In de eerste week van het jaar liggen de goede voornemens nog vers in het geheugen. Indien mogelijk en noodzakelijk wil ik de komende maanden het voetbal verdedigen, omdat het ondanks alle schandalen een ongelooflijke sport blijft en al te vaak slachtoffer is van voetbalhaters en populisten onder de sportjournalisten.

Ik zal 2019 starten met komaf te maken met de kritiek op de trofeeën voor Eden Hazard als Sportman en Roberto Martínez als Coach van het Jaar 2018. Onbegrijpelijk dat veel collega's voetballers nog steeds onderschatten en hen alleen zien als overbetaalde vedetten die een minimum aan inspanningen leveren. Met als resultaat dat bijvoorbeeld Paul Van Himst of Jan Ceulemans nooit verkozen werden tot Sportman van het Jaar. Hazard is pas de derde voetballer op het palmares, na Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne.

Laten we eens een streep door de clichés halen. Moderne topvoetballers zijn echte atleten en moeten over een snelle geest en een fabelachtige techniek beschikken. Jongens als Eden Hazard zijn artiesten. De vermaarde choreograaf Rudi van Dantzig vergeleek Marco van Basten niet voor niets met een balletdanser. Bij artiesten bewonderen we hun genialiteit, niet de zweetdruppels die ze moeten laten.

Zouden we de stemming voor Sportploeg van het Jaar niet nog eens overdoen?

Hazard is de terechte Sportman van 2018. Hij eindigde achtste in de verkiezing voor de Ballon d'Or, de trofee voor de beste voetballer van de wereld. Koen Naert, de nummer twee van de verkiezing van Sportman van het Jaar, verdient alle lof voor zijn Europese titel op de marathon, maar met zijn recordtijd staat hij pas 156e op de wereldranglijst.

De trofee voor Roberto Martinez als trainer is evenzeer terecht. Niets is moeilijker dan een groep miljonairs coachen. Zijn peoplemanagement was indrukwekkend en de tactische aanpak tegen Brazilië een schot in de roos.

Ook de Rode Duivels hadden op het podium moeten staan. Hoe knap de wereldtitel van de Belgian Lions ook is, brons op het WK voetbal moet hoger worden ingeschat dan goud op het WK hockey. De hockeyers profiteerden van het momentum en de heropening van de stemming. Een ongewilde hint dat er een nieuwe winnaar werd verwacht en vooral zij die het hockeyteam op één wilden, bleken gemotiveerd om te stemmen. Bij de tweede stembeurt werden er maar liefst twintig procent minder bulletins ingevuld.

Met als gevolg dat de beste prestatie van de Rode Duivels in de geschiedenis van de populairste sport, in België en mondiaal, niet bekroond werd. Zowel de Lions als de Devils zijn nummer één op de wereldranglijst. De FIFA telt echter 211 landen tegenover 137 voor de Internationale hockeyfederatie. Het aantal voetbalspelers is meer dan het tienvoudige van het aantal hockeyers.

125.000 sportliefhebbers zagen de hockeyfinale op Playsports en heel wat kijkers kozen mogelijk voor de uitzending op de NOS. Elk WK-duel in Rusland lokte echter zo'n twee miljoen mensen naar de buis. De beslissende goal tegen Japan en de twee treffers tegen Brazilië staan op ons collectieve geheugen gegrift en zullen over twintig jaar nog regelmatig op tv voorbijkomen. Remember Mexico 1986.

Cijfers en statistieken zeggen echter niet alles. Roger Moens (voor de jongere lezer: zilveren medaillewinnaar op de 800 meter op de Olympische Spelen van 1960 en nadien atletiekcommentator) hanteerde een heel ander criterium. Volgens de gewezen baas van de gerechtelijke politie was slechts sprake van een wereldprestatie als je de voorpagina haalde van L'Equipe.

Eden Hazard en de Rode Duivels vulden vorig jaar meerdere keren de cover van de gerenommeerde Franse sportkrant. Op 17 december, daags na de historische WK-finale van de Red Lions tegen Oranje, zetten de chauvinistische Fransen echter hun vrouwenhandbalteam dat Europees kampioen was geworden op 'de één'.

Naar het WK hockey was het zoeken en zoeken. Op pagina 29 stond de uitslag. Meer niet. Het zegt misschien iets over L'Equipe, maar toch ook over de internationale impact van een wereldtitel hockey. Zouden we de stemmig niet nog eens overdoen?

In de eerste week van het jaar liggen de goede voornemens nog vers in het geheugen. Indien mogelijk en noodzakelijk wil ik de komende maanden het voetbal verdedigen, omdat het ondanks alle schandalen een ongelooflijke sport blijft en al te vaak slachtoffer is van voetbalhaters en populisten onder de sportjournalisten. Ik zal 2019 starten met komaf te maken met de kritiek op de trofeeën voor Eden Hazard als Sportman en Roberto Martínez als Coach van het Jaar 2018. Onbegrijpelijk dat veel collega's voetballers nog steeds onderschatten en hen alleen zien als overbetaalde vedetten die een minimum aan inspanningen leveren. Met als resultaat dat bijvoorbeeld Paul Van Himst of Jan Ceulemans nooit verkozen werden tot Sportman van het Jaar. Hazard is pas de derde voetballer op het palmares, na Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne. Laten we eens een streep door de clichés halen. Moderne topvoetballers zijn echte atleten en moeten over een snelle geest en een fabelachtige techniek beschikken. Jongens als Eden Hazard zijn artiesten. De vermaarde choreograaf Rudi van Dantzig vergeleek Marco van Basten niet voor niets met een balletdanser. Bij artiesten bewonderen we hun genialiteit, niet de zweetdruppels die ze moeten laten.Hazard is de terechte Sportman van 2018. Hij eindigde achtste in de verkiezing voor de Ballon d'Or, de trofee voor de beste voetballer van de wereld. Koen Naert, de nummer twee van de verkiezing van Sportman van het Jaar, verdient alle lof voor zijn Europese titel op de marathon, maar met zijn recordtijd staat hij pas 156e op de wereldranglijst. De trofee voor Roberto Martinez als trainer is evenzeer terecht. Niets is moeilijker dan een groep miljonairs coachen. Zijn peoplemanagement was indrukwekkend en de tactische aanpak tegen Brazilië een schot in de roos. Ook de Rode Duivels hadden op het podium moeten staan. Hoe knap de wereldtitel van de Belgian Lions ook is, brons op het WK voetbal moet hoger worden ingeschat dan goud op het WK hockey. De hockeyers profiteerden van het momentum en de heropening van de stemming. Een ongewilde hint dat er een nieuwe winnaar werd verwacht en vooral zij die het hockeyteam op één wilden, bleken gemotiveerd om te stemmen. Bij de tweede stembeurt werden er maar liefst twintig procent minder bulletins ingevuld. Met als gevolg dat de beste prestatie van de Rode Duivels in de geschiedenis van de populairste sport, in België en mondiaal, niet bekroond werd. Zowel de Lions als de Devils zijn nummer één op de wereldranglijst. De FIFA telt echter 211 landen tegenover 137 voor de Internationale hockeyfederatie. Het aantal voetbalspelers is meer dan het tienvoudige van het aantal hockeyers. 125.000 sportliefhebbers zagen de hockeyfinale op Playsports en heel wat kijkers kozen mogelijk voor de uitzending op de NOS. Elk WK-duel in Rusland lokte echter zo'n twee miljoen mensen naar de buis. De beslissende goal tegen Japan en de twee treffers tegen Brazilië staan op ons collectieve geheugen gegrift en zullen over twintig jaar nog regelmatig op tv voorbijkomen. Remember Mexico 1986. Cijfers en statistieken zeggen echter niet alles. Roger Moens (voor de jongere lezer: zilveren medaillewinnaar op de 800 meter op de Olympische Spelen van 1960 en nadien atletiekcommentator) hanteerde een heel ander criterium. Volgens de gewezen baas van de gerechtelijke politie was slechts sprake van een wereldprestatie als je de voorpagina haalde van L'Equipe. Eden Hazard en de Rode Duivels vulden vorig jaar meerdere keren de cover van de gerenommeerde Franse sportkrant. Op 17 december, daags na de historische WK-finale van de Red Lions tegen Oranje, zetten de chauvinistische Fransen echter hun vrouwenhandbalteam dat Europees kampioen was geworden op 'de één'. Naar het WK hockey was het zoeken en zoeken. Op pagina 29 stond de uitslag. Meer niet. Het zegt misschien iets over L'Equipe, maar toch ook over de internationale impact van een wereldtitel hockey. Zouden we de stemmig niet nog eens overdoen?