Tussen eind augustus 2001 en september 2008 fungeerde Luc Espeel als voorzitter van KSV Roeselare. Onder zijn bewind slaagde de West-Vlaamse ploeg erin om door te stoten naar het hoogste niveau in het seizoen 2005/06. Een elfde plaats was het beste resultaat. Sinds de degradatie uit de eerste klasse na het seizoen 2009/10 zag ook de bedrijfsleider de club almaar verder wegzakken in het moeras van 1B. Espeel: 'Ik draag de club nog altijd een warm hart toe, maar ik moet nu erkennen dat sporteconoom Trudo Dejonghe destijds gelijk had: voor een kleiner team als KSV Roeselare is er geen plaats op de Belgische landkaart van het profvoetbal. Een Roeselarenaar gaat naar Club Brugge. Ik herinner me wel de gezellige ambiance die ik meemaakte op Schiervelde, waar we plezier hadden en een pintje dronken met vader en moeder Monteyne op het succes van hun zonen Pieterjan en Martijn. Dat vriendschappelijke aspect is verdwenen uit de ziel van de club.'

Tussen eind augustus 2001 en september 2008 fungeerde Luc Espeel als voorzitter van KSV Roeselare. Onder zijn bewind slaagde de West-Vlaamse ploeg erin om door te stoten naar het hoogste niveau in het seizoen 2005/06. Een elfde plaats was het beste resultaat. Sinds de degradatie uit de eerste klasse na het seizoen 2009/10 zag ook de bedrijfsleider de club almaar verder wegzakken in het moeras van 1B. Espeel: 'Ik draag de club nog altijd een warm hart toe, maar ik moet nu erkennen dat sporteconoom Trudo Dejonghe destijds gelijk had: voor een kleiner team als KSV Roeselare is er geen plaats op de Belgische landkaart van het profvoetbal. Een Roeselarenaar gaat naar Club Brugge. Ik herinner me wel de gezellige ambiance die ik meemaakte op Schiervelde, waar we plezier hadden en een pintje dronken met vader en moeder Monteyne op het succes van hun zonen Pieterjan en Martijn. Dat vriendschappelijke aspect is verdwenen uit de ziel van de club.'