1

Startplaats Le Teil is een kleine gemeente met zo'n 8750 Teillois aan de westoever van de Rhône. In november vorig jaar werd het getroffen door een aardbeving van 5,4 op de schaal van Richter, de zwaarste aardbeving in zestien jaar op het Franse vasteland. Ruim 400 mensen moesten toen overnachten in een turnhal, omdat verschillende huizen zwaar beschadigd werden.

Vandaag ontvangt Le Teil voor het eerst de Tourkaravaan. Het is een van de twaalf villes étapes inédits van deze Tour, op een totaal van 35. Vorig jaar waren dat er slechts drie...

In 2014 was Le Teil wel al eens aankomstplaats in het Critérium du Dauphiné, een massasprint gewonnen door Nikias Arndt, voor Kris Boeckmans.

2

Hoewel er gisteren voor de massasprint en de miniputsch van Team INEOS op het einde niets gebeurde, haalde winnaar Wout van Aert toch een gemiddelde van 42,010 km per uur over 183 kilometer, mede dankzij het veelal licht dalende parcours.

Het was de eerste keer in deze Tour dat het ritgemiddelde boven de 42 km per uur lag, en de tweede maal boven de 40 km per uur (in de eerste etappe werd 41,346 km per uur gehaald).

Zo ligt het algemene gemiddelde van leider Adam Yates na 882,5 km en 22 uur 28 minuten en 30 seconden koersen op 'slechts' 39,260 km per uur.

© BELGA

3

Door de tijdstraf van Julian Alaphilippe is Adam Yates de negende Britse renner die in de gele trui mag rondrijden, en het eerste lid ooit van een tweeling in de leiderstrui van de Tour.

In tegenstelling tot wat vaak verteld wordt, zijn Adam en Simon Yates wel geen eeneiige, maar een twee-eiige tweeling, dus niet identieke tweelingbroers. Hun neuzen staan in een iets andere richting, de glimlach van Simon is iets breder en zijn haarlijn is iets lager. En Adam heeft een klein litteken op de rechterzijde van zijn kin.

4

Ook Sam Bennett schrijft vandaag een stukje vaderlandse wielergeschiedenis, want hij draagt vandaag als eerste Ier sinds Sean Kelly in 1989 de groene trui.

© AFP

4

Vandaag finisht de etappe op Mont Aigoual, al de tweede aankomst bergop in deze Tour, in amper zes dagen. Dat topfavoriet Primoz Roglic al won in Orcières-Merlette, is een voortzetting van een trend die Lance Armstrong in zijn regeerperiode inzette.

Maar ook het jongste decennium was de eerste summit finish vaak heel richtinggevend voor het eindklassement: sinds 2012 eindigde de geletruidrager (één keer Bradley Wiggins, Vincenzo Nibali en Geraint Thomas en viermaal Chris Froome) telkens minstens in de eerste drie van de rituitslag, of van de groep met de klassementsrenners.

Alleen vorig jaar was dat anders, toen Egan Bernal op La Planche des Belles Filles pas negende werd van de groep der favorieten en negen seconden verloor op ploegmaat Geraint Thomas. Pas later in de Tour zou de Colombiaan toeslaan. Zullen we ook dit jaar een gelijkaardig scenario zien?

5

De Mont Aigoual is bekend van het boek 'De Renner' van Tim Krabbé. In het misschien wel beroemdste Nederlandstalige wielerboek, dat in 1978 voor het eerst verscheen, beschrijft Krabbé op meesterlijke wijze hoe hij meedoet aan de denkbeeldige, vijf uur durende Ronde van Mont Aigoual.

Waarom die berg? Omdat de Nederlander al in 1971 met een vriend op vakantie ging in de Cevennes. Tijdens een tussenstop zag Krabbé een wielrenner passeren, wat hij later neerschreef in een column: "Alles wat je hoorde, was het grind onder zijn wieltjes en het enige wat hij achterliet, was de plotselinge, verpletterende zekerheid dat ik ook wielrenner zou worden."

Anderhalf jaar later verhuisde Krabbé naar de Cevennes om die droom na te jagen en zo raakte hij verknocht aan de streek. Profrenner zou hij wel nooit worden, al reed hij als amateur wel verschillende koersen in Nederland en Frankrijk.

7

In het boek van Krabbé wordt de Mont Aigoual beklommen vanuit de noordwestelijke kant, vanuit Meyrueis, terwijl de renners vandaag vanuit het zuiden de berg aansnijden, met eerst de Col des Mourèzes (6 km aan 4,8 procent) en vervolgens de Col de la Lusette.

Die wordt beschouwd als een van de lastigste in het Centraal Massief: 11,7 km aan 7,3 procent gemiddeld, en met een steile 6,7 km net voor de top (gemiddeld 9,12 procent en pieken tot 14 à 15 procent). Bovendien op een smalle, korrelige weg. Tourbaas Christian Prudhomme zei bij de voorstelling van het parcours vorig jaar: "Wie de klim niet komt verkennen, begaat een grote fout."

Volgens de overlevering zou zelfs Bernard Hinault tijdens een rit van de GP du Midi Libre in de jaren tachtig op het steilste stuk voet aan de grond hebben moeten zetten, door een te grote versnelling. "Nooit meer!", zou hij achteraf gevloekt hebben. Maar goed dertig jaar later herinnert de trotse Hinault zich dat naar eigen zeggen niet meer.

8

Eén keer lag de Mont Aigoual op het Tourparcours: op 17 juli 1987, in de etappe vanuit Millau. De renners beklommen toen de westelijke kant vanuit Meyrueis. Silvano Contini kwam er als eerste boven. Jean-Paul van Poppel won later de groepssprint in Avignon, zijn tweede ritzege in die Tour.

De laatste profkoers die er passeerde was de Tour du Gévaudan Languedoc-Roussillon, in 2013. Toen werden zelfs twee kanten van de Mont Aigoual beklommen. Cofidisrenner Yoann Bagot bleek toen de beste klimmer.

9

Het idee om hier voor het eerst een Tourrit te laten aankomen, komt van Carole Delga, president van de regio Occitanie-Pyrénées-Méditerranée. Ze kreeg het idee toen in 2018 de eerste steen werd gelegd van het Centre national d'interprétation des changements climatiques boven op de Mont Aigoual. Daar is immers al sinds eind 19e eeuw een weerobservatorium gevestigd.

© AFP

Delga diende een dossier in, en daar ging Tourbaas Christian Prudhomme graag op in, als liefhebber van mooie postkaartdecors. Hij zal vandaag op zijn wenken bediend worden, want de zon zal overvloedig schijnen.

Geen regen dus op de 'Regenberg', zoals de Mont Aigoual ook genoemd wordt. Op de licht hellende, open vlakte na de top van de Col de la Lusette, tot de finish aan het meteorologisch observatorium, zal wel een stevige wind staan, zoals wel vaker in deze omgeving.

In februari van dit jaar verwoestte een hevige bosbrand hier zelfs 116 hectare vegetatie, aangewakkerd door windvlagen tot 100 kilometer per uur.

10

Er rees wel fel protest van milieubewegingen tegen deze aankomst van de Tour. De Mont Aigoual ligt immers in het hart van het Parc national des Cévennes, sinds 2011 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.

Tourorganisator ASO en de lokale autoriteiten beloofden echter alle mogelijke maatregelen te nemen om eventuele schade aan het milieu tot een minimum te beperken: een 'stiltezone' van zes kilometer, de publiciteitskaravaan die in die zone geen gadgets zou uitgooien om het afval te beperken en toeschouwers die alleen met een navette (na inschrijving bij de toeristische dienst) naar de top konden gaan. Beloftes die vóór de uitbraak van de coronapandemie werden gemaakt. Een voorteken, want ook nu zullen de toeschouwers strikt gelimiteerd worden.

1Startplaats Le Teil is een kleine gemeente met zo'n 8750 Teillois aan de westoever van de Rhône. In november vorig jaar werd het getroffen door een aardbeving van 5,4 op de schaal van Richter, de zwaarste aardbeving in zestien jaar op het Franse vasteland. Ruim 400 mensen moesten toen overnachten in een turnhal, omdat verschillende huizen zwaar beschadigd werden.Vandaag ontvangt Le Teil voor het eerst de Tourkaravaan. Het is een van de twaalf villes étapes inédits van deze Tour, op een totaal van 35. Vorig jaar waren dat er slechts drie...In 2014 was Le Teil wel al eens aankomstplaats in het Critérium du Dauphiné, een massasprint gewonnen door Nikias Arndt, voor Kris Boeckmans.2Hoewel er gisteren voor de massasprint en de miniputsch van Team INEOS op het einde niets gebeurde, haalde winnaar Wout van Aert toch een gemiddelde van 42,010 km per uur over 183 kilometer, mede dankzij het veelal licht dalende parcours. Het was de eerste keer in deze Tour dat het ritgemiddelde boven de 42 km per uur lag, en de tweede maal boven de 40 km per uur (in de eerste etappe werd 41,346 km per uur gehaald). Zo ligt het algemene gemiddelde van leider Adam Yates na 882,5 km en 22 uur 28 minuten en 30 seconden koersen op 'slechts' 39,260 km per uur.3Door de tijdstraf van Julian Alaphilippe is Adam Yates de negende Britse renner die in de gele trui mag rondrijden, en het eerste lid ooit van een tweeling in de leiderstrui van de Tour. In tegenstelling tot wat vaak verteld wordt, zijn Adam en Simon Yates wel geen eeneiige, maar een twee-eiige tweeling, dus niet identieke tweelingbroers. Hun neuzen staan in een iets andere richting, de glimlach van Simon is iets breder en zijn haarlijn is iets lager. En Adam heeft een klein litteken op de rechterzijde van zijn kin.4Ook Sam Bennett schrijft vandaag een stukje vaderlandse wielergeschiedenis, want hij draagt vandaag als eerste Ier sinds Sean Kelly in 1989 de groene trui. 4 Vandaag finisht de etappe op Mont Aigoual, al de tweede aankomst bergop in deze Tour, in amper zes dagen. Dat topfavoriet Primoz Roglic al won in Orcières-Merlette, is een voortzetting van een trend die Lance Armstrong in zijn regeerperiode inzette. Maar ook het jongste decennium was de eerste summit finish vaak heel richtinggevend voor het eindklassement: sinds 2012 eindigde de geletruidrager (één keer Bradley Wiggins, Vincenzo Nibali en Geraint Thomas en viermaal Chris Froome) telkens minstens in de eerste drie van de rituitslag, of van de groep met de klassementsrenners. Alleen vorig jaar was dat anders, toen Egan Bernal op La Planche des Belles Filles pas negende werd van de groep der favorieten en negen seconden verloor op ploegmaat Geraint Thomas. Pas later in de Tour zou de Colombiaan toeslaan. Zullen we ook dit jaar een gelijkaardig scenario zien? 5De Mont Aigoual is bekend van het boek 'De Renner' van Tim Krabbé. In het misschien wel beroemdste Nederlandstalige wielerboek, dat in 1978 voor het eerst verscheen, beschrijft Krabbé op meesterlijke wijze hoe hij meedoet aan de denkbeeldige, vijf uur durende Ronde van Mont Aigoual.Waarom die berg? Omdat de Nederlander al in 1971 met een vriend op vakantie ging in de Cevennes. Tijdens een tussenstop zag Krabbé een wielrenner passeren, wat hij later neerschreef in een column: "Alles wat je hoorde, was het grind onder zijn wieltjes en het enige wat hij achterliet, was de plotselinge, verpletterende zekerheid dat ik ook wielrenner zou worden." Anderhalf jaar later verhuisde Krabbé naar de Cevennes om die droom na te jagen en zo raakte hij verknocht aan de streek. Profrenner zou hij wel nooit worden, al reed hij als amateur wel verschillende koersen in Nederland en Frankrijk.7In het boek van Krabbé wordt de Mont Aigoual beklommen vanuit de noordwestelijke kant, vanuit Meyrueis, terwijl de renners vandaag vanuit het zuiden de berg aansnijden, met eerst de Col des Mourèzes (6 km aan 4,8 procent) en vervolgens de Col de la Lusette. Die wordt beschouwd als een van de lastigste in het Centraal Massief: 11,7 km aan 7,3 procent gemiddeld, en met een steile 6,7 km net voor de top (gemiddeld 9,12 procent en pieken tot 14 à 15 procent). Bovendien op een smalle, korrelige weg. Tourbaas Christian Prudhomme zei bij de voorstelling van het parcours vorig jaar: "Wie de klim niet komt verkennen, begaat een grote fout."Volgens de overlevering zou zelfs Bernard Hinault tijdens een rit van de GP du Midi Libre in de jaren tachtig op het steilste stuk voet aan de grond hebben moeten zetten, door een te grote versnelling. "Nooit meer!", zou hij achteraf gevloekt hebben. Maar goed dertig jaar later herinnert de trotse Hinault zich dat naar eigen zeggen niet meer. 8Eén keer lag de Mont Aigoual op het Tourparcours: op 17 juli 1987, in de etappe vanuit Millau. De renners beklommen toen de westelijke kant vanuit Meyrueis. Silvano Contini kwam er als eerste boven. Jean-Paul van Poppel won later de groepssprint in Avignon, zijn tweede ritzege in die Tour.De laatste profkoers die er passeerde was de Tour du Gévaudan Languedoc-Roussillon, in 2013. Toen werden zelfs twee kanten van de Mont Aigoual beklommen. Cofidisrenner Yoann Bagot bleek toen de beste klimmer.9Het idee om hier voor het eerst een Tourrit te laten aankomen, komt van Carole Delga, president van de regio Occitanie-Pyrénées-Méditerranée. Ze kreeg het idee toen in 2018 de eerste steen werd gelegd van het Centre national d'interprétation des changements climatiques boven op de Mont Aigoual. Daar is immers al sinds eind 19e eeuw een weerobservatorium gevestigd. Delga diende een dossier in, en daar ging Tourbaas Christian Prudhomme graag op in, als liefhebber van mooie postkaartdecors. Hij zal vandaag op zijn wenken bediend worden, want de zon zal overvloedig schijnen. Geen regen dus op de 'Regenberg', zoals de Mont Aigoual ook genoemd wordt. Op de licht hellende, open vlakte na de top van de Col de la Lusette, tot de finish aan het meteorologisch observatorium, zal wel een stevige wind staan, zoals wel vaker in deze omgeving. In februari van dit jaar verwoestte een hevige bosbrand hier zelfs 116 hectare vegetatie, aangewakkerd door windvlagen tot 100 kilometer per uur.10Er rees wel fel protest van milieubewegingen tegen deze aankomst van de Tour. De Mont Aigoual ligt immers in het hart van het Parc national des Cévennes, sinds 2011 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Tourorganisator ASO en de lokale autoriteiten beloofden echter alle mogelijke maatregelen te nemen om eventuele schade aan het milieu tot een minimum te beperken: een 'stiltezone' van zes kilometer, de publiciteitskaravaan die in die zone geen gadgets zou uitgooien om het afval te beperken en toeschouwers die alleen met een navette (na inschrijving bij de toeristische dienst) naar de top konden gaan. Beloftes die vóór de uitbraak van de coronapandemie werden gemaakt. Een voorteken, want ook nu zullen de toeschouwers strikt gelimiteerd worden.