Dubbele gevoelens houdt KRC Genk over aan de laatste maanden onder Philippe Clement vorig seizoen. Het zwaarst weegt het goeie gevoel door, omwille van de vierde landstitel in de clubgeschiedenis. Die titel is voor een flink deel de verdienste van TD Dimitri de Condé die de selectie samenstelde, en van de voormalige trainer, die van die selectie één ambitieus geheel kneedde en een aantal spelers naar een hoger niveau stuwde.

De manier waarop hij grillige en emotionele talenten als Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski, die voor zijn komst hun eigen gang gingen, tot sterk presterende teamspelers omvormde, maakte veel indruk. Evenzeer bracht hij Leandro Trossard op een hoger niveau en liet hij de Deense rechtsachter Joakim Maehle zo sterk presteren dat ze hem in Denemarken, waar hij als een belofte zonder meer vertrokken was, opkeken over de sprong die hij in een seizoen gemaakt had.

Doorgroeiplatform

Ook de manier waarop Clement bij zijn komst de misnoegde thuisaanhang in geen tijd op zijn hand had en achter de ploeg kreeg in plaats van tegen ze op te moeten tornen, maakte indruk. 'Philippe Clement wilde iedereen in de club beter maken', verwoordde voorzitter Peter Croonen het onlangs nog in een interview in Sport/Voetbalmagazine.

Met alles en iedereen bemoeide hij zich. Hij gaf iedereen een goed gevoel maar spoorde tegelijk ook allen aan om tot het uiterste te gaan, zeker op training. Het maakte dat Genk onder hem vaak in de slotfase van de wedstrijd, toen de tegenstander moe werd, het verschil kon maken. Zelfs Europees.

Net dat hij iedereen altijd beter wilde maken, was wat de spelers van Genk, die de club als een doorgroeiplatform beschouwen, nodig hadden. 'Onze spelers vragen zich op elk moment hier af: zitten we hier nog op onze plaats, worden we nog elke dag beter?' legde Croonen uit. Bij Clement hadden ze op elk moment dat gevoel, terwijl de huidige trainer van Club ook een goeie persoonlijke band had met elk van zijn spelers, ook met degenen die niet altijd aan voetballen toe kwamen.

Hoe belangrijk dat is, had hij geleerd als hulptrainer van Club Brugge, toen hij vaak degene was die de jongens die net naast de selectie viel moest opvangen.

Terugkeer naar oude liefde

Clement was razend ambitieus en tegelijk een warm mens, onthoudt men in Genk. Alleen betreurde men het moment waarop hij de club verliet, al na anderhalf jaar, én het feit dat hij in zijn drang om altijd de beste mensen rond zich te hebben ook een aantal vaste waarden uit de Genkse entourage benaderde om mee te gaan.

Als je een club bent die telkens een cyclus van een paar jaar nodig heeft om tot volle wasdom te komen, wil je niet één van de architecten tijdens dat proces zien vertrekken voor het hele verhaal af is.

Weken voor de titel behaald werd vermoedde men bij Genk al dat Clement beslist had om weg te gaan, naar zijn andere oude liefde, Club, ook al gaf hij aan dat hij die beslissing pas na de competitie zou nemen. Dat hij in zijn groep aanvoelde dat enkele spelers absoluut een stap hoger wilden zetten en niet van plan waren samen met hem de rest van het proces (bevestigen en CL) door te maken, moet hem nog meer overtuigd hebben om voortijdig te gaan en in schoonheid afscheid te nemen. Daarvoor was ook zijn sportieve ambitie te groot.

Binnensmonds zal er daarover in Limburg wel gemord zijn, maar naar buiten toe viel nooit een onvertogen woord. Anders, besefte men, had die onvrede de sterke prestaties in de laatste rechte lijn kunnen beïnvloeden en was de Genkse machine tot stilstand gekomen. Met de vuist op tafel slaan had de fusieclub toen gewoon de titel én de daaraan verbonden deelname aan de CL gekost, en dat was het de club niet waard.

Dus zweeg men, draaide men na Clements vertrek rationeel een knop om, en zal men hem zondagmiddag in Genk met een welgemeende en dankbare knuffel _en hopelijk luid applaus_ onthalen, wetende dat ook Club niet zijn eindbestemming als trainer zal zijn.

(Geert Foutré)

Dubbele gevoelens houdt KRC Genk over aan de laatste maanden onder Philippe Clement vorig seizoen. Het zwaarst weegt het goeie gevoel door, omwille van de vierde landstitel in de clubgeschiedenis. Die titel is voor een flink deel de verdienste van TD Dimitri de Condé die de selectie samenstelde, en van de voormalige trainer, die van die selectie één ambitieus geheel kneedde en een aantal spelers naar een hoger niveau stuwde. De manier waarop hij grillige en emotionele talenten als Alejandro Pozuelo en Roeslan Malinovski, die voor zijn komst hun eigen gang gingen, tot sterk presterende teamspelers omvormde, maakte veel indruk. Evenzeer bracht hij Leandro Trossard op een hoger niveau en liet hij de Deense rechtsachter Joakim Maehle zo sterk presteren dat ze hem in Denemarken, waar hij als een belofte zonder meer vertrokken was, opkeken over de sprong die hij in een seizoen gemaakt had.Ook de manier waarop Clement bij zijn komst de misnoegde thuisaanhang in geen tijd op zijn hand had en achter de ploeg kreeg in plaats van tegen ze op te moeten tornen, maakte indruk. 'Philippe Clement wilde iedereen in de club beter maken', verwoordde voorzitter Peter Croonen het onlangs nog in een interview in Sport/Voetbalmagazine. Met alles en iedereen bemoeide hij zich. Hij gaf iedereen een goed gevoel maar spoorde tegelijk ook allen aan om tot het uiterste te gaan, zeker op training. Het maakte dat Genk onder hem vaak in de slotfase van de wedstrijd, toen de tegenstander moe werd, het verschil kon maken. Zelfs Europees.Net dat hij iedereen altijd beter wilde maken, was wat de spelers van Genk, die de club als een doorgroeiplatform beschouwen, nodig hadden. 'Onze spelers vragen zich op elk moment hier af: zitten we hier nog op onze plaats, worden we nog elke dag beter?' legde Croonen uit. Bij Clement hadden ze op elk moment dat gevoel, terwijl de huidige trainer van Club ook een goeie persoonlijke band had met elk van zijn spelers, ook met degenen die niet altijd aan voetballen toe kwamen. Hoe belangrijk dat is, had hij geleerd als hulptrainer van Club Brugge, toen hij vaak degene was die de jongens die net naast de selectie viel moest opvangen.Clement was razend ambitieus en tegelijk een warm mens, onthoudt men in Genk. Alleen betreurde men het moment waarop hij de club verliet, al na anderhalf jaar, én het feit dat hij in zijn drang om altijd de beste mensen rond zich te hebben ook een aantal vaste waarden uit de Genkse entourage benaderde om mee te gaan. Als je een club bent die telkens een cyclus van een paar jaar nodig heeft om tot volle wasdom te komen, wil je niet één van de architecten tijdens dat proces zien vertrekken voor het hele verhaal af is.Weken voor de titel behaald werd vermoedde men bij Genk al dat Clement beslist had om weg te gaan, naar zijn andere oude liefde, Club, ook al gaf hij aan dat hij die beslissing pas na de competitie zou nemen. Dat hij in zijn groep aanvoelde dat enkele spelers absoluut een stap hoger wilden zetten en niet van plan waren samen met hem de rest van het proces (bevestigen en CL) door te maken, moet hem nog meer overtuigd hebben om voortijdig te gaan en in schoonheid afscheid te nemen. Daarvoor was ook zijn sportieve ambitie te groot.Binnensmonds zal er daarover in Limburg wel gemord zijn, maar naar buiten toe viel nooit een onvertogen woord. Anders, besefte men, had die onvrede de sterke prestaties in de laatste rechte lijn kunnen beïnvloeden en was de Genkse machine tot stilstand gekomen. Met de vuist op tafel slaan had de fusieclub toen gewoon de titel én de daaraan verbonden deelname aan de CL gekost, en dat was het de club niet waard.Dus zweeg men, draaide men na Clements vertrek rationeel een knop om, en zal men hem zondagmiddag in Genk met een welgemeende en dankbare knuffel _en hopelijk luid applaus_ onthalen, wetende dat ook Club niet zijn eindbestemming als trainer zal zijn.(Geert Foutré)