1. Hoe schijn (soms) bedriegt

U leest ze elke week in de kranten en in dit magazine: de toeschouwersaantallen die de clubs tijdens of na elke match aan de media meedelen. Maar die zijn niet altijd correct. Zo blijkt uit de officiële cijfers van de Pro League, met het aantal effectief aanwezige voetbalfans in het stadion. Op Standard, voor de laatste wedstrijd tegen Waasland-Beveren, zaten bijvoorbeeld geen 26.017 toeschouwers op Sclessin, maar slechts 18.261. In het Jan Breydelstadion van Club Brugge keken geen 25.412 supporters naar het duel tegen Mouscron, maar 21.523. En bij Zulte Waregem, tegen KRC Genk, waren dat er geen 9637 maar 7740. De reden? Sommige clubs tellen telkens álle abonnees mee. Maar niet elke abonnee tekent elke keer present.
...

U leest ze elke week in de kranten en in dit magazine: de toeschouwersaantallen die de clubs tijdens of na elke match aan de media meedelen. Maar die zijn niet altijd correct. Zo blijkt uit de officiële cijfers van de Pro League, met het aantal effectief aanwezige voetbalfans in het stadion. Op Standard, voor de laatste wedstrijd tegen Waasland-Beveren, zaten bijvoorbeeld geen 26.017 toeschouwers op Sclessin, maar slechts 18.261. In het Jan Breydelstadion van Club Brugge keken geen 25.412 supporters naar het duel tegen Mouscron, maar 21.523. En bij Zulte Waregem, tegen KRC Genk, waren dat er geen 9637 maar 7740. De reden? Sommige clubs tellen telkens álle abonnees mee. Maar niet elke abonnee tekent elke keer present. Dat werpt een ander licht op de gemiddelde toeschouwersaantallen. Standard lokt zo niet 25.345 fans per wedstrijd, maar 19.148, een verschil van 25 procent. Bij Club Brugge is het gemiddelde niet 26.175, maar exact 23.000 (-12 procent). Ook bij Waasland-Beveren (-22 procent), Zulte Waregem (-19), KV Kortrijk (-18) en KAA Gent (-17) is er een merkbaar verschil tussen het meegedeelde toeschouwersaantal en het effectief aantal aanwezigen. Clubs die op dat vlak wel correcte cijfers meegeven: Antwerp, Charleroi, Eupen, KRC Genk, Lokeren, Mouscron, KV Oostende en STVV. Bij Anderlecht wordt nooit een toeschouwersaantal meegedeeld. Om een correcte vergelijking met het verleden te maken moet je dus voortgaan op officiële bronnen, niet op de overdreven cijfers van (sommige) clubs. En dan komt van pas: het jongste Fan Attendance Report van de European Professional Football Leagues (EPFL), de vereniging van 35 voetballiga's, waaronder de Belgische Pro League. Dat rapport werpt zijn licht op de totale toeschouwersaantallen en bezettingsgraad van de seizoenen 2010/11 tot en met 2016/17. Leggen we die gemiddeldes, over die zeven voetbaljaargangen, naast die van het voorbije reguliere seizoen in de JPL, dan blijkt de vaderlandse competitie aan populariteit te hebben gewonnen. Sinds eind juli 2018 trokken er in totaal 2.445.491 toeschouwers naar de Belgische stadions, verdeeld over 81.516 per speeldag of 10.190 fans per match. Dat is negen procent meer dan tussen 2010/17 (9381). De gemiddelde capaciteit (mede door de uitbreiding van de stadions van onder meer Antwerp, KV Mechelen en Zulte Waregem de jongste jaren) is dan ook toegenomen: van 15.444 naar 16.408 dit seizoen (plus zes procent), net als de bezettingsgraad: van 61 naar 62 procent. Voor de gemiddeldes van het afgelopen reguliere seizoen telt KV Mechelen bovendien niet mee. Normaal gezien moeten die dus in de volgende campagne nog toenemen, aangezien het zeer populaire Malinwa (zie punt zes) - als het Operatie Propere Handen overleeft - in 2019/20 de plaats inneemt van Lokeren, een kneusje op vlak van toeschouwers. Club Brugge is en blijft - al sinds 2012/13 - de nummer één qua supporters: exact 23.000 toeschouwers zaten er gemiddeld in de 15 wedstrijden in Jan Breydel, liefst 20 procent meer dan het nummer twee in die ranking, Standard (19.148) - zie ook grafiek. Acht thuisduels van blauw-zwart staan zelfs in de top 10 van de best bezochte JPL-matchen van het voorbije reguliere seizoen, met die tegen KRC Genk, op zondag 17 februari (14.30 uur) op één: 26.475. Weliswaar geen vol huis, want in Jan Breydel kunnen er 29.062 supporters plaatsnemen. Daardoor staat Club ook 'pas' tweede in de ranking qua bezettingsgraad (79 procent) - zie andere grafiek. Ook op verplaatsing kan blauw-zwart op de grootste aanhang rekenen: 1336 per match, al wordt dat cijfer flink omhooggetrokken door de 'verplaatsing' naar Cercle, met liefst 6229 bezoekende Clubfans. Zonder die wedstrijd ligt het gemiddelde op 986 uitsupporters, alleen Anderlecht doet dan op dat vlak iets beter (989). Anderlecht behaalde na Nieuwjaar, onder de nieuwe coach Fred Rutten, een respectabele 17 op 27 - waaronder 8 op 12 thuis -, maar de fans smaken het voetbal van de nieuwe coach niet. Tot voor Nieuwjaar lag het gemiddelde qua aantal thuissupporters in het Vanden Stockstadion (bezoekende fans niet meegerekend) op 18.855. Na de winterstop zakte dat naar 14.896 (- 21 procent), met dieptepunten tegen Zulte Waregem en KV Kortrijk, toen er slechts 12.427 en 12.230 paars-witfans opdaagden. Zélfs tegen Club Brugge keken er amper 17.017 thuissupporters toe. Zelden geziene bodemcijfers voor Anderlecht, dat dit jaar slechts twee keer nipt de kaap van de 20.000 toeschouwers rondde: tegen Antwerp en Standard (beide matchen in september), mede dankzij een vol uitvak. Opvallend is wel dat paars-wit met voorsprong de hoogste bezettingsgraad heeft van alle eersteklassers: 87,5 procent (18.200 toeschouwers op een maximale capaciteit van 20.802). Een verplaatsing naar leider KRC Genk, in een mooi stadion. Aantrekkelijk, zou je denken. Maar niets is minder waar: geen enkele andere eersteklasser zag zo weinig bezoekende supporters opdagen: gemiddeld slechts 388, nog minder dan Eupen (397). Nochtans was het uitvak in de Luminus Arena tegen Anderlecht, Antwerp, Club Brugge en Standard telkens gevuld met meer dan 900 fans. Het gemiddelde (van 388) wordt echter fel naar beneden gehaald door de lage bezoekersaantallen van de 'kleine' clubs uit West/Oost-Vlaanderen en Wallonië. Met als dieptepunt de amper 27 Mouscronsupporters die op zaterdag 26 januari (een zeer koude en regenachtige dag) de oversteek naar Limburg maakten, de match met de op een na minste uitsupporters. (STVV zag tegen datzelfde Mouscron nog één bezoekende fan minder opdagen: 26 stuks.) Ook de vertegenwoordiging van KV Kortrijk, Cercle Brugge, Zulte Waregem, Lokeren, Charleroi, Eupen en Waasland-Beveren schommelde tussen slechts 71 en 195 supporters. Blijkbaar is voor veel fans de verplaatsing naar Genk te ver. Anderlecht (gemiddeld 401 bezoekende supporters) scoort niet veel beter, maar dat ligt deels aan het beperkte uitvak van een kleine 650 plaatsen - bij veel andere clubs worden er (veel) meer zitjes voorzien voor uitfans. Van gemiddeld 327 supporters krijgt Waasland-Beveren steun op verplaatsing, waarmee het in die ranking negende staat. Opvallend hoog, want qua thuisaantallen prijkt het op de voorlaatste plaats, met slechts 3402 eigen supporters per match op de Freethiel - alleen Eupen doet slechter. Dat percentage uit- vs. thuisfans is het hoogste van alle eersteklassers (9,2 procent). Alleen Antwerp komt in de buurt met 8 procent (maar wel met gemiddeld 962 uitsupporters, als nummer drie in die ranking na Club en Anderlecht). Waarom krijgt Waasland-Beveren, ondanks die beperkte opkomst in eigen stadion, toch relatief veel steun buitenshuis? 'Een traditie', klinkt het in Beveren, met minstens vijf, zes supportersclubs die voor elke uitwedstrijd een bus inleggen. Vooral de derby's tegen KAA Gent (479), Lokeren (864) en Antwerp (478) vielen in de smaak, net als de kerstaffiche op Anderlecht (526). De ploeg die op verplaatsing op de kleinste aanhang kan rekenen (qua verhouding) is verrassend genoeg Charleroi: gemiddeld slechts 260, amper drie procent van de 8466 thuisfans per duel in het Stade du Pays. Ook KV Oostende (189 uit, 4 procent van de 4831 in de Versluys Arena) scoort op dat vlak slecht. Dat de supporters, gezien de ligging van beide clubs, vrij veel verre verplaatsingen moeten maken speelt daarin wellicht mee. 16.298 supporters zagen in het AFAS stadion van KV Mechelen de beslissende finalematch in 1B tegen Beerschot-Wilrijk, net geen vol huis (16.672). Een seizoensrecord, maar niet zo'n grote uitschieter, want gemiddeld trok Malinwa in 1B liefst 13.724 supporters. In eerste klasse doen alleen de G5-teams beter. Zelfs Antwerp (12.389) moet op dat vlak onderdoen. Nog straffer is de bezettingsgraad van 82 procent, in de JPL alleen overtroffen door Anderlecht (87,5). En of KV Mechelen dus zijn plaats in eerste klasse verdient. Gemiddeld slechts 3031 toeschouwers, van wie 2634 thuissupporters: Eupen is met voorsprong de eersteklasser met de kleinste achterban. Acht van de tien matchen met de minste supporters werden dan ook in de Oostkantons gespeeld, met dieptepunten tegen KV Kortrijk (1945) en Waasland-Beveren (1997). Alleen tegen dichte buur Standard daagden iets meer dan 5000 supporters op. Qua bezettingsgraad van het Kehrwegstadion (37,5%) scoren alleen Cercle Brugge (in het veel te grote Jan Breydel) en Lokeren (wegens 4000 plaatsen meer op Daknam) slechter. En op verplaatsing krijgt geen enkele club zo weinig steun: gemiddeld slechts 109 fans, nog 58 minder dan Mouscron (de voorlaatste in die ranking, met 167). Vaak terugkerend in commentaren over (gedaalde) toeschouwersaantallen: 'We moesten veel op zondag om 20 uur spelen.' Die uitleg houdt steek. Het afgelopen reguliere seizoen bedroeg het gemiddelde toeschouwersaantal van die zondagavondmatchen 8300, of 2165 (21 procent) minder dan op andere tijdstippen (10.465). Dat laatste cijfer wordt weliswaar omhooggetrokken door de meer bezochte thuiswedstrijden van de G5. En die hebben, de tv-partners ter wille, amper gespeeld op de onaantrekkelijke zondagavond: KAA Gent wel vijf keer, maar KRC Genk en Standard slechts éénmaal, Club Brugge en Anderlecht zelfs geen enkele keer. De rest werd verdeeld onder de K11, met Lokeren, Mouscron en STVV als grootste 'slachtoffers' (elk drie keer). De toeschouwersgemiddeldes per club bevestigen echter het beeld van het vervloekte zondagavondvoetbal: in de vijf thuisduels die KAA Gent dan afwerkte (de derby tegen Waasland-Beveren, tegen leider KRC Genk, en tegen drie 'kleintjes': Eupen, Mouscron, STVV) lagen die 1770 (11 procent) lager dan in de 10 andere matchen in de Ghelamco Arena (14.531 vs. 16.301) De enige partij die KRC Genk op zondagavond in de Luminus Arena afwerkte, tegen Waasland-Beveren, lokte 9 procent minder toeschouwers, Standard vs. Zulte Waregem op Sclessin zelfs 29 procent minder. Hetzelfde fenomeen bij alle ploegen die minstens twee keer op zondagavond thuis speelden, met de grootste daling bij Eupen (-20 procent), Lokeren (-23) en STVV (-31). Alleen Mouscron zag meer volk opdagen (+11), weliswaar door een match tegen Club Brugge, en op het einde van de competitie tegen Cercle, toen de fans door de goede resultaten opvallend meer naar Le Canonnier trokken. Conclusie: hoewel die gemiddeldes afhangen van affiches tegen topclubs, eventuele ticketacties, andere omstandigheden (zoals het weer), lokt zondagavondvoetbal minder volk. Mede te verklaren door een lager aantal bezoekende supporters: 411 vs. 531 per match in de niet -zondagavondwedstrijden (-23 procent) en omdat ook de thuisabonnees dan meer dan gewoonlijk hun kat sturen. Logisch op zondagavond, een traditionele gezinsavond. Het omgekeerde beeld op zondagnamiddag, met aftrap om 14.30 uur. 16.804 toeschouwers per match, of liefst 7431 (79 procent) meer dan het gemiddelde in de partijen op de andere tijdstippen (9373). Voornaamste reden: 18 van de 26 wedstrijden werden gespeeld in stadions van vier topclubs en van Antwerp. Club Brugge, de grootste publiekslokker, mocht zelfs zeven keer op zondagnamiddag aantreden, Anderlecht zesmaal, Standard en KAA Gent elk twee keer, Antwerp éénmaal (alleen KRC Genk niet). Bovendien ook bijna telkens tegen een andere G5-club. Blauw-zwart en paars-wit lokten zo negen en zeven procent meer fans. Slechts vier K11-teams (Cercle drie keer, Zulte Waregem en KV Oostende tweemaal, Mouscron één keer) 'mochten' ook thuisspelen op zondagnamiddag, maar ook bijna telkens tegen een topploeg, wat ook meer toeschouwers dan gemiddeld lokte. Die zondagnamiddagtoppers worden niet toevallig vervloekt door de teams uit de lagere reeksen. Zeker in West-Vlaanderen, waar ze grote concurrentie ondervinden van Club Brugge (dat toen dus zeven keer thuis speelde). Ook sommige burgemeesters, zoals Willy Demeyer van Luik, zien hun clubs liever niet op zondagnamiddag aantreden, wegens de hogere veiligheidskosten. Standard speelt daarom vier van zijn vijf thuismatchen in play-off 1 bijvoorbeeld op vrijdagavond. Mogelijk wordt het tijdstip van die zondagnamiddagaffiches wel aangepast, want in de Pro League werd al besproken om de aftrap naar 16 uur te brengen, om niet in het vaarwater van de amateurreeksen te komen (start om 14 uur). Een beslissing is echter nog niet genomen. Op zondagavond 18 uur is het verschil qua gemiddeldes minder uitgesproken: 13.117 vs. 9818 in duels op andere tijdstippen - de twee laatste speeldagen, met alle wedstrijden op zondag 18 uur - niet meegerekend. Twee voornaamste redenen: Club Brugge speelde dan (op de slotspeeldag na) nooit thuis (in play-off 1 wel vier op vijf keer). En 10 van de 26 matchen werden gespeeld op het veld van een 'kleinere' club, weliswaar telkens tegen een bezoekende G5-ploeg of Antwerp. Vaak gehoord argument tégen een verschuiving van de competitiekalender naar een vroeger tijdstip in de zomer: commercieel niet interessant, veel mensen op reis, en dus minder toeschouwers. Dat laatste klopt echter niet, als we tenminste naar het gemiddelde per partij kijken: in de eerste vijf speeldagen (tot 26 augustus) lag dat vier procent hóger dan in de resterende 25 speeldagen (vanaf 31 augustus): 10.542 vs. 10.119. Voornaamste reden echter: vijf van de zes ploegen met de hoogste toeschouwersaantallen (Club Brugge, Standard, KRC Genk, AA Gent en Antwerp) werkten in de zomervakantie, tot eind augustus, al drie thuiswedstrijden af (15 op de 40 matchen in totaal), wat het gemiddelde omhoogtrok. Bekijk je het aantal per club, dan zie je ook een ander beeld: 11 van de 16 eersteklassers lokten tijdens de zomervakantie in eigen stadion minder toeschouwers dan nadien, al is ook dat afhankelijk van timing en (on)aantrekkelijke affiches. Zulte Waregem ontving in de eerste twee duels tegen Waasland-Beveren (28 juli) en Eupen (11 augustus) bijvoorbeeld 5208 en 5684 supporters, ruim onder het gemiddelde van de 13 andere thuiswedstrijden (7700). Maar op vrijdag 31 augustus zaten er tegen Club Brugge wel 9210 voetbalfans in het Regenboogstadion - een seizoensrecord voor Essevee.