1

Châtel-Guyon, de startplaats van vandaag, was in 2018 al eens aankomstplaats van de derde etappe in Parijs-Nice, gewonnen door Jonathan Hivert. Toen al had burgemeester Frédéric Bonnichon het ultieme doel voor ogen: ooit eens de Tour ontvangen, een droom die hij al tien jaar koesterde. Na vele keren een dossier te hebben ingediend, werd Bonnichons geduld eindelijk beloond. Tourbaas Christian Prudhomme had onthouden dat Châtel-Guyon voor de rit in Parijs-Nice honderden schoolkinderen had gemobiliseerd om ambiance te maken langs het parcours.

Châtel-Guyon is ook de zelfverklaarde hoofdstad van het amateurwielrennen in de Auvergne. Al tien keer immers de ankerplaats van Le Tour d'Auvergne, een rittenkoers op de Franse nationale kalender. De thermenstad organiseerde ook al tien nationale wielerkampioenschappen, voor jongeren en zelfs voor politieagenten.

2

Christian Prudhomme bezoekt graag de Auvergne: dit jaar al voor de vierde maal in vijf jaar, na Le Lioran in 2016, Le Puy-en-Velay in 2017 en Brioude/Saint-Flour in 2019. Deze keer krijgen de departementen van de Puy de Dôme en de Cantal de eer, een aaneenschakeling van mooie postkaartplaatjes van de 'puys', een oud-Frans woord voor vulkanen (al zijn deze wel allemaal uitgedoofd). Prudhomme doopte deze rit bij de parcoursvoorstelling dan ook om tot 'l'étape des volcans'.

Nooit had hij toen, in oktober 2019, durven te vermoeden dat deze rit niet op 10 juli 2020 zou plaatsvinden (nota bene 50 jaar na de zege van Eddy Merckx op de Mont Ventoux in de Tour van 1970), maar op 11 september, wanneer normaal de Vuelta gereden wordt. Zoals ook op de beruchte 11e september van 2001, 19 jaar geleden, toen Erik Zabel in Gijon een massasprint won.

3

Veel oog zullen de renners daar niet voor hebben. Ze zullen vooral afzien tijdens de rit met de meeste hoogtemeters van deze Tour, zo'n 4400, goed voor zeven officiële beklimmingen die meetellen voor het bergklassement.

Deze etappe is met 191,5 kilometer ook de langste bergetappe in deze Tour. Al scoren de drie Alpenritten op de schaal van de Cycling Cols Index, die de lastigheidsgraad van een bergetappe bepaalt, wel nog hoger. Toch moeten ook die ritten het op dat vlak afleggen tegen de drie monsterachtige bergetappes in de slotweek van de komende Giro, drie tochten van plusminus 200 kilometer en meer dan 5000 hoogtemeters.

4

Na 25 kilometer volgt in deze vulkanenetappe al een klim van eerste categorie: de Col de Ceyssat (10,2 kilometer aan 6,1%). Die werd in de Tour voor het laatst beklommen in 1983, in de klimtijdrit van Clermont-Ferrand naar de Puy de Dôme, gewonnen door de Spanjaard Angel Arroyo. Al was het verhaal van de dag/week dat van geletruidrager Pascal Simon. Die had vier dagen ervoor bij een val zijn schouderblad gebroken, maar bleef doorzetten, ook in deze 16,5 kilometer lange tijdrit.

Simon doorstond naar eigen zeggen helse pijnen, maar werd, gedragen door het Franse publiek, nog 55e op ruim vijf minuten. Zo kon hij nipt zijn gele trui redden, 52 seconden voor Laurent Fignon. Twee dagen later was een rit met aankomst op L'Alpe d'Huez er te veel aan en moest Simon toch opgeven. Vereeuwigd als martelaar.

5

In de finale van deze rit ligt ook een nieuwe col, althans de nieuwe kant ervan: col de Néronne. Kort maar heel steil: 3,8 kilometer aan gemiddeld 9,1%. Een tendens die zich ook in de Tour al enkele jaren aftekent, omdat parcoursbouwer Thierry Gouvenou met die steile cols de klimtreinen wil ontregelen, zodat alleen nog de kopmannen overschieten en die tegen elkaar moeten strijden, man tegen man.

6

Na de Col de Néronne volgt een vlak stuk en een mini-afdaling tot de slotklim naar de top van de Puy Mary, over de Pas de Peyrol, met zijn 1589 meter de hoogste geasfalteerde col in het Centraal-Massief, geklasseerd als Grand Site National.

© AFP

Voor de eerste keer arriveert het Tourcircus boven op deze col, want bij de tien vorige passages lag de aankomst in een verderop gelegen stad, zoals Saint-Flour (2004 en 2011), Aurillac (2008) of Le Lioran (2016). Sinds een aantal jaar is de logistieke dienst van de Tour er echter in geslaagd om ook op de top van een berg met weinig plaats een aankomstsite op te bouwen, met een minimum aan installaties.

7

Christian Prudhomme droomde even van een nieuwe aankomst op de legendarische Puy de Dôme (voor de laatste keer beklommen in 1988), maar volgens de president van het departement, Jean-Yves Gouttebel, was/is dat onmogelijk, aangezien de site op de lijst van het Unesco Werelderfgoed staat en de problemen qua veiligheid te groot zouden zijn.

En dus liet Prudhomme de finishlijn dan maar op de Puy Mary schilderen. Op die top kwam uiteraard ook Lucien Van Impe uiteraard als eerste boven: in 1983 en in 1975, in de fameuze rit naar de Puy de Dôme waar Eddy Merckx een vuistslag in de lever kreeg.

© AFP

8

Dezelfde laatste vijf kilometer van de Pas de Peyrol die nu beklommen wordt, waarvan de laatste twee gemiddeld ruim elf procent omhoog knikt, lag ook op het parcours van de rit in 2016, toen Thomas De Gendt, Greg Van Avermaet en Andriy Grivko al vroeg in de aanval trokken. Op de Pas de Peyrol lieten de twee Belgen hun Oekraïense medevluchter achter. De Gendt kwam als eerste boven, maar Van Avermaet won uiteindelijk de etappe in Le Lioran en hield er de gele trui aan over. De Gendt finishte als tweede en kreeg de bolletjestrui als beloning.

9

Een gloriedag beleefde Richard Virenque hier ook in de Tour van 2004. Op quatorze juillet won hij, na onder meer een beklimming van de Pas de Peyrol. Na een vlucht van goed tweehonderd kilometer waarin hij compagnon de route Axel Merckx op 60 kilometer van de finish had afgeschud.

© Belga

Die prestatie was geen toeval, want de Fransman, die toen voor Quick-Step-Davitamon reed, had al in mei naar Patrick Lefevere gebeld. Of het privévliegtuig van co-sponsor Luc Maes hem niet kon afzetten bij de start in Limoges? En of hij daar geen auto met een verzorger kon klaarzetten die Virenque zou volgen tijdens de verkenning van 230 kilometer? Zo gevraagd, zo gedaan. 's Avonds, na de verkenning, belde de Fransman naar Lefevere: 'Hier ga ik toeslaan.' En dat deed hij twee maanden later ook.

Virenque inspireerde, ondanks zijn besmeurd verleden, zo een nieuwe generatie, want diezelfde dag beklom een 13-jarige jongen, uit het nabijgelegen Brioude, voor het eerst de Pas de Peyrol. Zijn naam: Romain Bardet. Die zal vandaag extra gemotiveerd zijn nadat hij in de Tour van vorig jaar, in de rit naar zijn geboorteplaats, compleet door het ijs zakte.

10

Minder geluk had Jurgen van den Broeck in de Tour van 2011, toen hij in de afdaling van de Pas de Peyrol weggleed op het gloednieuwe, maar kletsnatte wegdek. Samen met onder meer Alexander Vinokourov belandde hij in het ravijn. De Kazak brak zijn bekken en dijbeen, VDB zijn schouderblad en twee ribben, met een klaplong erbovenop.

© Belga

Een gigantische ontgoocheling, want de Kempenaar zat in de vorm van zijn leven en is er nog altijd van overtuigd dat hij, en niet Cadel Evans, die Tour had kunnen winnen. Van den Broeck hield er ook een grote schrik voor afdalingen aan over. Een angst die hij pas overwon met de hulp van een psycholoog.

Die rit naar Saint-Flour was een vervloekte etappe, want op 35 kilometer van de finish werden Juan Antonio Flecha en Johnny Hoogerland door een voorbijstekende auto van de Franse tv in de prikkeldraad gekatapulteerd. Beelden die de wereld rondgingen, ook van de huilende en bloedende Nederlander die op het podium de bolletjestrui aantrok.

© AFP
Châtel-Guyon, de startplaats van vandaag, was in 2018 al eens aankomstplaats van de derde etappe in Parijs-Nice, gewonnen door Jonathan Hivert. Toen al had burgemeester Frédéric Bonnichon het ultieme doel voor ogen: ooit eens de Tour ontvangen, een droom die hij al tien jaar koesterde. Na vele keren een dossier te hebben ingediend, werd Bonnichons geduld eindelijk beloond. Tourbaas Christian Prudhomme had onthouden dat Châtel-Guyon voor de rit in Parijs-Nice honderden schoolkinderen had gemobiliseerd om ambiance te maken langs het parcours.Châtel-Guyon is ook de zelfverklaarde hoofdstad van het amateurwielrennen in de Auvergne. Al tien keer immers de ankerplaats van Le Tour d'Auvergne, een rittenkoers op de Franse nationale kalender. De thermenstad organiseerde ook al tien nationale wielerkampioenschappen, voor jongeren en zelfs voor politieagenten.Christian Prudhomme bezoekt graag de Auvergne: dit jaar al voor de vierde maal in vijf jaar, na Le Lioran in 2016, Le Puy-en-Velay in 2017 en Brioude/Saint-Flour in 2019. Deze keer krijgen de departementen van de Puy de Dôme en de Cantal de eer, een aaneenschakeling van mooie postkaartplaatjes van de 'puys', een oud-Frans woord voor vulkanen (al zijn deze wel allemaal uitgedoofd). Prudhomme doopte deze rit bij de parcoursvoorstelling dan ook om tot 'l'étape des volcans'.Nooit had hij toen, in oktober 2019, durven te vermoeden dat deze rit niet op 10 juli 2020 zou plaatsvinden (nota bene 50 jaar na de zege van Eddy Merckx op de Mont Ventoux in de Tour van 1970), maar op 11 september, wanneer normaal de Vuelta gereden wordt. Zoals ook op de beruchte 11e september van 2001, 19 jaar geleden, toen Erik Zabel in Gijon een massasprint won.Veel oog zullen de renners daar niet voor hebben. Ze zullen vooral afzien tijdens de rit met de meeste hoogtemeters van deze Tour, zo'n 4400, goed voor zeven officiële beklimmingen die meetellen voor het bergklassement.Deze etappe is met 191,5 kilometer ook de langste bergetappe in deze Tour. Al scoren de drie Alpenritten op de schaal van de Cycling Cols Index, die de lastigheidsgraad van een bergetappe bepaalt, wel nog hoger. Toch moeten ook die ritten het op dat vlak afleggen tegen de drie monsterachtige bergetappes in de slotweek van de komende Giro, drie tochten van plusminus 200 kilometer en meer dan 5000 hoogtemeters.Na 25 kilometer volgt in deze vulkanenetappe al een klim van eerste categorie: de Col de Ceyssat (10,2 kilometer aan 6,1%). Die werd in de Tour voor het laatst beklommen in 1983, in de klimtijdrit van Clermont-Ferrand naar de Puy de Dôme, gewonnen door de Spanjaard Angel Arroyo. Al was het verhaal van de dag/week dat van geletruidrager Pascal Simon. Die had vier dagen ervoor bij een val zijn schouderblad gebroken, maar bleef doorzetten, ook in deze 16,5 kilometer lange tijdrit. Simon doorstond naar eigen zeggen helse pijnen, maar werd, gedragen door het Franse publiek, nog 55e op ruim vijf minuten. Zo kon hij nipt zijn gele trui redden, 52 seconden voor Laurent Fignon. Twee dagen later was een rit met aankomst op L'Alpe d'Huez er te veel aan en moest Simon toch opgeven. Vereeuwigd als martelaar.In de finale van deze rit ligt ook een nieuwe col, althans de nieuwe kant ervan: col de Néronne. Kort maar heel steil: 3,8 kilometer aan gemiddeld 9,1%. Een tendens die zich ook in de Tour al enkele jaren aftekent, omdat parcoursbouwer Thierry Gouvenou met die steile cols de klimtreinen wil ontregelen, zodat alleen nog de kopmannen overschieten en die tegen elkaar moeten strijden, man tegen man.Na de Col de Néronne volgt een vlak stuk en een mini-afdaling tot de slotklim naar de top van de Puy Mary, over de Pas de Peyrol, met zijn 1589 meter de hoogste geasfalteerde col in het Centraal-Massief, geklasseerd als Grand Site National.Voor de eerste keer arriveert het Tourcircus boven op deze col, want bij de tien vorige passages lag de aankomst in een verderop gelegen stad, zoals Saint-Flour (2004 en 2011), Aurillac (2008) of Le Lioran (2016). Sinds een aantal jaar is de logistieke dienst van de Tour er echter in geslaagd om ook op de top van een berg met weinig plaats een aankomstsite op te bouwen, met een minimum aan installaties.Christian Prudhomme droomde even van een nieuwe aankomst op de legendarische Puy de Dôme (voor de laatste keer beklommen in 1988), maar volgens de president van het departement, Jean-Yves Gouttebel, was/is dat onmogelijk, aangezien de site op de lijst van het Unesco Werelderfgoed staat en de problemen qua veiligheid te groot zouden zijn. En dus liet Prudhomme de finishlijn dan maar op de Puy Mary schilderen. Op die top kwam uiteraard ook Lucien Van Impe uiteraard als eerste boven: in 1983 en in 1975, in de fameuze rit naar de Puy de Dôme waar Eddy Merckx een vuistslag in de lever kreeg.Dezelfde laatste vijf kilometer van de Pas de Peyrol die nu beklommen wordt, waarvan de laatste twee gemiddeld ruim elf procent omhoog knikt, lag ook op het parcours van de rit in 2016, toen Thomas De Gendt, Greg Van Avermaet en Andriy Grivko al vroeg in de aanval trokken. Op de Pas de Peyrol lieten de twee Belgen hun Oekraïense medevluchter achter. De Gendt kwam als eerste boven, maar Van Avermaet won uiteindelijk de etappe in Le Lioran en hield er de gele trui aan over. De Gendt finishte als tweede en kreeg de bolletjestrui als beloning.Een gloriedag beleefde Richard Virenque hier ook in de Tour van 2004. Op quatorze juillet won hij, na onder meer een beklimming van de Pas de Peyrol. Na een vlucht van goed tweehonderd kilometer waarin hij compagnon de route Axel Merckx op 60 kilometer van de finish had afgeschud.Die prestatie was geen toeval, want de Fransman, die toen voor Quick-Step-Davitamon reed, had al in mei naar Patrick Lefevere gebeld. Of het privévliegtuig van co-sponsor Luc Maes hem niet kon afzetten bij de start in Limoges? En of hij daar geen auto met een verzorger kon klaarzetten die Virenque zou volgen tijdens de verkenning van 230 kilometer? Zo gevraagd, zo gedaan. 's Avonds, na de verkenning, belde de Fransman naar Lefevere: 'Hier ga ik toeslaan.' En dat deed hij twee maanden later ook.Virenque inspireerde, ondanks zijn besmeurd verleden, zo een nieuwe generatie, want diezelfde dag beklom een 13-jarige jongen, uit het nabijgelegen Brioude, voor het eerst de Pas de Peyrol. Zijn naam: Romain Bardet. Die zal vandaag extra gemotiveerd zijn nadat hij in de Tour van vorig jaar, in de rit naar zijn geboorteplaats, compleet door het ijs zakte.Minder geluk had Jurgen van den Broeck in de Tour van 2011, toen hij in de afdaling van de Pas de Peyrol weggleed op het gloednieuwe, maar kletsnatte wegdek. Samen met onder meer Alexander Vinokourov belandde hij in het ravijn. De Kazak brak zijn bekken en dijbeen, VDB zijn schouderblad en twee ribben, met een klaplong erbovenop. Een gigantische ontgoocheling, want de Kempenaar zat in de vorm van zijn leven en is er nog altijd van overtuigd dat hij, en niet Cadel Evans, die Tour had kunnen winnen. Van den Broeck hield er ook een grote schrik voor afdalingen aan over. Een angst die hij pas overwon met de hulp van een psycholoog.Die rit naar Saint-Flour was een vervloekte etappe, want op 35 kilometer van de finish werden Juan Antonio Flecha en Johnny Hoogerland door een voorbijstekende auto van de Franse tv in de prikkeldraad gekatapulteerd. Beelden die de wereld rondgingen, ook van de huilende en bloedende Nederlander die op het podium de bolletjestrui aantrok.