Na dagen van storm, regen en gure wind schijnt de zon deze middag uitbundig. We staan aan de rand van het verlaten veld van RDK Gravelo in Buvingen, gemeente Gingelom even ten zuiden van Sint-Truiden. Wouter Vrancken werpt een blik op de paarden die in de weide ernaast grazen en lacht wanneer een veulen vrolijk rondspringt. 'Zalig.' Hij houdt van het buitenleven. 'Mijn vrouw trekt mij zo nu en dan uit het voetbal, de natuur in. Dat is belangrijk. Als ik wil, kan ik dag en nacht werken, maar zij zegt zo nu en dan: we gaan vandaag die wandeling doen. Je verbaast je wat voor moois er pal naast je deur ligt. In april is het hier prachtig, met al die bloesems.'
...

Na dagen van storm, regen en gure wind schijnt de zon deze middag uitbundig. We staan aan de rand van het verlaten veld van RDK Gravelo in Buvingen, gemeente Gingelom even ten zuiden van Sint-Truiden. Wouter Vrancken werpt een blik op de paarden die in de weide ernaast grazen en lacht wanneer een veulen vrolijk rondspringt. 'Zalig.' Hij houdt van het buitenleven. 'Mijn vrouw trekt mij zo nu en dan uit het voetbal, de natuur in. Dat is belangrijk. Als ik wil, kan ik dag en nacht werken, maar zij zegt zo nu en dan: we gaan vandaag die wandeling doen. Je verbaast je wat voor moois er pal naast je deur ligt. In april is het hier prachtig, met al die bloesems.' Deze middag ruist de wind langs de nog kale bomen en klinkt er gehinnik op de achtergrond. Hier begon het allemaal, zijn trainerscarrière, en dat bij een club die op het laagste niveau speelde dat er is: vierde provinciale, met een 150-tal leden, één hoofdveld en twee trainingsvelden een drietal kilometers verderop. Als er op zondag een tiental mensen langs de lijn staat, is het veel. Kortom: niet direct een omgeving waar je als coach vol passie je ambitieuze route naar het profvoetbal begint. Dat was dan ook totaal niet het doel van Vrancken. Hij was het voetbal moe, of dan vooral het wereldje. Met het spel dweepte hij nog altijd; die passie verdween nooit tijdens zijn carrière maar de manier waarop mensen er met elkaar omgaan, stond hem met de jaren meer en meer tegen. 'Ik wilde uit de hypocrisie', zegt hij (zie ook kader). Dat woord gebruikte hij destijds ook in een interview kort nadat hij een punt achter zijn loopbaan zette. Yves Cloots belde hem op: leuk en aardig dat je dat zegt, zei hij, en misschien ook goed dat iemand er eens over spreekt, maar of hij dacht dat er ook maar iemand wakker lag van zijn opmerking. Hij moest niet denken dat hij die wereld ging veranderen door dit in de pers te zeggen. Sterker nog: als hij dat vond, was er volgens Cloots maar één antwoord: dan moest hij het zélf doen, en wel op zijn eigen, eerlijke en open manier. Vrancken dacht niet ineens: oké, dan word ik coach, maar die opmerking bleef hem wel bij toen hij een tijd later via Gravelo en Thes Sport langzaam opklom. Hij verdween in die jaren, van 2010 tot 2017, van de profvoetbalradar en ging de arbeidsmarkt op. Vrancken wilde proeven van het werkende leven, enerzijds om te voorkomen dat het zwarte gat zijn kans zou krijgen - als dat al zou komen. Anderzijds omdat hij nu eenmaal graag in de weer is. Aan een sabbatjaar moest hij niet denken; na jaren van voetbal werd hij nieuwsgierig hoe het 'gewone' leven was en vooral: waar hij een nieuwe passie in zou vinden. Zo was hij vertegenwoordiger van een sportmerk, werkte hij even bij een bank en was hij teammanager bij Nespresso. Te midden van die ontdekkingstocht was daar prompt weer het profvoetbal. In de vrije uren naast zijn job had Vrancken als voetbaltrainer namelijk aan een onvoorziene carrière gewerkt: met Gravelo werd hij totaal onverwacht twee keer kampioen, waarna hij overstapte naar Thes Sport en voetbal op nationaal niveau afdwong. Het is niet gek dat hij bij beide clubs nog altijd een graag geziene gast is. Deze middag, bijvoorbeeld, zijn clubmannen Omer Cartuyvels (74) en Tonny Coppers (66) speciaal voor deze gelegenheid naar het verlaten sportpark van Gravelo gereden om de kantine te openen. Ze glunderen wanneer ze Vrancken zijn Mercedes de parkeerplaats zien opsturen. Coppers' kleinzoon Ferre rijdt niet veel later met twee shirts naar huis, gesigneerd door Vrancken, die zelf nog altijd wat ongemakkelijk lijkt te worden van alle aandacht. Hij is dan wel een gewaardeerde trainer in de eerste klasse en iemand die zowel zalvend als keihard kan zijn naar de mensen met wie hij werkt: de normale man en verlegen jongen van vroeger zitten ook nog altijd in hem. Maar dat later. Eerst terug naar dat parcours in provinciale. Clubs raakten geïnteresseerd en ineens zat hij dan toch tegen het profvoetbal aan. Met Lommel SK stond hij bovenaan in eerste klasse amateurs. Maar het ging wat te snel, vond Vrancken, en hij zegde er tegen ieders verwachting in zijn baan op. De wildste geruchten deden vervolgens de ronde. Er werd zelfs gezegd dat hij met een hartprobleem kampte - dan was de opmerking dat hij aanbiedingen in beraad had zo gek nog niet. Maar ook daarvan, was geen sprake, zegt Vrancken. 'Wanneer iemand in de spotlights een beslissing neemt die niemand zou maken, dan gaan mensen dingen verzinnen om het ongewone te kunnen verklaren. Het was nochtans heel simpel: ik vond mezelf nog niet rijp om hoofdtrainer te worden in het profvoetbal. Ik wilde eerst zien hoe het achter de schermen werkte om ervaring op te doen.' Hij had twee opties voor ogen. Ofwel werd hij assistent-trainer, ofwel zou hij elke week bij een andere coach in eerste of tweede klasse meelopen. Een paar weken later kwam KV Kortrijk, waar hij assistent werd, om al het jaar erop bij KV Mechelen te beginnen. Inmiddels zijn we vier jaar en een promotie naar eerste klasse en een beker verder. Het gaat Vrancken voor de wind, zonder dat hij dat nu echt nastreeft. Hij sprong gewoon keer op keer op de trein die voorbijkwam. 'De ene keer onverwachter dan de andere keer. Daar hou ik van.' Aan carrièreplanning doet hij dan ook niet, hij heeft geen verwachtingen en hij houdt alle opties open. Dat maakt hem een uitzonderlijk geval in het onzekere voetbal, waar vastigheden worden aangegrepen en ieder zijn stek wil behouden. Ook als hij daarvoor over lijken moet gaan. Vrancken is zo niet. Keeperstrainer Jos Beckx, gelouterd in het profvoetbal, zei hem dat ook: 'Zoals jij heb ik er nog geen gezien. Jij hebt nul angst om uit het voetbal te verdwijnen.' Vrancken: 'Als ze morgen tegen mij zeggen dat ik weg moet en vervolgens wil niemand me meer, dan ga ik gewoon wat anders doen. Ik ga er vol in en als dat niet genoeg is dan is dat zo. Niet dat het nooit druk met zich meebrengt, ik wil altijd winnen, maar dat is druk op korte termijn, op de lange termijn ben ik heel rustig. Als je wilt, kun je áltijd werk vinden. En dat móét voor mij niet in het voetbal zijn.' Omdat hij op die manier naar zijn job als trainer kijkt, maakt hij weleens ongewone keuzes - of toch voor de buitenwacht. Zoals toen hij bij Lommel zijn baan opzegde. 'Mensen kijken vaak naar het geijkte verhaal van trainers die het goed doen en naar een grotere ploeg trekken. Dat zou kunnen, maar een volgende stap kan voor mij ook iets helemaal anders betekenen. Ik zit nu vier jaar bij KV en ik wil na dit seizoen graag uit mijn comfortzone stappen, maar juist omdat ik geen vooropgezet plan heb, kan dat alle kanten op gaan. Ik sluit niets uit. Voor anderen kan de keuze die ik ga maken weleens raar en onlogisch lijken.' Niet dat hij daar nu al een beeld van heeft. Hij weet gewoon dat de optie bestaat dat het zo uitdraait. Vrancken leeft namelijk in volledige overgave; hij jaagt niets na en heeft er alle vertrouwen in dat het leven zich ontvouwt zoals het zich moet ontvouwen. 'Ik geloof dat het leven is voorbestemd, maar daarbij heb je geen idee welke richting het opgaat. Ik sta daar met vertrouwen en moed tegenover en dat geeft een bepaalde rust. Ik zie wel wat er op mijn pad komt en ga er pas over nadenken als het zover is.' Niet dat we niets meer over het leven te zeggen hebben, stelt Vrancken. De voorwaarden zijn passie en drive, de wil om jezelf te ontwikkelen en het beste eruit te halen. 'Dat is de energie die je uitstraalt en dan trek je ook aan wat bij je past; dan komen dingen op je pad. Daar geloof ik heilig in.' Het is een enorm verschil met de Wouter Vrancken van vroeger, die rustig en onzeker was. 'Ik was niets speciaals. Een volger in de groep, die het initiatief aan anderen liet. Maar ik ging wel altijd met mijn fiets de deuren af om mijn vriendjes te vragen wat we gingen doen. Voetballen, tennissen, sporten, buitenspelen...' Hij en zijn twee jaar jongere zus Miet werden beschermd opgevoed in het dorpje Rijkel, vlak bij Sint-Truiden. 'We zijn vier handen op een buik. Als zij pijn heeft, voel ik het en andersom. We komen uit hetzelfde nest, we weten waar we vandaan komen en hebben een band die ik niet in woorden kan uitdrukken. Dat is een gevoel van no matter what, zij zal er zijn. En ik voor haar.' Een zielenmaatje. 'Ja...' Vrancken beschrijft zijn tijd in Rijkel als een doodgewone jeugd, met twee ouders die hard werkten voor hun centen. Zijn moeder werkte op Stedenbouw, zijn vader was vertegenwoordiger en lange tijd camionchauffeur. 'Een jeugd zonder franjes', zegt Vrancken. 'Een keer per jaar met de auto naar Spanje en veel voetbal. Mijn vader en moeder hadden hun vriendenkliek met de ouders van de jongens uit mijn team.' Daardoor had hijzelf ook vrienden dicht bij huis; met zijn teamgenoten bleef hij in het dorp, in plaats van met zijn maatjes op school de wijde wereld in te trekken. 'Dat was niet slecht en ik dacht er niet over na om het anders te willen, maar achteraf zie ik wel dat ik het hield bij wat ik had, in plaats van mijn vleugels uit te slaan.' Dat zit 'm in zijn opvoeding, zegt hij. Veiligheid en familie waren belangrijk in het gezin Vrancken. 'We speelden heel erg op safe. Meestal komt die drang naar veiligheid en om alles klein te houden voort uit een negatieve ervaring.' Zijn grootouders hadden een bedrijf, vertelt hij, en ze werden financieel 'in het zak gezet' met enorme gevolgen. Ze vochten om hun huis te kunnen behouden en overwonnen dat. 'Het gevolg was dat ze hun kinderen en kleinkinderen die ervaring meegaven: 'Kijk uit wat je doet met je centen want anders...' Dat is een soort trauma en dat speelt altijd een rol in de volgende generaties.' Vrancken kwam daar uiteindelijk los van toen hij voetballer werd en meer dan het dorp zag. 'Ik had het misschien nog eerder van mij moeten afgooien, maar dat is een proces en het is goed zoals het is geweest. Het is ook waardevol dat ik met die basis mijn eigen weg vond. Ik ontdekte het leven juist door te investeren, door berekende risico's te nemen, in plaats van alles vooraf te willen invullen en uit angst de zaken bij het oude te laten.' Als voetballer ontbolsterde hij van een timide jongen naar een franke Vrancken die anderen weleens op hun plek kan zetten wanneer hij onrecht ervaart. 'Als je het goed doet en je krijgt bevestiging, dan krijg je meer zelfvertrouwen. Daarvoor ben ik het voetbal het meest dankbaar: zonder dat was ik misschien veel onzekerder gebleven. Soms blik ik terug en denk ik: wáárom toch zo'n twijfel? Had toch wat meer uit je pijp gekomen, op gebied van kameraden, maar ook in studies. Ik had er meer kunnen uithalen, maar ook dát was een proces. Die onzekerheid hoort nu eenmaal bij me.' Hij loopt namelijk nog altijd niet over van aplomb, zegt hij. 'Ik heb nog diezelfde twijfel, maar ik kan die nu beter verbergen en ik duw mijzelf daardoor. Door mijn positieve ervaringen daarin kwam er een zelfzeker stuk naast te staan. Zo kreeg mijn onzekerheid een waarde.' Een geboren zelfvertrouwen is dan ook helemaal niet zo'n voordeel, stelt Vrancken. In elke sterkte zit een zwakte, zoals hijzelf van zijn zwakte een sterkte maakte. 'Als je altijd zeker van jezelf bent, weet je het allemaal al en heb je geen zelfreflectie. Ik trek mijzelf constant in twijfel en omdat ik alle kanten bekijk, wordt mijn argumentatie ook sterker. Dat vertrouwen straal ik vervolgens ook uit. Ik zie mijn onzekerheid nu als een troef.' Ook zijn vrouw Karen speelt een grote rol in zijn ontwikkeling. 'Zij is spiritueel bezig. Als schoonheidsspecialiste werkt ze op een holistische manier en ze doet ook aan reiki ( alternatieve geneeswijze waarbij gewerkt wordt met de handen, nvdr).' Ze kregen samen drie kinderen: Anouck (17), Manou (15) en Jesse (8). 'Zij zijn immens belangrijk voor mij. Mijn gezin gaat voor mijn carrière.' Vrancken is samen met zijn vrouw sinds 2000. Ze was een jaar eerder Miss STVV, maar wanneer Vrancken het vertelt, lacht hij: het is niet dat hij haar daarom uitkoos. Hij kende haar al via haar broer, die hij training gaf in de jeugd van Aalst. 'Onze relatie van nu en die van twintig of zelfs tien jaar geleden is niet te vergelijken. Bij niemand, denk ik, maar we zijn heel fel gegroeid, afzonderlijk en daarmee ook naar elkaar. In het begin ben je verliefd en is alles leuk. In het beeld van knuffelen schuilt een mooie metafoor: je staat zo dicht bij elkaar dat je voor een stuk langs elkaar afkijkt. Je moet leren om in elkaars zicht te staan; kort genoeg om die band te voelen maar toch ook tegenover elkaar om de ander te zien voor wie hij of zij is en wat die nodig heeft.' Mede door cursussen die ze samen deden op gebied van communicatie en ontwikkeling, kwamen ze beter uit alle ups en downs, die inherent zijn aan het leven. 'Als je een goeie relatie wilt, is dat hard werken. Communicatie is daarin ontzettend belangrijk. Vanaf het moment dat je elkaar niks meer zegt en je ieder je eigen ding begint te doen, geraak je verder en verder uit elkaar. Dat geldt voor alle contacten in het leven; ik ben heel erg van open- en duidelijkheid. Op alle fronten.' Als hij de keuze opnieuw mocht maken, zou hij zijn studies in die richting zoeken, van psychologie en zelfontwikkeling. Spiritualiteit hangt daar nauw mee samen, maar waar zijn vrouw de gebeurtenissen in het leven op die manier verklaart, bekijkt hij het vaak nog met een materiële blik. 'Dat komt ook omdat ik in het voetbal zit. Spiritualiteit is daar een taboe en ik zie mijzelf dat nu niet direct introduceren, maar omdat mijn vrouw de dingen vaak immaterieel benadert, prikkelt mij dat. Daardoor denk ik erover na en dat heeft zijn invloed op mijn ontwikkeling, en daarmee ook op hoe ik werk met mijn spelers, de staf en andere mensen binnen de club.' En zo leeft Vrancken de gouden tip die hij ooit van Cloots kreeg: als je iets wilt veranderen, moet je het zélf anders doen.