Wat de fans van Anderlecht op Standard aanrichtten, hoort (helaas) thuis in een veel breder plaatje. Overal hebben voetbalclubs problemen om hun 'supporters' in het gareel te houden. Het is een moeilijke spreidstand voor clubs: enerzijds willen ze vuur en steun, anderzijds valt zoiets op slechte momenten moeilijk te kanaliseren. Maar: de voetbalwereld heeft wél de wapens om er wat aan te doen.

Zijn we verrast, dat de clásico tussen Standard en Anderlecht vrijdagavond iets over negen moest worden stilgelegd? Neen. Dat had in het verleden al een paar keer moeten gebeuren, onder meer die keer toen Silvio Proto hevig werd bekogeld bijvoorbeeld. Eén clásico had wat ons betreft zelfs nooit mogen beginnen: toen 'fans' van Standard die wansmakelijke tifo van Defour ontrolden voor de aftrap. Niet starten die dag zou pas een statement zijn geweest.

Maar statements maken in het voetbal was lang not done. Niet te veel bruuskeren, uit vrees voor nog meer rellen was lange tijd de boodschap. Dus werd een en ander geduld. Racistische gezangen, het gooien van vuurpijlen, het afsteken van Bengaals vuur. Dat laatste hoorde er de laatste jaren in sommige stadions gewoon bij. Geen match op Sclessin zonder bengalen, geen wedstrijd op de Bosuil zonder vuur bij aanvang van de match. Let er maar op, op Paasmaandag is het weer van dat. Binnensmokkelen is easy, ondanks aftasten aan de ingang, hoorden we onlangs nog van iemand die graag op den twee zit van Antwerp.

De voetbalwereld reageert dubbel. Het draagt bij tot de sfeer. De hel van Deurne, l'enfer de Sclessin, 's lands meest sfeervolle stadion voor velen, met die twee tribunes die interactie voeren. Niet overal zijn ze, zoals in Genk, zo beleefd om het allemaal te structureren vanop het veld, zoals we onlangs zagen bij Genk-Gent. En ongetwijfeld weer morgen tegen Club Brugge. In Limburg ontwikkelden ze een beschaafde vorm van de boel 'in brand' steken bij het betreden van het veld, waarna dat hopelijk wordt opgepikt door de tribunes. Op Jan Breydel hebben ze daar trouwens niet eens vuurwerk voor nodig.

Al te lang vond de voetbalwereld dat leuk, dat helse. De derby in Belgrado tussen Rode Ster en Partizan staat juist om die redenen hoog op het verlanglijstje van de groundhopper. Toen die onlangs (begin maart) nog eens werd gespeeld, en er massaal vuurwerk werd aangestoken, ontplofte Twitter en alle sociale media, de nieuwe hype, podcasts, incluis. Thanks for the shout out, reageerden de aanstokers. Volgende keer nog méér, nog héter. In plaats van dit alles te veroordelen, werd het verheerlijkt. Shame on us, media en voetbalwereld. Af en toe een symbolische boete uitdelen is niet voldoende.

Lang verdedigde de voetbalwereld zich met: we kunnen ze niet identificeren, we kunnen er niks aan doen. Dat laatste argument is al een tijdje weg. Overal hangen camera's. Niet alleen in het straatbeeld, ook in de stadions. Twee weken terug, op de Bosuil, werd ons zicht op doel tijdens Antwerp-RC Genk nog deels belemmerd door twee cameramensen die zich weinig aantrokken van wat op het veld gebeurde, maar alleen het leven op de tribunes filmden. Met een half oor volgden ze het voetbal en als het daar warm werd, steeg hun concentratie tijdens het filmen. Geloof ons, hetzelfde gebeurde vrijdag op Sclessin. Spotters, camerabeelden, wie wat gooide, kan/zal worden geïdentificeerd. Fans weten dat ook, allicht maakte het hen niet uit. Waarbij de vraag dus is: waren het wel fans, of waren het amokmakers, in het spoor van een protestbeweging. Tegen Coucke, tegen Anderlecht, tegen het voetbal, tegen het establishment. Zoals bij andere betogingen in de maatschappij. In ruil voor (drugs, tijdelijke roem?) door hun leiders met een agenda in de loopgraven gestuurd. Niet alleen die daders moeten dus worden aangepakt, ook hun leiders, want als fan van Anderlecht raak je niet zomaar in het uitvak van Standard.

Niet alleen met het gebruik van vuurpijlen is een probleem in de relatie tussen voetbal en fan. Ook racisme, alle campagnes ten spijt. De voorbije dagen/weken regende het weer incidenten. Arsenal moest vrijdag aankondigen dat het een fan zocht die Napoli-verdediger Kalidou Koulibaly racistische verwijten toeslingerde. Drie fans van Chelsea werden donderdag in Praag de toegang tot het stadion ontzegd na islamofobe uitspraken aan het adres van Mo Salah. Het zette de topper van morgen/zondag tussen Liverpool en Chelsea meteen op scherp. Voor de aftrap wordt het Hillsbrough-drama herdacht met een minuut stilte, maandag is het immers 30 jaar geleden dat in Sheffield 96 mensen het leven lieten. In 2012 verstoorden fans van Chelsea al eens dat moment, voor een bekerduel tegen Tottenham, de club is er nu ook al weer voor beducht en zei al hard te zullen optreden. En ook al gisteren: fans van Dijon die de aanvoerder van Amiens Prince Gouno racistisch aanvielen, waarna de wedstrijd even werd onderbroken.

Het zijn maar een paar incidenten van deze week alleen. En ongetwijfeld kan je zo'n bloemlezing elke maandag maken, ook van het lokale amateurvoetbal. Ook hier is het tijd voor een fors statement vanuit voetballand: de wedstrijd niet enkel onderbreken, maar gewoon affluiten. Het veld verlaten en de schuldigen straffen.

Toen geweld in de stadions hoogtij vierde, reageerde de voetbalwereld met de stelling dat zij 'slachtoffer' was van een maatschappelijk fenomeen. Dat zou je nu ook kunnen stellen, zie de uit de hand lopende betogingen van de gele hesjes. Of de rellen in Brussel na de WK-kwalificatie van Marokko in november 2017, ook al een excuus tot excessief vandalisme.

Maar alles afwentelen op de maatschappij en normvervaging bij een (kleine) minderheid kan de voetbalwereld niet. AA Gent pakte onlangs uit met een gerichte drugscontrole, dat is al een begin. Ook elders hoor je dat drugs (eventueel in combinatie met alcohol) een probleem zijn. Stadionverboden, boetes afwentelen op amokmakers, zijn stokken achter de deur. Montpellier werd vorig najaar gestraft met een verbod om fans mee te nemen naar uitwedstrijden na rellen bij Nîmes. Ook dat is een wapen, in Argentinië was het een half decennium verboden nadat er een dode viel. Puntenaftrek, het kan allemaal.

Alleen begrip is niet op zijn plaats. Zelfs niet in crisismomenten, als het sportief met 's lands meest gelauwerde club niet wil lukken. Op dat vlak heeft Olivier Deschacht ongelijk. Hier past alleen totale afkeuring, geen begrip. Wat meer vuur op de tribunes mag in Brussel, maar niet op deze manier. Geweld is nooit een excuus om teleurstelling te uiten. Blijf thuis, kom later binnen (zoals de fans van Gent, uit onvrede met de ticketverdeling voor de bekerfinale), of sta met je rug naar het veld. Maar bedreig nooit fysiek de integriteit van mensen, zelfs al maken ze fouten.

Werk voor Kris Wagner van het bondsparket. U zal zijn naam de komende weken nog vaak horen, vermoeden we. Benieuwd naar zijn requisitoir in deze.