Het was een vreemd zicht op zondagnamiddag 16 augustus. Lege tribunes, spelers die bij het spelen van de Jupiler Pro League-hymne niet goed wisten waarheen te kijken. Enkel buiten de stadionmuren klonk supportersgezang, waarna op een aanpalende parking enkele paarse vuurpijlen werden afgeschoten. Dat was het dan, de herintrede van het fiere en roemruchte Beerschot op het hoogste niveau, na zeven jaar afwezigheid.
...

Het was een vreemd zicht op zondagnamiddag 16 augustus. Lege tribunes, spelers die bij het spelen van de Jupiler Pro League-hymne niet goed wisten waarheen te kijken. Enkel buiten de stadionmuren klonk supportersgezang, waarna op een aanpalende parking enkele paarse vuurpijlen werden afgeschoten. Dat was het dan, de herintrede van het fiere en roemruchte Beerschot op het hoogste niveau, na zeven jaar afwezigheid. Een kleine maand later, tegen KRC Genk, mochten voor het eerst dit seizoen 3200 fans het Olympisch Stadion in. Ze schreeuwden hun elftal al van voor de aftrap naar een vierde overwinning in vijf wedstrijden toe: 'Kampioenen! Kampioenen! Kampioenen!'. Ein-de-lijk mochten ze proeven van het succesrecept dat hun geliefde Beerschot nu al maanden brouwt. Want als er één frustratie leeft in deze hoogdagen voor de club is het wel dat die titel in 1B niet gevierd kon worden zoals het hoort. Geen samenkomst op een Antwerps plein om met het purper getooide supporterslegioen dronken de nacht in te dansen. Geen dolle taferelen bij terugkomst op het Kiel. De vurige Beerschotfans, al jaren hongerig naar een nieuw avontuur op het hoogste niveau, volgden de prestaties allemaal netjes in (en met?) bubbels voor de buis. Ook voor de spelers zelf een serieuze domper op de feestvreugde trouwens, voor sommigen onder hen zou deze titel immers een once in a lifetime-ervaring kunnen blijken in hun carrière. Amper vijf dagen na de spektakelmatch tegen Genk (5-2-winst) moest Beerschot alweer aan de bak in een heuse topper tegen Charleroi. Nummer twee tegen nummer één in het klassement. Ondanks de 3-1-nederlaag toonde Beerschot ook daar, vooral in het laatste halfuur, de troeven die van deze competitiestart een wonderverhaal maken: fysieke présence, organisatorische discipline, solidariteit en individueel talent. Wat dat laatste betreft, staan de schijnwerpers al weken op Raphael Holzhauser gericht, voor velen nu al dé ontdekking van dit seizoen. Vorig seizoen was hij met 7 doelpunten en 8 assists ook de meest bepalende speler voor Beerschot in 1B, maar dat bleef door de beperkte media-aandacht onder de radar.Het procedé waarmee Hernán Losada (38) Beerschot zo bekoorlijk laat voetballen en presteren is eigenlijk best eenvoudig: een hecht blok in een 5-3-2 (of 3-5-2, afhankelijk van de offensieve intenties van de backs en de keuze voor hoge of lage pressing) en eens in balbezit proberen Holzhauser vrij te krijgen die dan spitsen Noubissi en Tissoudali lanceert met een lange bal of doorsteekpass. Dat zijn dan ook de namen die er die eerste competitieweken het meest uitsprongen. Maar, zoals Holzhauser onlangs in een interview met dit blad aangaf, de verdienste ligt bij héél de ploeg. Dat hij kan uitblinken, is in grote mate te danken aan het afbraak- en loopwerk dat Ryan Sanusi en Tom Pietermaat in zijn rug opknappen. Pietermaat en Sanusi zijn evenzeer publiekslievelingen, want echte Kielse Ratten. Pietermaat voetbalt al zeven jaar bij Beerschot en wist zich ondanks blessureleed in het basiselftal te knokken. Sanusi, een jeugdproduct, deed hetzelfde via omwegen in de Nederlandse en Franse tweede klasse. Of wat gezegd van Joren Dom en Frédéric Frans? Allebei eerder carrière gemaakt bij respectievelijk Antwerp FC en Lierse SK, erfvijanden van Beerschot, maar nu geadopteerd als onvoorwaardelijke clubspelers op het Kiel. Elk weekend smijten ze lijf en leden voor elke bal. Het is Losada's verdienste dat hij sinds zijn aanstelling als opvolger van Stijn Vreven in oktober vorig jaar vuur in de ploeg kreeg en, vooral, een kameraadschap wist te creëren. 'Elke training is op leven en dood, elk spelletje is om te winnen. Samen met assistent Will Still leeft Hernán 24 u op 24 u voor het voetbal, je kunt niet anders dan daarin meegaan', vertelde Frédéric Frans ons enkele weken geleden over die aanstekelijke passie van de Argentijnse T1. Bovendien, zo vulde de verdediger aan, zijn het beide tactische cracks, die met heldere en modern gepresenteerde analyses de wedstrijden voorbereiden. Boetes worden er niet uitgedeeld, in plaats daarvan hanteert Losada een 'rad van fortuin': een rond vlak onderverdeeld in verschillende opdrachten - met 'de auto van de trainer wassen' als meest gehate tegenprestatie. Een ideetje dat hij pikte bij RB Leipzig. Het wordt voor Losada de komende maanden de voornaamste uitdaging om die collectieve spirit niet te laten verstoren door de nieuwe transfers. Niet voor niets kaartte hij onlangs aan dat zijn kern momenteel te groot is. Met Blessing Eleke, Musashi Suzuki (Japans international), Abdoulie Sanyang (vorig seizoen met Lommel uitblinker in 1B) en Ismaila Coulibaly (een groot talent dat door Sheffield United wordt uitgeleend en van wie héél veel verwacht wordt) werden de voorbije weken ambitieuze investeringen gerealiseerd. Spelers die sportief maar ook financieel iets moeten opbrengen. Eerder deze zomer werden met Jan Van den Bergh en Dario Van den Buijs ook al twee gegeerde Belgische verdedigers ingelijfd. Zolang de ploeg presteert, blijft Losada echter trouw aan de spelers die hem de promotie bezorgden. Bij de transferpolitiek van de club wordt rekening gehouden met een aantal parameters. De voorbije twee seizoenen in 1B lag de nadruk op leidersprofielen: Mike Vanhamel, Pierre Bourdin, Frans, Sanusi, Pietermaat, Holzhauser, Van den Buijs... allemaal zijn ze bij hun vorige clubs aanvoerder geweest. Sinds de overstap naar 1A wordt meer gefocust op het groeipotentieel van de mogelijke nieuwkomers. Niet alleen sportief is Koninklijke Beerschot Voetbalclub Antwerpen bezig aan een inhaalbeweging, ook extrasportief zette de club belangrijke stappen sinds de herstart als KFCO Beerschot Wilrijk in 2013 en zeker sinds het hernemen van stamnummer 13 op 1 juni 2019. Een straffe en complementaire bestuursploeg, met echte Beerschotters als kloppend hart: mede-eigenaar (met zijn bedrijf DCA) en voorzitter Francis Vrancken, CEO Gunther Dieltjens en de bekende strafpleiter Walter Damen als ondervoorzitter. Daar kwamen eind 2017 de financiële impuls van de Saudische prins Abdullah Bin Mossaad bij en vorige maand Philippe Verellen met zijn bedrijf Wolf Oil. Prins Abdullah is al eigenaar van Sheffield United, waarmee hij de voorbije jaren de klim van League One naar de Premier League realiseerde, en sinds kort ook van Al-Hilal United, een club uit de Verenigde Arabische Emiraten. Die drie clubs zijn commercieel en zakelijk ondergebracht onder de koepel United World. Sinds de promotie naar 1A wordt die samenwerking opgevoerd, valt te horen binnen Beerschot. Sportief plukt de Antwerpse club alvast vruchten van die schaalvergroting. Noubissi werd voor 25.000 euro uit de Finse tweede klasse opgevist, Yan Vorogovskyi was gratis, idem voor Réda Halaïmia en Holzhauser. Zij werden gevonden dankzij het uitgebreide scoutingsapparaat van de Saudische connectie. De Saudische prins werd aangebracht door Jan Van Winckel, die in het seizoen 2011/12 al eens bij (Germinal) Beerschot actief was als assistent van Jacky Mathijssen en die de voorbije tien jaar naam en faam verwierf als technisch directeur van de Saudische voetbalfederatie en als assistent-trainer van Marcelo Bielsa bij Olympique Marseille. Van Winckel haalde knowhow naar het Kiel, zo werden Sander Van Praet en Pieter Jacobs toegevoegd aan de sportieve omkadering. De eerste verdiende zijn strepen als jeugdcoördinator bij KV Mechelen en de Saudische nationale ploeg, de tweede deed als performance coach ervaring op aan de zijde van Bielsa bij Marseille en verzorgde ook de fysieke begeleiding van kleppers als Lassana Diarra bij PSG en Rode Duivel Michy Batshuayi. Dat Beerschot conditioneel zo sterk voor de dag komt en amper blessures kende tot nog toe, heeft veel te maken met de toegenomen verantwoordelijkheid van Jacobs binnen de club. Ook de toevoeging van clubartsen Kris Peeters en Nick Jansen blijkt een meerwaarde. Jan Van Winckel, die constant tussen België, Engeland en Dubai navigeert, legt uit: 'In 2017 waren we met prins Abdullah aan het brainstormen om de portfolio aan clubs uit te breiden en toen heb ik contact genomen met het bestuur van het toenmalige Beerschot Wilrijk. We kwamen vrij snel tot een overeenkomst met DCA, waarbij wij ongeveer tien miljoen euro zouden investeren om de club weer naar het hoogste niveau te leiden. Zij zorgen voor de lokale verankering, terwijl prins Abdullah een uitstekende strategische partner is. Drie keer per jaar vergaderen wij - in Antwerpen, Londen of Parijs - en dan neemt hij strategische beslissingen, op operationeel vlak komt hij verder niet tussen. Ik ben bestuurslid bij de drie clubs, maar het enige wat wij doen vanuit onze overkoepelende organisatie is de juiste mensen aan boord brengen. Bij Beerschot hebben we met Sander, Davy De Smedt, Hernán en Marc Noé een fantastische technische commissie. We zullen ongetwijfeld nog moeilijke periodes kennen, maar die solide structuur moet ons in staat stellen om ook de crisismomenten te boven te komen.' Continuïteit en nuchterheid, dat zijn de ordewoorden bij dit Beerschot 2.0. Een stijlbreuk met het verleden. 'Dat klopt, we beseffen dat we nog stappen te zetten hebben en niet de grootste club ter wereld zijn. Tegelijkertijd proberen we ons rauwe en scherpe kantje te behouden. Een Beerschotfan voelt zich graag speciaal', nuanceert woordvoerder Sven Van den Abbeele. 'Beerschot doet dromen, dat mag ook, want daar leeft het voetbal van', gaat Van Winckel verder. 'Deze club wervelt, het bruist, er is de hang naar dat artistieke. Dat moeten we koesteren, maar je moet tegelijkertijd realistisch zijn en naast innovatie ook oog hebben voor de weg van de geleidelijkheid. In het verleden zijn er te veel luchtkastelen gebouwd. We hadden onszelf drie jaar gegeven om naar 1A te stijgen, dus we liggen een jaar voor op schema. Dat is mooi meegenomen. Maar prins Abdullah denkt steeds op langere termijn. Uiteraard zit er ook een businessmodel achter - daarom halen we nu ook spelers met groeipotentieel - maar het is zeker niet zo dat hij, noch de andere eigenaars Vrancken en Philippe Verellen, deze investeringen doen om winst te maken en zichzelf elk jaar zware dividenden uit te betalen. De prins wil alleen een zelfbedruipende club, geen mecenaat.' Wat overtuigde hem dan om in Beerschot te investeren? Van Winckel: 'Toen ik hem vertelde dat spelers als Alderweireld, Vertonghen, Dembélé, Vermaelen en Nainggolan hier hun opleiding kregen, raakte hij geïntrigeerd. Het was die jeugdwerking en het potentieel ervan, in combinatie met de internationale uitstraling van een stad als Antwerpen, die de doorslag gaven.' Een van de cruciale en noodzakelijke stappen in het groeiproces zijn een nieuw stadion ( zie kader) en een moderner oefencomplex op het Universiteitplein in Wilrijk. Daar werden al twee nieuwe natuurgrasvelden met een modern sproeisysteem aangelegd, het is de bedoeling dat er straks ook een nieuw jeugdcomplex komt. Die werken beginnen binnenkort. Jeugd moet weer een van de troeven van Beerschot worden. 'Dat de investeerders op termijn tussen de 30 en 35 procent zelf opgeleide spelers in de A-kern willen, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing', verklapte Sander Van Praet bij zijn aanstelling in de zomer van 2019. 'We merken nu al dat Beerschot weer leeft bij de voetballende Antwerpse jeugd, ' vult communicatiedirecteur Van den Abbeele aan, 'maar je mag niet vergeten dat wij al onze eliteploegen verloren toen we in 2013 heropgestart zijn in eerste provinciale. Resultaten van onze hernieuwde jeugdwerking mag je ten vroegste binnen enkele jaren verwachten.' Om de band met de Antwerpse voetballiefhebber aan te halen wordt nu volop ingezet op marketing en communicatie. 'Van het sportieve moeten we nu genieten, we zitten in een consolidatiefase, maar op marketingvlak moeten we keihard werken nu en dit momentum aangrijpen', aldus Van Winckel. Dankzij United World werd bijvoorbeeld het merk Thirteen gelanceerd, een kledinglijn in eigen beheer. Daardoor kunnen die truitjes goedkoper aangeboden worden. Het zorgde voor een ongeziene verkoop: er werden 3500 shirts verkocht, nu al meer dan een vervijfvoudiging tegenover de voorbije jaren.Ook met de communicatie wordt out of the box gedacht. Zo heeft Beerschot naast een Nederlandstalig Twitterkanaal, ook eentje in het Arabisch (met evenveel volgers, een 11.000-tal) en sinds kort in het Turks. Dat is vooral commercieel slim, want zo vergroot je de visibiliteit van sponsors naar interessante afzetmarkten in het Midden-Oosten, Azië en de Magrebijnse gemeenschappen. Die aanwezigheid via Arabische en Turkse sociale media zorgt er ook voor dat Beerschot makkelijker zijn weg vindt naar de allochtone bevolking in en rond Antwerpen. Op termijn kan dat een groeiende supportersaanhang genereren. Net als het inzetten van geëngageerde Kielenaars in de volkse wijk rond het Olympisch Stadion. Acteur, muzikant en theatermaker Saïd Boumaghouze - bekend van onder andere de film Patser - is één van hen. Het is daarnaast de bedoeling dat Beerschot een meer maatschappelijke rol op zich gaat nemen op het Kiel. Met de organisatie van voetbaldagen of -toernooien. En het faciliteren van een buurtwerking. 'Beerschot moet verder gaan dan enkel voetbal', zegt Van den Abbeele. 'Als wij de wijk helpen, zal die wijk zich ook makkelijker identificeren met de club.' Dit Beerschot zweeft ergens tussen nostalgie en internationale, innoverende aspiraties. Vandaar dat de rivaliteit met R Antwerp FC momenteel minder uitgesproken is dan in vorige decennia. Er bestaat zelfs een goede verstandhouding tussen beide clubbesturen. Dat het Antwerpbestuur met Paul Gheysens, Sven Jacques en Luciano D'Onofrio geen Antwerpse roots heeft, helpt daarbij. Sentiment en emotionele binding spelen minder een rol. Lange tijd was Antwerpen een blinde vlek op de Belgische voetbalkaart, nu zijn er plots twee Antwerpse clubs die onze Jupiler Pro League kleur geven. De rood-witte buren uit Deurne gaan er prat op dat zij door als eerste weer te promoveren in 2017 inzake populariteit een belangrijke voorsprong namen op de concurrentie van het Kiel, maar daar liggen ze in het paars-witte kamp niet wakker van. 'De stad Antwerpen is als een van de weinige gebieden in België groot genoeg om twéé topclubs te hebben', verwijst Sven Van den Abbeele onder meer naar een studie van sporteconoom Trudo Dejonghe. Om er dan fijntjes aan toe te voegen: 'Wij hebben oprecht respect voor Antwerp maar kijken niet naar hen. Wij varen elk onze eigen koers. En ja, wij zijn er trots op dat wij de enige zijn die echt in de stad spelen. Op dat vlak is Beerschot de ploeg van 't Stad...' Oef, de rivaliteit lijkt dan toch nog niet helemaal begraven.