1

Voor het zevende jaar op rij en voor de 72e keer is Pau ville étape in de Tour, sinds zijn debuut in 1930. "Wij zijn permanent kandidaat", aldus Josy Poueyto, Madame Tour de France van de stad en députée van het departement Pyrénées-Atlantiques. Zij en burgemeester François Bayrou onderhouden een directe lijn met Tourbaas Christian Prudhomme. De stad Pau heeft zelfs een aparte cel die de (bijna jaarlijkse) passages van La Grande Boucle in goede banen leidt.

Dit jaar wel alleen een départ, met zoals de laatste keren de officieuze start aan het pleintje met 'Le Tour des Géants'. Daar staat voor elke verreden Toureditie een digitale totempaal voorzien van de naam/foto van de eindwinnaar en een QR-code. Die kunnen bezoekers scannen en zo via hun smartphone in de Tourhistorie duiken.

2

Deze 154 kilometer lange rit speelt zich volledig af in de bergen en de drie valleien van de Béarne, een deel van het departement Pyrénées-Atlantiques.

Nieuw op het parcours: de col de la Hourcère, een stevige beklimming (11,1 kilometer aan gemiddeld 8,8 procent, met vooral een heel steil eerste deel) op een smalle en korrelige weg dat naar het kleine skistation Issarbre leidt. En daarom ook weleens Col d'Issarbe wordt genoemd. Volgens Christian Prudhomme zullen we deze klim nog vaker terugzien in de komende jaren. Niet toevallig een col met op de top een fabelachtig panoramazicht.

3

Daarna volgt een korte afdaling, een korte klim naar de top van de Col de Soudet en daarna een 20 kilometer lange afzink naar Arrete.

Deze afdaling reden de renners in de Tour van 2015 omhoog, richting het skistation La Pierre Saint-Martin, gelegen even boven de top van de col de Soudet. Hier reeg Chris Froome de concurrentie aan zijn zwaard. Ploegmaat Richie Porte werd tweede op 59 seconden, Nairo Quintana derde op ruim een minuut.

© BELGA

Opvallend, als vierde in de uitslag: Robert Gesink. De Nederlander had teruggevochten na vele valpartijen en sloot eindelijk weer aan bij de top. Merijn Zeeman, ploegleider van het toen nog kleine Team LottoNL-Jumbo, was achteraf zo geëmotioneerd dat hij amper uit zijn woorden raakte. Vijf jaar later leidt Zeeman nu de Nederlandse Jumbo-Vismaploeg met een Sloveense kopman, mogelijk op weg naar Tourwinst. En met Robert Gesink als 'knecht' in de bergen. Het kan verkeren.

4

De col de Soudet en de côte de Issarbe (het kort knikje naar de top van de col de la Hourcère, die de renners die vandaag dus in omgekeerde richting opfietsen) lag ook op het parcours in de Tour van 1995, in de etappe van Tarbes naar Pau.

Die vond plaats de dag nadat Fabio Casartelli was overleden als gevolg van een crash in de afdaling van de Portet-d'Aspet. Gianni Bugno, vandaag voorzitter van de fel gecontesteerde, zwakke rennersvakbond, nam het initiatief om de etappe te laten neutraliseren.

Al werd er wel gefietst: een rouwstoet die 7 uur, 50 minuten en 12 seconden duurde, over 237 kilometer en over ook alle beklimmingen (inclusief ook de col de Marie-Blanque). Mentaal bijzonder zwaar, want ondanks het gezapige tempo moest onder meer Johan Museeuw even lossen op de Col de Soudet. Hij lag immers daags ervoor naast de gevallen Fabio Casartelli. Aan de finish in Pau mochten de zes overgebleven Motorolaploegmaats van de Italiaan afgescheiden over de finishlijn rijden.

© AFP

6

Op de top van de col de Soudet passeren de renners amper een paar kilometer van de Frans-Spaanse grens, maar ze blijven wel in Frankrijk, zoals in de héle Tour dit jaar. Dat lag al vast voor de uitbraak van de coronacrisis, maar komt nu wel van pas, gezien de verschillende maatregelen en quarantaines in alle buurlanden.

In moderne wielertijden is zo'n Ronde IN Frankrijk wel uitzonderlijk. Voor een héle Tour op het Franse vasteland moet je zelfs al teruggaan naar 1986, met start in Boulogne, nabij Parijs. Eén kanttekening: het parcours van de editie van 2013 kleurde ook volledig blauw-wit-rood, maar die startte op het eiland Corsica.

7

De zwaarste beklimming van de dag is de col de Marie-Blanque, die zijn naam dankt aan de witte krenggier/aasgier, in het plaatselijke béarnais-dialect Maria Blanca genoemd.

Een bekende naam, en toch is het al tien jaar geleden dat de Tour er gepasseerd is. Toen kwam Juan Antonio Flecha als eerste boven, 32 jaar na de eerste beklimming van de Marie-Blanque, in de Tour van 1978. Met toen een Belg als koploper op de top: Michel Pollentier. Hij had gedemarreerd in de laatste kilometer, maar in de afdaling naar Pau liep alles weer samen.

Daar speelde de Nederlandse Ti-Raleigh-ploeg een meerderheid qua manschappen perfect uit. Henk Lubberding soleerde zo naar een van zijn drie ritzeges in de Tour. Onze landgenoot Joseph Bruyère behield, ondanks een lekke band en een razende achtervolging van 25 kilometer, toen de gele trui die hij in totaal acht dagen droeg.

8

Op de Marie Blanque beleefde Frank Vandenbroucke in 2000 een van de dieptepunten uit zijn carrière. In de rit naar Hautacam moest hij er al vroeg lossen uit het peloton. Een paar kilometer verder stapte de Cofidisrenner al in de wagen van de medische dienst.

© BELGAIMAGE

Gewoon opgeven was natuurlijk niets voor Vandenbroucke. Hij verliet de wedstrijd zonder zijn rugnummer af te geven aan de jury. Gevolg: urenlang was het niet duidelijk of, hoe en waar VDB uit de race was verdwenen. Zelfs de ploegleiding van Cofidis kon geen uitsluitsel geven. Aan een VRT-ploeg die hem stond op te wachten aan zijn hotel, meldde Vandenbroucke dat tendinitis in de linkerknie de oorzaak van zijn opgave was. Een pijnlijke aftocht.

8

In diezelfde rit ontsnapte boezemvriend en ploegmaat Nico Mattan samen met de Spanjaard Javier Oxtoa. Die loste de Belg al op de Marie Blanque en soleerde vervolgens naar de mooiste zege uit zijn carrière. Boven op Hautacam, in de gietende regen, door net uit de greep van Lance Armstrong te blijven.

© AFP

Een jaar later sloeg het noodlot toe bij Javier en zijn tweelingbroer Ricardo. In de buurt van Malaga werd het duo aangereden. Ricardo overleefde het niet en Javier belandde in coma.Na twee maanden werd duidelijk dat hij zijn leven lang gehandicapt zou blijven. Maar de Spanjaard toonde veerkracht en kwam terug, als paralympiër. Otxoa won twee keer goud en zilver op Paralympische Spelen van 2004 en 2008. Maar het noodlot bleef hem achtervolgen, want in 2018 overleed Oxtoa al op 43-jarige leeftijd na een slepende ziekte.

9

Aankomstplaats van deze rit is Laruns, 18 kilometer na de top van de Marie-Blanque. Afwachten of dat een rem zal zijn op eventuele aanvallen van de klassementsrenners in de bijzonder steile laatste kilometers van die 'Aasgier'-col.

In 2018 arriveerde de Tour ook in Laruns. Toen kwamen de renners van de andere kant, vanaf de Col d'Aubisque, en was het Primoz Roglic die als een skispringer naar beneden vloog, weg van Geraint Thomas, Chris Froome en toen nog Sunwebkopman Tom Dumoulin.

© BELGA

Die was achteraf ziedend - Roglic werd immers een gevaar voor zijn podiumplaats - en richtte zijn woede op de motorrijder van de Franse tv die voor Roglic reed. "Die moet gewoon achter ons rijden. Ik heb heel veel respect voor Primoz en hij kan er helemaal niets aan doen. Het is een mooie overwinning, maar op deze manier..."

Later gaf Dumoulin toe dat niet de motor maar hijzelf schuld trof. Hij had direct in het wiel van de Sloveen moeten zitten. Die rit was een voorbode voor de volgende jaren. Met Roglic als het nieuwe alfamannetje en Dumoulin die nu in zijn schaduw staat bij Jumbo-Visma.

10

De renners krijgen morgen een rustdag, maar moeten daarvoor wel de verplaatsing maken naar La Rochelle in de Charente-Maritime. Niet per vliegtuig, zoals aanvankelijk gepland, maar wegens de coronamaatregelen met de bus of auto. Een afstand van liefst 430 kilometer over de A65 en de A10 langs Bordeaux.

1Voor het zevende jaar op rij en voor de 72e keer is Pau ville étape in de Tour, sinds zijn debuut in 1930. "Wij zijn permanent kandidaat", aldus Josy Poueyto, Madame Tour de France van de stad en députée van het departement Pyrénées-Atlantiques. Zij en burgemeester François Bayrou onderhouden een directe lijn met Tourbaas Christian Prudhomme. De stad Pau heeft zelfs een aparte cel die de (bijna jaarlijkse) passages van La Grande Boucle in goede banen leidt.Dit jaar wel alleen een départ, met zoals de laatste keren de officieuze start aan het pleintje met 'Le Tour des Géants'. Daar staat voor elke verreden Toureditie een digitale totempaal voorzien van de naam/foto van de eindwinnaar en een QR-code. Die kunnen bezoekers scannen en zo via hun smartphone in de Tourhistorie duiken.2Deze 154 kilometer lange rit speelt zich volledig af in de bergen en de drie valleien van de Béarne, een deel van het departement Pyrénées-Atlantiques.Nieuw op het parcours: de col de la Hourcère, een stevige beklimming (11,1 kilometer aan gemiddeld 8,8 procent, met vooral een heel steil eerste deel) op een smalle en korrelige weg dat naar het kleine skistation Issarbre leidt. En daarom ook weleens Col d'Issarbe wordt genoemd. Volgens Christian Prudhomme zullen we deze klim nog vaker terugzien in de komende jaren. Niet toevallig een col met op de top een fabelachtig panoramazicht.3Daarna volgt een korte afdaling, een korte klim naar de top van de Col de Soudet en daarna een 20 kilometer lange afzink naar Arrete.Deze afdaling reden de renners in de Tour van 2015 omhoog, richting het skistation La Pierre Saint-Martin, gelegen even boven de top van de col de Soudet. Hier reeg Chris Froome de concurrentie aan zijn zwaard. Ploegmaat Richie Porte werd tweede op 59 seconden, Nairo Quintana derde op ruim een minuut.Opvallend, als vierde in de uitslag: Robert Gesink. De Nederlander had teruggevochten na vele valpartijen en sloot eindelijk weer aan bij de top. Merijn Zeeman, ploegleider van het toen nog kleine Team LottoNL-Jumbo, was achteraf zo geëmotioneerd dat hij amper uit zijn woorden raakte. Vijf jaar later leidt Zeeman nu de Nederlandse Jumbo-Vismaploeg met een Sloveense kopman, mogelijk op weg naar Tourwinst. En met Robert Gesink als 'knecht' in de bergen. Het kan verkeren.4De col de Soudet en de côte de Issarbe (het kort knikje naar de top van de col de la Hourcère, die de renners die vandaag dus in omgekeerde richting opfietsen) lag ook op het parcours in de Tour van 1995, in de etappe van Tarbes naar Pau. Die vond plaats de dag nadat Fabio Casartelli was overleden als gevolg van een crash in de afdaling van de Portet-d'Aspet. Gianni Bugno, vandaag voorzitter van de fel gecontesteerde, zwakke rennersvakbond, nam het initiatief om de etappe te laten neutraliseren. Al werd er wel gefietst: een rouwstoet die 7 uur, 50 minuten en 12 seconden duurde, over 237 kilometer en over ook alle beklimmingen (inclusief ook de col de Marie-Blanque). Mentaal bijzonder zwaar, want ondanks het gezapige tempo moest onder meer Johan Museeuw even lossen op de Col de Soudet. Hij lag immers daags ervoor naast de gevallen Fabio Casartelli. Aan de finish in Pau mochten de zes overgebleven Motorolaploegmaats van de Italiaan afgescheiden over de finishlijn rijden. 6Op de top van de col de Soudet passeren de renners amper een paar kilometer van de Frans-Spaanse grens, maar ze blijven wel in Frankrijk, zoals in de héle Tour dit jaar. Dat lag al vast voor de uitbraak van de coronacrisis, maar komt nu wel van pas, gezien de verschillende maatregelen en quarantaines in alle buurlanden.In moderne wielertijden is zo'n Ronde IN Frankrijk wel uitzonderlijk. Voor een héle Tour op het Franse vasteland moet je zelfs al teruggaan naar 1986, met start in Boulogne, nabij Parijs. Eén kanttekening: het parcours van de editie van 2013 kleurde ook volledig blauw-wit-rood, maar die startte op het eiland Corsica.7De zwaarste beklimming van de dag is de col de Marie-Blanque, die zijn naam dankt aan de witte krenggier/aasgier, in het plaatselijke béarnais-dialect Maria Blanca genoemd. Een bekende naam, en toch is het al tien jaar geleden dat de Tour er gepasseerd is. Toen kwam Juan Antonio Flecha als eerste boven, 32 jaar na de eerste beklimming van de Marie-Blanque, in de Tour van 1978. Met toen een Belg als koploper op de top: Michel Pollentier. Hij had gedemarreerd in de laatste kilometer, maar in de afdaling naar Pau liep alles weer samen. Daar speelde de Nederlandse Ti-Raleigh-ploeg een meerderheid qua manschappen perfect uit. Henk Lubberding soleerde zo naar een van zijn drie ritzeges in de Tour. Onze landgenoot Joseph Bruyère behield, ondanks een lekke band en een razende achtervolging van 25 kilometer, toen de gele trui die hij in totaal acht dagen droeg.8Op de Marie Blanque beleefde Frank Vandenbroucke in 2000 een van de dieptepunten uit zijn carrière. In de rit naar Hautacam moest hij er al vroeg lossen uit het peloton. Een paar kilometer verder stapte de Cofidisrenner al in de wagen van de medische dienst.Gewoon opgeven was natuurlijk niets voor Vandenbroucke. Hij verliet de wedstrijd zonder zijn rugnummer af te geven aan de jury. Gevolg: urenlang was het niet duidelijk of, hoe en waar VDB uit de race was verdwenen. Zelfs de ploegleiding van Cofidis kon geen uitsluitsel geven. Aan een VRT-ploeg die hem stond op te wachten aan zijn hotel, meldde Vandenbroucke dat tendinitis in de linkerknie de oorzaak van zijn opgave was. Een pijnlijke aftocht.8In diezelfde rit ontsnapte boezemvriend en ploegmaat Nico Mattan samen met de Spanjaard Javier Oxtoa. Die loste de Belg al op de Marie Blanque en soleerde vervolgens naar de mooiste zege uit zijn carrière. Boven op Hautacam, in de gietende regen, door net uit de greep van Lance Armstrong te blijven.Een jaar later sloeg het noodlot toe bij Javier en zijn tweelingbroer Ricardo. In de buurt van Malaga werd het duo aangereden. Ricardo overleefde het niet en Javier belandde in coma.Na twee maanden werd duidelijk dat hij zijn leven lang gehandicapt zou blijven. Maar de Spanjaard toonde veerkracht en kwam terug, als paralympiër. Otxoa won twee keer goud en zilver op Paralympische Spelen van 2004 en 2008. Maar het noodlot bleef hem achtervolgen, want in 2018 overleed Oxtoa al op 43-jarige leeftijd na een slepende ziekte.9Aankomstplaats van deze rit is Laruns, 18 kilometer na de top van de Marie-Blanque. Afwachten of dat een rem zal zijn op eventuele aanvallen van de klassementsrenners in de bijzonder steile laatste kilometers van die 'Aasgier'-col. In 2018 arriveerde de Tour ook in Laruns. Toen kwamen de renners van de andere kant, vanaf de Col d'Aubisque, en was het Primoz Roglic die als een skispringer naar beneden vloog, weg van Geraint Thomas, Chris Froome en toen nog Sunwebkopman Tom Dumoulin. Die was achteraf ziedend - Roglic werd immers een gevaar voor zijn podiumplaats - en richtte zijn woede op de motorrijder van de Franse tv die voor Roglic reed. "Die moet gewoon achter ons rijden. Ik heb heel veel respect voor Primoz en hij kan er helemaal niets aan doen. Het is een mooie overwinning, maar op deze manier..." Later gaf Dumoulin toe dat niet de motor maar hijzelf schuld trof. Hij had direct in het wiel van de Sloveen moeten zitten. Die rit was een voorbode voor de volgende jaren. Met Roglic als het nieuwe alfamannetje en Dumoulin die nu in zijn schaduw staat bij Jumbo-Visma.10De renners krijgen morgen een rustdag, maar moeten daarvoor wel de verplaatsing maken naar La Rochelle in de Charente-Maritime. Niet per vliegtuig, zoals aanvankelijk gepland, maar wegens de coronamaatregelen met de bus of auto. Een afstand van liefst 430 kilometer over de A65 en de A10 langs Bordeaux.