiveerd. Die stelt dan een boodschapper vrij die in staat is om leucine te splitsen van glutamine. Dat gebeurt op plaatsen die aanvankelijk niet beschadigd waren. Daardoor treedt er bijkomende schade op en wordt de wond groter. Maar dat proces is dus noodzakelijk om myofibroblasten aan te trekken.

De observatie van deze bijkomende schade wordt door de mens vertaald als iets negatiefs. Maar: hoe kan een universeel gegeven, iets dat bij alle organismen plaatsvindt, fout zijn?

Hoe kan een universeel gegeven, iets dat bij alle organismen plaatsvindt, fout zijn?

Er werden medicijnen ontwikkeld zoals NSAID, Ibuprofen en Voltaren en er wordt ijs ingezet om zogezegd de schade te beperken. Maar deze stoffen remmen de werking van collagenase A. Terwijl collagenese A een boodschapper moet vrijstellen om leucine van glutamine te kunnen splitsen. Dat is noodzakelijk om myofibroblasten aan te trekken om fibronectine te kunnen creëren voor een normale wondheling. Zou het niet kunnen dat deze interventies de wondheling veeleer vertragen en de afronding van het helingsproces onmogelijk maken?

In de 16de eeuw wist men het al: pus bonum et laudabile . Hoe meer ontsteking, hoe gunstiger de genezing. Intussen worden in de sport ontstekingsremmers ingenomen als snoep ter onderdrukking van het symptoom, maar dat kan dus geen onderdeel zijn van wondheling of resoleomics.

In de klinische psycho-neuro-immunologie is het beperken van de zwelling een contra-indicatie.

De gedachte dat ontsteking fout is, ligt aan de basis van onze 'ontstekingsremmende geneeskunde'. In de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI) gaan we niet uit van het paradigma dat ontsteking per definitie fout is. Integendeel, we zoeken naar interventies om de natuurlijke wondheling te begeleiden.

Interessant is binnen deze context het volgende.

Wanneer er schade optreedt aan een bloedvat door bijvoorbeeld een enkelverzwikking, komen er onmiddellijk vetzuren vrij - EPA/DHA/arachidonzuur. Die vetzuren kunnen worden omgezet in stopsignalen - lipoxines, resolvines - die de ontsteking zullen beëindigen. Hoe meer schade en zwelling, hoe meer stopmoleculen er vrij zullen komen. In de kPNI is het beperken van de zwelling dan ook een contra-indicatie.

Het is onthutsend hoe weinig voetballers op regelmatige basis vis eten.

De bloedvaten moeten vooraf, voor het trauma, wel geladen zijn met de juiste vetzuren om dat natuurlijke proces van beëindiging van de ontsteking in gang te kunnen zetten. Vis bijvoorbeeld is een rijke bron van DHA en EPA. Wat dat betreft, is het onthutsend hoe weinig voetballers op regelmatige basis vis eten. Want als onze weefsels geladen zijn met bijvoorbeeld varkensvlees en zonnebloemolie in plaats van met gezonde vetzuren, dan komen bij schade andere moleculen vrij en die ronden het wondhelingsproces niet af. Dat leidt tot chronische ontsteking.