Zijn twee goals met Slask Wroclaw tegen Club Brugge leverden zijn ploeg een kwalificatie op voor de volgende ronde, en hemzelf een transfer naar Brugge.

Daar duurde het even voor hij het goeie van die twee Europese duels kon bevestigen. Speelgelegenheid genoeg, nu eens op de positie van Lior Refaelov op rechts, dan weer op die van Maxime Lestienne op links en zelfs, heel occasioneel, centraal achter de diepe spits, maar echt schitteren deed hij lange tijd niet. De Belgische competitie is nog van een niveautje hoger dan de Poolse, bij Waasland-Beveren kan Robert Demjan, vorig seizoen in Polen nog topschutter, er van meespreken. Zaterdag pas maakte die zijn eerste Belgische treffer. Sobota deed het een week eerder, in Charleroi. Opnieuw voetballend vanaf de rechterkant, profiterend van de blessure die Refaelov voortijdig een kerstvakantie bezorgde. Zondag scoorde Sobota in Gent twee keer en was hij veel dominanter in het spel aanwezig dan die andere vleugelspits Maxime Lestienne.

Dat is geen toeval. Sobota profiteert maximaal van de manier waarop Michel Preud'homme Club Brugge laat voetballen sedert het wegvallen van Tom De Sutter. Meer dan Lestienne, die vorig seizoen dan weer maximaal profiteerde van de manier van spelen onder Juan Carlos Garrido. Die speculeerde goed op de vista van de middenvelders Donk, Odjidja of Vázquez, die Lestienne of Bacca uitstekend diep konden sturen. Het leverde de ene, Bacca, een transfer op naar Sevilla, en de andere veel roem, een selectie bij de Rode Duivels voor de oefentrip naar de VS, én belangstelling uit de Bundesliga.

Onder Preud'homme loopt het anders. Veel meer dan in het verleden moeten de twee buitenspelers in balverlies meeverdedigen, soms haast tot op de laatste twintig meter van de eigen doellijn. Lestienne heeft daar al langer het fysieke vermogen voor, Sobota moest het krijgen.

In balbezit zoekt spelmaker Vázquez onder Preud'homme graag de buitenkanten op. De centrale spits, in Gent Mémé Tchité, doet vervolgens hetzelfde, waarna de vleugelspelers naar binnen knijpen. Lestienne als over links wordt aangevallen, Sobota, als de aanval via rechts verloopt. Als verdediging en middenveld van de tegenstand niet goed opgesteld staat, en de spelmaker zich van zijn tegenstander kan ontdoen door slim te bewegen, ontstaat zo makkelijk een kans door het centrum.

En dat is op dit moment in het voordeel van Sobota. Waarom? Omdat in zestig, zeventig procent van de gevallen Vázquez naar rechts uitwijkt. Daarom is de Pool veel vaker centraal te vinden dan Lestienne. En wie voor doel komt, kan wat makkelijker scoren.

Sobota profiteert nog van een andere situatie. Buitenspelers moeten, in variant nummer twee, ook ruimte maken voor oprukkende backs. Dat was al onder Garrido, en nu nog meer. Dit lukt zeer goed op rechts, waar de wisselwerking tussen de Pool en de oprukkende Meunier uitstekend is. Opnieuw is dat veel minder op links, zeker als Tom Hogli wordt opgesteld. Met De Bock in de ploeg lukte dat beter.

Het is door de manier van voetballen van Club Brugge dat Waldemar Sobota nu aan de oppervlakte komt. Meer dan Maxime Lestienne. Of hoe trainers zeer bepalend kunnen zijn voor het succes van een speler.

En ook een bewijs van hoe trainers van de nood een deugd kunnen maken. Toen Tom De Sutter onlangs uitviel met een meniscusletsel, zagen de fans van Club het somber in. Club had in de eerste weken onder Preud'homme slechts vier keer gescoord in zeven wedstrijden. Daarna maakte De Sutter er drie in twee matchen. Vervolgens viel hij uit. Zat Club met een scoreprobleem? Het leek er sterk op, want de andere spitsen (Gudjohnsen, Fatai en Tchité) hadden nog niet gescoord.

Drie wedstrijden en acht (!) goals later, lijkt dat probleem van de baan. Of blijkt dat het er geen was. Er verschenen plots andere namen op het scorebord, met die van de Pool het meeste. Of hoe Club een nadeel - het wegvallen van de meest productieve spits - wist om te buigen tot een voordeel. Meer verrassing en beweging. Het kunnen straks in de race om de titel dingen zijn om te onthouden.

Peter T'Kint

Zijn twee goals met Slask Wroclaw tegen Club Brugge leverden zijn ploeg een kwalificatie op voor de volgende ronde, en hemzelf een transfer naar Brugge. Daar duurde het even voor hij het goeie van die twee Europese duels kon bevestigen. Speelgelegenheid genoeg, nu eens op de positie van Lior Refaelov op rechts, dan weer op die van Maxime Lestienne op links en zelfs, heel occasioneel, centraal achter de diepe spits, maar echt schitteren deed hij lange tijd niet. De Belgische competitie is nog van een niveautje hoger dan de Poolse, bij Waasland-Beveren kan Robert Demjan, vorig seizoen in Polen nog topschutter, er van meespreken. Zaterdag pas maakte die zijn eerste Belgische treffer. Sobota deed het een week eerder, in Charleroi. Opnieuw voetballend vanaf de rechterkant, profiterend van de blessure die Refaelov voortijdig een kerstvakantie bezorgde. Zondag scoorde Sobota in Gent twee keer en was hij veel dominanter in het spel aanwezig dan die andere vleugelspits Maxime Lestienne. Dat is geen toeval. Sobota profiteert maximaal van de manier waarop Michel Preud'homme Club Brugge laat voetballen sedert het wegvallen van Tom De Sutter. Meer dan Lestienne, die vorig seizoen dan weer maximaal profiteerde van de manier van spelen onder Juan Carlos Garrido. Die speculeerde goed op de vista van de middenvelders Donk, Odjidja of Vázquez, die Lestienne of Bacca uitstekend diep konden sturen. Het leverde de ene, Bacca, een transfer op naar Sevilla, en de andere veel roem, een selectie bij de Rode Duivels voor de oefentrip naar de VS, én belangstelling uit de Bundesliga. Onder Preud'homme loopt het anders. Veel meer dan in het verleden moeten de twee buitenspelers in balverlies meeverdedigen, soms haast tot op de laatste twintig meter van de eigen doellijn. Lestienne heeft daar al langer het fysieke vermogen voor, Sobota moest het krijgen. In balbezit zoekt spelmaker Vázquez onder Preud'homme graag de buitenkanten op. De centrale spits, in Gent Mémé Tchité, doet vervolgens hetzelfde, waarna de vleugelspelers naar binnen knijpen. Lestienne als over links wordt aangevallen, Sobota, als de aanval via rechts verloopt. Als verdediging en middenveld van de tegenstand niet goed opgesteld staat, en de spelmaker zich van zijn tegenstander kan ontdoen door slim te bewegen, ontstaat zo makkelijk een kans door het centrum. En dat is op dit moment in het voordeel van Sobota. Waarom? Omdat in zestig, zeventig procent van de gevallen Vázquez naar rechts uitwijkt. Daarom is de Pool veel vaker centraal te vinden dan Lestienne. En wie voor doel komt, kan wat makkelijker scoren. Sobota profiteert nog van een andere situatie. Buitenspelers moeten, in variant nummer twee, ook ruimte maken voor oprukkende backs. Dat was al onder Garrido, en nu nog meer. Dit lukt zeer goed op rechts, waar de wisselwerking tussen de Pool en de oprukkende Meunier uitstekend is. Opnieuw is dat veel minder op links, zeker als Tom Hogli wordt opgesteld. Met De Bock in de ploeg lukte dat beter. Het is door de manier van voetballen van Club Brugge dat Waldemar Sobota nu aan de oppervlakte komt. Meer dan Maxime Lestienne. Of hoe trainers zeer bepalend kunnen zijn voor het succes van een speler. En ook een bewijs van hoe trainers van de nood een deugd kunnen maken. Toen Tom De Sutter onlangs uitviel met een meniscusletsel, zagen de fans van Club het somber in. Club had in de eerste weken onder Preud'homme slechts vier keer gescoord in zeven wedstrijden. Daarna maakte De Sutter er drie in twee matchen. Vervolgens viel hij uit. Zat Club met een scoreprobleem? Het leek er sterk op, want de andere spitsen (Gudjohnsen, Fatai en Tchité) hadden nog niet gescoord. Drie wedstrijden en acht (!) goals later, lijkt dat probleem van de baan. Of blijkt dat het er geen was. Er verschenen plots andere namen op het scorebord, met die van de Pool het meeste. Of hoe Club een nadeel - het wegvallen van de meest productieve spits - wist om te buigen tot een voordeel. Meer verrassing en beweging. Het kunnen straks in de race om de titel dingen zijn om te onthouden. Peter T'Kint