1

Sinds de Tour in 2012 voor het eerst richting La Planche des Belles Filles trok, kwam de karavaan er al vier keer aan. Yves Krattinger, al sinds 2001 de président du conseil général van het departement van de Haut-Saône, had na die aankomsten nog één grote droom: de rit op de laatste zaterdag van de Tour laten springen op de Plank van de Mooie Meisjes, in een etappe die zich volledig in zijn departement zou afspelen.

Tourbaas Christian Prudhomme, met wie Krattinger zeer goeie contacten onderhoudt, deed zijn wens in vervulling gaan, met een tijdrit van 36 kilometer. Zo zit de linkse politicus ook gebeiteld voor de departementsverkiezingen in maart 2021. Al benadrukte Prudhomme bij de parcoursvoorstelling ook hoezeer La Planche des Belles Filles, door zijn naam, zijn decor en zijn hellingsgraad, op korte tijd al een grote faam heeft verworven bij wielerliefhebbers, in binnen- en buitenland.

2

De kleine gemeente Lure, waar de renners vandaag vertrekken op de Esplanade Charles de Gaulle, ontving nog nooit de Tour. Acht jaar geleden al diende de burgemeester Éric Houlley een eerste kandidatuur in. Na lang wachten werd hij eindelijk beloond voor zijn geduld.

Lure had immers een extra troef: het is de geboorteplaats van Thibaut Pinot. Die moest dan ook dé figuur van deze etappe worden. Hét hoogtepunt van de Pinot-mania in de streek, zeker sinds de Tour van vorig jaar. "Het zou de mooiste zege in mijn carrière zijn", zei de Fransman in aanloop naar deze editie. "Al zal ik de nacht ervoor allicht moeilijk kunnen slapen en zal de druk groot zijn."

Die stress en een pijnlijke rug hebben hem en de Pinot-mania echter vroegtijdig gekraakt. Weg ook de droom van Christian Prudhomme: Pinot die vandaag om de gele trui zou vechten met nog twee andere renners.

3

In Lure werd donderdagavond op een groot scherm op de l'espace Méliès de documentaire Avec Thibaut getoond, over de avonturen van Pinot in de Tour van 2019, gemaakt door France Télévisions. Nadien volgde er nog een vraaggesprek met vader Régis Pinot, de burgemeester van het naburige Mélisey, waar de tijdrit vandaag ook passeert.

Aan de voorruit van de cinema in Lure prijkt ook een drie meter groot schilderij van de lokale kunstenaar Jean-Michel Lourenço, een afbeelding van Pinots zegegebaar vorig jaar op de Tourmalet. (zie ook onderstaand filmpje)

4

Vader Régis Pinot en moeder Marie-Jeanne werden in het voorjaar allebei getroffen door het coronavirus, en moesten wekenlang in quarantaine blijven. Moeder Pinot had zelfs een maand lang ernstige symptomen. Zoonlief Thibaut bracht hen elke ochtend om acht uur een brood en de krant, weliswaar buiten blijvend. Om zich in hun bubbel bezig te houden keken zijn ouders naar de vele herhalingen van koersen die L'Equipe Tv toen uitzond. Zo konden ze enkele overwinningen van hun zoon terugzien die ze al vergeten waren. Vandaag zal Régis, die al sinds 1989 in de gemeenteraad van Mélisey zit, zijn zoon voor zijn gemeentehuis zien passeren.

5

Het parcours van deze tijdrit bestaat uit drie delen. De eerste 14 kilometer zijn nagenoeg vlak. Daarna een golvend stuk van 10 kilometer aan gemiddeld 2,6 procent bergop, richting de top van de Col de la Chevestraye, gevolgd door een kleine, vrij technische afdaling van drie kilometer tot in Plancher-les-Mines, aan de voet van de slotklim: 5,9 kilometer bergop aan gemiddeld 8,5 procent, met de steilste piek vlak voor de finish, tot 20 procent.

De vraag is: wisselen van tijdritfiets naar gewone fiets, of niet? Er wordt wel geen aparte zone voorzien, zoals op het WK in Bergen in 2017, toen de tijdrit eindigde op de 3,5 kilometer lange Mount Fløyen. Renners kunnen nu overal wisselen, zolang de nieuwe fiets op de ploegwagen staat en dus niet van langs de kant wordt aangegeven. Een mecanicien mag zijn renner ook duwen, voor maximaal vijf seconden.

Het best wordt dan een strook uitgekozen waar de snelheid zo laag mogelijk is, om het tijdsverlies bij de wissel (vlug een vijftiental seconden) te beperken. Net voor of misschien zelfs op een kort stukje vals plat in het begin van La Planche des Belles Filles.

© Belga

De meeste klassementsrenners zullen switchen, zeker de klimmerstypes als Miguel Angel Lopéz en Tadej Pogacar. De Sloveen oefende dat al op het nationale tijdritkampioenschap in juni, weliswaar toen van een gewone fiets naar een tijdritfiets. De (minder lastige) klim lag toen immers in het begin van het parcours. Met succes, want Pogacar won de 15,7 kilometer lange chronorace met negen seconden voorsprong op Primoz Roglic.

Renners die mogelijk niet zullen switchen: zij die over een tijdritfiets beschikken met een minimumgewicht van 6,8 kilogram én die daarop bergop dezelfde wattages kunnen trappen als op een gewone fiets. Alleen weggelegd voor de echte specialisten, die veel met hun tijdritfiets trainen.

Wat ook meespeelt: La Planche des Belles Filles telt slechts vijf haarspeldbochten op zes kilometer. Veel rechte (weliswaar steile) stukken dus waar renners hun tijdrithouding kunnen behouden, met extra trekkracht aan het stuur.

Ter referentie: op het WK 2017 in Bergen, gewonnen door Tom Dumoulin, switchte die niet. Huidig ploegmaat Primoz Roglic, die er tweede werd, wel. Al deed hij dat, in tegenstelling tot Pogacar, dan weer niet op het jongste Sloveens tijdritkampioenschap. Beiden zijn ook vandaag topfavoriet, naast Wout van Aert (als die voluit gaat). Mogelijk dus een Jumbo-Vismatrio op het podium.

© AFP

6

De winnaar zal de tijdrit afwerken binnen het uur, ondanks de lichte tegenwind (in het voordeel van de zwaardere renners). Een veertigtal minuten voor de eerste vlakke, licht hellende 30,3 kilometer (met een gemiddelde van zo'n 45 kilometer per uur) en de 5,9 kilometer op La Planche des Belles Filles rond de 16 minuten (het record staat op naam van Fabio Aru, 16 minuten en 12 seconden in de Tour van 2017, of 21,85 kilometer per uur).

Zo wordt het, qua tijdsduur, de langste tijdrit in de Tour sinds 2014, toen Tony Martin voor de 54 vlakke kilometers van Bergerac naar Perigueux 1 uur, 6 minuten en 21 seconden nodig had. Anderhalve minuut sneller dan de toen 23-jarige... Tom Dumoulin.

7

De klim van La Planche des Belles Filles telt mee voor het bergklassement, hoewel dat nergens in het Tourreglement wordt vermeld. Donderdag bevestigde ASO wel via een communiqué dat de tijd van de laatste 5,9 kilometer wordt gechronometreerd, om zo de punten voor de bolletjestrui toe te kennen.

© AFP

Bolletjestruidrager Richard Carapaz zal, om zijn voorsprong van twee punten op Tadej Pogacar te verdedigen, zich op het vlakke gedeelte ongetwijfeld sparen, om vervolgens op de klim te knallen.

Een tactiek die Giulio Ciccone toepaste in de openingstijdrit van de Giro van vorig jaar. Hij werd er pas 64e, op bijna anderhalve minuut van winnaar Primoz Roglic, maar was wel de snelste op de 2,1 kilometer lange klim van Madonna di San Luca en pakte zo de blauwe bergtrui.

8

Een tijdrit op de voorlaatste dag is geen nieuwigheid in de geschiedenis van de Tour: in alle edities tussen 2002 en 2008, vervolgens in 2010, 2011, 2012, 2014, 2017 en de laatste keer in 2018 in Espelette, toen Tom Dumoulin won voor Skyrenners Froome, Thomas en Kwiatkowski, én de toen 23-jarige Søren Kragh Andersen, beter bekend sinds deze Tour.

Slechts één keer in al die tijdritten veranderde het geel nog van schouders: in 2011 in Grenoble, toen Cadel Evans over 41 kilometer een achterstand van 57 seconden op Andy Schelck omzette in een voorsprong van 1 minuut en 34 seconden.

Dat waren ook allemaal vlakke tot heuvelachtige tijdritten. (Semi)klimtijdritten in de Tour zijn sowieso zeldzaam: Megève 2016 (winst voor Chris Froome), Alpe d'Huez 2004 (Lance Armstrong), Avoriaz 1994 (Piotr Oegroemov) en de Mont Ventoux 1987 (Jean-François Bernard).

© Belga

9

De laatste elf jaar pakte ASO ook geregeld uit met een aankomst bergop of een zware bergetappe op de laatste zaterdag: Mont Ventoux (2009), Annecy-Semnoz (2013), Alpe d'Huez (2015), Morzine (2016) en Val Thorens (2019).

Nu dus in de Vogezen, dat voor het eerst sinds 1997 als decor van de laatste 'bergrit' dient. In 1997 was dat de 18e etappe tussen Colmar en Montbéliard, met onder meer beklimmingen van de Grand Ballon en de Ballon d'Alsace. Een rit gewonnen door Didier Rous, na een late putsch van de Festinaploeg tegen geletruidrager Jan Ullrich.

10

Vorig jaar werd een nieuw steil stuk, van 1,6 kilometer gravel, toegevoegd aan de klim van La Planche des Belles Filles, waar Dylan Teuns triomfeerde. Alleen al op die strook (die de renners nu niet moeten beklimmen) stonden toen liefst 28.000 toeschouwers.

© Belga

Uitgesloten nu, gezien de strenge coronamaatregelen, maar toch niet zonder publiek, zoals ook bij de start in Lure en langs het parcours, in Mélisey, het thuisdorp van Thibaut Pinot.

Daarvoor worden fanzones ingericht, onder meer van sponsor Groupama FDJ. Overal moet wel de limiet van 5000 personen en de social distancing worden gerespecteerd en zijn mondmaskers verplicht.

De slotklim wordt ook gesloten voor auto's en campers. Toeschouwers kunnen alleen te voet naar boven.

Sinds de Tour in 2012 voor het eerst richting La Planche des Belles Filles trok, kwam de karavaan er al vier keer aan. Yves Krattinger, al sinds 2001 de président du conseil général van het departement van de Haut-Saône, had na die aankomsten nog één grote droom: de rit op de laatste zaterdag van de Tour laten springen op de Plank van de Mooie Meisjes, in een etappe die zich volledig in zijn departement zou afspelen. Tourbaas Christian Prudhomme, met wie Krattinger zeer goeie contacten onderhoudt, deed zijn wens in vervulling gaan, met een tijdrit van 36 kilometer. Zo zit de linkse politicus ook gebeiteld voor de departementsverkiezingen in maart 2021. Al benadrukte Prudhomme bij de parcoursvoorstelling ook hoezeer La Planche des Belles Filles, door zijn naam, zijn decor en zijn hellingsgraad, op korte tijd al een grote faam heeft verworven bij wielerliefhebbers, in binnen- en buitenland.De kleine gemeente Lure, waar de renners vandaag vertrekken op de Esplanade Charles de Gaulle, ontving nog nooit de Tour. Acht jaar geleden al diende de burgemeester Éric Houlley een eerste kandidatuur in. Na lang wachten werd hij eindelijk beloond voor zijn geduld.Lure had immers een extra troef: het is de geboorteplaats van Thibaut Pinot. Die moest dan ook dé figuur van deze etappe worden. Hét hoogtepunt van de Pinot-mania in de streek, zeker sinds de Tour van vorig jaar. "Het zou de mooiste zege in mijn carrière zijn", zei de Fransman in aanloop naar deze editie. "Al zal ik de nacht ervoor allicht moeilijk kunnen slapen en zal de druk groot zijn."Die stress en een pijnlijke rug hebben hem en de Pinot-mania echter vroegtijdig gekraakt. Weg ook de droom van Christian Prudhomme: Pinot die vandaag om de gele trui zou vechten met nog twee andere renners.In Lure werd donderdagavond op een groot scherm op de l'espace Méliès de documentaire Avec Thibaut getoond, over de avonturen van Pinot in de Tour van 2019, gemaakt door France Télévisions. Nadien volgde er nog een vraaggesprek met vader Régis Pinot, de burgemeester van het naburige Mélisey, waar de tijdrit vandaag ook passeert.Aan de voorruit van de cinema in Lure prijkt ook een drie meter groot schilderij van de lokale kunstenaar Jean-Michel Lourenço, een afbeelding van Pinots zegegebaar vorig jaar op de Tourmalet. (zie ook onderstaand filmpje)Vader Régis Pinot en moeder Marie-Jeanne werden in het voorjaar allebei getroffen door het coronavirus, en moesten wekenlang in quarantaine blijven. Moeder Pinot had zelfs een maand lang ernstige symptomen. Zoonlief Thibaut bracht hen elke ochtend om acht uur een brood en de krant, weliswaar buiten blijvend. Om zich in hun bubbel bezig te houden keken zijn ouders naar de vele herhalingen van koersen die L'Equipe Tv toen uitzond. Zo konden ze enkele overwinningen van hun zoon terugzien die ze al vergeten waren. Vandaag zal Régis, die al sinds 1989 in de gemeenteraad van Mélisey zit, zijn zoon voor zijn gemeentehuis zien passeren.Het parcours van deze tijdrit bestaat uit drie delen. De eerste 14 kilometer zijn nagenoeg vlak. Daarna een golvend stuk van 10 kilometer aan gemiddeld 2,6 procent bergop, richting de top van de Col de la Chevestraye, gevolgd door een kleine, vrij technische afdaling van drie kilometer tot in Plancher-les-Mines, aan de voet van de slotklim: 5,9 kilometer bergop aan gemiddeld 8,5 procent, met de steilste piek vlak voor de finish, tot 20 procent.De vraag is: wisselen van tijdritfiets naar gewone fiets, of niet? Er wordt wel geen aparte zone voorzien, zoals op het WK in Bergen in 2017, toen de tijdrit eindigde op de 3,5 kilometer lange Mount Fløyen. Renners kunnen nu overal wisselen, zolang de nieuwe fiets op de ploegwagen staat en dus niet van langs de kant wordt aangegeven. Een mecanicien mag zijn renner ook duwen, voor maximaal vijf seconden. Het best wordt dan een strook uitgekozen waar de snelheid zo laag mogelijk is, om het tijdsverlies bij de wissel (vlug een vijftiental seconden) te beperken. Net voor of misschien zelfs op een kort stukje vals plat in het begin van La Planche des Belles Filles.De meeste klassementsrenners zullen switchen, zeker de klimmerstypes als Miguel Angel Lopéz en Tadej Pogacar. De Sloveen oefende dat al op het nationale tijdritkampioenschap in juni, weliswaar toen van een gewone fiets naar een tijdritfiets. De (minder lastige) klim lag toen immers in het begin van het parcours. Met succes, want Pogacar won de 15,7 kilometer lange chronorace met negen seconden voorsprong op Primoz Roglic. Renners die mogelijk niet zullen switchen: zij die over een tijdritfiets beschikken met een minimumgewicht van 6,8 kilogram én die daarop bergop dezelfde wattages kunnen trappen als op een gewone fiets. Alleen weggelegd voor de echte specialisten, die veel met hun tijdritfiets trainen. Wat ook meespeelt: La Planche des Belles Filles telt slechts vijf haarspeldbochten op zes kilometer. Veel rechte (weliswaar steile) stukken dus waar renners hun tijdrithouding kunnen behouden, met extra trekkracht aan het stuur. Ter referentie: op het WK 2017 in Bergen, gewonnen door Tom Dumoulin, switchte die niet. Huidig ploegmaat Primoz Roglic, die er tweede werd, wel. Al deed hij dat, in tegenstelling tot Pogacar, dan weer niet op het jongste Sloveens tijdritkampioenschap. Beiden zijn ook vandaag topfavoriet, naast Wout van Aert (als die voluit gaat). Mogelijk dus een Jumbo-Vismatrio op het podium.De winnaar zal de tijdrit afwerken binnen het uur, ondanks de lichte tegenwind (in het voordeel van de zwaardere renners). Een veertigtal minuten voor de eerste vlakke, licht hellende 30,3 kilometer (met een gemiddelde van zo'n 45 kilometer per uur) en de 5,9 kilometer op La Planche des Belles Filles rond de 16 minuten (het record staat op naam van Fabio Aru, 16 minuten en 12 seconden in de Tour van 2017, of 21,85 kilometer per uur). Zo wordt het, qua tijdsduur, de langste tijdrit in de Tour sinds 2014, toen Tony Martin voor de 54 vlakke kilometers van Bergerac naar Perigueux 1 uur, 6 minuten en 21 seconden nodig had. Anderhalve minuut sneller dan de toen 23-jarige... Tom Dumoulin.De klim van La Planche des Belles Filles telt mee voor het bergklassement, hoewel dat nergens in het Tourreglement wordt vermeld. Donderdag bevestigde ASO wel via een communiqué dat de tijd van de laatste 5,9 kilometer wordt gechronometreerd, om zo de punten voor de bolletjestrui toe te kennen. Bolletjestruidrager Richard Carapaz zal, om zijn voorsprong van twee punten op Tadej Pogacar te verdedigen, zich op het vlakke gedeelte ongetwijfeld sparen, om vervolgens op de klim te knallen. Een tactiek die Giulio Ciccone toepaste in de openingstijdrit van de Giro van vorig jaar. Hij werd er pas 64e, op bijna anderhalve minuut van winnaar Primoz Roglic, maar was wel de snelste op de 2,1 kilometer lange klim van Madonna di San Luca en pakte zo de blauwe bergtrui.Een tijdrit op de voorlaatste dag is geen nieuwigheid in de geschiedenis van de Tour: in alle edities tussen 2002 en 2008, vervolgens in 2010, 2011, 2012, 2014, 2017 en de laatste keer in 2018 in Espelette, toen Tom Dumoulin won voor Skyrenners Froome, Thomas en Kwiatkowski, én de toen 23-jarige Søren Kragh Andersen, beter bekend sinds deze Tour.Slechts één keer in al die tijdritten veranderde het geel nog van schouders: in 2011 in Grenoble, toen Cadel Evans over 41 kilometer een achterstand van 57 seconden op Andy Schelck omzette in een voorsprong van 1 minuut en 34 seconden.Dat waren ook allemaal vlakke tot heuvelachtige tijdritten. (Semi)klimtijdritten in de Tour zijn sowieso zeldzaam: Megève 2016 (winst voor Chris Froome), Alpe d'Huez 2004 (Lance Armstrong), Avoriaz 1994 (Piotr Oegroemov) en de Mont Ventoux 1987 (Jean-François Bernard).De laatste elf jaar pakte ASO ook geregeld uit met een aankomst bergop of een zware bergetappe op de laatste zaterdag: Mont Ventoux (2009), Annecy-Semnoz (2013), Alpe d'Huez (2015), Morzine (2016) en Val Thorens (2019). Nu dus in de Vogezen, dat voor het eerst sinds 1997 als decor van de laatste 'bergrit' dient. In 1997 was dat de 18e etappe tussen Colmar en Montbéliard, met onder meer beklimmingen van de Grand Ballon en de Ballon d'Alsace. Een rit gewonnen door Didier Rous, na een late putsch van de Festinaploeg tegen geletruidrager Jan Ullrich.Vorig jaar werd een nieuw steil stuk, van 1,6 kilometer gravel, toegevoegd aan de klim van La Planche des Belles Filles, waar Dylan Teuns triomfeerde. Alleen al op die strook (die de renners nu niet moeten beklimmen) stonden toen liefst 28.000 toeschouwers.Uitgesloten nu, gezien de strenge coronamaatregelen, maar toch niet zonder publiek, zoals ook bij de start in Lure en langs het parcours, in Mélisey, het thuisdorp van Thibaut Pinot.Daarvoor worden fanzones ingericht, onder meer van sponsor Groupama FDJ. Overal moet wel de limiet van 5000 personen en de social distancing worden gerespecteerd en zijn mondmaskers verplicht. De slotklim wordt ook gesloten voor auto's en campers. Toeschouwers kunnen alleen te voet naar boven.