'Het is een feit dat we genoeg hebben aan een punt, maar we gaan naar Anderlecht om te winnen. Zoals we altijd gaan voor de overwinning, ook in de Champions League', vertelde Philippe Clement na de overwinning tegen Antwerp.
...

'Het is een feit dat we genoeg hebben aan een punt, maar we gaan naar Anderlecht om te winnen. Zoals we altijd gaan voor de overwinning, ook in de Champions League', vertelde Philippe Clement na de overwinning tegen Antwerp.Het zal wel. Je wil, na zo'n reguliere competitie, toch niet die allerlaatste match, zondag op Jan Breydel, laten beslissen over de titel? Zonder publiek als twaalfde man, tenminste niet in het stadion, het zal zondag buiten in de straten van Sint-Andries ongetwijfeld veel drukker zijn dan vorige zondag, toen de spelersbus van Antwerp ongestoord weg mocht rijden. In de straten was geen kat meer te zien. Mocht het tot een apotheose komen tegen KRC Genk, dan ontploft de buurt, gegarandeerd. Maar wil je dat, zo'n slopende finale, de zenuwen gierend door de keel, waar dat mes dan diep in prikt? Tegen, om de captain te quoten, ' fucking Genk'? Tricky. Dus zal Club Brugge donderdag zeker voor de zege gaan in Brussel. Maar niet vol, zoals het dat ook al niet deed op Antwerp vorige donderdag. Zoals je dat ook niet doet in de Champions League, nog zo'n minicompetitie met vier. Op dat vlak kan Club zijn ervaring uitspelen. Het gas zal gedoseerd zijn. De balans van deze minicompetitie na vier speeldagen: 1. KRC Genk (met 10 punten), 2. Club Brugge (5), 3. Anderlecht (3), 4. Antwerp (2). Anderlecht en Antwerp wonnen nog niet, Club één keer. Gemaakte goals: KRC Genk: 9, Anderlecht 6, Antwerp 5, Club Brugge 4. Geïncasseerde goals: Genk 4, Club Brugge 6, Anderlecht en Antwerp 7. Club Brugge had zijn eerste plaats in de reguliere competitie te danken aan de beste aanval én de beste verdediging, maar dat is in deze eindfase duidelijk anders. De aanval stokt, en de verdediging kwam wat meer onder druk, terwijl Genk vloeiend verder raast: beste aanval, beste verdediging.De mindere periode van Club Brugge is al een tijdje aan de gang. Sinds de corona-uitbraak en de dubbele uitschakeling in de bekers, Europees en nationaal. Blauw-zwart won vanaf maart nooit meer twee wedstrijden op een rij, laat staan dat het een serie neerzette zoals in januari-februari (27 op 27 in de competitie). Van zijn laatste tien wedstrijden - play-offs inbegrepen - kon Club er slechts vier winnen: Gent, Kortrijk, Moeskroen en nu Antwerp. Het verloor drie keer (2 x Anderlecht en KRC Genk) en speelde drie keer gelijk. De redenen zijn divers: corona en de fysieke gevolgen is er één van, gekoppeld aan de opeenvolging van wedstrijden. Is KRC Genk, dat dit seizoen niet Europees voetbalde, morgen/donderdag aan zijn 43e officiële wedstrijd toe, dan werkte Club zondag tegen Antwerp al zijn 50e af (49 dit seizoen, plus de bekerfinale als restje van vorig jaar). Corona kan tot twaalf weken in het lijf blijven hangen, signaleerde al de hoofdarts van Team Belgium op de komende Olympische Spelen, vandaar zijn pleidooi om nu al sporters te vaccineren. Club zit nog in die twaalf weken, al was niet elke speler even zwaar getroffen. Kwamen daarbovenop blessures van Noa Lang en Bas Dost, twee cruciale pionnen in het succes van die goeie periode in januari-februari. Dost scoorde toen 5 keer in 6 wedstrijden, en liep dan tegen een hamstringletsel aan. Nadien was het minder en als Dost niet scoort, merk je snel zijn mindere punten: niet zo balvast als Wesley indertijd (of Charles De Ketelaere zondag toen hij diep in de punt de wedstrijd uitvoetbalde), niet zo'n aanjager bij balverlies. Ruud Vormer jut hem dan wel op, maar je merkt aan zijn soms late reactie dat het toch zijn ding niet is. Lang maakte er van januari tot begin maart 7 en zorgde voor 5 assists, waarna hij eerst positief testte op corona en vervolgens met Jong Oranje een flinke tik kreeg. Dat en de opeenvolging van wedstrijden in zijn eerste volledige seizoen aan de top nekte hem. De interne data waarover Club beschikt geven aan dat het aantal afgelegde kilometers nog steeds behoorlijk is, maar wel dat de high intensity runs, en de snelheid waarmee er wordt gepiekt lager is. De spurt botte af. In topsnelheid én frequentie. Dat was de voorbije twee maanden het grootste verschil met KRC Genk (niet te vergeten co-herfstkampioen, dus voor Nieuwjaar ook al blijk gevend van veel talent), waar John van den Brom quasi blindelings zijn elf kon neerzetten sinds de zege bij Charleroi. Van zijn laatste twaalf wedstrijden won KRC Genk er negen, speelde het twee keer gelijk en ging ongelukkig eentje verloren: die op Antwerp in de slotfase. Het was een match waarin Junya Ito langs de kant moest toekijken en dat scheelde een pak. Die selectierust had Clement niet, omdat het niet draaide. Play-off 1 begon hij met een serieus experiment, om de schorsing van Clinton Mata op te vangen: terug naar drie verdedigers achterin, Odilon Kossounou op zes, en De Ketelaere en Ignace Van der Brempt op de flanken, met Lang dicht bij Dost: 3-5-2 in balbezit. Met moeite werd een gelijkspel afgedwongen. Speeldag 2 zag terug een normaal Club, met een 4-1-4-1, maar na de 3-0 bij Genk werd weer geschoven. Met Vanaken verdween een balartiest op het middenveld, met Eder Balanta kwam een werker. Het artiestenplunje werd ingeruild voor de donkerblauwe overall. In deze play-offs - en ook al op het einde van de competitie - werden de tekortkomingen van Club nog duidelijker: snelheid en diepgang. Krepin Diatta verkocht, Emmanuel Dennis weg en David Okereke, Tahith Chong, Youssouph Badji, Van Der Brempt en De Ketelaere konden niet echt voor dreiging en diepgang zorgen. Mata kon dat aan de rechterkant lang oplossen met zijn diepe runs, maar de laatste weken lukte dat ook niet meer. Ook zijn zeven longen raken ooit leeg. Idem aan de overkant: Edoeard Sobol heeft ook zeven longen, maar net als Mata mist ook zijn voorzet precisie. En tegelijk konden we ons ook niet van de indruk ontdoen dat in de play-offs hun taak vooral verdedigen is, en ze zich minder gooien in het offensief - daarom ook Stefano Denswil tegen Anderlecht en Genk in de basis. Snelheid en diepgang _ zoals Ito dat brengt bij KRC Genk en de goeie Didier Lamkel Zé dat kon bij Antwerp, miste Club. Zeker toen het bij Lang wat minder werd. Zondag, vlak voor de 1-0, werd dat nog eens pijnlijk duidelijk: Vanaken recupereerde iets voor het uur de bal vlak voor de eigen zestien en zette een counter op met De Ketelaere en Dost. Strijkijzers durven we hen niet noemen, maar voor de bal aan de andere kant was, was half Antwerp al terug en georganiseerd. De voorzet van De Ketelaere miste ook nog eens precisie. Club scoutte zich het voorbije jaar te pletter naar een snel profiel, noodzakelijk toen Okereke ook niet voldeed op de flank en Diatta aangaf te willen vertrekken. Maar Jordan Attah Kadiri, Bright Osayi-Samuel (zomer), Facundo Pellistri, Jaden Philogene-Bidace noch Christos Tzolis (winter) bleken bereid naar Brugge te komen. Uiteindelijk werden Chong en Nabil Dirar aangeworven, maar helemaal geslaagd zijn die transfers niet. Chong werd in de coronaperiode nog vaak gebruikt, gaf ook twee assists, maar kwam sinds begin maart en de wedstrijd tegen KV Kortrijk maar aan 17 minuten in drie onopvallende invalbeurten. Snelheid op de flank, vernieuwing én keuzes maken centraal, dat is de taak voor de sportieve staf deze zomer. De onduidelijkheden rond corona _ geen play-offs, veel discussie over format, geen of late sportieve afwikkeling van andere competities, gebrek aan wedstrijden om te scouten omdat alles stil lag, eerder focus op verlengen van wat er is... Dat maakte allemaal dat de kern van vorig seizoen ook dit seizoen doorging. Wat kwam in de winter was een keuze voor stabiliteit en direct rendement: Dost, Dirar en Denswil. Niet om door te ontwikkelen. Dat wordt deze zomer ongetwijfeld anders. Een keuze moet ook worden gemaakt rond De Ketelaere. Die zwerft wat door het elftal - stilaan ook wel een beetje tot eigen wanhoop - en doet overal ervaring op. Ook hij kende de voorbije maanden een terugval. Logisch na een eerste vol seizoen met veel wedstrijden, de match van zondag was zijn 44e officiële dit seizoen bij blauw-zwart. Hij eindigde zondag zoals hij begon aan het seizoen met de bekerfinale: in de spits. In de twee duels tegen Antwerp van vorige week offerde Clement Vanaken op, maar niet om De Ketelaere zoals in januari - toen Vanaken drie speeldagen geschorst was - in een centrale rol uit te spelen. Die bleef op de kant. Ongetwijfeld ook omdat hij nog niet klaar is voor het vuile werk in balverlies. Het jonge talent moet nog werken aan zijn efficiëntie, maar ook aan de omschakeling in balverlies. Nog te veel gaat dan de kop naar beneden of blijft hij staan, handen in de lucht, hopend op een tussenkomst van de ref als het duel wat mannelijk is geweest. En zo knokt Club zich naar de eindstreep. Het galakostuum van januari-februari is ingeruild voor een werkmansplunje. Er is met Nieuwjaar wat Afrikaanse verfijning (Diatta) en snelheid (Dennis) verdwenen, en die werd een tijdje gecompenseerd met Hollands talent en branie. De raids van Lang, de positionele intelligentie van Dost. Toen dat minder werd, werd het ploegen voor de boeren. Minder kansen, arbeidersvoetbal. Wat minder stabiel achterin ook, niet meer zo vaak de nul (slechts twee keer in de laatste tien matchen). Anderzijds: het was wel het jonge talent dat zondag de overwinning over de streep trok. De Ketelaere trof raak, en op zijn pas was Lang net iets sneller dan Butez. Achterin gooide Kossounou, door kijkers verkozen tot man van de match, zich naar en voor elke bal. En zo is Philippe Clement goed op weg om als eerste Brugse trainer sinds Ernst Happel voor een tweede titel op rij te zorgen. Tal van illustere voorgangers die met Club één keer kampioen werden - Canjels, Grijzenhout, Houwaart, Broos, Gerets, Leekens, Sollied, Preud'homme, Leko - slaagden daar niet in. Hoe moeizaam het einde ook was en hoeveel kritiek de eerste maanden van het seizoen hem en zijn spelers ook opleverde, toch een indrukwekkende prestatie in dit vreemde jaar zonder publiek om de spelers op te jutten. Het moest uit de lijven zelf komen. En dan is het aan Clement om een keuze te maken. Gaat hij met een ongetwijfeld vernieuwd Club door in West-Vlaanderen (hij ligt nog een jaar onder contract) of geeft hij gehoor aan zijn ambitie en lonkt het buitenland? Happel hield er na drie (!) titels op rij mee op. Hij koos voor een zomer met Oranje, ging daarna even aan de slag bij Harelbeke en Standard en trok vervolgens naar de Bundesliga. Daar waar Belgen dezer dagen ook goed aarden, bij Dortmund, in Berlijn, bij Wolfsburg, op nog andere plaatsen. Clement wil na afloop van de competitie met het Brugs bestuur rond de tafel, maar steeds vaker hoor je geruchten dat hij zijn zinnen op iets anders heeft gezet. Komt de witte rook uit het oosten?