Celia Cuccittini is vaak te gast in Camp Nou, willens nillens. De grootmoeder langs moeders kant van Lionel Messi wordt met de vinger gewezen bij elke goal van La Pulga, want die richt zijn ogen en zijn wijsvingers naar de hemel ter herinnering aan de persoon zonder wie zijn carrière nooit zo'n hoge vlucht zou genomen hebben. 272 wedstrijden op de grasmat van Barça en 272 goals, bijna allemaal opgedragen aan de abuela.
...

Celia Cuccittini is vaak te gast in Camp Nou, willens nillens. De grootmoeder langs moeders kant van Lionel Messi wordt met de vinger gewezen bij elke goal van La Pulga, want die richt zijn ogen en zijn wijsvingers naar de hemel ter herinnering aan de persoon zonder wie zijn carrière nooit zo'n hoge vlucht zou genomen hebben. 272 wedstrijden op de grasmat van Barça en 272 goals, bijna allemaal opgedragen aan de abuela. Bijna dus. Want tegen Leganés verscheen Celia niet, toen Messi een penalty, woest als een dichtslaande deur, in de winkelhaak knalde van Iago Herrerín, die nochtans de goeie kant gekozen had. Op de schermpjes van de duizenden smartphones die de tribunes verlichtten, was een vreugdeloze Messi te zien. 'Indertijd zei Di Stéfano dat je doelpunten uit penalty niet vierde, omdat de schutter te veel voordeel heeft', herinnert Angel Cappa zich, de oud-trainer die analist geworden is en die de wedstrijd volgt voor een van de talloze Spaanse radiostations die in het stadion aanwezig zijn. Kijkt de Argentijn neer op deze overwinning zonder panache? Of rebelleert hij, aan het einde van een wedstrijd met voortdurend gefluit als soundtrack, vijf dagen na het fiasco van Parijs? Lionel Messi keert terug in de kleedkamer. Zonder glimlach. Zonder een vuistje. 'Als Messi niet lacht, dan is er echt een probleem', gaf Pep Guardiola ooit toe, de coach die ook verkondigde dat het geluk van zijn nummer 10 zijn hoofdbekommernis was. Twee uur eerder kijken de lachende Messi's je overal aan in de straten van Barcelona. Na de onvermijdelijke wandeling op de Ramblas, waar de geur van abnormaal dure paella's je neusgaten binnendringt, verdwijnen de supporters met hun gloednieuwe nummer-10-shirts de metrostations in. Op de reclameborden die je vergezellen op weg naar het metroperron, lokt een virtuele Neymar je met handgebaren om het stadion gevuld te krijgen. Met zo'n affiche is dat eerlijk gezegd geen sinecure: die zondagavond tegen Leganés zullen er maar 63.378 toeschouwers de tribunes van Camp Nou beklimmen, het diepterecord van Barça dit seizoen in La Liga. Het moet gezegd dat de minimumprijs voor een avondje Catalaans droomvoetbal wel 44 euro is. Een som die vooral door toeristen graag betaald wordt, wat maakt dat het Engels en het Chinees de voertalen zijn op de metrolijn die naar station Les Corts voert. Eén uur voor de aftrap is het er al drummen en het gelach van de locals is niet van de lucht wanneer de toeristen bovenaan de roltrap geblokkeerd raken en er niets anders op zit dan terug naar beneden te gaan om de gewone trap te nemen. Op de weg naar het stadion hebben de krantenkiosken hun avondlijke gedaanteverwisseling ondergaan en zijn ze omgetoverd in shops waar shirts, sjaals en vlaggen gekocht kunnen worden. Het is duidelijk: de lokale commercie draait op volle toeren. Wanneer na een kleine kilometer stappen een hoek van Camp Nou zichtbaar wordt, lichten tal van smartphones op. De mensenzee wijkt uit elkaar wanneer een kind voor zijn vriendje een ingebeeld doelpunt van Messi nabootst na een fabuleuze solo van Neymar. In het stadion is er weinig couleur locale te bespeuren. Een groot bord heet je 'Welcome to Camp Nou' en ook verderop in de tribunes is het duidelijk dat de sportieve mondialisering zich heeft doorgezet. Terwijl de stadionomroeper zijn beste Engels bovenhaalt, is de alomtegenwoordigheid van Qatar Airways, dat zelfs in het midden van de Noordtribune geschreven staat, frappant. In de vier hoeken van de arena herinneren borden eraan dat het stadion ook bezocht kan worden als museum (25 euro per toegangsticket). In het Catalaanse Louvre doen de vijf Gouden Ballen van Lionel Messi dienst als Mona Lisa, en in de souvenirshop kunnen graszoden gekocht worden. Traditie lijkt te verzuipen in de toeristenstroom. Toch komt ze nog eens boven water in de lift die naar de derde ring gaat. Daar pronken drie besnorde mannen trots met hun blaugrana sponsorloze shirt. Het gesprek gaat over in wanhopig gezucht en groen gelach wanneer een van hen op zijn smartphone ziet dat de namen André Gomes, Jérémy Mathieu en Lucas Digne samen in de basiself voorkomen. Enkele minuten later zijn ook zij ongetwijfeld al bij het afroepen van de ploegsamenstelling aan het fluiten bij de naam Gomes. Het striemende geluid van misnoegen uit de tribunes zal de Portugees moeten ondergaan tot hij vervangen wordt, een beetje na het uur. Het stadion zet liever Gomes' negatieve prestatie in de verf dan de opkomende Andrés Iniesta toe te juichen, die van Luis Enrique zijn 400e wedstrijd in de competitie mag betwisten. André Gomes, die afgelopen zomer voor 30 miljoen euro overkwam, is door het publiek als symboolfiguur gekozen voor een aaneenschakeling van mislukte mercato's. Sinds de komst van Marc-André ter Stegen en Luis Suárez in 2014 zijn er niet veel nieuwkomers meer geweest die zich in het hart van de supporters gespeeld hebben en in de elf van Luis Enrique. Samuel Umtiti is de uitzondering, ook al profiteert hij vooral van de veelvuldige blessures van Javier Mascherano. De Fransman is voorlopig de enige geslaagde transfer van Robert Fernández, die de post van technisch directeur erfde toen de wegen van Barça en Andoni Zubizarreta scheidden. Ondanks de noodzaak om te scoren tegen het einde van de wedstrijd om Real Madrid niet te laten ontsnappen op weg naar de titel, blijft Paco Alcácer op de bank, nog maar eens het bewijs dat de zomeraankopen niet echt tot de verbeelding spreken in Camp Nou. Ondertussen maakt het middenveld van de grote rivaal uit de hoofdstad indruk op planeet voetbal met Toni Kroos en Luka Modric, twee spelers die alles hadden om het rood-blauwe shirt te dragen. 'We gaan naar Camp Nou zoals naar het Liceu', aldus een lokaal gezegde, waarbij verwezen wordt naar het theater in het centrum van de stad. In Camp Nou zijn de supporters immers vooral toeschouwers die zich het recht toe-eigenen om te fluiten als ze vinden dat het spektakel de prijs van hun ticket niet rechtvaardigt. In die context maakt het resultaat niet veel uit, aangezien er ook striemende geluiden van de tribunes naar beneden kunnen rollen als er een grote voorsprong op het scorebord staat. In het land van Johan Cruijff en Pep Guardiola wordt de tragikomische show van een middenveld Gomes-Rafinha-Rakitic, waar meer gedraafd wordt dan gedacht, alleen maar ontvangen op hoongelach. Alle hoop rust op de voeten van MSN, die met hun geniale invallen het gebrek aan collectieve coherentie moeten maskeren. Achter de Gol Nord breekt de Grada d'Animació met de lokale tradities. De jongeren, verzameld achter het doel van Marc-André ter Stegen, blijven zingen om de ploeg, die nog draaierig is na de uppercut in Parijs, terug wat geloof in te pompen. Hier staat de nieuwe generatie supporters van Barça, openlijk geïnspireerd door de Italiaanse traditie van ultra's, maar wel wat afkerig van het etiket 'ultra' omdat het te veel naar extreem-rechts en madridismo (de Ultras Sur zijn de meest heetgebakerde supporters van Real) ruikt. Terwijl de meeste gezangen in de eerste helft aan de elastische handen van Ter Stegen worden opgedragen, vaak op de tonen van het bekende 'Seven Nation Army' van de White Stripes, gaat het die avond in de tribunes toch vooral over Luis Enrique. Terwijl hij gewoonlijk geeerd wordt in de 21e minuut, naar het rugnummer op zijn shirt tijdens zijn passage in Camp Nou, wordt de naam van de trainer al gescandeerd net na het openingsdoelpunt van Messi, terwijl er slechts enkele honderden seconden op de wedstrijdklok staan. De rest van het stadion reageert met gefluit. De Gol Nord begint van de weeromstuit een 'Barça hasta la muerte' te zingen, wat de verdeeldheid op de tribunes alleen maar aanscherpt. Dit haast surrealistische concert is meermaals te horen tijdens de wedstrijd en klinkt als de soundtrack van een club in een diepe identiteitscrisis. Gevangen tussen twee vuren houden de talrijke toeristen in de tribunes zich liever in stilte bezig met het nemen van foto's, waardoor ze indirect bijdragen tot een sfeer die even koud aanvoelt als wanneer je net iets te lang in de koelruimte van een supermarkt blijft hangen. De Asturische coach wordt beschouwd als een van de verantwoordelijken voor het verlies van de Barçastijl, omdat hij zijn eieren te veel in de mand van de offensieve drietand zou leggen. Enrique maakt de tweede tumultueuze periode in zijn trainerschap bij Barça door: zijn kop rolde al bijna in januari 2015 na zijn moeilijke eerste maanden. Op het einde van het seizoen won Barcelona toen wel Champions League, titel én beker. Na het huidige seizoen is het voor Enrique in elk geval afgelopen. Vorige week maakte hij zelf bekend dat hij Barça zal verlaten. We gaan even terug naar de avond voor de match tegen Leganés, toen in La Masía een persconferentie met Luis Enrique plaatsvond. De vragen gaan natuurlijk nog altijd over Parijs en Lucho steekt zijn kop in de grond: 'Ik waag me niet meer in de buurt van radio of tv, zelfs niet stomdronken.' Ondervraagd over het verlies aan steun in de kleedkamer, overvloedig in de verf gezet door de lokale pers, klinkt er een geforceerde lach. In de kranten circuleren al de namen van een aantal mogelijke opvolgers: Jorge Sampaoli in poleposition, voor Ernesto Valverde en Eduardo Berrizo. In La Masía, maar dan buiten de perszaal, worden de voorschriften van het Barçahuis in praktijk gebracht. Zoals: 'De bal moet meer werk doen dan de speler.' In het stadion herinneren we ons die gouden regel, wanneer we Rafinha negentig minuten lang als een bezetene achter de bal zien hollen zonder hem te raken. De beroemdste middenveldersfabriek ter wereld neemt het op tegen een ploeg die vecht voor het behoud en lijkt nooit echt vat op de bal of op de wedstrijd te krijgen. Op de koop toe haalt een journalist op de persconferentie aan dat er die avond een primeur heeft plaatsgevonden: voor het eerst in zijn geschiedenis stond Barça op het veld met tien buitenlanders in de basiself. 'Kunt u dat nog eens herhalen, ik heb het niet goed gehoord', vraagt Luis Enrique, die duidelijk met zijn gedachten elders zit. Dan verdedigt hij zich: 'Ik houd er geen rekening mee of een speler uit Asturië of uit Mexico komt, ik kijk alleen naar het shirt.' Wanneer het over Paco Alcácer gaat, geraken de gemoederen verhit. Lucho besluit met een scherp: 'Voor zover ik weet, ben ik nog altijd de enige trainer hier in de zaal.' Diplomatischer dan zijn coach, maar overtuigender dan voorzitter Josep Bartomeu, die voor de match in zowat alle media opdook om eigenlijk niets te zeggen, is Andrés Iniesta. Hij is de enige speler die opdaagt in de mixed zone, waar het barst van de journalisten. 'Na een match zoals die in Parijs pakken we bijna nooit uit met een doelpuntenfestival. Wij zijn ook maar mensen', benadrukt het grijzende wonderkind van La Masía, alsof sommigen dat vergeten waren. Enkele dagen eerder, in Parijs, had Don Andrés het voetbal van zijn club in vraag gesteld, en Sergio Busquets viel hem nadien bij. Pijnlijke verklaringen, als van kinderen die het ouderlijk huis niet meer herkennen. De Catalaanse droomfabriek ligt aan de beademingsmachine. Barçawatchers voorspelden al enkele jaren deze magere periode voor het opleidingscentrum, waar de grootste talenten op dit moment nog geen zestien jaar zijn. Het is een vaststelling dat een basiselftal waarin Messi, Sergi Roberto en Rafinha de enige uit de blaugrana school zijn, uit de toon valt tegenover het team van elf producten van La Masía dat vijf jaar geleden onder Tito Vilanova partij gaf aan Levante. De club lijkt de weg kwijt te zijn. Een teken aan de wand is ook de defensieve 4-4-2-variant die door Luis Enrique geïntroduceerd werd en die kopje onder ging in Parijs. Busquets en Iniesta gingen toen druk zetten alsof er achter hen nog een defensieve middenvelder stond om hen te dekken. Alsof ze als Barcelona speelden, in feite. Tegen Leganés geeft Barça de indruk dat het zonder middenveld speelt. In de rol van mediocentro, normaal de positie van Busquets, raakt André Gomes geen bal. Rafinha, de enige canterano in de as van het veld, kan niet om zich heen kijken zoals de typische Barçamiddenvelder made in La Masía dat doet, omdat hij een beschermend masker draagt. De ballen gaan dus rechtstreeks van Umtiti naar Suárez, van Mathieu naar Neymar en van Sergi Roberto naar Messi, die soms improviserend voor de verdediging komt postvatten om het spel op gang te brengen, terwijl Rakitic dan de rechterflank voor zijn rekening neemt. Het geheel ziet er erg wanordelijk uit. Een individueel nummertje van Neymar, wiens hyperactiviteit op de tribunes wél op enthousiasme wordt onthaald, is nodig om de strafschop van de overwinning uit te lokken. Messi zet die vreugdeloos om. Na het laatste fluitsignaal nemen de spelers niet eens de moeite om de winst te vieren. Op weg naar de kleedkamer gaan ze door een gang waar immense foto's hangen van de vijf overwinningen in de Champions League. Trofeeën die behaald werden door een club die wist wat voor spel ze speelde en die trots was op haar eigenheid. Vandaag heeft Barça nog altijd ongelooflijk veel talent. Het offensieve trio is zonder twijfel het beste uit de geschiedenis van het voetbal en zou de ploeg in staat moeten stellen om de prijzenkast nog aan te vullen. Want 'goeie spelers kunnen altijd winnen, ook zonder idee', besluit Angel Cappa. Maar hoewel er nog steeds gewonnen wordt, lijkt Barcelona een club als alle andere. Het gestructureerde balbezit en de pareltjes uit de opleiding bevinden zich vandaag de dag in de hoofdstad, waar Marco Asensio, Lucas Vázquez en Nacho Fernández de trots uitmaken van de Madrileense Fábrica. De blaugranas hebben nu meer weg van de Galácticos die elkaar tien jaar geleden voor de voeten liepen in Bernabéu. De fameuze spelvreugde, het cement van de Catalaanse kleedkamer waar de lachende gezichten bijna een handelsmerk geworden waren, lijkt verdwenen te zijn. Barça pakt nog punten, maar het plezier is ver te zoeken.