De laatste keer dat een club Belgisch landskampioen werd na tijdens het seizoen zijn trainer te hebben ontslagen, was in 1993. Jan Boskamp volgde Luka Peruzovic op en leidde Anderlecht naar zijn 22e landstitel. Moeilijk was dat niet, want toen hij overnam van de ontslagen Kroaat stond Anderlecht gewoon al afgescheiden op de eerste plaats.

Het was de eerste van drie opeenvolgende titels voor de Brusselaars. Boskamp maakte Anderlecht kampioen in 1993, 94 en 95. Met zijn 33e landstitel is Anderlecht nu opnieuw voor de derde keer op rij de beste. Wat het twintig jaar na de triootje van Boskamp uniek maakt, is dat het drie keer met een andere trainer gebeurde: met Ariël Jacobs, John van den Brom en nu Besnik Hasi.

Hasi nam het net als Boskamp bij zijn eerste keer onderweg over van een ontslagen voorganger. Verder houdt elke vergelijking op. In tegenstelling tot de Nederlander kreeg Hasi geen winnend elftal in handen. Anderlecht stond derde, had al negen keer verloren en was een stuurloos schip dat door Van den Brom dapper naar de afgrond werd gecoacht.

Hasi wist al anderhalf jaar waar het fout liep. Het eerste wat hij afschafte, was het glas wijn waartoe de hele staf door Van den Brom na elke wedstrijd werd verplicht. Wijndegustatie bleek niet het recept voor sportief succes. Wel hard werken. Hasi schafte de Cub Med van Van den Brom af en installeerde weer arbeidsethos. De spelers vonden het goed zo. Zelfs de door Van den Brom meegebrachte Nederlandse conditietrainer Jurgen Segers leefde op.

Behalve voor hard werken zorgde Hasi ook voor duidelijkheid. Hij trainde doelgericht en stuurde zijn spelers met heldere taken het veld op. Maar vooral maakte hij keuzes, iets wat Van den Brom nooit had gedaan. Eén: hij maakte van de door Van den Brom gedumpte Youri Tielemans zijn belangrijkste speler. Twee: hij schoof Cheikhou Kouyaté door naar het middenveld om Tielemans te ontlasten. Drie: hij koos voor een 4-4-2 met twee centrumspitsen. Vier: hij zette met Guillaume Gillet en Sacha Kljestan twee van de meest ervaren spelers op de bank.

Herman Van Holsbeeck wilde zondag nog laten geloven dat Anderlecht in dit zogenaamde overgangsseizoen naar de play-offs had gepiekt. Niets is minder waar. Na speeldag 29 van de reguliere competitie werd voor een radicale breuk met het korte Van den Brom-tijdperk gekozen. Onder Hasi werd alles anders, Anderlecht begon weer van scratch. Pieken was de laatste van de paars-witte zorgen.

Geholpen door het geluk van de kampioen - zowel Hasi als Van Holsbeeck had geen moeite om dat toe te geven - en het opmerkelijke falen van de concurrentie in Luik en Brugge, leidde dat naar de 33e landstitel. Met dank aan een 42-jarige Kosovaar, die anderhalf jaar lang zijn frustratie verbeet, geduldig wachtte op de kans die ooit zou komen en ze daarna met beide handen greep. Goed gedaan.

De laatste keer dat een club Belgisch landskampioen werd na tijdens het seizoen zijn trainer te hebben ontslagen, was in 1993. Jan Boskamp volgde Luka Peruzovic op en leidde Anderlecht naar zijn 22e landstitel. Moeilijk was dat niet, want toen hij overnam van de ontslagen Kroaat stond Anderlecht gewoon al afgescheiden op de eerste plaats.Het was de eerste van drie opeenvolgende titels voor de Brusselaars. Boskamp maakte Anderlecht kampioen in 1993, 94 en 95. Met zijn 33e landstitel is Anderlecht nu opnieuw voor de derde keer op rij de beste. Wat het twintig jaar na de triootje van Boskamp uniek maakt, is dat het drie keer met een andere trainer gebeurde: met Ariël Jacobs, John van den Brom en nu Besnik Hasi.Hasi nam het net als Boskamp bij zijn eerste keer onderweg over van een ontslagen voorganger. Verder houdt elke vergelijking op. In tegenstelling tot de Nederlander kreeg Hasi geen winnend elftal in handen. Anderlecht stond derde, had al negen keer verloren en was een stuurloos schip dat door Van den Brom dapper naar de afgrond werd gecoacht.Hasi wist al anderhalf jaar waar het fout liep. Het eerste wat hij afschafte, was het glas wijn waartoe de hele staf door Van den Brom na elke wedstrijd werd verplicht. Wijndegustatie bleek niet het recept voor sportief succes. Wel hard werken. Hasi schafte de Cub Med van Van den Brom af en installeerde weer arbeidsethos. De spelers vonden het goed zo. Zelfs de door Van den Brom meegebrachte Nederlandse conditietrainer Jurgen Segers leefde op. Behalve voor hard werken zorgde Hasi ook voor duidelijkheid. Hij trainde doelgericht en stuurde zijn spelers met heldere taken het veld op. Maar vooral maakte hij keuzes, iets wat Van den Brom nooit had gedaan. Eén: hij maakte van de door Van den Brom gedumpte Youri Tielemans zijn belangrijkste speler. Twee: hij schoof Cheikhou Kouyaté door naar het middenveld om Tielemans te ontlasten. Drie: hij koos voor een 4-4-2 met twee centrumspitsen. Vier: hij zette met Guillaume Gillet en Sacha Kljestan twee van de meest ervaren spelers op de bank.Herman Van Holsbeeck wilde zondag nog laten geloven dat Anderlecht in dit zogenaamde overgangsseizoen naar de play-offs had gepiekt. Niets is minder waar. Na speeldag 29 van de reguliere competitie werd voor een radicale breuk met het korte Van den Brom-tijdperk gekozen. Onder Hasi werd alles anders, Anderlecht begon weer van scratch. Pieken was de laatste van de paars-witte zorgen.Geholpen door het geluk van de kampioen - zowel Hasi als Van Holsbeeck had geen moeite om dat toe te geven - en het opmerkelijke falen van de concurrentie in Luik en Brugge, leidde dat naar de 33e landstitel. Met dank aan een 42-jarige Kosovaar, die anderhalf jaar lang zijn frustratie verbeet, geduldig wachtte op de kans die ooit zou komen en ze daarna met beide handen greep. Goed gedaan.