Voor een fotoshoot op het parkeerterrein vlak naast het Olympisch Stadion op het Antwerpse Kiel, begeven Ryan Sanusi (28) en Tarik Tissoudali (27) zich tussen de spelende buurtjongeren. Beide Beerschotvedetten doen dat met een flair die verraadt dat ze zich daar thuis voelen. Balletje heen en weer trappen, wat grapjes maken, beetje plagen. Sanusi en Tissoudali kennen die biotoop maar al te goed. De eerste groeide op in Borgerhout, waar hij zijn dagen voornamelijk vulde met voetballen op straat. Die tweede deed ongeveer hetzelfde, maar dan 150 kilometer noordelijker, in hartje Amsterdam.
...

Voor een fotoshoot op het parkeerterrein vlak naast het Olympisch Stadion op het Antwerpse Kiel, begeven Ryan Sanusi (28) en Tarik Tissoudali (27) zich tussen de spelende buurtjongeren. Beide Beerschotvedetten doen dat met een flair die verraadt dat ze zich daar thuis voelen. Balletje heen en weer trappen, wat grapjes maken, beetje plagen. Sanusi en Tissoudali kennen die biotoop maar al te goed. De eerste groeide op in Borgerhout, waar hij zijn dagen voornamelijk vulde met voetballen op straat. Die tweede deed ongeveer hetzelfde, maar dan 150 kilometer noordelijker, in hartje Amsterdam. Sinds die jeugdjaren vlochten ze elk hun eigenzinnige carrièrepad ineen, onder andere via de tweede klasse in Nederland en Frankrijk, om dit seizoen uiteindelijk als prachtige vlinders hun purperen vleugels te spreiden in onze Jupiler Pro League. Sanusi als heerser op het middenveld, Tissoudali als energieke flyer in de spits, dit seizoen al goed voor zes doelpunten en vier assists in twaalf wedstrijden. Nog iets dat jullie gemeen lijken te hebben: een rustig karakter, bijna op het timide af. Ryan Sanusi: 'Tarik timide?! Thuis misschien...' Zijn oudste broer Mohamed verklaarde dat enkele maanden geleden nog in een interview. Tarik Tissoudali: 'In familieverband ben ik inderdaad rustiger. We zijn met tien thuis en ik ben de jongste broer. Dan luister je naar de ouderen.' Sanusi: 'Ik ben meer timide dan Tarik, maar dat heeft geen negatieve invloed op mijn carrière, vind ik. Ik besef goed genoeg dat je als profvoetballer jezelf moet manifesteren, maar dat je tegelijkertijd als groep iets moet realiseren.' Het valt wel op dat jullie allebei een tijdje moesten wachten op de echte doorbraak als profvoetballer. Geen momenten gehad waarvan je nu denkt: daar ben ik toch te braaf geweest? Sanusi: 'O ja, zeker wel. In mijn eerste jaren bij Willem II bijvoorbeeld, maar je komt als jonge prof in een onbekende wereld terecht, als 18-jarige Belg in de Nederlandse mentaliteit ook, dan ga je niet meteen je plek opeisen. Achteraf bekeken had ik wat brutaler mogen zijn.' Tissoudali: 'Ik ben pas op mijn 21e prof geworden bij Telstar. Om eerlijk te zijn, had ik een carrière als profvoetballer toen al uit mijn hoofd gezet. Groningen had me wel eens op stage gevraagd bij de U18, dat was nog onder de vader van Ronald Koeman. Ik deed het daar heel goed, scoorde vaak, maar vervolgens hoorde ik niets meer. Mijn oudste broer belde naar Groningen en toen ik hem met tranen in de ogen zag staan - van ingehouden woede - wist ik dat het niets werd. Blijkbaar had mijn amateurclub aan Groningen verteld dat ik liever naar Ajax of Utrecht, dichter bij huis, zou gaan. Daar was niets van aan. Een jaar later, bij de U19 van Young Boys, werd ik vicetopschutter van de competitie, maar niemand meldde zich. Toen dacht ik: oké, vergeet het. Ik sloot aan bij amateurclub Nijkerk, speelde er vooral voor de lol, maar toen kwam toch Telstar en kreeg ik er een profcontract.' Je ziet het wel vaker: Marokkaanse of Turkse jongens die uitblinken in pleintjesvoetbal, maar je vindt ze niet terug in ons profvoetbal. Heb jij daar een verklaring voor? Tissoudali: 'In Nederland stelt dat probleem zich minder. Hier in België valt het mij inderdaad op dat ik, op Selim Amallah en mij na, weinig Marokkanen zie in de hoogste afdeling. Misschien ligt dat aan de coaches, die in Nederland beter weten hoe ze zulke jongens moeten behandelen? Straatjongens moeten vertrouwen voelen, maar je mag ze heus wel aanpakken, hoor. Hier in België zijn jullie misschien te lief.' Straatvoetballertjes kampen dikwijls met een gebrek aan efficiëntie. Dat was ook een werkpunt van jou, maar lijkt nu plots verholpen. Wat is er veranderd? Tissoudali: 'Ik heb geleerd om hoger te blijven staan. Vroeger zakte ik te diep terug, waardoor ik mijn acties van te ver moest inzetten. Door meer voorin te blijven, spaar je krachten en word je vanzelf efficiënter voor doel.' Sanusi: 'Ik heb ook veel op pleintjes gevoetbald, maar ik heb het wel altijd kunnen combineren met een clubopleiding, bij Germinal Beerschot. Ik werd ook zowat overal op het veld uitgespeeld. Als centrale verdediger, later meer voorin. Dat komt mij nu van pas, ik beheers een beetje alle facetten. Mijn huidige positie als box-to-box vind ik daarom ideaal.' Tissoudali: 'Aan Sanusi merk je snel dat hij een straatvoetballer was: op training is hij zowat de enige die me altijd doorheeft. Ik kan hem heel moeilijk passeren.' Sanusi: 'Veel passeerbewegingen herken ik, ja. Op de pleintjes krijg je een goede basis mee: balaannames, wegdraaien, beheersing. Als je later in het profvoetbal kan doorstoten, is dat toch een troef - denk aan Mousa Dembélé, Jérémy Doku, Hakim Ziyech. Naast de combinatie club-straat had ik ook nog individuele trainingssessies met mijn vader. Hij had geen achtergrond als voetballer, maar omdat hij zag dat ik daar zo bedreven in was, heeft hij zich daarin verdiept. Die trainingen waren niet altijd plezant, maar achteraf gezien ben ik heel dankbaar. Ik heb het nodig dat iemand achter mijn veren zit. Uit mezelf denk ik niet dat ik het gemaakt zou hebben als profvoetballer.' Tarik, jij groeide op in een groot gezin. Moest je knokken voor aandacht? Tissoudali: 'Mijn vader was altijd aan het werk, overdag en 's avonds, ik zag hem enkel in het weekend. Mijn oudste broer nam de begeleidende taak op zich. Al vanaf mijn twaalfde begon ik ook manieren te zoeken om geld te verdienen: ik werkte bij Albert Heijn, McDonald's, deed kranten- en reclameverdeling, reed rond als pizzakoerier. Al mijn vriendjes hadden zakgeld, dus wilde ik dat ook, en in een gezin van tien kinderen moet je dat niet van je ouders verwachten.' Sanusi: 'Dat was bij mij toch anders, ik heb enkel een zus. En ik heb ook nooit een vakantiejob gedaan - de eerste keer dat ik geld verdiende was met voetballen. Mijn vader baat al twintig jaar een café uit in het centrum van Antwerpen, daar leerde ik wel dat je als zelfstandige heel hard moet werken om elke dag geld in het laatje te brengen, want er is geen vangnet. Die werkethiek heb ik van hem meegekregen: je krijgt in het leven geen cadeaus, je moet er zelf voor gaan als je iets wilt. Hij heeft er altijd fel op gehamerd dat ik ook iets met mijn hersenen zou doen, vandaar dat ik verder studeerde: bedrijfseconomie. Mijn vader kent veel mensen en kan met iedereen overweg, zonder vooroordelen. Velen vinden het aangenaam praten met hem, ik hoop dat van mij hetzelfde kan gezegd worden.' Je vader komt uit Nigeria, op je Twitteraccount beschrijf je jezelf als ' best of both worlds'. Hoeveel Afrikaans bloed zit er in jou? Sanusi: 'Ik ben tijdens mijn jeugd één keertje in Nigeria geweest, maar het maakt heel erg deel uit van mijn identiteit. Die Nigeriaanse waarden en normen heb ik via mijn vader toch meegekregen. Ik ben trots op beide kanten van mijn afkomst, maar ik hoop ooit voor de Nigeriaanse nationale ploeg opgeroepen te worden: als ze me bellen, sta ik meteen klaar! Kan je dat uitdrukkelijk vermelden?' ( lacht) Tissoudali: 'Ik speelde enkele wedstrijden bij de U23 van Marokko. Dat moment van de nationale hymne: kippenvel! Een scout van de A-selectie heeft me wel eens benaderd, maar verder heb ik er niets meer van gehoord. Er is veel concurrentie in de spits daar.' Jullie zijn echte stadsjongens, wat houdt dat volgens jullie in? Tissoudali: 'Ik groeide op in Amsterdam, heel multicultureel, soms hard ook. Hoeren, drugs... noem maar op. Er wordt vaak geschreeuwd tegen elkaar, maar dat hoort erbij. Ik zou moeilijk kunnen leven in een klein, rustig dorp. Hier in Antwerpen woon ik op Het Eilandje. Maar Amsterdam is fel veranderd, het wordt steeds groener en duurder. Een stad voor de rijken. Minder koffieshops, geen bootjes meer 's avonds, dure parkings, helm verplicht op de scooter. Te veel regeltjes.' Sanusi: 'Ik heb ook drie jaar in Rotterdam gewoond, heel toffe stad, waar altijd iets te beleven valt. Harder dan Antwerpen wel, maar dat heeft me mee gevormd en ik kijk er met veel plezier op terug.' Vlaams Belang is sinds de verkiezingen vorig jaar de tweede grootste partij in Antwerpen. Merken jullie iets van die tendens? Sanusi: 'Ik vind dat die discussie zwaar wordt overdreven. Er bestaat discriminatie en racisme, maar niet in die mate zoals dat in de media en op sociale media wordt neergezet. We leven niét in een land van racisten en ik geloof niét dat er een structureel racisme bestaat in België of Nederland. Ja, de taal is verhard, zeker op sociale media, maar ik kan niet zeggen dat ik daar al veel last van ondervonden heb. Het gaat er ook een beetje om hoe je daar zelf op reageert. Mijn vader heeft al genoeg racistische opmerkingen gekregen, genre 'Waar is de eigenaar van het café?', maar hij lacht daar dan eens mee. Hij zal zich daar niet minder door voelen. Ik ben ook zo opgevoed. Je moet je niet bij elke opmerking beledigd voelen, want dan ben je heel de tijd bezig. Er zullen altijd kleingeestige mensen rondlopen die je op de korrel nemen. Hier in het Westen is het aangenaam leven, terwijl de media je soms het tegendeel doen geloven. Dat stoort me.' Tissoudali: 'Ik word tegenwoordig in Amsterdam wel vaker gecontroleerd, zelfs eens drie keer op een dag. Wellicht heeft dat ook te maken met mijn Belgische nummerplaat: ze denken dat ik drugskoerier ben. Mijn vrienden in Amsterdam wordt ook geregeld naar hun papieren gevraagd.' Beerschot draait als promovendus mee bovenin het klassement. Voorvoelden jullie dat zoiets kon? Sanusi: 'Eerlijk? Neen. Gaandeweg merkten we wel dat we onze voet konden zetten naast de andere eersteklassers, dat gaf vertrouwen. We zijn écht een goede ploeg, weten we nu. De gewonnen promotiefinale tegen OHL was een symbolische titel, maar tegelijkertijd belangrijk om ons elan uit 1B vast te houden.' Offensief is dit Beerschot een lust voor het oog. Met vooral de wisselwerking tussen jullie en Raphael Holzhauser als spil. Ryan, jij als foerier naar hem, en Tarik als ontvanger van zijn gemeten steekpasses. Tissoudali: ' Rapha en ik hadden vooraf al het gevoel dat we in 1A iets meer ruimte zouden krijgen dan in 1B, waar wedstrijden dikwijls op slot zitten. We hebben een goede klik, tijdens de training zoeken we elkaar voortdurend op, we doen samen positiespelletjes en we krijgen van de staf beelden aangereikt die ons haarfijn wijzen op de mogelijkheden die er bij de tegenstander liggen. Verdedigers die doordekken of linies die hoog staan... dat kan je benutten.' Het is mooi om zien hoe jij al aan een looplijn begint voor Holzhauser de bal krijgt. Tissoudali: 'Ik weet perfect hoe hij de bal zal geven. Daardoor ben je telkens een fractie sneller dan de verdediger. Meestal begint dat zelfs al wanneer Ryan de bal heeft, dan begin ik al aan mijn loopactie.' Sanusi: 'Dat zijn de mooiste wedstrijden: wanneer dat allemaal vanzelf lijkt te gaan. Zoiets groeit soms natuurlijk, zonder dat trainers je op alle mogelijke opties wijzen. Dit seizoen klikt die puzzel plots helemaal in elkaar. We doen geregeld dingen die superhard ingestudeerd lijken, maar dat is niet zo. Vorig seizoen voelde dat toch anders aan, het was meer harken voor een resultaat.' Toen Hernán Losada overnam van Stijn Vreven schakelde hij van een 4-3-3 over naar een 5-3-2. Tarik, voor jou was dat aanvankelijk geen goed nieuws. Tissoudali: 'Een systeem zonder buitenspelers, waardoor ik naast de ploeg viel. Losada heeft me tijdens het trainingskamp in januari laten weten dat hij me geen zekerheid kon geven. Bij de competitieherneming kreeg ik toch mijn kans. Ik deed het goed en wat later riep Losada me op zijn kantoor: hij wou me in zijn 5-3-2 laten fungeren als tweede spits, in een soort vrije rol. Hij heeft me kunnen overtuigen en sindsdien is de trein vertrokken.' Vorig seizoen leidde dat systeem tot een grote defensieve stabiliteit, maar dat lijkt nu weg. Hoe komt dat? Sanusi: 'Een 5-3-2 vergt veel inzicht, veel positiewissels en specifieke looplijnen. Het duurde lang voor we dat onder de knie hadden en dat proces is nog steeds bezig. Je komt in 1A natuurlijk tegen betere ploegen te staan. Met spelers die minder kansen laten liggen en die makkelijker uit de formatie lopen. Het is dus moeilijker geworden om ons blok negentig minuten staande te houden.' Het systeem vergt veel loopwerk en intensiteit. Vrezen jullie geen fysieke terugslag? Sanusi: 'Neen. De verhouding tussen rust en intensiteit tijdens de week is perfect in balans bij ons. Wij krijgen daar als spelersgroep ook inspraak in.' Jullie speelden allebei in de Nederlandse, Franse en Belgische tweede klasse. Waar liggen de verschillen? Sanusi: 'In Nederland spelen ze ook in tweede klasse heel verzorgd, technisch voetbal, met weinig fysieke contacten en altijd offensief. België is eerder een fysieke competitie, met iets minder nadruk op mooi voetbal - behalve Beerschot, hè. ( lacht) En de Franse tweede klasse is nog fysieker en sneller, er loopt veel ervaring rond. Je krijgt er zelden hoge scores, het is zakelijk voetbal. Ik acht me gelukkig dat ik in die drie landen heb kunnen spelen. Mijn mooiste seizoen was toen we met Sparta Rotterdam kampioen werden in de Eerste Divisie. In mijn laatste seizoen was ik er aanvoerder, in de Eredivisie. Maar echt genieten was er niet bij, want we degradeerden, dan moet je het steeds gaan uitleggen voor de camera's.' Tissoudali: 'Ik heb een foute inschatting gemaakt door van Telstar naar Le Havre te gaan. Dat verschil in voetbal was te groot. Eigenlijk kies je dan beter voor een mindere club in de Eredivisie - ik kon bijvoorbeeld naar Heracles. Zodra je ergens in eerste klasse speelt, word je toch serieuzer genomen. Ik ben heel blij dat het met Beerschot beperkt bleef tot één jaartje 1B.' Sanusi: 'Ik was eigenlijk gekomen voor 1A, net als Holzhauser. Dat het dan toch 1B werd, was een domper.' Ook al was het Beerschot, jouw club? Sanusi: 'Ja, ik zat goed in Frankrijk. Ik kon altijd later nog naar Beerschot komen. Een voetbalcarrière is kort, dus je moet in de eerste plaats zorgen dat je zelf tevreden bent met de stappen die je zet. En kijk, nu sta ik met Beerschot toch in 1A. Gelukkig.'