Een overgangsjaar moest het worden bij Anderlecht. Zo klonk het in het begin van het seizoen. Omdat paars-wit beschikt over een kweekvijver aan talent, dienden de jongeren de kans te krijgen om te spelen en aan hun ontwikkeling te werken. En gezien alle technisch onderlegde talenten pasten in de stijl van het huis, werd er op termijn gedroomd van een terugkeer naar het subtiele, artistieke voetbal. Toen Anderlecht aan de competitie begon met een thuisnederlaag tegen Lokeren leken de supporters daarmee te kunnen leven. Voorzitter Roger Vanden Stock stelde toen tevreden vast dat het publiek de politiek van de club begreep.

Het is de vraag of een club met de status van Anderlecht over een overgangsjaar kan praten. Dan kan je in België eventueel de schade beperken, maar op het toneel van de Champions League ben je gedoemd tot een figurantenrol.

In die zin is de één op vijftien die op het Europees toneel werd behaald niet eens zo onverwacht, maar het sloeg bij trainer en clubleiding wel diepe littekens. Trainer John van den Brom sprak na de 2-3-nederlaag tegen Benfica van een zuur gevoel. Terwijl Anderlecht negen keer laatste eindigde in tien deelnames aan het kampioenenbal.

Je moet je afvragen wat de bedoeling is bij Anderlecht. Als jongeren moeten doorstromen, dan dienen ze de kans te krijgen om te spelen. Maar zowel Denis Praet, Massimo Bruno en (meer begrijpelijk) Youri Tielemans zaten tijdens deze voetbaljaargang al vaker op de bank. Dat botst met de plannen die in het begin van het seizoen werden ontvouwd. Ook de komst van de Serviërs Luka Milvojevic en Aleksandar Mitrovic in de loop van de competitie leek eerdere plannen in een ander perspectief te plaatsen. De eerste is absoluut geen toegevoegde waarde, Mitrovic, nog maar negentien, blijft een wissel voor de toekomst, op voorwaarde dat hij in de zestien meter kan opereren. Daar komt hij veel te weinig. Net zoals hij ook amper hoge voorzetten krijgt.

Dit Anderlecht mist balans. De verdediging valt zeker Europees te zwak uit, ook dan als je met twee defensieve middenvelders speelt. Dat Anderlecht ook in de competitie vaak naar dat concept grijpt, is veelzeggend. Het leverde toch vijf nederlagen op en het gaat ten koste van de creativiteit in het middenveld omdat de defensieve middenvelders - Milvojevic en Sacha Kljestan, tegen Benfica gepasseerd en geschorst - niet bepaald voor een creatieve toets zorgen. Tegen de Portugezen experimenteerde trainer John van den Brom met Cheikhou Kouyaté op het middenveld, dat bleek geen slechte zet. Zoeken naar de juiste invulling doet de Nederlander, die de stress moeilijk onder controle krijgt, veel meer dan vorig seizoen.

Anderlecht moet zich afvragen welke toekomst er voor de club nog is weggelegd in de Champions League. Als de jongeren waarvan effectief zoveel wordt verwacht, echt gaan doorgroeien, dan vallen ze niet te houden. En goeie buitenlanders zijn niet langer gecharmeerd door een club die in de Champions League telkens weer roemloos struikelt. Het is een realiteit die tekenend is voor het niveau van Belgische clubs: zelfs de matig bezette Europa League is voor sommige clubs een maat te groot.

Een overgangsjaar moest het worden bij Anderlecht. Zo klonk het in het begin van het seizoen. Omdat paars-wit beschikt over een kweekvijver aan talent, dienden de jongeren de kans te krijgen om te spelen en aan hun ontwikkeling te werken. En gezien alle technisch onderlegde talenten pasten in de stijl van het huis, werd er op termijn gedroomd van een terugkeer naar het subtiele, artistieke voetbal. Toen Anderlecht aan de competitie begon met een thuisnederlaag tegen Lokeren leken de supporters daarmee te kunnen leven. Voorzitter Roger Vanden Stock stelde toen tevreden vast dat het publiek de politiek van de club begreep. Het is de vraag of een club met de status van Anderlecht over een overgangsjaar kan praten. Dan kan je in België eventueel de schade beperken, maar op het toneel van de Champions League ben je gedoemd tot een figurantenrol. In die zin is de één op vijftien die op het Europees toneel werd behaald niet eens zo onverwacht, maar het sloeg bij trainer en clubleiding wel diepe littekens. Trainer John van den Brom sprak na de 2-3-nederlaag tegen Benfica van een zuur gevoel. Terwijl Anderlecht negen keer laatste eindigde in tien deelnames aan het kampioenenbal. Je moet je afvragen wat de bedoeling is bij Anderlecht. Als jongeren moeten doorstromen, dan dienen ze de kans te krijgen om te spelen. Maar zowel Denis Praet, Massimo Bruno en (meer begrijpelijk) Youri Tielemans zaten tijdens deze voetbaljaargang al vaker op de bank. Dat botst met de plannen die in het begin van het seizoen werden ontvouwd. Ook de komst van de Serviërs Luka Milvojevic en Aleksandar Mitrovic in de loop van de competitie leek eerdere plannen in een ander perspectief te plaatsen. De eerste is absoluut geen toegevoegde waarde, Mitrovic, nog maar negentien, blijft een wissel voor de toekomst, op voorwaarde dat hij in de zestien meter kan opereren. Daar komt hij veel te weinig. Net zoals hij ook amper hoge voorzetten krijgt. Dit Anderlecht mist balans. De verdediging valt zeker Europees te zwak uit, ook dan als je met twee defensieve middenvelders speelt. Dat Anderlecht ook in de competitie vaak naar dat concept grijpt, is veelzeggend. Het leverde toch vijf nederlagen op en het gaat ten koste van de creativiteit in het middenveld omdat de defensieve middenvelders - Milvojevic en Sacha Kljestan, tegen Benfica gepasseerd en geschorst - niet bepaald voor een creatieve toets zorgen. Tegen de Portugezen experimenteerde trainer John van den Brom met Cheikhou Kouyaté op het middenveld, dat bleek geen slechte zet. Zoeken naar de juiste invulling doet de Nederlander, die de stress moeilijk onder controle krijgt, veel meer dan vorig seizoen. Anderlecht moet zich afvragen welke toekomst er voor de club nog is weggelegd in de Champions League. Als de jongeren waarvan effectief zoveel wordt verwacht, echt gaan doorgroeien, dan vallen ze niet te houden. En goeie buitenlanders zijn niet langer gecharmeerd door een club die in de Champions League telkens weer roemloos struikelt. Het is een realiteit die tekenend is voor het niveau van Belgische clubs: zelfs de matig bezette Europa League is voor sommige clubs een maat te groot.