Dat in een wereldje waar alles steeds sneller gaat de grote denkers van gisteren snel verworden tot de has-beens van morgen, zal hooguit een glimlach ontlokken aan Frank Vercauteren, een man die zich in het openbaar zelden laat betrappen op een lach.
...

Dat in een wereldje waar alles steeds sneller gaat de grote denkers van gisteren snel verworden tot de has-beens van morgen, zal hooguit een glimlach ontlokken aan Frank Vercauteren, een man die zich in het openbaar zelden laat betrappen op een lach. Bijna tien jaar na zijn laatste Belgische kampioenstitel had de voormalige prins van het Astridpark de luxe om te mogen kiezen tussen de bank bij Standard of die van Antwerp, een paar maanden nadat hij vriendelijk maar beslist een aanbod afsloeg om bij KRC Genk Hannes Wolf op te volgen. Intussen zijn er nieuwe boompjes bijgekomen in het Belgische voetbal, zijn andere weggevallen, maar Frankie kent nog steeds de jungle van het Belgische voetbal als zijn broekzak. Zijn terugkeer naar het Belgische topvoetbal speelde zich af in het Astridpark, daar waar hij ooit als speler met zijn linkervoet fantastische ballen trapte, en vond plaats toen paars-wit vorig seizoen in volle herfstcrisis verkeerde. De voetbalideeën van Vincent Kompany en Simon Davies resulteerden wel in honderden mooie passes maar vertaalden zich amper in doelkansen en nog minder in goals. Even de hulplijn bellen, goed voor Vercauterens terugkeer naar de Belgische voetbaltop sinds hij in 2011 KRC Genk verliet na zijn derde landstitel als trainer. Daarna bleef hij in eigen land enkel onder de radar van de top werken, waar hij in 1B eerst Cercle Brugge liet promoveren, en daarna bij OH Leuven raadgever werd van Vincent Euvrard. Terug in 'zijn' Brussels park zet Frankie een spectaculaire metamorfose neer, met dank aan zijn grondige kennis van het terrein en het spelletje hier ten lande. Een wedstrijd in de Belgische competitie winnen is een kunstje dat Vercauteren wel beheerst. Misschien beter dan wie ook. Geen enkele van zijn trainersopdrachten in eigen land is op een sisser afgelopen. Zijn methode heeft haar nut bewezen, en zorgt er voor dat Anderlecht in een paar maanden een heuse gedaanteverandering ondergaat, één die paarswit toelaat terug op te klimmen in de rangschikking. Wanneer de competitie half maart wordt stilgelegd, wordt door andere trainers stilzwijgend gezegd dat Anderlecht op dat moment het beste voetbal van het land serveert. Wat Vercauteren bij Anderlecht doet, lijkt wel heel erg op de gedaanteverandering die Cercle onder zijn beleid doormaakte, toen hij José Riga opvolgde in het najaar van 2017. Vanaf dan laten de groenzwarten de bal met plezier aan de tegenstander, gaan van gemiddeld 53 naar 46% balbezit, leunen op het veld wat meer achteruit, stappen af van een hoge pressing en schakelen over op meer verticaal voetbal eens de bal in het eigen bezit is, van 3,34 naar 2,75 passes per balbezit. Ook Anderlecht kiest voor een lager opgesteld blok waarin iedere speler goed gepositioneerd staat, en mikt op een snelle omschakeling waarin de aanvallende talenten alle ruimte krijgen om acties te maken. Dat geldt zowel voor de diepe spits als voor de drie aanvallende spelers achter hem, in een 4-2-3-1-systeem. Het symbool voor hoe hij het Anderlechtvoetbal naar zijn hand zet, is de introductie van een echte verdedigende middenvelder als Edo Kayembe in de basiself, die als eerste taak het verdedigen van het eigen doel op zich neemt. In amper een paar weken tijd valt paars-wit terug van 60,9% balbezit onder Kompany en Davies naar 52,5% onder Vercauteren, en van 1,44 naar 4,05 tegenaanvallen per wedstrijd. 'Verticaal spel is belangrijk in het huidige voetbal', maakt de nieuwe hoofdtrainer duidelijk, waarmee Anderlecht een kruis maakt over de vele en ingewikkelde combinaties die te weinig doelkansen opleveren. Onder Frankie hoeft Anderlecht de bal niet per se zelf te hebben, maar het creëert zelf wel meer kansen en geeft er ook minder weg. Dankzij de individuele klasse van Nacer Chadli heeft het begin 2020 zelfs opnieuw uitzicht op PO1. Het recept staat vast: een voorzichtige 4-4-2 wanneer de tegenstander de bal heeft, die bij balbezit in de aanval omgezet wordt naar een 4-2-3-1. Met steeds als uitgangspunt: een speelwijze die het risicogehalte vermindert. En als het eens niet mee zit liever niet verliezen dan proberen toch te winnen. 'Ik had geen redenen om te wisselen, defensief stond alles goed', legt de trainer na een kleurloze 0-0 thuis tegen Charleroi uit, terwijl de verbale woede van de ontgoochelde fans in het park op de achtergrond net is weggeëbd. Vaak mikt hij op een status quo, en rekent er op dat zijn aanvallende talenten meer kans hebben om met een ingenieuze actie de tegenstander te verschalken dan omgekeerd de spitsen van die tegenstander dat tegenover zijn defensief blok kunnen. Ironisch genoeg is het na Vercauterens gedwongen vertrek bij Anderlecht zijn manier van spelen die voor zijn opvolger Vincent Kompany het begin is van de kentering ten goede. Tegen het Antwerp van Ivan Leko maakt een doelpunt van Paul Mukairu het verschil in een thuiswedstrijd waarin Anderlecht slechts 33% balbezit heeft en amper 208 geslaagde passes laat optekenen. Sindsdien is paars-wit met een gemiddeld balbezit van 47,8% weer een echte kandidaat voor de top vier. Het succesrecept is ook na het vertrek van Vercauteren hetzelfde gebleven: een goeie organisatie met een 4-4-2 die niet te laag staat. Geen tiki-takavoetbal meer, maar aanvallend rekenen op de trefzekere voeten van Lukas Nmecha en de snelle benen van de drie spelers net achter hem. Op die manier lijkt Kompany qua speelwijze een stuk opgeschoven in de richting van de man die hij afgelopen herfst naar de uitgang duwde. Misschien omdat hij zich een stilzwijgende wet herinnert die in voetbal altijd geldt. Wie wint, heeft altijd gelijk. Op die manier is het moeilijk om te beweren dat Vercauteren geen gelijk heeft. Wordt vervolgd op de Bosuil.