De ontlading na de wedstrijd tegen KRC Genk, die KAS Eupen in extremis wint, is groot. De trainers stormen het veld op: er wordt een feestje gebouwd met de spelers en fans. Trainer Stefan Krämer krijgt van de thuissupporters achter het doel de megafoon toegestopt en zet de toon. De spelers en de fans klappen in de handen en zingen mee.
...

De ontlading na de wedstrijd tegen KRC Genk, die KAS Eupen in extremis wint, is groot. De trainers stormen het veld op: er wordt een feestje gebouwd met de spelers en fans. Trainer Stefan Krämer krijgt van de thuissupporters achter het doel de megafoon toegestopt en zet de toon. De spelers en de fans klappen in de handen en zingen mee. Een kwartier later geeft de trainer op de persconferentie in het Duits (dat weliswaar perfect vertaald wordt) toe dat het - op de wedstrijd tegen Beerschot na - allemaal close games waren, die nipt in het voordeel van KAS Eupen uitvielen. Daarna stapt hij, tegenover de perszaal, Café Penalty binnen, het volkse clubhouse waar hij met de fans een pint gaat drinken, zoals een trainer in provinciale na de douche de kantine induikt. Algemeen directeur Christoph Henkel kijkt tevreden naar het feestje op het veld en in de tribune. Er valt hem maar één zaak tegen. Voor de absolute topper tegen KRC Genk, met de eerste plaats als inzet, is er weliswaar een record aantal toeschouwers voor dit seizoen genoteerd, alleen zijn dat er slechts 2065, waarvan dan nog 436 uit Genk. Het vorige record dateert van de wedstrijd tegen Antwerp FC, met 2015 kijkers aan de Kehrweg, waarvan 451 uit Antwerpen waren meegereisd. Henkel zag een dag eerder op Sportschau op de ARD, één van de meest bekeken tv-programma's in de Oostkantons, beelden van de laatste thuismatch van zijn oude club FC Köln. Voor zijn komst naar Eupen was hij er jeugddirecteur en daar zaten twee dagen eerder tegen hekkensluiter SpVgg Greuther Fürth liefst 40.000 mensen op de tribune. Meer werden er niet toegelaten, anders waren het er 50.000 geweest, de maximumcapaciteit. De beelden van een vol stadion dat voor de aftrap de Keulse clubhymne meezong, bezorgen de kijker kippenvel. Dat kippenvel krijgt in Eupen ook iedereen die de clubhymne van de Oost-Belgische club vlak voor de aftrap hoort. Het meest catchy nummer in het Belgische voetbal wordt alleen niet meegebruld door een vol stadion maar door slechts een goeie duizend man. Jammer. Bij die 40.000 fans in het stadion van FC Köln zaten ook mensen uit Eupen. Voor elke thuismatch van FC Köln steekt een fanbus de grens over, net zoals dat voor elke thuismatch van Borussia Mönchengladbach en FC Schalke 04 gebeurt. De uitslagen uit de Bundesliga worden in Eupen ook altijd samen met die van de Jupiler Pro League afgeroepen. Henkel heeft berekend dat veertig procent van de toeschouwers die voor corona naar het stadion kwamen, om één of andere reden (nog) niet teruggekeerd zijn. Ook teammanager Michael Radermacher snapt niet wat zijn stadsgenoten nu nog tegenhoudt. 'Eerst klonk het: als ze blijven winnen, komen we. Welnu: we staan eerste. Dan was het: mochten we een Duitse trainer hebben, zouden we komen. We hébben nu een Duitse trainer, én een hulptrainer uit Eupen zelf. Ook hoorde je: we missen Duitse spelers. We hébben er nu twee. Een andere kritiek: mochten er nu maar eens eigen jongeren meedoen. Boris Lambert is van Soumagne, dat is vijftien kilometer van hier. Wat de mensen nog niet doorhebben, is dat dit niet langer een club is die geleid wordt vanuit Qatar, maar opnieuw een club uit Eupen is. Zolang we in Qatarese handen zijn, gelooft iedereen dat het geld hier maar binnenstroomt, terwijl toch duidelijk aangegeven is dat dat afgelopen is en dat we het met eigen lokale middelen zullen moeten rooien.' Bij KAS Eupen hoopt men dat de zege tegen KRC Genk voor de ommekeer zorgt bij de aanhang. Die match was, samen met de zege tegen Excelsior Mouscron een paar jaar geleden op de slotspeeldag, zowat de meest emotionele wedstrijd uit het eersteklassebestaan van de Panda's. Daarom hoopt men dat het stadion, dat de voorbije vijf jaar enkel voor de streekderby tegen Standard goed volliep, straks tegen die andere revelatie van dit seizoen, Union, eindelijk eens mooi gevuld geraakt. Amper vijftien euro kost een ticket voor een staan- of zitplaats. Persverantwoordelijke Michael Reul, zelf Eupener en in een vorig leven journalist voor de Duitse radio BRF, weet al langer: 'De Eupenaar is nu eenmaal moeilijk in beweging te krijgen, voor alles. Die covidpas vindt men maar ingewikkeld. We werken zelfs mee om coronatesten te organiseren, maar ook dat helpt niet. Het is nu eenmaal zo, en we hebben ons voorgenomen daar niet meer over te klagen.' Christophe Ramjoie van BRF, de Belgische Radio en tv in het Duits, merkt wel het verschil op de sociale media nu een Duitse trainer de taal van de streek spreekt; de reacties liggen drie tot vier keer hoger dan de vorige jaren. Het Krämereffect is er dus, ook naast het veld, maar het vertaalt zich nog niet in meer volk. Ramjoie, met een mix van ernst en ironie: 'Wij zijn het Beieren van België. Een wedstrijd om negen uur, dat is erg laat. Hier moeten de mensen vroeg op om te gaan werken.' Euforie is niet aan deze streek besteed, leren ook de reacties voor de aftrap bij de fans. Dat hun team vanavond voor de eerste plaats speelt? Een handelaar uit het centrum kan niet anders dan dat toegeven: 'Maar het zal wel niet lang duren.' Wie wel in de ploeg gelooft, is Eddy Furniere, abonnee sinds KAS Eupen in eerste klasse speelt, maar in feite is hij afkomstig uit ... Waregem. Een Eupenfan met een West-Vlaams accent... 'Vroeger was ik Esseveefan, maar na mijn pensioen ben ik naar hier verhuisd. Ik ga naar bijna elke training van Eupen kijken. Al ben ik daar meestal de enige toeschouwer.' Een maand voor de seizoenstart deed niet vermoeden dat KAS Eupen zo'n sportief sprookje zou beleven. Op dat moment was alleen bekend dat Qatar de geldkraan zou dichtdraaien en dat de club zichzelf zou moeten behelpen. Het moet voortaan elke euro twee keer omdraaien, en dat net na het seizoen waarin, met de hulp van Qatar, de duurste ploeg ooit in Eupen op het veld werd gebracht. Ivan Bravo is een van de topmannen van Aspire en begeleidde destijds, in 2012, mee de overname van de Oost-Belgische club. Bovendien bekommerde hij zich persoonlijk om het sportieve beleid, haalde een trits ervaren namen naar de club en vertelde oudgedienden als Siebe Blondelle en Nils Schouterden dat ze maar beter vertrokken omdat er met zo veel stervoetballers weinig speelgelegenheid voor hen zou blijven. Met zo veel verzameld talent moest Eupen vorig seizoen meedingen naar een plaats bij de eerste acht. Het verzamelde effectief de meeste punten ooit in zijn nog korte eersteklassegeschiedenis, maar strandde wél op een anonieme twaalfde plaats. Een zware ontgoocheling, niet alleen op basis van de flinke investering maar ook door het geleverde spel. Een jaar later is Bravo weg en mag Henkel, die vorig seizoen op een zijspoor was geschoven en zich enkel nog mocht bekommeren om de organisatie náást het sportieve, de zaken weer beredderen. Dat lukt hem voorlopig aardig. De bekendmaking dat Eupen een Duitse trainer kreeg, zorgde niet alleen voor enthousiasme in de streek, maar deed ook de wenkbrauwen fronsen. Want Stefan Krämer had nog nooit in het buitenland gewerkt, kende dus de Belgische competitie niet, en had zelfs nog nooit in eerste klasse getraind. Drie maanden later is de symbiose tussen de trainer en de spelers compleet. Het eerste wat Krämer opviel toen hij de beelden van vorig jaar bekeek van zijn nieuwe ploeg, was hoe goed en mooi ze voetbalden wanneer ze de bal hadden. Maar het tiki-takavoetbal van Benat San José vertaalde zich onvoldoende in punten en zo mocht onder de nieuwe trainer de tegenstander voortaan het meeste de bal hebben. Waar het hem bij zijn manier van spelen vooral om gaat, is de reactie van al zijn spelers in de vijf seconden na balverlies. Díé zijn cruciaal en dan moet iedereen doen wat van hem gevraagd wordt. In vergelijking met vorig seizoen liet hij zijn eigen ploeg twintig meter terugzakken. Achterin stoelt Eupen op een ervaren en fysiek sterke verdediging, met stoere types als Emmanuel Agbadou, Jordi Amat, Jonathan Heris en Andreas Beck die het duel niet schuwen, om dan met snelle uitbraken zo snel mogelijk de bal voorin te krijgen. Dat kan, met technisch vaardige maar ook pijlsnelle flankspelers als Isaac Nuhu en Konan N'Dri. De man die de flankspelers stuurt, is Stef Peeters die pas laat ontdekte hoe goed hij eigenlijk wel is en als geen ander de perfecte pass in de voeten heeft. Voorin heeft de ploeg met Smail Prevljak een spits die de meeste Belgische eersteklassers Eupen benijden. Hij kan als geen ander een bal bijhouden, maar ook snel de diepte in spurten, én afwerken. Krämer is geen perfectionist zoals zijn voorganger, die altijd perfect in het pak zat en wilde dat elk detail klopte. Van de nieuwe trainer mag het een beetje losser, zoals hij zelf ook het liefst in een sweater van de club rondloopt. Maar bij de paar punten die hij belangrijk vindt, doet hij geen toegevingen. Heel anders dan zijn voorganger, die zowel intern als naar de pers toe altijd liet uitschijnen dat het goed was. Zijn spelers werden daardoor niet meer getriggerd om beter te doen; hun trainer - met wie ze stuk voor stuk een goeie band hadden - zou het toch weer positief vinden en aldus verwoorden. Wat de ploeg een echte boost gaf, was de onverwacht goeie start. Vanaf dag één sloeg de vonk over. Het 2-2-gelijkspel op Club Brugge bracht iets teweeg binnen de spelersgroep. Tot dan gonsde het vooral van de geruchten over mogelijke vertrekkers. Prevljak gaf als eerste aan dat hij wilde blijven en ook Agbadou, die bij de eerste oefenwedstrijden aan de kant werd gelaten omdat een vertrek nakend zou zijn, wilde liever in Eupen blijven, waar alle spelers die er vorig jaar waren nog altijd riante contracten hebben; het moet al een mooie uitdaging zijn om hen daar weg te lokken. Ook Julien Ngoy vertrok niet, Stef Peeters evenmin, al gaf die eerlijk toe dat hij de uitdaging had zien zitten mocht Standard de door Eupen gevraagde som (één miljoen euro) hebben betaald. Na Club groeide in de groep een wij-gevoel dat ze in Eupen al lang niet meer hadden meegemaakt. Want de seizoenen daarvoor was Eupen dé transitclub bij uitstek. Spelers kwamen en gingen weer voor je hun naam correct kon uitspreken. Vorig seizoen arriveerden maar liefst veertien kernspelers na de voorbereidingsstage. Maak daar meer eens een team van. Dit jaar sloten enkel Jérome Déom en Robin Himmelmann, de enige twee nieuwkomers, meteen na de stage aan. De anderen kenden mekaar door en door van vorig seizoen en wisten perfect hoe de anderen het liefst de bal kregen. Kortom: dit Eupen is een perfect op mekaar ingespeeld team waar spelers mekaar ook iets gunnen. Of KAS Eupen op zijn elan doorgaat, hangt af van wat er straks in de winterstop gebeurt. De club moet niet verkopen, tenzij de juiste prijs voor een speler wordt geboden, klinkt het. De ambities worden in elk geval nog niet bijgesteld. Het doel is nog steeds zo snel mogelijk dertig punten te halen en dan, na het behoud verzekerd te hebben, rustig te kijken wat er nog meer inzit. Dat veel analisten voor het seizoen de ploeg tot de degradatiekandidaten rekenden, was iets waar de spelers erg boos om waren, en nog altijd geprikkeld door zijn, gaf Krämer na de wedstrijd tegen Genk aan. Tot gekke weddenschappen laat de no-nonsense trainer zich niet meer verleiden. Op de vraag of hij op zijn lichaam naast de tattoo van Arminia Bielefeld - die hij daar liet zetten na een verloren weddenschap met een supporter - nog plaats vrij had voor één van KAS Eupen, antwoordde hij: 'Ja, maar ik ga dat niet meer doen. Het doet te veel pijn.'