1

Vandaag, 15 september, wordt Wout van Aert 26 jaar. Opvallend: voor de eerste keer neemt hij op zijn verjaardag als prof deel aan een officiële wedstrijd. In 2015, toen hij net 21 was geworden, schonk de Kempenaar zichzelf wel een laat verjaardagscadeau door daags erna de Wereldbekerveldrit in Las Vegas te winnen. Drie jaar eerder, op 16 september 2012, deed hij als belofte hetzelfde door de B-veldrit in Fort naar zijn hand te zetten.

Om vandaag in de Tour te winnen, eventueel in een sprint bergop op de korte slothelling in aankomstplaats Villard-de-Lans, zal er wel geen vluchtersgroep voorop mogenblijven. En wellicht zal Jumbo-Visma die laten rijden om Tadej Pogarcar geen kans te geven om bonusseconden te sprokkelen.

2

Voor de aanvang van deze rit bedraagt het verschil tussen Primoz Roglic en Tadej Pogacar 40 seconden. In de laatste tien jaar was de kloof tussen de geletruidrager en het nummer twee in het klassement slechts één keer kleiner: in 2017, toen Chris Froome leidde met 18 seconden voorsprong op Fabio Aru. Ook Romain Bardet en Rigoberto Uran stonden toen nog binnen de halve minuut.

Het héle algemene klassement is heel uitzonderlijk, met de veertiende, Damiano Caruso op 9'02", en de vijftiende, Warren Barguil, al op... 32'27".

Even opmerkelijk: nog slechts zes renners, na Barguil, staan nog binnen het uur van Primoz Roglic (in totaal 21 dus). Het is geleden van 1997 dat er zo weinig renners na 15 ritten minder dan 60 minuten achterstand hebben op de geletruidrager (toen 19).

Veelzeggend over de lastigheidsgraad van deze Tour, waarin de rode lantaarn, Jérome Cousin, al 4u43'19'' langer op de fiets zat dan Roglic. Negen minuten méér dan de laatste in het algemene klassement na de héle Tour van 2019 (Sebastian Langeveld, op 4u34'23'').

© AFP

3

Verrassend op plaats 13: Egan Bernal, na de rit op de Grand Colombier waarin hij 7 minuten en 20 seconden verloor. Dat is de grootste achterstand die de Colombiaan in een etappe in een WorldTourronde opliep (tegenover de groep met klassementsrenners) sinds de fameuze kasseirit naar Roubaix in de Tour van 2018, toen hij op 16 minuten finishte, als 136e. Die Tour, zijn eerste, is ook de enige ronde waarin Bernal niet in de top 10 van het eindklassement van een ronde is geëindigd sinds hij in 2018 naar Team Sky overstapte. Toen werd hij 'pas' 15e in Parijs, na veel werk te hebben opgeknapt voor Froome en Thomas.

4

Deze etappe had op Quatorze Juillet moeten plaatsvinden, maar nu dus op 15 september. Tot grote ontgoocheling van Jean-Pierre Barbier, de president van het departement Isère, waarin de hele etappe zich afspeelt.

"We hebben veel gedroomd over de 14e juli, dat zullen we nu niet kunnen evenaren", verklaarde hij begin juli in L'Equipe Magazine. "Maar ik was gerustgesteld toen Christian Prudhomme verklaarde dat de Tour niet achter gesloten deuren zou plaatsvinden. Dat zou ondenkbaar geweest zijn. Zelf in september zullen we een zo mooi mogelijk feest organiseren. Onze economie heeft het nodig. Onze mensen hebben het nodig."

Twee maanden later is de realiteit anders. Met name ook de fel stijgende coronacijfers in Frankrijk. Geen publiek dus toegelaten aan de start en aan de aankomst.

5

Deze etappe in de Isère, in het Vercors Massif, heeft volgens Tourbaas Christian Prudhomme een 'valstrikgeur'. Al liggen er wel geen moordende cols op het parcours.

De eerste is de Col de Porte, een van de eerste cols die werd beklommen in de Tourgeschiedenis. Tussen 1907 en 1910 zelfs elk jaar. Zeventien keer lag de col de Porte nadien op het parcours, met illustere namen als eerste op de top: Robic, Bartali, Gaul, Poulidor, Bahamontes, Merckx en Ocaña.

Die laatste ontketende in de Tour van 1971 hier zijn eerste offensief tegen de Kannibaal, daags voor de fameuze rit naar Orcières-Merlette. Merckx was in de voorgaande afdaling lek gereden, keerde aan de voet van de col de Porte terug tot op honderd meter, waarop Ocaña versnelde, met Thévenet, Zoetemelk en Pettersson in zijn spoor.Merckx kon niet meer aanpikken, had toen al een kleine inzinking en verloor op de top twee minuten. Aan de finish, na de afdaling richting Grenoble, was dat 1 minuut en 36 seconden... Een eerste tik tegen de kin van Merckx, daags erna zou Ocaña een echt uppercut toedienen.

De Col de Porte was in de Dauphiné Libéré van 1977 ook goed voor veel dramatiek, toen de ontsnapte Bernard Hinault (22 jaar jong) er in de afdaling in het ravijn belandde, toch weer rechtkrabbelde en uiteindelijk, ondanks ook nog een lekke band, met ruime voorsprong won in Grenoble, voor Lucien Van Impe en Bernard Thévenet.

Voor de renners die uit het Critérium Dauphiné komen, is deze col wel geen onbekend terrein. Het was het eindpunt van de tweede rit, waar Primoz Roglic op zijn bekende manier in de laatste hectometers iedereen uit het wiel reed. Tadej Pogacar eindigde toen ruim een minuut, een zeldzame offday voor de Sloveen die erna alleen maar beter werd.

6

In de finale ligt de 11 kilometer lange Montée de Saint-Nizier-du-Moucherotte, waar de olympische schans van de Winterspelen van Grenoble 1968 staat en ook weer bonusseconden te verdienen zijn op de top. Daarna volgt een lichte afdaling/plateau van 18 kilometer tot de laatste 2,2 kilometer weer omhoog knikken, gemiddeld 6,9 procent.

Dezelfde finale als in de Tour van 1989, toen de klim van Saint-Nizier-du-Moucherote voor het laatst beklommen. In een etappe van slechts 91,5 kilometer demarreerde geletruidrager Laurent Fignon verrassend op drie kilometer van de top Montée de Saint-Nizier-du-Moucherotte, niemand die kon of wilde volgen. Hij had boven vijftien seconden voorsprong en bouwde die uit de afdaling naar Villard-de-Lans uit tot 52 seconden, op een groepje met grote rivaal Greg LeMond. Maar Fignon had zichzelf overschat, viel mede door een stevige tegenwind stil op de laatste klim en hield nog 24 seconden over aan de finish op een groepje met LeMond, die in de achtervolging hulp had gekregen van Delgado, Rooks en Theunisse. Fignon bouwde zijn voorsprong in het klassement wel zo uit tot 50 seconden. 's Avonds was hij ervan overtuigd dat hij, met nog x ritten te gaan, de Tour zou winnen, schreef hij later neer in zijn biografie.

© AFP

In volle euforie viel Fignon daags erna weer aan, richting Aix-les-Bains, al op 70 kilometer van de finish op de Col de Porte (die vandaag ook beklommen wordt). Tot ploegleider Cyrille Guimard hem tot kalmte aanmaande en Fignon naar eigen zeggen besloot om zich in te houden, niet het risico wilde lopen om zich te vergalopperen. "Ik heb toch genoeg voorsprong om te winnen." Het draaide helaas voor Fignon anders uit.

7

Twee jaar ervoor was Villard-de-Lans ook het decor van een beslissende rit, toen de Fransman Jean-François Bernard er onderweg een grote inzinking had, vier minuten verloor, en de gele trui moest afstaan aan Stephen Roche. De Ier was op twintig kilometer van de aankomst in de aanval gegaan met Pedro Delgado, die de rit won. En daags erna ook het geel overnam van Roche, om dat shirt om de voorlaatste dag, in de tijdrit Dijon weer te moeten afstaan aan Roche.

8

Villard-de-Lans was de plaats waar in 1985 de toen nog altijd maar 23-jarige Eric Vanderaerden op 11 juli 1985 een 31,8 kilometer lange tijdrit won, voor... Het is de laatste tijdritzege van een Belg in de Tour de France.

Villard-de-Lans was ook in 1988 en in 1990 het decor van een tijdrit, gewonnen door geletruidrager Pedro Delgado (op weg naar eindwinst) en Erik Breukink, in navolging van Greg LeMond het jaar ervoor toen ook met een triatlonstuur fietsend. Claudio Chiappucci, toen nog met een gewoon stuur, nam toen het geel over van Ronan Pensec.

© BELGAIMAGE

9

In 2004 was Villard-de-Lans het eindpunt van een Tourrit. Onderweg ontketende Jan Ullrich een onverwacht offensief. Hij nam om een bepaalde moment een minuut voorsprong met nog zestig kilometer te gaan, Armstrong had alleen nog ploegmaats Flyod Landis en José Azevedo aan zijn zijde. Zij leidden de achtervolging samen met Jens Voigt, de CSC-ploegmaat van Ivan Basso. Het leidde tot geruchten over een pact dat Armstrong met de Italiaan had gesloten.

Ullrich werd gegrepen vijftien kilometer voor de finish, waarna hij, Basso, Armstrong en ploegmaat Andreas Klöden zouden om de zege sprinten. Die laatste probeerde de sprint aan te trekken voor zijn kopman Ullrich, maar het was de Amerikaan die naar zijn tweede van vijf ritzeges in die Tour snelde.

Mede dankzij zijn parcourskennis, want al in mei had Armstrong de finish verkend - hij wist perfect waar de eindstreep zou liggen en hoe hij de scherpe laatste bochten moest snijden. Met dat in gedachten had Armstrong twintig kilometer voor de finish, in de achtervolging op Ullrich, ook tegen ploegleider Johan Bruyneel gezegd: "Laat Ace (Azevedo) alles samenhouden. I'm going to win this stage."

10

Deze finale was wel dezelfde als in de zesde rit van het Critérium Dauphiné, een epische etappe, gewonnen door Rui Costa voor medevluchter Vincenzo Nibali. De gehaaide Italiaan had in een rit, geteisterd door regen en hagel, de hele race op zijn kop gezet, door al op 112 kilometer van de finish weg te rijden, uiteraard in een afdaling.

© AFP

Nibali pakte de leiderstrui, maar betaalde daags erna de prijs voor zijn offensief in een zware bergrit. Wellicht zullen weinigen vandaag, onderweg naar Villard-de-Lans zijn voorbeeld volgen. Of zou Egan Bernal tijdens de rustdag vermetele plannen hebben gesmeed?

1Vandaag, 15 september, wordt Wout van Aert 26 jaar. Opvallend: voor de eerste keer neemt hij op zijn verjaardag als prof deel aan een officiële wedstrijd. In 2015, toen hij net 21 was geworden, schonk de Kempenaar zichzelf wel een laat verjaardagscadeau door daags erna de Wereldbekerveldrit in Las Vegas te winnen. Drie jaar eerder, op 16 september 2012, deed hij als belofte hetzelfde door de B-veldrit in Fort naar zijn hand te zetten.Om vandaag in de Tour te winnen, eventueel in een sprint bergop op de korte slothelling in aankomstplaats Villard-de-Lans, zal er wel geen vluchtersgroep voorop mogenblijven. En wellicht zal Jumbo-Visma die laten rijden om Tadej Pogarcar geen kans te geven om bonusseconden te sprokkelen.2 Voor de aanvang van deze rit bedraagt het verschil tussen Primoz Roglic en Tadej Pogacar 40 seconden. In de laatste tien jaar was de kloof tussen de geletruidrager en het nummer twee in het klassement slechts één keer kleiner: in 2017, toen Chris Froome leidde met 18 seconden voorsprong op Fabio Aru. Ook Romain Bardet en Rigoberto Uran stonden toen nog binnen de halve minuut.Het héle algemene klassement is heel uitzonderlijk, met de veertiende, Damiano Caruso op 9'02", en de vijftiende, Warren Barguil, al op... 32'27". Even opmerkelijk: nog slechts zes renners, na Barguil, staan nog binnen het uur van Primoz Roglic (in totaal 21 dus). Het is geleden van 1997 dat er zo weinig renners na 15 ritten minder dan 60 minuten achterstand hebben op de geletruidrager (toen 19). Veelzeggend over de lastigheidsgraad van deze Tour, waarin de rode lantaarn, Jérome Cousin, al 4u43'19'' langer op de fiets zat dan Roglic. Negen minuten méér dan de laatste in het algemene klassement na de héle Tour van 2019 (Sebastian Langeveld, op 4u34'23'').3Verrassend op plaats 13: Egan Bernal, na de rit op de Grand Colombier waarin hij 7 minuten en 20 seconden verloor. Dat is de grootste achterstand die de Colombiaan in een etappe in een WorldTourronde opliep (tegenover de groep met klassementsrenners) sinds de fameuze kasseirit naar Roubaix in de Tour van 2018, toen hij op 16 minuten finishte, als 136e. Die Tour, zijn eerste, is ook de enige ronde waarin Bernal niet in de top 10 van het eindklassement van een ronde is geëindigd sinds hij in 2018 naar Team Sky overstapte. Toen werd hij 'pas' 15e in Parijs, na veel werk te hebben opgeknapt voor Froome en Thomas.4Deze etappe had op Quatorze Juillet moeten plaatsvinden, maar nu dus op 15 september. Tot grote ontgoocheling van Jean-Pierre Barbier, de president van het departement Isère, waarin de hele etappe zich afspeelt. "We hebben veel gedroomd over de 14e juli, dat zullen we nu niet kunnen evenaren", verklaarde hij begin juli in L'Equipe Magazine. "Maar ik was gerustgesteld toen Christian Prudhomme verklaarde dat de Tour niet achter gesloten deuren zou plaatsvinden. Dat zou ondenkbaar geweest zijn. Zelf in september zullen we een zo mooi mogelijk feest organiseren. Onze economie heeft het nodig. Onze mensen hebben het nodig." Twee maanden later is de realiteit anders. Met name ook de fel stijgende coronacijfers in Frankrijk. Geen publiek dus toegelaten aan de start en aan de aankomst.5Deze etappe in de Isère, in het Vercors Massif, heeft volgens Tourbaas Christian Prudhomme een 'valstrikgeur'. Al liggen er wel geen moordende cols op het parcours. De eerste is de Col de Porte, een van de eerste cols die werd beklommen in de Tourgeschiedenis. Tussen 1907 en 1910 zelfs elk jaar. Zeventien keer lag de col de Porte nadien op het parcours, met illustere namen als eerste op de top: Robic, Bartali, Gaul, Poulidor, Bahamontes, Merckx en Ocaña.Die laatste ontketende in de Tour van 1971 hier zijn eerste offensief tegen de Kannibaal, daags voor de fameuze rit naar Orcières-Merlette. Merckx was in de voorgaande afdaling lek gereden, keerde aan de voet van de col de Porte terug tot op honderd meter, waarop Ocaña versnelde, met Thévenet, Zoetemelk en Pettersson in zijn spoor.Merckx kon niet meer aanpikken, had toen al een kleine inzinking en verloor op de top twee minuten. Aan de finish, na de afdaling richting Grenoble, was dat 1 minuut en 36 seconden... Een eerste tik tegen de kin van Merckx, daags erna zou Ocaña een echt uppercut toedienen.De Col de Porte was in de Dauphiné Libéré van 1977 ook goed voor veel dramatiek, toen de ontsnapte Bernard Hinault (22 jaar jong) er in de afdaling in het ravijn belandde, toch weer rechtkrabbelde en uiteindelijk, ondanks ook nog een lekke band, met ruime voorsprong won in Grenoble, voor Lucien Van Impe en Bernard Thévenet.Voor de renners die uit het Critérium Dauphiné komen, is deze col wel geen onbekend terrein. Het was het eindpunt van de tweede rit, waar Primoz Roglic op zijn bekende manier in de laatste hectometers iedereen uit het wiel reed. Tadej Pogacar eindigde toen ruim een minuut, een zeldzame offday voor de Sloveen die erna alleen maar beter werd.6In de finale ligt de 11 kilometer lange Montée de Saint-Nizier-du-Moucherotte, waar de olympische schans van de Winterspelen van Grenoble 1968 staat en ook weer bonusseconden te verdienen zijn op de top. Daarna volgt een lichte afdaling/plateau van 18 kilometer tot de laatste 2,2 kilometer weer omhoog knikken, gemiddeld 6,9 procent.Dezelfde finale als in de Tour van 1989, toen de klim van Saint-Nizier-du-Moucherote voor het laatst beklommen. In een etappe van slechts 91,5 kilometer demarreerde geletruidrager Laurent Fignon verrassend op drie kilometer van de top Montée de Saint-Nizier-du-Moucherotte, niemand die kon of wilde volgen. Hij had boven vijftien seconden voorsprong en bouwde die uit de afdaling naar Villard-de-Lans uit tot 52 seconden, op een groepje met grote rivaal Greg LeMond. Maar Fignon had zichzelf overschat, viel mede door een stevige tegenwind stil op de laatste klim en hield nog 24 seconden over aan de finish op een groepje met LeMond, die in de achtervolging hulp had gekregen van Delgado, Rooks en Theunisse. Fignon bouwde zijn voorsprong in het klassement wel zo uit tot 50 seconden. 's Avonds was hij ervan overtuigd dat hij, met nog x ritten te gaan, de Tour zou winnen, schreef hij later neer in zijn biografie.In volle euforie viel Fignon daags erna weer aan, richting Aix-les-Bains, al op 70 kilometer van de finish op de Col de Porte (die vandaag ook beklommen wordt). Tot ploegleider Cyrille Guimard hem tot kalmte aanmaande en Fignon naar eigen zeggen besloot om zich in te houden, niet het risico wilde lopen om zich te vergalopperen. "Ik heb toch genoeg voorsprong om te winnen." Het draaide helaas voor Fignon anders uit.7Twee jaar ervoor was Villard-de-Lans ook het decor van een beslissende rit, toen de Fransman Jean-François Bernard er onderweg een grote inzinking had, vier minuten verloor, en de gele trui moest afstaan aan Stephen Roche. De Ier was op twintig kilometer van de aankomst in de aanval gegaan met Pedro Delgado, die de rit won. En daags erna ook het geel overnam van Roche, om dat shirt om de voorlaatste dag, in de tijdrit Dijon weer te moeten afstaan aan Roche.8Villard-de-Lans was de plaats waar in 1985 de toen nog altijd maar 23-jarige Eric Vanderaerden op 11 juli 1985 een 31,8 kilometer lange tijdrit won, voor... Het is de laatste tijdritzege van een Belg in de Tour de France. Villard-de-Lans was ook in 1988 en in 1990 het decor van een tijdrit, gewonnen door geletruidrager Pedro Delgado (op weg naar eindwinst) en Erik Breukink, in navolging van Greg LeMond het jaar ervoor toen ook met een triatlonstuur fietsend. Claudio Chiappucci, toen nog met een gewoon stuur, nam toen het geel over van Ronan Pensec.9In 2004 was Villard-de-Lans het eindpunt van een Tourrit. Onderweg ontketende Jan Ullrich een onverwacht offensief. Hij nam om een bepaalde moment een minuut voorsprong met nog zestig kilometer te gaan, Armstrong had alleen nog ploegmaats Flyod Landis en José Azevedo aan zijn zijde. Zij leidden de achtervolging samen met Jens Voigt, de CSC-ploegmaat van Ivan Basso. Het leidde tot geruchten over een pact dat Armstrong met de Italiaan had gesloten.Ullrich werd gegrepen vijftien kilometer voor de finish, waarna hij, Basso, Armstrong en ploegmaat Andreas Klöden zouden om de zege sprinten. Die laatste probeerde de sprint aan te trekken voor zijn kopman Ullrich, maar het was de Amerikaan die naar zijn tweede van vijf ritzeges in die Tour snelde. Mede dankzij zijn parcourskennis, want al in mei had Armstrong de finish verkend - hij wist perfect waar de eindstreep zou liggen en hoe hij de scherpe laatste bochten moest snijden. Met dat in gedachten had Armstrong twintig kilometer voor de finish, in de achtervolging op Ullrich, ook tegen ploegleider Johan Bruyneel gezegd: "Laat Ace (Azevedo) alles samenhouden. I'm going to win this stage." 10Deze finale was wel dezelfde als in de zesde rit van het Critérium Dauphiné, een epische etappe, gewonnen door Rui Costa voor medevluchter Vincenzo Nibali. De gehaaide Italiaan had in een rit, geteisterd door regen en hagel, de hele race op zijn kop gezet, door al op 112 kilometer van de finish weg te rijden, uiteraard in een afdaling. Nibali pakte de leiderstrui, maar betaalde daags erna de prijs voor zijn offensief in een zware bergrit. Wellicht zullen weinigen vandaag, onderweg naar Villard-de-Lans zijn voorbeeld volgen. Of zou Egan Bernal tijdens de rustdag vermetele plannen hebben gesmeed?