W im Declercq: 'Eerst even deze bedenking: een buitenlandse clubeigenaar wordt in België vaak argwanend bekeken, maar ik moet zeggen dat het dankzij Japanners is dat ik hier ben. ( lacht) De selectieprocedures waren heel streng en super professioneel en ik kan hier in een topomkadering werken. Als academy manager vorm ik samen met Marc Lelièvre, directeur jeugd, en Niels Deferm, coördinator onderbouw, het technisch hart van onze jeugdopleiding. Vanaf de U13 is elke jeugdcoach voltijds prof!
...

W im Declercq: 'Eerst even deze bedenking: een buitenlandse clubeigenaar wordt in België vaak argwanend bekeken, maar ik moet zeggen dat het dankzij Japanners is dat ik hier ben. ( lacht) De selectieprocedures waren heel streng en super professioneel en ik kan hier in een topomkadering werken. Als academy manager vorm ik samen met Marc Lelièvre, directeur jeugd, en Niels Deferm, coördinator onderbouw, het technisch hart van onze jeugdopleiding. Vanaf de U13 is elke jeugdcoach voltijds prof! 'Ik denk dus dat je het moet loskoppelen van nationaliteit. Het probleem zijn de mensen die in het voetbal komen met een insteek die puur financieel is. De jeugd is daarvan het eerste slachtoffer. Vanuit hun cultuur hechten Japanners daar wél veel belang aan. Heel belangrijk is voor mij ook dat onze CEO, Takayuki Tateishi, iemand is met een voetbalachtergrond: hij is speler en coach geweest. Met de financiële input van DMM denk ik dat we volgend jaar voor de licentievoorwaarden, dus op papier, op hetzelfde niveau als de topclubs zullen zitten. De uitdaging is om dat in de realiteit te brengen. 'Maar wat is dat? Ik zei tegen de CEO: als je mij vraagt om top drie of kampioen te spelen met de jeugdteams, dan moet je iemand anders nemen. Voor mij is het enige criterium het aantal spelers dat je aflevert aan de eerste ploeg. Wat ben je met een prachtige academie die niets oplevert? STVV heeft trouwens een verleden als opleidingsclub. Denk onder anderen aan Marc Wilmots, Danny Boffin, Simon Mignolet en Rob Schoofs. Ik hoop dat we met Japanse middelen die traditie kunnen herstellen.''De grote uitdaging voor mij is om een hybride jeugdopleiding te creëren: om het klassieke elitejeugdverhaal te laten samensmelten met onze manier van opleiden bij de JMG Academie en de Essevee Soccer School destijds, om het goede van die beide werelden in één werking te integreren. 'In een kleine academie kun je sneller je stempel drukken, omdat je maar met 30 à 40 spelers werkt. Hier komen er in het weekend de wedstrijden bij en moet je zorgen dat je over alle spelersprofielen voor elf tegen elf beschikt. Academiespelers zijn meer één bepaald profiel. Bij ons was dat het creatieve type. Maar daarom hechten we niet minder belang aan atletisering, want modern voetbal is fysiek enorm veeleisend. Vanaf de U13 wordt er van maandag tot en met vrijdag dagelijks ook een uur met een performancecoach getraind. Hij moet hen sterker en sneller maken, maar vooral blessurevrij houden. 'We beogen wat wij hier noemen 'guerrillavoetbal', omdat we de eigenheid van deze club willen bewaren én nog versterken. Wie voor STVV kiest, moet dat doen vanwege onze specifieke opleiding. Andere clubs zie ik dan ook niet als concurrentie. 'Ik zie in België talenten met een fysieke achterstand, maar ook jongens die op technisch en tactisch vlak onvoldoende bagage meekregen. Dat komt omdat coaches daar vaak de tijd niet voor krijgen. Het accent ligt namelijk niet meer op opleiden, maar op detecteren, werven, weer wegsturen en weer anderen werven. Mijn grote droom is dat we in de toekomst in het elitejeugdvoetbal vanaf de U13 zullen zeggen: poorten dicht, nu moet elke club zijn spelers vier jaar houden en ontwikkelen. Ik ben honderd procent zeker dat het rendement dan hoger zou zijn dan het nu is. 'Er is in het Belgisch jeugdvoetbal nog altijd te veel financieel opbod. Er zijn jeugdspelers van elf à twaalf jaar die een hogere vergoeding krijgen dan hun coach. Daar zal ik nooit aan meedoen. Wij investeren veel in omkadering, maar zullen een papa nooit een auto aanbieden. Ouders worden dikwijls afgeschilderd als geldwolven, maar ik ken er toch ook veel die een sportief project voor hun kinderen belangrijker vinden. 'Bij ons staan het kind en zijn ontwikkeling centraal. Er wordt vanaf de U13 elke weekdag twee uur getraind. We beginnen al om 16 uur, met de U13 en de U14, meteen na school, gevolgd door de U15 en de U16 om 18 uur. Dat betekent dat de jongsten al om halfzeven à zeven uur thuis zijn. We werken samen met drie scholen, waarvan één Franstalige, en rijden rond met vier busjes om iedereen hier tijdig te krijgen. Voor elk team zijn er vier coaches, onder wie een performancecoach, een keeperscoach en een videoanalist die de trainingen filmt. 'Dankzij onze medische cel worden alle spelers uitvoerig gescreend voor de start van het seizoen en gemonitord tijdens het seizoen. Zo worden ze maandelijks gewogen en gemeten. Jongens die hun groeispurt naderen, beginnen bij ons een andere kleur van kousen te dragen dan hun teammaats, zodat elke coach kan zien dat ze mogelijk in een risicoperiode zitten. Dan krijgen ze ook een aangepast programma. Ongeveer de helft van de U14 en de U15 bevinden zich in deze fase.' 'Ik zie een enorme topsportmentaliteit in het weekend, maar nog niet in de week. Dat komt door het systeem van het elitevoetbal: de focus ligt op de wedstrijd. Die passie en die grinta zou ik ook tijdens de trainingen willen zien. Maar ik stel vast dat het moeilijk is om dat te veranderen. 'Veel mensen verwarren winnaarsmentaliteit met competitiegeest. Ik bedoel: er is niet noodzakelijk een wedstrijd nodig om je uiterste best te doen, dat kun je evengoed tijdens de training. Ik pleit niet voor de afschaffing van competitiewedstrijden, want ook dat is een goed leermiddel, maar het is niet zaligmakend. Langs de lijn zie ik nog te veel die verbetenheid. Zondag hoorde ik bij de U11 een vader van de bezoekers 'sukkelaars' roepen, omdat het ploegje van zijn zoon aan het verliezen was. Tijdens de week zal die man dat niet roepen, want dan is het 'maar training', snap je? 'Ik vergelijk het graag met turnster Nina Derwael, die van Sint-Truiden is en jarenlang keihard werkte om uiteindelijk goud te behalen op het WK. Hoeveel wedstrijden deed zij per jaar? Vier of vijf? Terwijl zij toch ook een wedstrijdmentaliteit moest hebben? 'In het Belgisch jeugdvoetbal is de slinger doorgeslagen naar prestige. We creëren voor onze elitejeugd te veel luxe. Ik vind 'elite' overigens een totaal verkeerde woordkeuze. Welk signaal geef je daarmee aan deze kinderen en hun ouders? 'Hier zijn dit seizoen al jongens afgehaakt omdat ze te veel moesten trainen. Een tienjarige, die gaat naar de kinesist hé. Die komt het veld op, voelt iets aan zijn rug en stapt de kineruimte binnen. Kun je je dat voorstellen? Dat zit in de licentievoorwaarden, je krijgt er punten voor. We kaartten dit al aan bij de licentiecommissie: je kunt het ook té goed willen doen! 'Geregeld krijgen we Japanse jeugdspelers op bezoek en dat zorgt voor een schitterende kruisbestuiving. Ik vreesde voor een niveauverschil, maar eigenlijk leren wij minstens evenveel van hen als zij van ons. Vooral qua mentaliteit. Zij zijn iets minder frivool, maar meer gefocust en gedisciplineerd. Ze doen wat je vraagt. Vraag je hen om drie uur te lopen, dan zul je er geen enkele horen klagen. 'In de eerste ploeg is Takehiro Tomiyasu een enorm inspirerend voorbeeld voor onze jeugd. In de zomer kwam die hier 's avonds bij 35 graden met een bal die hij zelf meebracht uren aan een stuk tegen de muur trappen, aannemen en scoren, terwijl het trainingscentrum gesloten was en iedereen al lang naar huis was of in de stad op een terras zat. Helemaal alleen, op eigen initiatief. Een jongen van 19 die 10.000 kilometer van huis is en maar vijf woorden Engels spreekt. Dan zeg ik: chapeau. Want een Belg zie ik hier dan niet, snap je?' 'Wij kiezen voor kernen van 18 spelers en niet van 25 zoals elders. Ik begrijp niet waarom die 25 spelers nodig zijn. Is het opdat ze niet naar een andere club zouden gaan? Doen ze het voor de extra lidgelden? Is het om later opleidingsvergoedingen te kunnen vragen? En waarom kiezen spelers en hun ouders ervoor om pakweg bij Anderlecht te blijven als ze vooraf weten dat ze in zo'n grote groep weinig of niet zullen spelen? Voor het prestige? Moeten we die mensen niet tegen zichzelf beschermen? 'Wij beginnen op te leiden vanaf de U7. Maar misschien moeten we kritischer kijken naar deze leeftijdsgroepen, omdat blijkt dat het van U7 tot en met U11 bijna onmogelijk is om juist in te schatten wat talent is. Dat zorgt ervoor dat er in die categorieën een enorm spelersverloop is, dat veel jongens al vroeg weer weggestuurd worden en zo een stukje van hun voetbalbeleving verliezen. Wat niet wegneemt dat we bij STVV ook deze kinderen vakkundig begeleiden. Zo krijgen ze op woensdagnamiddag de mogelijkheid om tweemaal te trainen. Daarbij zit dan een multiskilltraining. 'Als je vanaf het middelbaar onderwijs hard inzet op een professionele opleiding, ben je zekerder dat je dat met de juiste jongens doet. Eliteclubs zouden met de ondersteuning van omliggende clubs die op interprovinciaal niveau goed werk leveren, een sterke regionale werking kunnen uitbouwen. Als zo'n club uit de regio dan iemand van zijn U11 of U12 aan bijvoorbeeld STVV kan afleveren, geeft dat meer voldoening.' 'In september hoorde ik dat een eindscout van een topclub van de andere kant van het land is komen kijken naar een van onze jeugdspelers. Niet toevallig gaat het om een vroegrijpe jongen. Ik ben tien jaar weggeweest uit het elitevoetbal en ik stel vast dat het alleen maar nog moeilijker is geworden voor laatrijpe spelertjes. Zo moet er een van ons, een fantastisch jongetje, volgend jaar elf tegen elf op een groot veld gaan spelen en ik houd daarvoor mijn hart vast. Kenners zeggen dat hij dat maar moet oplossen met sneller denken en handelen, maar als zo'n grote met veel meer kracht en loopvermogen één stap zet, moet dat ventje er drie zetten. Die kan wel sneller denken en handelen, maar die komt er gewoon niet. Zo krijg je op heel jonge leeftijd al een survival of the fittest in plaats van een survival of the best. 'Het valt heel erg op dat er resultaatgericht geselecteerd wordt. Dat komt door de manier waarop de elitejeugdcompetities tegenwoordig gemaakt zijn: twee reeksen van twaalf waarbij de eerste acht na Nieuwjaar onder elkaar play-off 1 spelen. De druk om daarbij te zijn, is groot. Dat gaat om prestige. Dus willen ze winnen, op korte termijn, en rekruteren ze op gestalte. Maar op lange termijn werkt dat averechts. 'We gaan allemaal op de Grote Markt in Brussel staan om Dries Mertens te verheerlijken, maar we maken het de Driesjes van deze tijd moeilijker dan ooit. We leerden niets van zijn verhaal. En wat nog erger is: vroeger kon een Driesje uitwijken naar bescheiden profclubs in Nederland, maar nu is dat niet meer mogelijk door de hoge opleidingsvergoedingen die ze boven op het profcontract moeten betalen. Zo worden zulke jongens dus gebarreerd om prof te worden. Voorbeelden genoeg.' 'Hoeveel Belgen spelen er nog in onze competitie? 35 procent? In elk geval zijn het er steeds minder. Komt dat omdat onze opleiding slecht is? Ik denk het niet, want we worden overal in de wereld gevraagd voor onze knowhow. Het komt volgens mij door een stukje gemis in de opleiding en een stukje gemis aan kansen. 'Bekeken vanuit het standpunt van een jeugdopleider zou je kunnen overwegen om een A-kern samen te stellen van achttien doorgewinterde profs en vier à zes jongeren erbij. Met hetzelfde budget tien volwassen spelers minder halen, betekent dat je één of meer betere kunt halen en dat verhoogt ook de concurrentie. Talenten uit de beloften kun je dan de kans geven om te proberen naar het niveau toe te groeien. Is dat geen prachtig model? Waarom zou dat niet kunnen? Waarom kan Barcelona met twintig kernspelers 60 à 70 wedstrijden op een seizoen spelen? 'Het lijkt me duurzamer om voetbalclubs op te bouwen vanuit een jeugdopleidingsfilosofie dan via het systematisch rekruteren van buitenlandse voetballers. De Jupiler Pro League is een doorgeefluik voor talent geworden en daar is niets mis mee als we er ook inheems talent kunnen lanceren. Maar wie ons jeugdvoetbal volgt, vraagt zich vaak af: waar zijn al de talentjes uit de jeugdreeksen? Het kan toch niet dat ze allemaal verloren zijn gelopen tijdens hun puberteit of door blessures moesten afhaken? Hoeveel jongens werden er niet afgeserveerd zonder dat ze een kans kregen? Ik ben ervan overtuigd dat er nogal wat Belgische jeugdspelers zijn die het niveau zouden aankunnen, mochten ze vijf à tien wedstrijden in het eerste elftal krijgen.'