In 2008 startte ik bij de U13 van K. Neeroeteren Maaseik FC een project van vijf jaar. Uit noodzaak stelden we toen een team samen dat voor meer dan 90 procent bestond uit spelers van Maaseik, postcode 3680, waar nauwelijks 25.000 mensen wonen. Om een lang verhaal kort te maken: vijf jaar na elkaar werden we kampioen. Maar veel belangrijker was dat wij ons ook regelmatig konden meten met eliteploegen en daarbij steeds een heel goed figuur sloegen. Daar zaten zelfs onder meer Arsenal, Zenit St. Petersburg, Crystal Palace, 1 FC Keulen, Dusseldorf en Utrecht tussen.

Tijdens het laatste jaar, bij de U17, versloegen we Lommel United, KV Mechelen, St.Truiden en Lierse. Toch mocht op het einde van het seizoen geen enkele speler doorschuiven naar het eerste elftal, in 1ste provinciale. Ze waren zogezegd te jong.

'We moeten meer in onze eigen jeugd geloven.'

In die vijf jaar werden er enkele spelers die het niveau echt niet aankonden, vervangen door spelers die terugkwamen van eliteclubs. Maar voor meer dan 80 procent bleef onze beginkern overeind. Daarom ben ik er vast van overtuigd dat er naast de persoonlijke ontwikkeling van de spelers ook veel aandacht moet geschonken worden aan de teamontwikkeling én dat spelers langer de kans moeten krijgen.

Ook bij de KRC Genk Ladies was het eerder uit noodzaak dat we teruggrepen naar jonge speelsters, want de middelen ontbraken om volwassen speelsters aan te trekken. En weer bleek dat wie goed genoeg is, oud genoeg is.

Wekelijks spelen we met een 7- tot 9-tal speelsters van de U19 in de basis. En ondanks het feit dat ons budget met afstand het laagste van de Super League is en dat ook onze trainingsmiddelen het beperktst zijn, houden we op alle gebieden goed stand. We leveren bovendien tussen de 6 en de 8 speelsters aan de nationale U19-ploeg.

Er is bij veel clubs zo weinig doorstroming van jeugd, minder dan 2 procent, dat ze zich moeten afvragen waartoe hun hele opleiding nog dient.

Een cluboverschrijdende oplossing zoals Matthias Leterme, de algemeen manager van KV Kortrijk, voorstelt, zie ik niet als een echte oplossing. Ik vind dat meer het probleem verleggen.

Mijn idee daarover is: creëer een basis die ervoor zorgt dat jongeren meer kansen krijgen.

Roland Breugelmans, directeur opleidingen van KRC Genk, zei het mij onlangs nog: zij zijn al jaren vragende partij om de beloften op het hoogste amateurniveau klaar te stomen voor het grote werk. Maar dat wordt afgeblokt.

In Duitsland kunnen beloften zich ontwikkelen in het tweede team, dat tot in de derde klasse mag spelen. En het mooiste voorbeeld is misschien wel Redbull Salzburg, dat voor zijn beloften een tweedeklasser overnam.

Mochten wij ook zoiets creëren en ervoor zorgen dat er in die teams maar twee of drie jongens van een andere nationaliteit mogen spelen, dan zouden we elk jaar veel spelers de kans kunnen geven die nu in de vergeetput geraken.

'Zelfs Thibaut Courtois kreeg zijn kans uit noodzaak.'

Ik ben ervan overtuigd dat we gewoon meer in onze eigen jeugd moeten geloven.

Kijk naar Thibaut Courtois. Jarenlang stond hij in de jeugdopleiding van KRC Genk regelmatig met meer dan één voet buiten. Maar in het seizoen dat hij 6de doelman was, zorgden transfers, blessures en schorsingen ervoor dat hij als zestienjarige in de eerste klasse voor de leeuwen werd gegooid en nu is hij misschien wel de beste keeper ter wereld. Zelfs hij kreeg zijn kans uit noodzaak.

We moeten onszelf in vraag stellen en denken: zolang beter nog mogelijk is, is goed niet goed genoeg.

In 2008 startte ik bij de U13 van K. Neeroeteren Maaseik FC een project van vijf jaar. Uit noodzaak stelden we toen een team samen dat voor meer dan 90 procent bestond uit spelers van Maaseik, postcode 3680, waar nauwelijks 25.000 mensen wonen. Om een lang verhaal kort te maken: vijf jaar na elkaar werden we kampioen. Maar veel belangrijker was dat wij ons ook regelmatig konden meten met eliteploegen en daarbij steeds een heel goed figuur sloegen. Daar zaten zelfs onder meer Arsenal, Zenit St. Petersburg, Crystal Palace, 1 FC Keulen, Dusseldorf en Utrecht tussen.Tijdens het laatste jaar, bij de U17, versloegen we Lommel United, KV Mechelen, St.Truiden en Lierse. Toch mocht op het einde van het seizoen geen enkele speler doorschuiven naar het eerste elftal, in 1ste provinciale. Ze waren zogezegd te jong.In die vijf jaar werden er enkele spelers die het niveau echt niet aankonden, vervangen door spelers die terugkwamen van eliteclubs. Maar voor meer dan 80 procent bleef onze beginkern overeind. Daarom ben ik er vast van overtuigd dat er naast de persoonlijke ontwikkeling van de spelers ook veel aandacht moet geschonken worden aan de teamontwikkeling én dat spelers langer de kans moeten krijgen.Ook bij de KRC Genk Ladies was het eerder uit noodzaak dat we teruggrepen naar jonge speelsters, want de middelen ontbraken om volwassen speelsters aan te trekken. En weer bleek dat wie goed genoeg is, oud genoeg is.Wekelijks spelen we met een 7- tot 9-tal speelsters van de U19 in de basis. En ondanks het feit dat ons budget met afstand het laagste van de Super League is en dat ook onze trainingsmiddelen het beperktst zijn, houden we op alle gebieden goed stand. We leveren bovendien tussen de 6 en de 8 speelsters aan de nationale U19-ploeg.Er is bij veel clubs zo weinig doorstroming van jeugd, minder dan 2 procent, dat ze zich moeten afvragen waartoe hun hele opleiding nog dient.Een cluboverschrijdende oplossing zoals Matthias Leterme, de algemeen manager van KV Kortrijk, voorstelt, zie ik niet als een echte oplossing. Ik vind dat meer het probleem verleggen.Mijn idee daarover is: creëer een basis die ervoor zorgt dat jongeren meer kansen krijgen.Roland Breugelmans, directeur opleidingen van KRC Genk, zei het mij onlangs nog: zij zijn al jaren vragende partij om de beloften op het hoogste amateurniveau klaar te stomen voor het grote werk. Maar dat wordt afgeblokt.In Duitsland kunnen beloften zich ontwikkelen in het tweede team, dat tot in de derde klasse mag spelen. En het mooiste voorbeeld is misschien wel Redbull Salzburg, dat voor zijn beloften een tweedeklasser overnam.Mochten wij ook zoiets creëren en ervoor zorgen dat er in die teams maar twee of drie jongens van een andere nationaliteit mogen spelen, dan zouden we elk jaar veel spelers de kans kunnen geven die nu in de vergeetput geraken.Ik ben ervan overtuigd dat we gewoon meer in onze eigen jeugd moeten geloven.Kijk naar Thibaut Courtois. Jarenlang stond hij in de jeugdopleiding van KRC Genk regelmatig met meer dan één voet buiten. Maar in het seizoen dat hij 6de doelman was, zorgden transfers, blessures en schorsingen ervoor dat hij als zestienjarige in de eerste klasse voor de leeuwen werd gegooid en nu is hij misschien wel de beste keeper ter wereld. Zelfs hij kreeg zijn kans uit noodzaak.We moeten onszelf in vraag stellen en denken: zolang beter nog mogelijk is, is goed niet goed genoeg.