1

Na de start in Sisteron, met onder meer een passage aan de Citadel, laveert het peloton door het Parc Naturel Régional des Baronnies Provençales om vervolgens het Massief van Dévoluy in te trekken met een eerste top op 1441 meter hoogte (de Col du Festre, na 67 kilometer).

Na een passage aan het pittoreske Lac du Sautet gaat het richting skistation Orcières-Merlette, 1825 meter boven de zeespiegel. Voorafgaand een klim van 7,1 km aan 6,7 procent. Met veel bochten, maar voor de klassementsrenners niet steil genoeg om veel verschil te maken. Het wordt allicht een 'sprint' voor de punchers onder de klimmers, zeker omdat de laatste 300 meter afvlakken en de (lichte) wind in de rug zal blazen. Belangrijkste kandidaat-winnaars: springveren als Sergio Higuita (zondag al tweede in de sprint na Greg Van Avermaet), Tadej Pogacar, Adam Yates (die het geel kan overnemen van Julian Alaphilippe), Alaphilippe zelf en ook Primoz Roglic (al is die volgens 'radio peloton' nog niet de superman die hij in de Dauphiné was - de gevolgen van zijn val ginder).

© AFP

2

Een aankomst op de top van een lange beklimming in al de vierde rit, dat is in de moderne Tourgeschiedenis ongezien. In 2017 lag er ook vroeg een finish op een bergtop (toen op La Planche des Belles Filles, gewonnen door Fabio Aru), maar dat was in de vijfde etappe.

Verder moet je terugkeren naar 1979, toen na de proloog in Fleurance meteen drie Pyreneeënetappes volgden, met op dag drie van die editie een 23,8 kilometer lange klimtijdrit naar Superbagnères, uiteraard gewonnen door Bernard Hinault.

Ter vergelijking: in het tijdperk van Tourbaas Jean-Marie Leblanc, van 1989 tot en met 2006, stond de eerste etappe met aankomst boven nooit eerder geprogrammeerd dan dag ácht.

3

Orcières-Merlettes is de eerste aankomst bergop van de Tour, gelegen in de Hautes-Alpes. In de derde week volgt er, amper 200 kilometer noordelijker, nog één in de Alpen: op de nieuwe Col de la Loze, boven Méribel, in de Savoie.

Daarnaast volgt er nog een aankomst bergop in het Centraal Massief (Pas de Peyrol/Puy Mary) en een in de Jura (Grand Colombier). Met ook nog twee etappes in de Pyreneeën én op de voorlaatste dag een halve klimtijdrit in de Vogezen (naar La Planche des Belles Filles) zoekt deze Tour de vijf grootste bergketens van Frankrijk op.

Zo'n Grand Slam des Montagnes werd de voorbije kwart eeuw slechts één keer opgevoerd, in 2017. Verder moet je al teruggaan naar de Tour van 1992, die begon in San Sebastián, en achtereenvolgens de Pyreneeën, de Vogezen, de Jura, de Alpen en het Centraal-Massief aandeed.

4

Orcières-Merlette is uiteraard het meest bekend om de legendarische raid van Luis Ocanã in de Tour van 1971. Die was al weggereden op de Col de Noyer, zeventig kilometer voor de finish. De Spanjaard liep stelselmatig weg van zijn grote concurrent Eddy Merckx, aangemoedigd door BIC-sportdirecteur Maurice De Muer, die hem toeriep: 'Jij hebt vijf minuten voorsprong!'

Waarop Ocanã repliceerde: 'Dan maken we er zes van!'

Toen het zes minuten waren, informeerde De Muer weer zijn renner. Waarop Ocanã: 'Dan maken we er zeven van!'

Het werden er uiteindelijk bijna zes minuten op Lucien Van Impe en bijna negen minuten op Merckx, die als derde eindigde. Maar later toch nog de Tour zou winnen, na een val en opgave van Ocanã in de afdaling van de col de Menté.

AS
© AS

5

Ocanã's grootste spijt was dat hij in 1973 de Tour won, maar dat Merckx toen niet deelnam. Een frustratie van een renner die geobsedeerd was door de Belg. In zoverre zelfs dat hij zijn hond 'Merckx' noemde. Om die het bevel te kunnen geven: 'Zitten!'

6

Luis Ocanã was in 1971 zo tekeer gegaan richting Orcières-Merlette dat liefst 68 renners buiten tijd arriveerden, met een achterstand van ruim 32 minuten. De jury schoof de tijdsgrens echter op naar 15 procent, waardoor slechts drie coureurs naar huis moesten.

Onder hen: Walter Godefroot, die op 39 minuten was geëindigd. Op dat moment stond de Oost-Vlaming tweede in het puntenklassement en twee dagen ervoor had hij nog een rit gewonnen in Saint-Etienne. Het was de enige keer in zeven deelnames dat Godefroot de Tour niet zou uitrijden.

© AFP

7

Ook weinig bekend is dat die etappe ook het eindpunt werd van de Tourcarrière van Roger De Vlaeminck. Die stond tot rit zeven nochtans derde in het klassement, maar viel dan zwaar in de sprint in Nevers. De Vlaeminck verloor de dag erna op de Pûy de Dome ruim acht minuten en gaf er drie ritten later helemaal de brui aan, op weg naar Orcières-Merlette, nog voor het begin van de klim.

8

Na de legendarische rit in 1971 lag de klim naar Orcières-Merlette nog drie keer op het Tourparcours: in 1972 schudde de 25-jarige Lucien Van Impe er medevluchter Joaquim Agostinho af in de laatste meters.

© Belga

Nota bene zijn eerste Tourritzege, én zijn eerste echte profoverwinning. In 1970 had de Merenaar wel al een criterium in Nottingham gewonnen. En in de Tour van 1971 had Van Impe ook al zijn eerste bolletjestrui veroverd.

9

In 1982 behaalde Pascal Simon in Orcières-Merlette zijn enige etappezege in de Tour, door zijn jonge metgezel Pierre-Henri Menthéour in de slotkilometer te remonteren. Een jaar later zou Simon wel nog de gele trui dragen. Een dag later zal hij echter vallen en zijn sleutelbeen breken, maar toch behoudt hij zijn trui 7 ritten lang.

10

In de fameuze Tour van 1989 won Steven Rooks in Orcières-Merlette een halve klimtijdrit van 39 kilometer, vanuit Gap.

Opvallend: Greg LeMond (die dag met een opzetstuk gemonteerd op een 'normaal' koersstuur) werd pas vijfde, op 57 seconden. Rivaal Laurent Fignon eindigde zelfs pas als tiende, op bijna twee minuten.

LeMond nam zo de gele trui over van Fignon, maar zonder grote vreugde, want hij had met Johan Lammerts, Johan Museeuw, Eddy Planckaert en René Martens nog slechts vier ADR-ploegmaats in koers, met nog zes etappes te gaan tot in Parijs.

De Amerikaan bleek echter een volleerde waarzegger: 'Ik kan deze trui weer verliezen, maar als ik zaterdagavond, voor de slottijdrit, maximaal een minuut achterstand heb, kan ik hem in Parijs opnieuw veroveren. Wie weet...'

U kent het vervolg.

Na de start in Sisteron, met onder meer een passage aan de Citadel, laveert het peloton door het Parc Naturel Régional des Baronnies Provençales om vervolgens het Massief van Dévoluy in te trekken met een eerste top op 1441 meter hoogte (de Col du Festre, na 67 kilometer). Na een passage aan het pittoreske Lac du Sautet gaat het richting skistation Orcières-Merlette, 1825 meter boven de zeespiegel. Voorafgaand een klim van 7,1 km aan 6,7 procent. Met veel bochten, maar voor de klassementsrenners niet steil genoeg om veel verschil te maken. Het wordt allicht een 'sprint' voor de punchers onder de klimmers, zeker omdat de laatste 300 meter afvlakken en de (lichte) wind in de rug zal blazen. Belangrijkste kandidaat-winnaars: springveren als Sergio Higuita (zondag al tweede in de sprint na Greg Van Avermaet), Tadej Pogacar, Adam Yates (die het geel kan overnemen van Julian Alaphilippe), Alaphilippe zelf en ook Primoz Roglic (al is die volgens 'radio peloton' nog niet de superman die hij in de Dauphiné was - de gevolgen van zijn val ginder).Een aankomst op de top van een lange beklimming in al de vierde rit, dat is in de moderne Tourgeschiedenis ongezien. In 2017 lag er ook vroeg een finish op een bergtop (toen op La Planche des Belles Filles, gewonnen door Fabio Aru), maar dat was in de vijfde etappe.Verder moet je terugkeren naar 1979, toen na de proloog in Fleurance meteen drie Pyreneeënetappes volgden, met op dag drie van die editie een 23,8 kilometer lange klimtijdrit naar Superbagnères, uiteraard gewonnen door Bernard Hinault.Ter vergelijking: in het tijdperk van Tourbaas Jean-Marie Leblanc, van 1989 tot en met 2006, stond de eerste etappe met aankomst boven nooit eerder geprogrammeerd dan dag ácht.Orcières-Merlettes is de eerste aankomst bergop van de Tour, gelegen in de Hautes-Alpes. In de derde week volgt er, amper 200 kilometer noordelijker, nog één in de Alpen: op de nieuwe Col de la Loze, boven Méribel, in de Savoie.Daarnaast volgt er nog een aankomst bergop in het Centraal Massief (Pas de Peyrol/Puy Mary) en een in de Jura (Grand Colombier). Met ook nog twee etappes in de Pyreneeën én op de voorlaatste dag een halve klimtijdrit in de Vogezen (naar La Planche des Belles Filles) zoekt deze Tour de vijf grootste bergketens van Frankrijk op. Zo'n Grand Slam des Montagnes werd de voorbije kwart eeuw slechts één keer opgevoerd, in 2017. Verder moet je al teruggaan naar de Tour van 1992, die begon in San Sebastián, en achtereenvolgens de Pyreneeën, de Vogezen, de Jura, de Alpen en het Centraal-Massief aandeed.Orcières-Merlette is uiteraard het meest bekend om de legendarische raid van Luis Ocanã in de Tour van 1971. Die was al weggereden op de Col de Noyer, zeventig kilometer voor de finish. De Spanjaard liep stelselmatig weg van zijn grote concurrent Eddy Merckx, aangemoedigd door BIC-sportdirecteur Maurice De Muer, die hem toeriep: 'Jij hebt vijf minuten voorsprong!'Waarop Ocanã repliceerde: 'Dan maken we er zes van!'Toen het zes minuten waren, informeerde De Muer weer zijn renner. Waarop Ocanã: 'Dan maken we er zeven van!' Het werden er uiteindelijk bijna zes minuten op Lucien Van Impe en bijna negen minuten op Merckx, die als derde eindigde. Maar later toch nog de Tour zou winnen, na een val en opgave van Ocanã in de afdaling van de col de Menté.Ocanã's grootste spijt was dat hij in 1973 de Tour won, maar dat Merckx toen niet deelnam. Een frustratie van een renner die geobsedeerd was door de Belg. In zoverre zelfs dat hij zijn hond 'Merckx' noemde. Om die het bevel te kunnen geven: 'Zitten!'Luis Ocanã was in 1971 zo tekeer gegaan richting Orcières-Merlette dat liefst 68 renners buiten tijd arriveerden, met een achterstand van ruim 32 minuten. De jury schoof de tijdsgrens echter op naar 15 procent, waardoor slechts drie coureurs naar huis moesten. Onder hen: Walter Godefroot, die op 39 minuten was geëindigd. Op dat moment stond de Oost-Vlaming tweede in het puntenklassement en twee dagen ervoor had hij nog een rit gewonnen in Saint-Etienne. Het was de enige keer in zeven deelnames dat Godefroot de Tour niet zou uitrijden.Ook weinig bekend is dat die etappe ook het eindpunt werd van de Tourcarrière van Roger De Vlaeminck. Die stond tot rit zeven nochtans derde in het klassement, maar viel dan zwaar in de sprint in Nevers. De Vlaeminck verloor de dag erna op de Pûy de Dome ruim acht minuten en gaf er drie ritten later helemaal de brui aan, op weg naar Orcières-Merlette, nog voor het begin van de klim.Na de legendarische rit in 1971 lag de klim naar Orcières-Merlette nog drie keer op het Tourparcours: in 1972 schudde de 25-jarige Lucien Van Impe er medevluchter Joaquim Agostinho af in de laatste meters. Nota bene zijn eerste Tourritzege, én zijn eerste echte profoverwinning. In 1970 had de Merenaar wel al een criterium in Nottingham gewonnen. En in de Tour van 1971 had Van Impe ook al zijn eerste bolletjestrui veroverd.In 1982 behaalde Pascal Simon in Orcières-Merlette zijn enige etappezege in de Tour, door zijn jonge metgezel Pierre-Henri Menthéour in de slotkilometer te remonteren. Een jaar later zou Simon wel nog de gele trui dragen. Een dag later zal hij echter vallen en zijn sleutelbeen breken, maar toch behoudt hij zijn trui 7 ritten lang.In de fameuze Tour van 1989 won Steven Rooks in Orcières-Merlette een halve klimtijdrit van 39 kilometer, vanuit Gap.Opvallend: Greg LeMond (die dag met een opzetstuk gemonteerd op een 'normaal' koersstuur) werd pas vijfde, op 57 seconden. Rivaal Laurent Fignon eindigde zelfs pas als tiende, op bijna twee minuten. LeMond nam zo de gele trui over van Fignon, maar zonder grote vreugde, want hij had met Johan Lammerts, Johan Museeuw, Eddy Planckaert en René Martens nog slechts vier ADR-ploegmaats in koers, met nog zes etappes te gaan tot in Parijs.De Amerikaan bleek echter een volleerde waarzegger: 'Ik kan deze trui weer verliezen, maar als ik zaterdagavond, voor de slottijdrit, maximaal een minuut achterstand heb, kan ik hem in Parijs opnieuw veroveren. Wie weet...' U kent het vervolg.