De mannen junioren kregen een iets langer parcours (22,3 kilometer) voorgeschoteld dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten (19,3 kilometer) woensdagochtend. Net zoals bij de meisjes lagen er onderweg amper bochten, was het vooral rechttoe rechtaan. Met Alec Segaert en Cian Uijtdebroeks startte België met de nummers een en twee van het jongste EK. Uijtdebroeks noemde zichzelf geen favoriet voor deze tijdrit, wegens een te vlak parcours en een kleine spierblessure. Wel ging hij alles geven en hoopte hij op een sterke prestatie.

Segaert daarentegen ging vol voor goud, maar vreesde de Britten en Denen en nog enkele onbekende namen. De eerste richttijd aan de finish was er één van de Brit Joshua Tarling, hij klokte af in 25:57 en mocht in de hotseat plaatsnemen. Lang zou dat niet duren want de Deen Gustav Wang, ook al niet gestart op het EK zoals Tarling, verraste iedereen met een knaltijd van 25:37, 20 seconden onder de chrono van de Brit. De Fransman Eddy Le Huitouze, goed voor brons op het EK, kwam niet in de buurt, net zo min als Uijtdebroeks. Hij klokte aan de finish de vierde tijd, maar zou daarna nog uit de top vijf vallen.

Uitkijken was daarna naar de Ier Darren Rafferty, vierde op het EK, maar ook hij gaf al veel tijd prijs bij het eerste tussenpunt en deed niet mee voor het podium. Segaert mocht als laatste starten. Na het tussenpunt klokte hij de vierde tijd, op 18 seconden van Wang. Goud leek onmogelijk, zilver of brons was met slechts vier en twee seconden aan het tussenpunt niet ver weg. Segaert reed een bijzonder sterk slot.

Het goud ging naar Wang, zilver was voor Tarling en brons voor Segaert, die 52 honderdsten overhield op de Deen Carl-Frederik Bevort. Eerder behaalde de Denen ook al goud bij de beloften in het tijdrijden met Johan Price-Pejtersen. Ook toen finishte met Florian Vermeersch een Belg als derde.

De Belgen zitten nu aan vier medailles op dit WK. Naast Vermeersch en Segaert zorgden Wout van Aert (zilver) en Remco Evenepoel (brons) daarvoor in de tijdrit voor eliterenners.

Op de erelijst van het WK tijdrijden voor junioren, dat sinds 1994 gereden wordt, staan drie Belgen: Jurgen van den Broeck (2001), Igor Decraene (2013) en Evenepoel (2018). In 2019 was de Italiaan Antonio Tiberi de vorige winnaar. In 2020 reden de junioren wegens de pandemie geen WK.

Belgische tijdrijders veroverden nooit eerder meer WK-medailles

Met de bronzen medaille die Alec Segaert dinsdag veroverde in de tijdrit voor junioren op het WK wielrennen in België hebben de Belgen een record verbroken. Nooit eerder haalde België zoveel medailles in de tijdritten van het WK.

Segaert bezorgde België een vierde medaille op deze Wereldkampioenschappen, na het zilver en brons van respectievelijk Wout van Aert en Remco Evenepoel in de elite tijdrit op zondag en het brons van Florian Vermeersch bij de U23 op maandag. Tijdritten werden in 1994 aan het WK-programma toegevoegd. Sindsdien was de meest productieve editie voor de Belgen tot nu toe die van 2018 in Innsbruck, toen Victor Campenaerts brons pakte in de elitecategorie, Brent van Moer zilver bij de U23 en Remco Evenepoel wereldkampioen bij de junioren werd.

Campenaerts' medaille in 2018 was de eerste die door een Belg werd gewonnen in een elitetijdrit. Sindsdien heeft er altijd minstens één Belg op het podium gestaan: Evenepoel in 2019 in Harrogate en Van Aert in 2020 in Imola wonnen zilver.

Beide mannen haalden zondag weer het podium: Van Aert werd tweede voor Evenepoel. Ze bezorgden zo het Belgische wielrennen opnieuw een historisch moment. Dominique Cornu won de U23-titel in 2006. Naast Evenepoel zijn nog twee Belgen wereldkampioen bij de junioren geweest: Jurgen Van den Broecke in 2001 en Igor Decraene in 2013.

De mannen junioren kregen een iets langer parcours (22,3 kilometer) voorgeschoteld dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten (19,3 kilometer) woensdagochtend. Net zoals bij de meisjes lagen er onderweg amper bochten, was het vooral rechttoe rechtaan. Met Alec Segaert en Cian Uijtdebroeks startte België met de nummers een en twee van het jongste EK. Uijtdebroeks noemde zichzelf geen favoriet voor deze tijdrit, wegens een te vlak parcours en een kleine spierblessure. Wel ging hij alles geven en hoopte hij op een sterke prestatie. Segaert daarentegen ging vol voor goud, maar vreesde de Britten en Denen en nog enkele onbekende namen. De eerste richttijd aan de finish was er één van de Brit Joshua Tarling, hij klokte af in 25:57 en mocht in de hotseat plaatsnemen. Lang zou dat niet duren want de Deen Gustav Wang, ook al niet gestart op het EK zoals Tarling, verraste iedereen met een knaltijd van 25:37, 20 seconden onder de chrono van de Brit. De Fransman Eddy Le Huitouze, goed voor brons op het EK, kwam niet in de buurt, net zo min als Uijtdebroeks. Hij klokte aan de finish de vierde tijd, maar zou daarna nog uit de top vijf vallen. Uitkijken was daarna naar de Ier Darren Rafferty, vierde op het EK, maar ook hij gaf al veel tijd prijs bij het eerste tussenpunt en deed niet mee voor het podium. Segaert mocht als laatste starten. Na het tussenpunt klokte hij de vierde tijd, op 18 seconden van Wang. Goud leek onmogelijk, zilver of brons was met slechts vier en twee seconden aan het tussenpunt niet ver weg. Segaert reed een bijzonder sterk slot. Het goud ging naar Wang, zilver was voor Tarling en brons voor Segaert, die 52 honderdsten overhield op de Deen Carl-Frederik Bevort. Eerder behaalde de Denen ook al goud bij de beloften in het tijdrijden met Johan Price-Pejtersen. Ook toen finishte met Florian Vermeersch een Belg als derde. De Belgen zitten nu aan vier medailles op dit WK. Naast Vermeersch en Segaert zorgden Wout van Aert (zilver) en Remco Evenepoel (brons) daarvoor in de tijdrit voor eliterenners. Op de erelijst van het WK tijdrijden voor junioren, dat sinds 1994 gereden wordt, staan drie Belgen: Jurgen van den Broeck (2001), Igor Decraene (2013) en Evenepoel (2018). In 2019 was de Italiaan Antonio Tiberi de vorige winnaar. In 2020 reden de junioren wegens de pandemie geen WK. Met de bronzen medaille die Alec Segaert dinsdag veroverde in de tijdrit voor junioren op het WK wielrennen in België hebben de Belgen een record verbroken. Nooit eerder haalde België zoveel medailles in de tijdritten van het WK.Segaert bezorgde België een vierde medaille op deze Wereldkampioenschappen, na het zilver en brons van respectievelijk Wout van Aert en Remco Evenepoel in de elite tijdrit op zondag en het brons van Florian Vermeersch bij de U23 op maandag. Tijdritten werden in 1994 aan het WK-programma toegevoegd. Sindsdien was de meest productieve editie voor de Belgen tot nu toe die van 2018 in Innsbruck, toen Victor Campenaerts brons pakte in de elitecategorie, Brent van Moer zilver bij de U23 en Remco Evenepoel wereldkampioen bij de junioren werd. Campenaerts' medaille in 2018 was de eerste die door een Belg werd gewonnen in een elitetijdrit. Sindsdien heeft er altijd minstens één Belg op het podium gestaan: Evenepoel in 2019 in Harrogate en Van Aert in 2020 in Imola wonnen zilver. Beide mannen haalden zondag weer het podium: Van Aert werd tweede voor Evenepoel. Ze bezorgden zo het Belgische wielrennen opnieuw een historisch moment. Dominique Cornu won de U23-titel in 2006. Naast Evenepoel zijn nog twee Belgen wereldkampioen bij de junioren geweest: Jurgen Van den Broecke in 2001 en Igor Decraene in 2013.