1.

Na de laatste wegkoers van het seizoen afgelopen weekend (Ronde van Drenthe) staan vijf landgenoten in de top twintig van de individuele World Ranking: Wout van Aert (2e), Remco Evenepoel (14e), Jasper Philipsen (15e), Jasper Stuyven (17e) en Tim Merlier (19e). Tot 2021 was dat sinds het invoeren van het FICP-klassement in 1984, met het UCI/ProTour/WorldTourklassement en de World Ranking als opvolgers, amper één keer gebeurd. In 1984...
...

Na de laatste wegkoers van het seizoen afgelopen weekend (Ronde van Drenthe) staan vijf landgenoten in de top twintig van de individuele World Ranking: Wout van Aert (2e), Remco Evenepoel (14e), Jasper Philipsen (15e), Jasper Stuyven (17e) en Tim Merlier (19e). Tot 2021 was dat sinds het invoeren van het FICP-klassement in 1984, met het UCI/ProTour/WorldTourklassement en de World Ranking als opvolgers, amper één keer gebeurd. In 1984...Van Aert staat na het seizoen ook voor de tweede keer in de top drie. Na een derde plaats in 2020 nu een tweede stek na Tadej Pogacar. Sinds 1984 zijn alleen Tom Boonen (tweede in 2005, derde in 2012) en Philippe Gilbert (tweede in 2010, eerste in 2011) daar als Belgen in geslaagd.België prijkt voor de vierde maal in de laatste vijf jaar bovenaan het landenklassement van de World Ranking. Bovendien met de grootste voorsprong in die ranking sinds 2016: 14339 punten vs. 11983 punten voor het nummer twee, Slovenië.24 Belgische profs boekten in totaal 64 overwinningen in UCI-wedstrijden (van categorie 1.1/2.1 of hoger). Twee meer dan het vorige nationale record sinds 2000 (62 in 2017 en 2016). 19 daarvan werden behaald op WorldTourniveau, eentje minder dan het record van 2017.Pas voor de derde keer sinds 1990, na Tom Boonen in 2006 en Philippe Gilbert in 2011, werd een Belg internationaal zegekoning: Wout van Aert met dertien stuks. Weliswaar gedeeld leider van de ranking, gelijk met Tadej Pogacar en Primoz Roglic.Drie van die dertien zeges schreef de Kempenaar op zijn naam in de Tour, dankzij een unieke drieklapper in moderne wielertijden: winst in een bergrit (over de Mont Ventoux), in een tijdrit (naar Saint-Emilion) én in een massasprint (in Parijs). Het was geleden van Bernard Hinault, in de Tour van 1979, dat iemand dat nog eens had gerealiseerd, net als Eddy Merckx vijf jaar ervoor.Voor het eerst eindigen twee Belgische ploegen in de top zes van het teamklassement van de World Ranking: op één Deceuninck-Quick-Step (voor de derde keer in de laatste vier jaar) en Alpecin-Fenix op zes, dat ook de beste was in de Europe Tour voor procontinentale ploegen (voor het tweede seizoen op rij). DQS is voor het négende jaar op rij ook de ploeg met de meeste zeges (65).Lotto-Soudal werd pas 18e, een evenaring van het slechtste teamresultaat in de UCI/WorldTour/World Ranking sinds 2000 (in 2013 ook 18e). Voor het eerst sinds 1981 stonden twee Belgen op het podium van Milano-Sanremo, toen Fons De Wolf en Roger De Vlaeminck (eerste en twee), dit jaar Jasper Stuyven als winnaar en Wout van Aert als derde. Voor het tweede opeenvolgende jaar triomfeerde ook een landgenoot in La Primavera. Dat was geleden van 1978/1979, toen Roger De Vlaeminck telkens de beste was op de Via Roma.Vijf Belgische renners wonnen een eendagskoers in Italië, met Xandro Meurisse (Giro Del Veneto), Remco Evenepoel (Coppa Bernocchi), Ben Hermans (Giro dell Appennino), Jasper Stuyven (Milano-Sanremo) en Mauri Vansevenant (GP Industria & Artigianato). Dat was sinds 1972 (toen zeges voor zeven landgenoten in de Laars) niet meer gebeurd.Liefst acht Belgische renners waren de snelste in een massasprint/groepssprint (in UCI-races van 1.1/2.1 categorie of meer): Arne Marit, Jordi Meeus, Milan Menten, Tim Merlier, Jasper Philipsen, Wout van Aert, Edward Theuns en Timothy Dupont.Bovendien in élk van de drie grote rondes, met Merlier, Van Aert en Philipsen. Dat was al geleden van 1985 (Frank Hoste in de Giro, Rudy Matthijs, Eric Vanderaerden in de Tour en Eddy Planckaert in de Vuelta).Mede daardoor wonnen Belgische renners in totaal negen etappes in de drie grote rondes: twee in de Giro (Tim Merlier en Victor Campenaerts), vijf in de Tour (Merlier, Dylan Teuns en driemaal Wout van Aert) en twee in de Vuelta (Jasper Philipsen). De laatste keer dat Belgen meer ritsuccessen boekten (10) dateerde ook al van 1985.België behaalde op het WK tijdrijden in eigen land vier medailles, een recordaantal in de geschiedenis van het WK tegen de klok. Wout van Aert en Remco Evenepoel veroverden zilver en brons bij de elite, Florian Vermeersch brons bij de beloften en Alec Segaert (tevens Europees kampioen) brons bij de junioren. Het vorige record werd behaald in 2018 (drie plakken met Victor Campenaerts, Brent van Moer en Remco Evenepoel).