Zijn eerste handtekening in het Belgische voetbal zet Luka Elsner in een midweekse bekerwedstrijd op Anderlecht, waar de 0-3-winst de verrijzenis van Union inzet. Het is het avondje van Youssoufou Niakaté die liefst drie keer scoort, bij een ploeg die optimaal gebruikmaakt van de ruimte aangeboden door paars-wit, met Faïz Selemani, Percy Tau en Serge Tabekou, voetballers die met één beweging een verdediging kunnen opensplijten.
...

Zijn eerste handtekening in het Belgische voetbal zet Luka Elsner in een midweekse bekerwedstrijd op Anderlecht, waar de 0-3-winst de verrijzenis van Union inzet. Het is het avondje van Youssoufou Niakaté die liefst drie keer scoort, bij een ploeg die optimaal gebruikmaakt van de ruimte aangeboden door paars-wit, met Faïz Selemani, Percy Tau en Serge Tabekou, voetballers die met één beweging een verdediging kunnen opensplijten. Het avontuur eindigt in de halve finales van de beker en op één trede van de promotie naar eerste klasse, maar zet de naam van de trainer in de verf. 'Ik had een fantastisch team en vier ongelofelijke aanvallende voetballers', blikte de Sloveen die in Frankrijk opgroeide terug op die periode. 'Ik weet dat ik mijn naam als trainer te danken heb aan die spelers.' Desondanks sluit Union dat seizoen af met slechts de vierde beste aanvalslinie van de acht clubs uit 1B. Vooral de verdedigende geslotenheid van de Brusselaars valt op. Ze geven amper kansen weg en recupereren snel de bal. Per minuut dat de tegenstander de bal heeft maken de Unionisten gemiddeld zeven verdedigende interventies. Een gemiddelde waarmee ze vorig seizoen de op één na meest intens voetballende ploeg zonder bal in 1A geworden zouden zijn, na het KV Oostende van Alexander Blessin. In 1B leek Elsners Union te bestaan uit twee blokken: de vier aanvallende spelers en de zes anderen die het evenwicht bewaakten. Het aanvalsspel van Elsner is gebaseerd op de bezetting van de 'vijf sectoren' (de flanken, het centrum en de ruimtes tussen de flanken en het midden), het beginsel van het balbezitprincipe van Pep Guardiola. Maar de uitvoering hangt af van de kwaliteiten van de spelers die hij ter beschikking heeft. 'Het idee is om de creatieve spelers zich te laten uitdrukken en rond hen een solide structuur te plaatsen. Er zijn spelers die moeten verdedigen, de ruimtes afblokken en simpel voetballen. En anderen die kwaliteit en creativiteit brengen.' Van die tweede categorie heeft Elsner er te weinig bij Amiens, een ploeg die in de Ligue 1 moet vechten voor het behoud. Zijn aanvallende troeven zijn de linkerflankspeler Gaël Kakuta en de beweeglijke sterke spits Serhou Guirassy. Zij worden omringd door werkvoetballers, die de twee talenten zo veel mogelijk en zo goed mogelijk in stelling moeten brengen, met een systeem dat aarzelt tussen een 4-2-3-1 en 4-4-2. 'Ik neig meer naar opbouwen dan naar afbreken', liet Elsner bij Union optekenen. Maar met de invulling van de spelerskern bij zijn Franse club geraakt Amiens maar aan 45 procent balbezit en 397 passes per wedstrijd in matchen waarin het blok van de tegenstander meer standhoudt dan op de Belgische voetbalvelden. Kortom, de voetbalidealen van Elsner botsen met de rauwe Franse voetbalrealiteit. Voor een goeie match moet je met twee zijn. 'De kwaliteit van onze tegenaanval en de opbouw van ons eigen spel waren niet goed genoeg om een goed georganiseerd blok te ontwrichten. We misten de spelersprofielen om dat te ontregelen.' Het gevolg? Degradatie naar tweede klasse en een ontslag na een slechte start in de Ligue 2, met één zege en twee gemaakte doelpunten in vijf wedstrijden. Na die les in voetbalrealisme die hij in Frankrijk kreeg, stapt Elsner het Guldensporenstadion binnen met een blik in de achteruitkijkspiegel. Ook hier is zijn spelerskern geen aanmoediging om aanvallend voetbal te brengen. 'Men heeft nog nooit een ploeg een wedstrijd zien winnen wanneer ze bij balverlies uit evenwicht is', weet Elsner. Opnieuw stunt hij in het Lotto Park waar hij de lijnen tussen Albert Sambi Lokonga en Lukas Nmecha doorknipt en het Anderlecht van Vincent Kompany met 0-2 klopt zonder ook maar één doelkans weg te geven. Een zeldzame positieve uitschieter in een seizoenseinde waarin veel Kerels al mentaal afscheid genomen hebben van KV. Het is wachten op het nieuwe seizoen om de trainer in zijn nieuwe omgeving te kunnen beoordelen. 'Ik zal tevreden zijn als men zegt dat Kortrijk een moeilijk te bespelen ploeg is, met een gezonde agressiviteit, die voor elke bal knokt en die respect afdwingt', zegt Elsner na de eerste competitiewedstrijd. In de 4-4-2 waar Teddy Chevalier voorin het gezelschap krijgt van Mohamed Badamosi of Habib Gueye lijken de aanvallende bewegingen soms op die van Amiens, door het ontbreken van een middenvelder die zijn ideeën aan het aanvalswerk kan toevoegen. Terwijl Chevalier diep gaat, met de steun van de kwieke rechterflankspeler Marlos Moreno, infiltreert Faïz Selemani tussen de linies. De Kerels zijn met 46,1 kopbalduels de eersteklasser die het meest actief is in de lucht. Ze jagen op de tweede, afvallende bal, iets waarvan Elsner betreurt het niet eerder gedaan te hebben in de Ligue 1. Zijn inspiratie haalt hij in de Duitse school die aangeeft dat in de seconden na een één-tegen-éénkopduel altijd de kiem ligt voor een tegenaanval. Snelheid, direct voetbal, voortdurend in de rug van de verdedigers lopen en de vijf zones bestrijken, eerst met een 4-2-3-1, later 4-3-3: ziedaar de kernwoorden van het nieuwe Kortrijk van Elsner. Met een middenveld waar Kevin Vandendriessche, Ante Palaversa en Matthias Fixelles niet de spelers zijn met de beste aanvallende ideeën, worden de flankspelers het belangrijkst in de offensieve patronen. Omdat Selemani en Moreno makkelijk naar binnen snijden, ligt de ruimte op de flanken open voor Kristof D'Haene en Gilles Dewaele. Het doel? Zo snel mogelijk omschakelen naar voor, zonder zich te verliezen in overbodige passes. Het Kortrijk van Elsner houdt het bij 42,6 procent balbezit, het minste van de eerste klasse. 'Vaak stoot je op de limieten van wat je aan je spelers kan vragen', legt de trainer het verschil uit tussen zijn voetbalideeën en de uitwerking op het veld. Dat Kortrijk zo'n geslaagd seizoensdebuut maakt ondanks een zwakke aanvalsdreiging (op de acties van Selemani na) dankt het vooral aan zijn verdediging, de op één na beste van de Jupiler Pro League met amper twaalf tegengoals in tien matchen. KVK kan het spel ondergaan zonder gaten te laten vallen dankzij een goeie bezetting voor doel. Geen andere eersteklasser blokt meer schoten af (4,77 per wedstrijd) dan de Kerels. In zijn zoektocht naar verdedigende stabiliteit klopte Standard bij de juiste persoon aan. Want Elsners Kortrijk gaf nog maar één goal weg op een tegenaanval, dé achillespees van Standard bij balverlies. Daarnaast horen de Kortrijkspelers bij de meest efficiënte in 1A bij de omschakeling (drie goals op de tegenaanval maakten ze, alleen Anderlecht deed beter). En er staat nog een bezoek aan het Lotto Park op de agenda dit seizoen...