Op sportief vlak had Yuya Kubo geen aanpassingstijd nodig. Bij zijn debuut voor AA Gent, op 29 januari 2017, was de Japanse '9,5' meteen beslissend tegen Club Brugge met een heerlijke vrije trap. 'Het mooiste en belangrijkste doelpunt dat ik hier al maakte', vindt hij vandaag nog altijd.
...

Op sportief vlak had Yuya Kubo geen aanpassingstijd nodig. Bij zijn debuut voor AA Gent, op 29 januari 2017, was de Japanse '9,5' meteen beslissend tegen Club Brugge met een heerlijke vrije trap. 'Het mooiste en belangrijkste doelpunt dat ik hier al maakte', vindt hij vandaag nog altijd. Nadien scoorde hij in de zes duels die daarop volgden. Zijn balans na een half seizoen loog niet: elf goals en één assist in elf wedstrijden. Ook dit seizoen zijn de statistieken weer meer dan behoorlijk: zes treffers en één assist bij het ingaan van de winterstop.Zijn integratie naast het veld verloopt even vlekkeloos. Zoals de meeste Japanners is Kubo van het timide en introverte soort, maar België voelt al helemaal als zijn biotoop. Hij moet een van de weinige buitenlanders in onze competitie zijn die verklaren géén heimwee te hebben. Integendeel, Kubo overweegt zelfs na zijn carrière niet meer terug te keren. De tienvoudige international is fan van onze Belgische keuken. Bij het woord frietjes krullen zijn mondhoeken omhoog en Gentse waterzooi behoort ondertussen tot zijn favoriete gerechten. Kubo zegt ook ja tegen het voorstel om ons in te wijden in de Japanse keuken. Samen met het mooie weer in zijn geboortestad Yamaguchi het enige wat hij mist in ons land. We inviteren de Sushi Bomber op een lunch in Sushi Palace, hartje Gent. Het ideale sociale glijmiddel om Kubo eindelijk wat beter te leren kennen, denken we. En dat zal na bijna twee uur tafelen ook blijken te kloppen. Aangezien Kubo twee dagen later zijn 24e verjaardag viert, hebben we een kleine attentie mee. De knopen uit de linten rond het doosje halen kost hem duidelijk wat meer moeite dan op een voetbalveld opgelegde kansen om te zetten in goals. De ooh slaat al snel om in aah als hij Gentse neuzekes (cuberdons) tevoorschijn tovert. 'Ik ken dit', lacht Kubo, terwijl er al meteen een eerste exemplaar in zijn mond verdwijnt. De spits is afgebeten, de eerste passage in zijn levensverhaal volgt snel. 'Ik groeide op in een plattelandsstadje', vertelt Yuya Kubo. 'Er valt niet echt veel te beleven. Een van de toeristische attracties is de warmwaterbron. In de rest van Japan heb je er veel mooiere en betere. Ik vind dat water te heet, eerder oncomfortabel. Japanners geloven in de helende werking ervan. Ik ben niet zo thuis in die filosofische achtergrond. Met de rest van de familie ging ik gewoon mee. Net zoals het een traditie is dat je bij het begin van een nieuw jaar naar de tempel trekt om er een muntje in het water te gooien en een wens te doen. Ook daar was ik niet zo heel traditioneel in. Het hangt vooral van jezelf en je doorzettingsvermogen af. 'Ik heb een oudere broer en zus. Via mijn broer leerde ik de voetbalsport kennen. Takehiro voetbalt nu als semiprof bij het Duitse TSV Meerbusch, een vijfdeklasser. Mijn moeder is huisvrouw, mijn papa politieagent. Mijn ouders deden aan vechtsporten: karate, aikido, judo en kendo. Mijn zus had aanleg voor kendo, maar ze haalde er te weinig voldoening uit en stopte. Onze ouders lieten ons vrij. Op school kregen we elke dag een uur sportles.' 'Vroeger was sumoworstelen heel populair, bij de jongere generatie leeft dat veel minder. Ook al omdat de toppers in die sport tegenwoordig voornamelijk uit Mongolië komen. Voetbal en baseball zijn nu de populairste sporten. Voetballers worden sneller als supersterren gepercipieerd. Zeker nu ik international ben, word ik vaker herkend. (grijnst) Dan nemen ze zonder toelating foto's van mij. Ik hou daar niet van, ik verafgoodde zelf nooit voetballers. Eigenlijk keek ik bijzonder weinig naar voetbal op tv. 'Op mijn vijftiende verhuisde ik van Yamaguchi naar Kyoto. Ik was gescout door Sanga, om daar deel uit te maken van hun jeugdacademie. Een grote verandering, van een kleine club naar een echte voetbalomgeving. Ook het dagelijkse leven, want ik kwam terecht in een internaat, met dertig andere jonge voetbaltalenten.' 'Ik moest in groep leren leven. Niet evident, want ik was als kind eerder een eenzaat. Mijn vrije tijd ging op aan anime en manga. Naruto was mijn favoriete personage. Ook het dialect en de mentaliteit in Kyoto vergden aanpassing. Het was goed voor de ontwikkeling van mijn persoonlijkheid en karakter. Ik leerde er op eigen benen te staan. Die jeugdopleiding bleek een overlevingsstrijd. Je wist dat er misschien één, maximaal drie het ooit zouden schoppen tot profspeler. Na een lastig eerste jaar verliep alles vlotter.' Tijd om te bestellen. Kubo gaat voor een combo sashimi, zonder zalm. Hij heeft zo zijn twijfels bij de authenticiteit van de meeste Japanse restaurants in België. Spontaan haalt hij zijn smartphone boven om een foto te tonen van een typische Japanse maaltijd. 'Maakte ik gisteren zelf klaar', verduidelijkt hij. Op vraag van uw dienaars, sukkelend met de twee stokjes, doet Kubo ook even voor hoe je de eetstokjes dient vast te nemen. 'En als dat niet lukt, kun je gewoon in je stuk vis prikken', lacht hij. 'Jullie mogen dat doen. Ik niet, als Japanner is het taboe.' Het gesprek verhuist naar een volgend hoofdstuk in zijn levensverhaal: de overgang van Azië naar Europa. In 2013 plukte het Zwitserse Young Boys Bern de dan negentienjarige voetballer weg bij Kyoto Sanga. 'Toen mijn makelaar afkwam met een voorstel om in Zwitserland bij Young Boys te gaan spelen, aarzelde ik geen moment', vertelt hij. 'Ik wilde sowieso snel weg uit Japan, waar ik in de tweede klasse speelde. Graag wou ik progressie boeken en grenzen opzoeken. Gelijk welk Europees land, het maakte echt niks uit. Uit Japan weg geraken is de moeilijkste horde om te nemen. Door het mindere sportieve niveau van de J-League word je niet snel opgemerkt. 'In Bern evolueerde ik op korte tijd van een jongen naar een man. De eerste drie maanden waren hard. Alleen op een appartement, de taal niet machtig, aan de andere kant van de wereld. Dan duikt het gemis snel op. Mijn manager raadde me aan om meer buiten te komen, Duits te leren en de lokale bevolking op te zoeken, geen Japanners. In theorie een goeie suggestie, het had een averechts effect op mij. Ik voelde nog meer eenzaamheid.''Mijn ouders kwam slechts één keer naar Zwitserland. Ze hebben een druk leven, de tijd ontbrak. Bovendien wisten ze niet hoe ik me voelde, want wij vertellen dat niet tegen elkaar. Ook als zoon leg je niet zo snel je ziel bloot bij je ouders. Ik maakte zelf de keuze om vroeg naar het buitenland te vertrekken. Ik beschouwde het als mijn verantwoordelijkheid om die lastige fase door te spartelen. Tonen dat ik daar klaar voor was. Ik ben trots dat ik dat op mijn eentje aankon. 'Het ligt niet in de aard van de Japanner om te zeggen wat je denkt. Niet zo gezond, besef ik nu door in Europa te leven. Mijn coach in Zwitserland had de verkeerde indruk dat ik me niet goed in mijn vel voelde, omdat ik zelden over mijn gevoelens praatte. Hij drong er sterk op aan om mezelf meer te uiten. In het Duits, want ik volgde van bij het begin taalles. De trainer apprecieerde dat gebaar enorm. 'Psychologen zijn in Japan een beetje taboe. Wie daar naartoe trekt, wordt gezien als een probleemgeval. Een verkeerde redenering, weet ik nu. Bij AA Gent werken we met een clubpsycholoog, Eva Maenhout. Ik had daar veel aan bij het begin van dit seizoen, dat moeizaam verliep. We kenden veel tegenslag en doordat ook ik enkele opgelegde kansen miste, leed de ploeg te vaak onnodig puntenverlies. Die kleine details zorgden ervoor dat we wegzakten in het klassement en ons zelfvertrouwen verdween.''Dat ik de verwachtingen na mijn eerste half seizoen niet kon inlossen, woog door. Ik legde mezelf te veel druk op en was te gefocust op doelpunten maken. Eva adviseerde me om het niet te zien als 'moeten', maar als 'graag willen'. Haar advies bevrijdde me.' De plateaus met sushi en sashimi worden aangedragen. Marc Van Lysebetten, persverantwoordelijke van AA Gent, krijgt Japanse specialiteiten voor de neus gezet. Geen probleem, net als de stokjes. Van Lysebetten is kenner en liefhebber van de Japanse keuken. Het gesprek meandert verder via de culturele verschillen tussen België en Japan. 'In vergelijking met Zwitserland, waar je weinig meer hebt dan de bergen en de sneeuw, valt in jullie land veel meer te beleven. Ik voel me hier veel comfortabeler', zegt Kobo. 'Behalve het zeer wisselvallige weer heb ik geen klachten. Op dit moment in mijn leven verkies ik België zelfs boven Japan. Brugge, Antwerpen, Brussel, Gent: elke keer ik in een stad rondwandel, ben ik overweldigd. Het markantste aan jullie land vind ik het gebrek aan licht in de huizen. Belgen zitten blijkbaar graag in het duister. Ze eten 's avonds soms enkel bij kaarslicht. (lacht) Ofwel heb ik vreemde buren... 'Ik vind trouwens dat België behoorlijk goed gestructureerd en georganiseerd is. Zo'n groot verschil met Japan is dat niet. Jullie zijn ook heel serieus als het op afspraken aankomt. Ik was eens op vakantie in Italië, de trein kwam niet tijdig, zoiets is in Japan ondenkbaar. Treinen komen daar altijd stipt. En je wacht mooi in de lijn. Uit respect. Wij zijn volgzaam, niet opstandig.''Anderzijds: in Japan zitten de treinen steevast volgepakt, net een blik sardientjes. Ik kan daar niet tegen, daarom maakte ik in Japan vooral gebruik van de taxi. 'Tokio is krankzinnig. Overbevolkt en chaotisch. Akihabara is een hightechwijk, je lijkt er in een tekenfilm te wandelen. Te druk voor mij, maar je kunt je in Tokio wel geweldig amuseren.''De prestatiemaatschappij in Japan maakt dat veel mensen mentaal ten onder gaan. Veel van mijn leeftijdsgenoten werken zich te pletter - een werkdag van tien uur is normaal - en balanceren op de rand van een inzinking. Het percentage depressies, zelfs bij jonge twintigers, ligt bijzonder hoog. In vergelijking met hen ben ik hier vrij relax. Ik prijs me zeer gelukkig dat ik deze job kan doen. Na mijn loopbaan zou ik graag in Europa willen blijven, want ik vrees dat er in Japan geen werk bestaat voor mij. Voor iemand die zijn geld verdiende met voetballen, zou ongeveer elke normale job in Japan te druk en te zwaar zijn. 'Als voetballer is Hidetoshi Nakata voor elke Japanse international hét voorbeeld. Nog niet veel spelers slaagden erin om in zijn voetsporen te treden of datzelfde topniveau en palmares te halen. Ik heb het geluk dat zijn makelaar nu ook mijn zaakwaarnemer is. Met zijn ervaring kan Maurizio Morana me de juiste adviezen geven inzake carrièreplanning. Ik ontmoette Nakata één keer, bij een benefietmatch. Fabio Cannavaro zat ook aan onze tafel. Echt veel aandacht had Nakata niet voor mij. Het probleem was dat ik enkel Japans sprak, terwijl zij hoofdzakelijk converseerden in het Italiaans. Die ervaring stimuleert en motiveert me nog meer om verder stappen te zetten als jonge prof.' De specialiteiten voor de neus van perschef Van Lysebetten zijn ondertussen op. De fotograaf heeft zijn werk al gedaan. En de Japanse eetstokjes zijn dierbaar dat ze het geklungel van uw twee dienaars overleefden. We moeten het nog over AA Gent hebben, merken we op. 'Bij mijn komst was ik een totaal onbekende', beweert Kubo. 'Ik speelde vrijuit, alles lukte. Ik was zelf verbaasd door die bijzonder vlotte aanpassing. Vanaf dag één voelde ik veel vertrouwen. De beslissende vrije trap die ik tegen Club Brugge scoorde, bleek daarin een cruciale factor. Ik wist niet dat ik het kon, want ik had tot dan toe eigenlijk nooit vrije trappen opgeëist bij mijn vorige clubs. Het was Nana Asare, die mij tijdens de rust zei dat ik de verantwoordelijkheid voor vrije trappen mocht opnemen. En als de aanvoerder iets zegt, luister je.' (grijnst)'Toen de bal tegen de touwen ging, zorgde dat voor pure euforie. Ik beschouw het nog steeds als mijn mooiste en belangrijkste goal voor AA Gent. Scoren is het mooiste wat er bestaat. Zeker vanuit mijn positie op het veld, als je mag en kunt infiltreren. Ik maakte doelpunten waarbij ik me doorheen een ganse verdedigingsgordel dribbelde. Maar die vrije trap, daar ben ik het meest trots op. 'Mijn beste positie is die van hangende spits. Het maakt niet echt veel uit of Mamadou Sylla of Roman Jaremtsjoek voor me staan, al vergt het een verschillende speelwijze. Roman is fysiek iets sterker en meer balvast, Mamadou kiest liever voor diepgang. Ik pas me zonder probleem aan en doe hetgeen de coach van mij verlangt. Daar hoort ook bij dat je moet mee verdedigen. Op tactisch en fysiek vlak evolueerde ik enorm in België.''Onder Hein Vanhaezebrouck was het mentaal de eerste weken bijzonder intens, want toen veranderden we vaak van strategie en veldbezetting. Veel nadenken en alles bestuderen, het hoorde bij het uitgebreide takenpakket. Nu, onder Yves Vanderhaeghe, heerst er meer duidelijkheid door de vaste positie die ik krijg toebedeeld. 'Het moeilijkste om te onthouden onder Vanhaezebrouck waren de signalen bij hoekschoppen. De ene week was het teken zo, de volgende week kreeg dat een totaal andere betekenis. Ik voelde me weer student. Het is simpel: een echte idioot kan nooit werken onder Vanhaezebrouck, door zijn veeleisendheid. Maar hij blijft een bijzonder goede trainer, tactisch heel onderlegd en iemand die een tegenstander heel gedetailleerd kan ontleden.''Het best kom ik echter tot mijn recht wanneer ik mijn instinct mag volgen. De enige raad die Vanderhaeghe me meegeeft vooraf, is om zoveel mogelijk verticaal te spelen richting de centrumaanvaller. En de signalen voor corners zijn niet meer zo complex. (lacht) ik vind dat beter.'