Alleen degenen die nog met hem op een voetbalveld samengespeeld hebben, zullen u zeggen dat Will Still niet meer zo rap is als de rest. Maar aan de andere kant van de zijlijn klopt de Brabander met Engelse roots alle records: assistent bij Standard op zijn 22, coach van Lierse in 1B nog voor hij 25 kaarsjes had uitgeblazen en voortaan de jongste trainer in een Europese eerste klasse sinds hij Hernán Losada opvolgde op de trainersbank van Beerschot.
...

Alleen degenen die nog met hem op een voetbalveld samengespeeld hebben, zullen u zeggen dat Will Still niet meer zo rap is als de rest. Maar aan de andere kant van de zijlijn klopt de Brabander met Engelse roots alle records: assistent bij Standard op zijn 22, coach van Lierse in 1B nog voor hij 25 kaarsjes had uitgeblazen en voortaan de jongste trainer in een Europese eerste klasse sinds hij Hernán Losada opvolgde op de trainersbank van Beerschot. Will Still heeft dat allemaal al veel te vaak gehoord en gelezen. Al wat de nieuwe T1 van de Ratten vraagt, is om beoordeeld te worden zoals zijn collega's, om over zijn beroep te spreken zonder het over zijn leeftijd te hebben, over zijn ploeg in plaats van over zijn persoonlijke records. Gedurende een vol uur proberen we in de kantoren van het Kiel die uitdaging aan te gaan.De voetbalwereld kleeft graag etiketten. Je weet dat je eerst de jongste coach van de competitie was en vervolgens ook het etiket kreeg van defensieve coach? Will Still: 'Eerder dan aan mijn imago te denken, focus ik me op de groep en de club. Er was werk te doen en ik was degene die het moest doen. Iedereen wist dat er op verdedigend vlak een enorme taak wachtte. Wanneer men zegt dat ik een defensieve coach ben, dat ons spel niet om aan te zien is en dat men liever een Beerschot ziet dat aanvalt en één goal meer dan de tegenstander probeert te scoren, dan ga ik daarmee akkoord. Maar als we dat op dit ogenblik doen, blijken we minder efficiënt voor doel en kwetsbaarder achterin. We moeten een nieuw evenwicht vinden.' De mensen hebben nog altijd het beeld van het Beerschot van begin dit seizoen en niet dat van de laatste weken onder Losada? Still: 'In november, toen we eerste stonden, heb ik met Hernán gepraat en beseften we dat vanaf het moment dat onze aanvallers niet meer met elk schot op doel zouden scoren, we in een moeilijke situatie zouden verzeilen. Ons gevoel, de expected goals en al de rest toonde ons dat het bergaf zou gaan. Bovendien waren de laatste resultaten voor het vertrek van Hernán niet goed, maar de mensen onthielden het beeld van het aantrekkelijke Beerschot.' Hebben jullie onvoldoende op de terugval geanticipeerd, bijvoorbeeld door de verdediging te versterken? Still: 'Hernán denkt niet zo vaak verdedigend... ( lacht) Bovendien speelden we veel matchen. Het was onmogelijk om iets duurzaams op te bouwen. We hebben het geprobeerd maar de tijd was er gewoon niet. En nu ben ik een maand coach en hebben we alweer zeven wedstrijden gespeeld. Je speelt zoveel dat je bijna niet traint.' Is de ploeg die we op het veld zien nog niet die van Will Still? Is het eerder een kwestie van de noden van het ogenblik dan langetermijnwerk? Still: 'Dat heeft duidelijk een invloed. Ik heb klemtonen kunnen leggen, maar het is duidelijk dat we nog in een aanpassingsfase zitten. Hetgeen de mensen vandaag op het veld zien, is het Beerschot dat mij het meest geschikt lijkt om momenteel punten te pakken. Want de houdbaarheid van de ploeg die altijd aanviel en zogezegd veertien goals per match maakte, was beperkt. Maar de huidige ploeg vertoont al wel enkele trekken van wat ik zou willen zien.' Vind je zelf dat je een defensieve trainer bent? Still: 'Ik denk dat het vooral belangrijk is om de spelers een bepaald plan in te prenten, in functie van wat er gebeurt op het veld. Trouwens, een offensieve ploeg, wat wil dat zeggen? Dat je de bal zes jaar bijhoudt en om de twee uur eens scoort?' Begrijp je waarom dat in de hoofden van de mensen zo erg lijkt, beschouwd worden als een defensieve coach? Still: 'Neen. Ik weet nog dat de supporters van West Ham niks moesten hebben van Sam Allardyce, omdat ze geen voetbal te zien kregen. Maar hij won wel wedstrijden. Ik denk dat alle coaches ter wereld het mooist mogelijke voetbal zouden willen zien, maar je moet het doen met de kwaliteiten van je groep en de situatie waarin je je bevindt. Ik ga daar uiteindelijk ook niet over piekeren, want ik weet dat het voor de goede zaak is. Vanaf deze basis zullen we kunnen opbouwen en een stap vooruit zetten.' Hoe zou je je ploeg op termijn graag willen zien spelen? Still: 'Met veel intensiteit. Ik denk dat ik dat woord al veertigduizend keer gebruikt heb de voorbije weken. Daar gaat het om in het moderne voetbal. Kijk naar Mo Salah, ik spreek vaak over hem met mijn spelers. Heb je gezien hoe hij verdedigt? Ik geloof in intensiteit en spelsnelheid, want ik denk dat dat de richting is die het voetbal uit gaat.' Zijn er coaches die jou inspireren om dat spelconcept uit te werken? Still: 'Er zijn natuurlijk de voorbeelden die iedereen zou kunnen noemen. Jürgen Klopp vanwege zijn energie en de band met zijn spelers, maar ook om het voetbal waar hij voor staat. José Mourinho en Pep Guardiola zijn onaantastbaar. Daarnaast zijn er nog minder bekende coaches. Met Edward ( zijn broer, assistent van Ivan Leko, nvdr) keek ik vaak naar Slaven Bilic toen die bij West Ham zat. Niet alles was perfect, maar er waren interessante dingen. De werkmethodes en de filosofie achter Red Bull zijn ook interessant. Telkens ik een ploeg bekijk, probeer ik er iets van mee te nemen. En dichterbij zijn er natuurlijk de mensen van wie ik het werk heb kunnen zien.' Yannick Ferrera met name. Spelers die jullie allebei meegemaakt hebben, zeggen dat je een beetje zijn kloon was. Is dat nog altijd zo? Still: 'Bij Lierse was dat zeker zo. Dat was mijn eerste job na mijn samenwerking met hem en ik denk dat, als je onze ploeg bekeek, je heel veel gelijkenissen zag met wat Yannick deed bij STVV en Standard. Maar we werken nu al drie, vier jaar niet meer samen. En in die tijd heb ik door in een staf te werken en trainerscursussen te volgen veel nieuwe mensen en ideeën ontmoet. Dan leer je veel nieuwe dingen.' Is het door met Ferrera samen te werken dat je erachter kwam dat coachen iets voor jou is? Still: 'Bij STVV was ik analist, maar ik stond vaak op het veld met de spelers en de staf. Aan het eind van het eerste seizoen, toen we kampioen speelden in tweede klasse, vertrouwde Yannick me specifieke trainingen met sommige spelers of groepjes toe. Dat is het moment dat ik bij mezelf zei dat ik dat wilde gaan doen.' Je had hem weten te overtuigen door je oog voor analyse. Hoe heb je dat ontwikkeld? Still: 'Mijn broer Edward en Nicolas ( videoanalist bij Antwerp, nvdr) en ik hebben altijd een andere kijk gehad. We werden in het Engels opgevoed in een Franstalige context en speelden voetbal bij een Vlaamse ploeg. En we waren onophoudelijk met voetbal bezig. Als we geen match speelden, dan bekeken we er een of we praatten erover. Samen met Edward heb ik een jaar een abonnement gehad op Standard. We waren zestien of zeventien en trainden al jeugdploegen. Het is daar dat we het voetbal anders zijn gaan bekijken, meer in detail. We stelden ons vragen over het spel en over hoe we een en ander zouden aanpakken.' Heb je vandaag als coach nog iets aan dat analytisch oog? Hou je je bijvoorbeeld nog zelf bezig met het analyseren van de tegenstander? Still: 'We hebben een videoanalist, maar de presentatie van de tegenstander is iets dat ik altijd zelf heb gedaan. Omdat ik dat graag doe en omdat ik denk dat ik dat na al die jaren goed kan. Het is iets dat me interesseert. Ik bekijk graag de tegenstander om te weten wat hij doet en wat wij moeten doen om gevaarlijk te zijn.' Waar let je op wanneer je een tegenstander scout? Still: 'We hebben bijvoorbeeld tegen Mechelen gespeeld en we wisten dat ze opbouwden met tweeën, met een vrij lage positie van de twee backs. Ik heb toen gezegd dat we druk gingen zetten op een bepaalde manier, om hen te dwingen dingen te doen die ze niet graag doen. Dat zal niet elke keer lukken, maar door onze hogere positie op het veld hebben we toch iets kunnen bereiken. Het gaat vooral om die details. Wij spelen met vijf man achterin, zij hebben een dubbele bezetting op de flank, wie gaat de back dekken als hij opkomt? In beide matchen hebben we dat op een totaal andere manier aangepakt.' Is dat allemaal videoarbeid, of gaat het ook om veldwerk? Still: 'Alleen maar theorie is onmogelijk. Dat is ook waarom het resultaat van het werk momenteel niet zo goed is als het zou kunnen zijn, omdat het iets is dat moet groeien. Je traint erop, je herhaalt het, je analyseert wat je op training gedaan hebt met video, je toont dat aan de spelers, je herhaalt het nogmaals... Dat is een cirkel die niet eindigt.' En het is tijdrovend... Still: 'Het werk houdt nooit op. En omdat we bezig zijn met iets neer te zetten in termen van spelidentiteit, is het moeilijk om je tegelijkertijd op jezelf te concentreren en te weten wat de tegenstander gaat doen, daarbij ook nog rekening houdend met de omschakelingen en de stilstaande fases... Dat is een hele reeks van zaken die moeten georganiseerd worden en de mensen beseffen niet dat zoiets tijd kost.' Van timemanagement gesproken: heb je sinds je T1 bent minder tijd om aan je werk te besteden dan toen je assistent was? Nu staan er ook persconferenties en interviewafspraken in je agenda. Still: 'Ja, daarom ook dat ik de eerste twee weken gezegd heb dat ik geen tijd had om met de pers te praten. Ik heb daar nu nog altijd geen zin in. Niet uit gebrek aan respect, maar omdat ik liever heb dat ze over Beerschot praten, over onze matchen, de situatie van de club... Will Still is de jongste trainer, gaat hij dit doen of dat doen, blablabla... Ik wil dat graag wat temperen. Ik weet dat het zo gaat, maar ik zou liever hebben dat ze niet over mij praten.' Bij Lierse heb je de poort naar de media iets te ver opengezet en kreeg je kritiek vanwege een speech in de kleedkamer met ongepast woordgebruik. Heeft dat jou doen nadenken over je relatie met de media? Still: 'Ik heb daar veel uit geleerd. Eigenlijk was mijn discours zo bedoeld. Maar de woorden werden uit hun verband gerukt en hadden nooit de kleedkamer mogen verlaten. Sindsdien hebben de mensen een beeld van Will Still die gek en slecht opgevoed is en zijn spelers beledigt. Ik denk dat dat niet klopt. Maar we stonden voor die wedstrijd laatste en ik moest aan de boom schudden om een paar appels te doen vallen. Ik herhaal: mijn woorden waren slecht gekozen, maar de basis van wat ik op mijn spelers wou overbrengen was juist en weldoordacht.' Een speech in de kleedkamer, bereid je die voor of improviseer je? Still: 'Nee, niet voorbereiden. Zeker niet. Ik heb een idee van wat ik wil zeggen - of dat nu voor een training is of bij de presentatie van een tegenstander of op de dag van de wedstrijd - maar er staat niks op papier. Ik heb wel een kader in gedachten voor ik het woord neem. Ik weet in welke richting ik wil gaan. Het is dus voorbereid zonder echt voorbereid te zijn.' Ze zeggen dat het mentale aspect een van je sterke punten is, dat je de spelers echt weet te raken. Still: 'Door mijn rol als assistent maar ook door mijn leeftijd heb ik altijd dicht bij de spelers gestaan. Ik communiceer makkelijk met hen, gewoon omdat ik hen zie zoals u en ik. In de buitenwereld heeft iedereen het beeld van de dik betaalde voetballer, een beetje dom, die zich niks aantrekt van de wereld. Dat klopt totaal niet. Het zijn gewone mensen, vaak met een gezin. Net als u en ik hebben ze dagen dat ze minder goed in hun vel zitten. Nu met de pandemie kijkt iedereen naar voetbal op tv, omdat het zowat de enige sport is die doorgaat. Als je enkele matchen minder presteert, begint iedereen te zeggen: het was misschien maar geluk, misschien ben je niet echt zo goed... Dat maalt allemaal in het hoofd van een speler. Je moet proberen dat te temperen.' En iedereen op een andere manier aanspreken? Still: 'Ik geef niet altijd dezelfde boodschap aan Frans als aan Coulibaly. Maar ik let er wel op dat de collectieve boodschap aan de groep iets is waarin iedereen zich kan vinden. Iedereen moet zich kunnen identificeren met een waarde die hem toelaat zich goed te voelen en dus te presteren.' Is het daarom dat het ook belangrijk is voor een coach om langs het veld te staan? Want ondanks de afstand en het lawaai breng je daar ook boodschappen over op je spelers. Still: 'Ik denk echt dat de ploeg op het veld de persoon weerspiegelt die langs de zijlijn staat. Daarom let ik op mijn lichaamstaal en de energie die ik uitstraal. Als je iets positiefs uitstraalt, zal er je iets positiefs overkomen. Het spelconcept, het plan, dat zijn dingen die jij ineensteekt. Dus als de spelers daarmee worstelen, kijken ze naar jou. Voor mij is het daarom belangrijk om recht te staan langs het veld. Om hen te tonen dat ik bij hen ben, dat ze op mij kunnen rekenen.' Is lichaamstaal ook een kwestie van details? Still: 'Ik geef een voorbeeld. We gaan naar Zulte Waregem en de mensen vragen me hoe ik me ga kleden. Bwa, met mijn trui van Beerschot en mijn sneakers... Eventueel zelfs op voetbalschoenen. Een pak of een hemd dragen, dat ligt me niet. Ik heb mezelf die vraag niet eens gesteld. Het leek me vanzelfsprekend: een voetbalwedstrijd is een gevecht dat je moet winnen, dus trek je je werkkledij aan. Zo geef ik trainingen en zo loop ik elke dag op de club rond. Dat is logisch voor mij en ik denk dat dat het belangrijkste is. Om een impact te kunnen hebben, moet je je in de eerste plaats zelf goed voelen.'