1

De start van deze rit ligt in Bourg-en-Bresse, bekend van zijn kippen (met de Appellation d'origine Contrôlée-stempel) en het Monastère Royal de Brou, een zestiende-eeuws gotisch klooster dat Margaretha van Oostenrijk, hertogin van Savoye, liet bouwen. Aan dat klooster vindt vandaag ook de officieuze start plaats.

Bourg-en-Bresse, dat in de uitlopers van de Jura ligt, organiseerde de afgelopen jaren wel vaker een départ in de Ronde van Frankrijk. In 2016 richting Culoz, waar Jarlinson Pantano won. En twee jaar ervoor richting Saint-Étienne, waar Alexander Kristoff de snelste was in de massasprint.

2

De laatste aankomst in Bourg-en-Bresse dateert van 2007, toen Tom Boonen er in de zesde rit de snelste was in een massasprint, voor Oscar Freire en Erik Zabel.

Een zege die Boonen, op zijn typische manier, uitlegde als: 'Toen ik op 250 meter van de streep mezelf lanceerde, was het simpel: het waren mijn fiets en ik die zo snel mogelijk wilden gaan. En samen gingen we sneller dan alle anderen.'

© AFP

Na een week van frustraties en een manke verstandhouding met zijn gangmaker Gert Steegmans een grote opluchting voor de Quick-Steprenner. Boonen zou later ook nog de twaalfde rit winnen in Castres en de groene trui op zak steken in Parijs, 19 jaar na Eddy Planckaert.

Opmerkelijk: dat was de laatste grote ronde die de Kempenaar uitreed, want in slechts drie op veertien deelnames in een Grand Tour haalde hij het einde.

3

Nochtans had Boonens ritzege in Bourg-en-Bresse aan een zijden draadje gehangen. Een renner van Gerolsteiner was in de finale immers vol tegen zijn versnellingsapparaat geknald. Doorgaans plooit dat ding zich in het achterwiel, maar alleen het kabeltje tussen het stuur en de derailleur raakte los.

Het maakte niet veel uit, want bij ontspanning van zo'n derailleur dwingt het de ketting altijd op het kleinste kroontje, de grootste versnelling dus. En daar had Boonen zijn ketting al opgelegd, voor de sprint. 'Ik twijfelde even: moet ik nu doorgaan of niet? Foert, dacht ik, als het breekt of blokkeert, dan ga ik maar op mijn bek', zei de Kempenaar.

Het dunne kabeltje van staaldraad brak of blokkeerde niet. Tot bij de dopingcontrole... Maar toen maakte het niets meer uit.

Het gebeurde allemaal op nota bene vrijdag de 13e, die Boonen naar eigen zeggen van dan af een als geluksdag zou vieren.

© AFP

4

Bradley Wiggins, gefrustreerd nadat hij, als olympisch en wereldkampioen achtervolging, in Londen pas vierde was geworden in de proloog, zette in die rit naar Bourg-en-Bresse een solo op van liefst 192 kilometer.

Weliswaar niet zo bedoeld, maar toen hij na twee kilometer demarreerde, volgde niemand in zijn spoor. En dus zette de Brit door. Ondanks een maximale voorsprong van 17 minuten en 20 seconden werd Wiggins, toen nog rijdend voor Cofidis, in het zicht van de streep ingerekend, mede door een tegenwind.

© AFP

Toch beleefde Wiggins naar eigen zeggen een mooie dag. 'Ik babbelde en grapte onderweg wat met ploegleider Bernard Quilfen, keek mijn ogen uit op het publiek, genoot van het landschap.'

Leuk detail: vijf jaar later won Wiggins in Bourg-en-Bresse een rit in het Critérium du Dauphiné, ook solo, want een chronoproef van 53,5 kilometer. Hij legde er de basis voor de eindzege, als aanloop ook naar zijn eindwinst in de Tour, een maand later.

5

Wiggins schoolde zich om van gespierde achtervolger/tijdrijder naar Tourwinnaar, door veel kilo's te verliezen. Volgens sommigen moet Wout van Aert dat ook doen en focussen op een eindklassement in de Tour. Maar voor een renner van 77 kilo, met nu al een vetpercentage van 6 à 7 procent, zou dat nefast uitdraaien. Al is Van Aert nu al een fenomeen. Hij werd in de bergrit van gisteren, met liefst 5000 hoogtemeters, derde, nadat de Kempenaar eerder al twee vlakke groeps-/massasprinten had gewonnen in Privas/Lavaur.

De laatste Belg die hem dat in de Tour voordeed (vlakke massasprint winnen + minstens op het podium eindigen van een zware bergrit): ene Eddy Merckx, in 1974, toen de Kannibaal naast onder meer twee tijdritten en drie bergetappes ook de massasprint won op de piste van La Cipale in Parijs.

Met die nuance dat Merckx niet de snelste was in die tumultueuze sprint, want hij schoof op van plaats twee naar één door de diskwalificatie van Patrick Sercu. Die had te bruusk de deur dichtgedaan voor Gustaaf Van Roosbroeck en werd teruggezet naar de derde stek, Gustaaf Van Roosbroeck werd als tweede geplaatst, na Merckx.

6

Dit is een rit door de Jura, maar allerminst vlak, met 2208 hoogtemeters. Er ligt zelfs een 'col' op het parcours, meteen na de start in Bourg-en-Bresse: de 372 meter hoge Col de France. Eigenlijk een côte, een korte helling, maar nergens is te vinden waarom het officieel een col wordt genoemd. Op deze plaats beginnen wel tal van fiets-, wandel- en mountainbikeroutes/tochten buiten Bourg-en-Bresse.

Ook later in de rit gaat het nog bergop: vooral tussen kilometer 60 en 135, in verschillende trapjes, met onder meer één helling van vierde categorie, de Côte de Château-Chalon.

Daarna gaat het, weliswaar onderbroken met enkele korte knikjes, ruim 30 kilometer bergaf tot de finish in Champagnole. Daar ligt een laatste rechte lijn van 1,1 kilometer, op de Rue Léon Blum, met een heel licht oplopende laatste paarhonderd meter. Cruciaal (als het een massasprint wordt): een grote linkse haarspeldbocht, gevolgd door een scherpe bocht naar rechts, net voor de slotkilometer.

7

Deze rit kan mogelijk de laatste kans zijn voor Peter Sagan om alsnog een gooi te doen naar de groene trui. Na 117 kilometer en een aantal kilometer licht bergop ligt immers de tussensprint van de dag. Mogelijke tactiek: met zijn BORA-hansgroheploeg groenetruidrager Sam Bennett overboord gooien en doorstomen tot de finish, zoals ze eerder richting Lavaur al deden (toen wel zonder succes, wegens een nukkige ketting). Maar dan moet BORA-hansgrohe tot die tussensprint wel het peloton samenhouden, of slechts een klein groepje laten wegrijden. En hebben Sagans ploegmaats daar nog de energie voor?

8

Vier kilometer voor de finish passeren de renners het kleine dorpje Ney, waar de Hongaarse ex-prof Laszlo Bodrogi woont, al van tijdens zijn carrière, samen met zijn Franse vrouw Catherine. In Ney werd ook een fanclub voor hem opgericht.

© BELGA

De Hongaar verhuisde in 1995, op zijn 18e, naar Frankrijk, toen zijn vader er een job als dokter kreeg. Bodrogi reed er voor enkele Franse jongerenteams vooraleer hij in 2000 prof werd bij het grote Mapei-Quick-Step, en in 2003 de overstap maakte naar de Quick-Stepploeg. Later reed hij onder meer nog voor Crédit Agricole en Katusha.

Bodrogi won in zijn carrière hoofdzakelijk tijdritten, onder meer de proloog van Parijs-Nice (2000), de GP Eddy Merckx (2002), de chronorace in de Driedaagse De Panne-Koksijde (2004) en de Landenprijs (2007). Hij behaalde ook zilver (2007) en brons (2000) op het WK tijdrijden.

9

De aankomst van deze rit ligt in het kleine Champagnole, een gemeente met 7960 Champagnolais dat helemaal in de ban is van de Tour. De binnenstand, de winkels en het gemeentehuis zijn al maanden in het geel getooid, inclusief ook een aftelklok.

Champagnole kon bij zijn kandidatuur tot aankomststad een belangrijke troef uitspelen: ex-burgemeester Clément Pernot. Door zijn positie als vertegenwoordiger van het departement van de Jura in de Association des Départements de France onderhield hij nauwe contacten met ASO en slaagde hij erin het Tourcircus naar de kleine gemeente te lokken.

Al is dat geen uitzondering, want Tourbaas Christian Prudhomme is een groot voorstander om de Tour ook naar La France profonde te brengen.

10

Champagnole is pas voor de derde keer ville étape in de Tourgeschiedenis. De vorige keer was de start van een rit in de Tour van 1964, richting Thonon-les-Bains, gewonnen door Jan Janssen. De 24-jarige Nederlander legde er zo de basis van zijn eerste van drie groene truien.

Champagnole diende ook één keer als aankomst, van de vijfde etappe (b) in de Tour van 1937. Dat was een ploegentijdrit van 34 kilometer, gewonnen door België - toen werd immers nog met landenteams gereden.

Geen verrassing, want onze landgenoten hadden de vier ploegentijdritten van het jaar ervoor al naar hun hand gezet. In Champagnole waren ze in 1937 dertig seconden sneller dan de Fransen, hoewel ze met slechts zes van de tien renners finishten, aangevoerd door titelverdediger Sylvère Maes.

© AFP

Maes zou vier ritten later ook de gele overnemen, maar dat was niet naar de zin van de Fransen, die de Belgische dominantie beu waren. Bij de doortocht van de Landes stonden supporters met grote kapmessen langs de weg en bij het naderen van Bordeaux kregen de Belgen zelfs peper in de ogen gegooid. Allemaal pogingen om de Fransman Roger Lapébie, de nummer twee in de stand en het nieuwe Franse troetelkind, te bevoordelen.

In zo'n verhit klimaat besloot de Belgische ploeg om vier ritten voor het einde op te geven. De consternatie was groot, de Fransen spraken van vaandelvlucht. Het kwam in België tot een nationaal protest en er werd voor de gedupeerde renners een geldinzamelingsactie gehouden. Die bracht meer op dan het prijzengeld in de Tour en promoveerde Sylvère Maes tot een nationale held. Lapébie zou deze onthoofde Tour winnen, maar hij schrapte al zijn contracten die hij voor criteriums in België had afgesloten...

1De start van deze rit ligt in Bourg-en-Bresse, bekend van zijn kippen (met de Appellation d'origine Contrôlée-stempel) en het Monastère Royal de Brou, een zestiende-eeuws gotisch klooster dat Margaretha van Oostenrijk, hertogin van Savoye, liet bouwen. Aan dat klooster vindt vandaag ook de officieuze start plaats.Bourg-en-Bresse, dat in de uitlopers van de Jura ligt, organiseerde de afgelopen jaren wel vaker een départ in de Ronde van Frankrijk. In 2016 richting Culoz, waar Jarlinson Pantano won. En twee jaar ervoor richting Saint-Étienne, waar Alexander Kristoff de snelste was in de massasprint.2De laatste aankomst in Bourg-en-Bresse dateert van 2007, toen Tom Boonen er in de zesde rit de snelste was in een massasprint, voor Oscar Freire en Erik Zabel. Een zege die Boonen, op zijn typische manier, uitlegde als: 'Toen ik op 250 meter van de streep mezelf lanceerde, was het simpel: het waren mijn fiets en ik die zo snel mogelijk wilden gaan. En samen gingen we sneller dan alle anderen.'Na een week van frustraties en een manke verstandhouding met zijn gangmaker Gert Steegmans een grote opluchting voor de Quick-Steprenner. Boonen zou later ook nog de twaalfde rit winnen in Castres en de groene trui op zak steken in Parijs, 19 jaar na Eddy Planckaert. Opmerkelijk: dat was de laatste grote ronde die de Kempenaar uitreed, want in slechts drie op veertien deelnames in een Grand Tour haalde hij het einde.3Nochtans had Boonens ritzege in Bourg-en-Bresse aan een zijden draadje gehangen. Een renner van Gerolsteiner was in de finale immers vol tegen zijn versnellingsapparaat geknald. Doorgaans plooit dat ding zich in het achterwiel, maar alleen het kabeltje tussen het stuur en de derailleur raakte los. Het maakte niet veel uit, want bij ontspanning van zo'n derailleur dwingt het de ketting altijd op het kleinste kroontje, de grootste versnelling dus. En daar had Boonen zijn ketting al opgelegd, voor de sprint. 'Ik twijfelde even: moet ik nu doorgaan of niet? Foert, dacht ik, als het breekt of blokkeert, dan ga ik maar op mijn bek', zei de Kempenaar. Het dunne kabeltje van staaldraad brak of blokkeerde niet. Tot bij de dopingcontrole... Maar toen maakte het niets meer uit. Het gebeurde allemaal op nota bene vrijdag de 13e, die Boonen naar eigen zeggen van dan af een als geluksdag zou vieren. 4Bradley Wiggins, gefrustreerd nadat hij, als olympisch en wereldkampioen achtervolging, in Londen pas vierde was geworden in de proloog, zette in die rit naar Bourg-en-Bresse een solo op van liefst 192 kilometer. Weliswaar niet zo bedoeld, maar toen hij na twee kilometer demarreerde, volgde niemand in zijn spoor. En dus zette de Brit door. Ondanks een maximale voorsprong van 17 minuten en 20 seconden werd Wiggins, toen nog rijdend voor Cofidis, in het zicht van de streep ingerekend, mede door een tegenwind. Toch beleefde Wiggins naar eigen zeggen een mooie dag. 'Ik babbelde en grapte onderweg wat met ploegleider Bernard Quilfen, keek mijn ogen uit op het publiek, genoot van het landschap.'Leuk detail: vijf jaar later won Wiggins in Bourg-en-Bresse een rit in het Critérium du Dauphiné, ook solo, want een chronoproef van 53,5 kilometer. Hij legde er de basis voor de eindzege, als aanloop ook naar zijn eindwinst in de Tour, een maand later.5Wiggins schoolde zich om van gespierde achtervolger/tijdrijder naar Tourwinnaar, door veel kilo's te verliezen. Volgens sommigen moet Wout van Aert dat ook doen en focussen op een eindklassement in de Tour. Maar voor een renner van 77 kilo, met nu al een vetpercentage van 6 à 7 procent, zou dat nefast uitdraaien. Al is Van Aert nu al een fenomeen. Hij werd in de bergrit van gisteren, met liefst 5000 hoogtemeters, derde, nadat de Kempenaar eerder al twee vlakke groeps-/massasprinten had gewonnen in Privas/Lavaur. De laatste Belg die hem dat in de Tour voordeed (vlakke massasprint winnen + minstens op het podium eindigen van een zware bergrit): ene Eddy Merckx, in 1974, toen de Kannibaal naast onder meer twee tijdritten en drie bergetappes ook de massasprint won op de piste van La Cipale in Parijs. Met die nuance dat Merckx niet de snelste was in die tumultueuze sprint, want hij schoof op van plaats twee naar één door de diskwalificatie van Patrick Sercu. Die had te bruusk de deur dichtgedaan voor Gustaaf Van Roosbroeck en werd teruggezet naar de derde stek, Gustaaf Van Roosbroeck werd als tweede geplaatst, na Merckx. 6Dit is een rit door de Jura, maar allerminst vlak, met 2208 hoogtemeters. Er ligt zelfs een 'col' op het parcours, meteen na de start in Bourg-en-Bresse: de 372 meter hoge Col de France. Eigenlijk een côte, een korte helling, maar nergens is te vinden waarom het officieel een col wordt genoemd. Op deze plaats beginnen wel tal van fiets-, wandel- en mountainbikeroutes/tochten buiten Bourg-en-Bresse.Ook later in de rit gaat het nog bergop: vooral tussen kilometer 60 en 135, in verschillende trapjes, met onder meer één helling van vierde categorie, de Côte de Château-Chalon. Daarna gaat het, weliswaar onderbroken met enkele korte knikjes, ruim 30 kilometer bergaf tot de finish in Champagnole. Daar ligt een laatste rechte lijn van 1,1 kilometer, op de Rue Léon Blum, met een heel licht oplopende laatste paarhonderd meter. Cruciaal (als het een massasprint wordt): een grote linkse haarspeldbocht, gevolgd door een scherpe bocht naar rechts, net voor de slotkilometer.7Deze rit kan mogelijk de laatste kans zijn voor Peter Sagan om alsnog een gooi te doen naar de groene trui. Na 117 kilometer en een aantal kilometer licht bergop ligt immers de tussensprint van de dag. Mogelijke tactiek: met zijn BORA-hansgroheploeg groenetruidrager Sam Bennett overboord gooien en doorstomen tot de finish, zoals ze eerder richting Lavaur al deden (toen wel zonder succes, wegens een nukkige ketting). Maar dan moet BORA-hansgrohe tot die tussensprint wel het peloton samenhouden, of slechts een klein groepje laten wegrijden. En hebben Sagans ploegmaats daar nog de energie voor?8Vier kilometer voor de finish passeren de renners het kleine dorpje Ney, waar de Hongaarse ex-prof Laszlo Bodrogi woont, al van tijdens zijn carrière, samen met zijn Franse vrouw Catherine. In Ney werd ook een fanclub voor hem opgericht.De Hongaar verhuisde in 1995, op zijn 18e, naar Frankrijk, toen zijn vader er een job als dokter kreeg. Bodrogi reed er voor enkele Franse jongerenteams vooraleer hij in 2000 prof werd bij het grote Mapei-Quick-Step, en in 2003 de overstap maakte naar de Quick-Stepploeg. Later reed hij onder meer nog voor Crédit Agricole en Katusha. Bodrogi won in zijn carrière hoofdzakelijk tijdritten, onder meer de proloog van Parijs-Nice (2000), de GP Eddy Merckx (2002), de chronorace in de Driedaagse De Panne-Koksijde (2004) en de Landenprijs (2007). Hij behaalde ook zilver (2007) en brons (2000) op het WK tijdrijden.9De aankomst van deze rit ligt in het kleine Champagnole, een gemeente met 7960 Champagnolais dat helemaal in de ban is van de Tour. De binnenstand, de winkels en het gemeentehuis zijn al maanden in het geel getooid, inclusief ook een aftelklok.Champagnole kon bij zijn kandidatuur tot aankomststad een belangrijke troef uitspelen: ex-burgemeester Clément Pernot. Door zijn positie als vertegenwoordiger van het departement van de Jura in de Association des Départements de France onderhield hij nauwe contacten met ASO en slaagde hij erin het Tourcircus naar de kleine gemeente te lokken. Al is dat geen uitzondering, want Tourbaas Christian Prudhomme is een groot voorstander om de Tour ook naar La France profonde te brengen.10Champagnole is pas voor de derde keer ville étape in de Tourgeschiedenis. De vorige keer was de start van een rit in de Tour van 1964, richting Thonon-les-Bains, gewonnen door Jan Janssen. De 24-jarige Nederlander legde er zo de basis van zijn eerste van drie groene truien.Champagnole diende ook één keer als aankomst, van de vijfde etappe (b) in de Tour van 1937. Dat was een ploegentijdrit van 34 kilometer, gewonnen door België - toen werd immers nog met landenteams gereden. Geen verrassing, want onze landgenoten hadden de vier ploegentijdritten van het jaar ervoor al naar hun hand gezet. In Champagnole waren ze in 1937 dertig seconden sneller dan de Fransen, hoewel ze met slechts zes van de tien renners finishten, aangevoerd door titelverdediger Sylvère Maes.Maes zou vier ritten later ook de gele overnemen, maar dat was niet naar de zin van de Fransen, die de Belgische dominantie beu waren. Bij de doortocht van de Landes stonden supporters met grote kapmessen langs de weg en bij het naderen van Bordeaux kregen de Belgen zelfs peper in de ogen gegooid. Allemaal pogingen om de Fransman Roger Lapébie, de nummer twee in de stand en het nieuwe Franse troetelkind, te bevoordelen. In zo'n verhit klimaat besloot de Belgische ploeg om vier ritten voor het einde op te geven. De consternatie was groot, de Fransen spraken van vaandelvlucht. Het kwam in België tot een nationaal protest en er werd voor de gedupeerde renners een geldinzamelingsactie gehouden. Die bracht meer op dan het prijzengeld in de Tour en promoveerde Sylvère Maes tot een nationale held. Lapébie zou deze onthoofde Tour winnen, maar hij schrapte al zijn contracten die hij voor criteriums in België had afgesloten...