Aangezien sommige denkbeelden nogal ingebakken zitten in het voetbal, is het soms moeilijk voor de analisten om zich een Japanner voor te stellen als een sluwe afwerker. Alsof Japanners uitsluitend dynamische voetballers zijn die dansen op de flank of hun techniek en energie aanspreken om tussen de vijandelijke linies te lopen.
...

Aangezien sommige denkbeelden nogal ingebakken zitten in het voetbal, is het soms moeilijk voor de analisten om zich een Japanner voor te stellen als een sluwe afwerker. Alsof Japanners uitsluitend dynamische voetballers zijn die dansen op de flank of hun techniek en energie aanspreken om tussen de vijandelijke linies te lopen. Op het kunstgras van Stayen zet Yuma Suzuki zowel de verdedigers als de bevooroordeelden op het verkeerde been. Er zijn maar weinig spelers die zo goed lezen wat de centrale verdedigers gaan doen. Dat maakt dat hij kan uitblinken op voorzetten, zowel over de grond als door de lucht, hoewel zijn 1m82 naar Belgische normen eerder beperkt is voor een diepe spits. Hij scoort meestal van ergens tussen het penaltypunt en de kleine rechthoek en maakte sinds hij in de zomer van 2019 naar België kwam ook al vijf goals met het hoofd. Twee daarvan zelfs uit een hoekschop, terwijl de meeste duels daar gewonnen worden door spelers van boven de 1m90. Suzuki blinkt vooral uit in het vrijlopen. Ten eerste in het spel, wanneer hij het goeie moment ruikt om uit het gezichtsveld van zijn tegenstander te verdwijnen, om diep te gaan of naar de flank uit te wijken. Terwijl iedereen tegenwoordig in de buurt van de bal wil zijn, is de Japanner iemand die de kunst verstaat ervan weg te lopen om zich - soms tevergeefs maar nooit nutteloos - aan te bieden voor een pass. Ten tweede in de grote rechthoek, waar hij slim het ideale moment kiest om zich enkele meters van zijn waakhond te verwijderen. Als je wilt dat een speler een fout maakt, moet je hem in een situatie brengen waarin hij een keuze moet maken. Yuma Suzuki heeft dat goed begrepen en maakt systematisch dat hij achter zijn directe tegenstander staat wanneer een ploegmaat doorgaat op de flank. De verdediger in kwestie ziet zich dan voor de lastige keuze geplaatst of hij de man aan de bal in de gaten houdt of de aanvaller die hij moet dekken. De Japanner wacht geduldig tot de verdediger zijn blik naar de flank richt en hem dus de rug toekeert. Van die kleine vrijheid maakt hij gebruik om zich buiten het bereik van de verdediger te plaatsen. Die kan, wanneer hij opnieuw oogcontact zoekt met de spits, alleen maar vaststellen dat het onheil geschied is. Het lijkt wat op spionage, op zo'n videogame waarbij je in de schaduw blijft tot de camera wegdraait en je naar de uitgang kunt snellen. Voor Yuma bevindt die uitgang zich in de netten. En deuren ontgrendelen is zijn beroep.