In Italië tekende zes renners tekenden voor de vroege vlucht tussen Camaiore en Chiusdino: Simon Pellaud (Androni), Marcus Burghardt (BORA), Vincenzo Albanese, John Archibald (beide Kometa), Simone Velasco (Gazprom) en onze landgenoot Pieter Vanspeybrouck (Intermarché-Wanty Gobert). Het zestal verzamelde een bonus van ruim vijf minuten op het peloton waar Jumbo-Visma voor leider Wout van Aert controleerde.

Met de lastige finale in het verschiet begon het peloton zich te organiseren en werden de kopmannen in stelling gebracht voor de laatste 50 km met daarin heel wat pittige heuveltjes. De voorsprong van de vluchters smolt als sneeuw voor de zon, in het peloton moest Peter Sagan al vroeg lossen, zijn coronabesmetting laat zich duidelijk nog voelen.

Op 35 km van het eind was het verhaal uit voor de vluchters, Ineos mende het peloton bergop en dat bleek het sein voor een aanval van Egan Bernal net voor de top. In de afdaling kreeg hij Kasper Asgreen en Jasper De Buyst met zich mee. 20 seconden, meer kregen de vluchters niet van het peloton waar een tegenaanval werd opgezet met zeven renners, onder hen ook Tim Wellens. Die aanval reikte niet ver, een poging van Simon Yates had meer succes.

Zij kwamen bij de leiders, maar er volgde finaal dan toch een hergroepering op 31 km. Yates, eindwinnaar vorig jaar, wilde duidelijk meer en lanceerde meteen daarna een nieuwe aanval op één van de vele niet gecategoriseerde klimmetjes. Hij kreeg deze keer Almeida, Landa en Sivakov met zich mee. Dit kwartet draaide goed rond en telde op een bepaald moment 40 seconden bonus op het peloton van leider Van Aert die niet veel mannetjes meer in steun had, maar in het slot wel de steun zou krijgen van UAE Team Emirates voor Pogacar.

Aan de voet van de slotklim, 7 km lang, telden de vier vluchters nog 28 tellen bonus. Zou het volstaan of niet? Neen, want Yates en co werden gegrepen op 1,1 km, enkel Almeida bood nog weerstand en begon aan een lange sprint bergop. In het peloton was het Geraint Thomas die op zoek ging naar de Portugees en alles op een lint trok. Hij kreeg Alaphilippe in zijn wiel, die op zijn beurt geschaduwd werd door Van Aert.

Toen de finish in zicht was en Almeida helemaal leek stil te vallen, zette ploegmaat en wereldkampioen Alaphilippe zijn aanval in. Voor Van Aert ging het net iets te snel, Mathieu van der Poel moest zijn sprint van te ver aanzetten en strandde op een tweede plek, Van Aert finishte als derde en blijf leider met vier seconden voorsprong op Alaphilippe.

Bennett te sterk in Frankrijk

Ook in Parijs-Nice was het feest voor de ploeg van Patrick Lefevere. Sam Bennett boekte er zijn etappewinst.

In de vijfde etappe van Vienne naar Bollène, over 200 kilometer, kregen de sprinters, althans toch op papier, hun laatste kans in deze Parijs-Nice met onderweg enkel de Côte de Saint-Restitut als enige gecategoriseerde klim.

Na de lastige etappe van woensdag waar Primoz Roglic zich de primus toonde, besloot het peloton duidelijk een een snipperdag te nemen, want in het eerste wedstrijduur werd amper 31,8 km afgelegd en geen aanvallen opgetekend, ook in het tweede wedstrijduur ging het niet veel sneller, met amper 32,8 km als gemiddelde en geen zin voor initiatief, net zoals in het derde wedstrijduur. Het zou duren tot km 130 ongeveer vooraleer er wat animo in het peloton kwam toen Oliver Naesen en Philippe Gilbert het tempo de hoogte injoegen.

Uiteindelijk kregen we een kopgroep van maar liefst 11 Belgen met Victor Campenaerts (Qhubeka), Jasper Stuyven en Edward Theuns (Trek-Segafredo), Thomas De Gendt en Philippe Gilbert (Lotto-Soudal), Tim Declercq en Yves Lampaert (Deceuninck-Quick Step), Stan De Wulf en Oliver Naesen (Ag2R-Citroen), Dries de Bondt en Louis Vervaeke (Alpecin-Fenix) die op 72 km van het eind hun kans gingen. Het Belgisch feestje ging evenwel niet door, het peloton bracht hen weer bij de les en daarna ging het gegroepeerd richting de finish.

In het slot kregen we wel nog enkele valpartijen te verwerken. Zo kwamen Rudy Barbier, Patrick Bevin en Laurens De Plus ten val, maar zonder erg. Minder goed verging het Tony Martin die samen met nog enkele andere ploegmaten en leider Roglic het asfalt raakte. De Duitser moest uit de wedstrijd stappen, de andere reden voort. Ook Stan Dewulf ging er op 14 km het eind bij liggen, intussen organiseerden de sprintersploegen zich. In de sprint stond geen maat op Bennett die zijn tweede ritzege pakte in deze Parijs-Nice.

Roglic blijft leider, met 31 seconden voorsprong op Maximilian Schachmann, Tiesj Benoot staat zevende op 1:04.

In Italië tekende zes renners tekenden voor de vroege vlucht tussen Camaiore en Chiusdino: Simon Pellaud (Androni), Marcus Burghardt (BORA), Vincenzo Albanese, John Archibald (beide Kometa), Simone Velasco (Gazprom) en onze landgenoot Pieter Vanspeybrouck (Intermarché-Wanty Gobert). Het zestal verzamelde een bonus van ruim vijf minuten op het peloton waar Jumbo-Visma voor leider Wout van Aert controleerde. Met de lastige finale in het verschiet begon het peloton zich te organiseren en werden de kopmannen in stelling gebracht voor de laatste 50 km met daarin heel wat pittige heuveltjes. De voorsprong van de vluchters smolt als sneeuw voor de zon, in het peloton moest Peter Sagan al vroeg lossen, zijn coronabesmetting laat zich duidelijk nog voelen. Op 35 km van het eind was het verhaal uit voor de vluchters, Ineos mende het peloton bergop en dat bleek het sein voor een aanval van Egan Bernal net voor de top. In de afdaling kreeg hij Kasper Asgreen en Jasper De Buyst met zich mee. 20 seconden, meer kregen de vluchters niet van het peloton waar een tegenaanval werd opgezet met zeven renners, onder hen ook Tim Wellens. Die aanval reikte niet ver, een poging van Simon Yates had meer succes. Zij kwamen bij de leiders, maar er volgde finaal dan toch een hergroepering op 31 km. Yates, eindwinnaar vorig jaar, wilde duidelijk meer en lanceerde meteen daarna een nieuwe aanval op één van de vele niet gecategoriseerde klimmetjes. Hij kreeg deze keer Almeida, Landa en Sivakov met zich mee. Dit kwartet draaide goed rond en telde op een bepaald moment 40 seconden bonus op het peloton van leider Van Aert die niet veel mannetjes meer in steun had, maar in het slot wel de steun zou krijgen van UAE Team Emirates voor Pogacar. Aan de voet van de slotklim, 7 km lang, telden de vier vluchters nog 28 tellen bonus. Zou het volstaan of niet? Neen, want Yates en co werden gegrepen op 1,1 km, enkel Almeida bood nog weerstand en begon aan een lange sprint bergop. In het peloton was het Geraint Thomas die op zoek ging naar de Portugees en alles op een lint trok. Hij kreeg Alaphilippe in zijn wiel, die op zijn beurt geschaduwd werd door Van Aert. Toen de finish in zicht was en Almeida helemaal leek stil te vallen, zette ploegmaat en wereldkampioen Alaphilippe zijn aanval in. Voor Van Aert ging het net iets te snel, Mathieu van der Poel moest zijn sprint van te ver aanzetten en strandde op een tweede plek, Van Aert finishte als derde en blijf leider met vier seconden voorsprong op Alaphilippe.Ook in Parijs-Nice was het feest voor de ploeg van Patrick Lefevere. Sam Bennett boekte er zijn etappewinst. In de vijfde etappe van Vienne naar Bollène, over 200 kilometer, kregen de sprinters, althans toch op papier, hun laatste kans in deze Parijs-Nice met onderweg enkel de Côte de Saint-Restitut als enige gecategoriseerde klim. Na de lastige etappe van woensdag waar Primoz Roglic zich de primus toonde, besloot het peloton duidelijk een een snipperdag te nemen, want in het eerste wedstrijduur werd amper 31,8 km afgelegd en geen aanvallen opgetekend, ook in het tweede wedstrijduur ging het niet veel sneller, met amper 32,8 km als gemiddelde en geen zin voor initiatief, net zoals in het derde wedstrijduur. Het zou duren tot km 130 ongeveer vooraleer er wat animo in het peloton kwam toen Oliver Naesen en Philippe Gilbert het tempo de hoogte injoegen. Uiteindelijk kregen we een kopgroep van maar liefst 11 Belgen met Victor Campenaerts (Qhubeka), Jasper Stuyven en Edward Theuns (Trek-Segafredo), Thomas De Gendt en Philippe Gilbert (Lotto-Soudal), Tim Declercq en Yves Lampaert (Deceuninck-Quick Step), Stan De Wulf en Oliver Naesen (Ag2R-Citroen), Dries de Bondt en Louis Vervaeke (Alpecin-Fenix) die op 72 km van het eind hun kans gingen. Het Belgisch feestje ging evenwel niet door, het peloton bracht hen weer bij de les en daarna ging het gegroepeerd richting de finish. In het slot kregen we wel nog enkele valpartijen te verwerken. Zo kwamen Rudy Barbier, Patrick Bevin en Laurens De Plus ten val, maar zonder erg. Minder goed verging het Tony Martin die samen met nog enkele andere ploegmaten en leider Roglic het asfalt raakte. De Duitser moest uit de wedstrijd stappen, de andere reden voort. Ook Stan Dewulf ging er op 14 km het eind bij liggen, intussen organiseerden de sprintersploegen zich. In de sprint stond geen maat op Bennett die zijn tweede ritzege pakte in deze Parijs-Nice.Roglic blijft leider, met 31 seconden voorsprong op Maximilian Schachmann, Tiesj Benoot staat zevende op 1:04.