Wat zegt u 55°40'33.94? Nee, het is geen wiskundige formule, het is de breedtegraad van Kopenhagen. De Deense hoofdstad wordt immers de meest noordelijke Grand Départ-locatie in de Tourgeschiedenis, twee graden noordelijker dan Leeds (2014) en Dublin (1998).
...

Wat zegt u 55°40'33.94? Nee, het is geen wiskundige formule, het is de breedtegraad van Kopenhagen. De Deense hoofdstad wordt immers de meest noordelijke Grand Départ-locatie in de Tourgeschiedenis, twee graden noordelijker dan Leeds (2014) en Dublin (1998). Wel niet van de drie grote rondes, want die titel heeft een andere Deense stad, Herning, in handen (voor de Grande Partenza van de Giro 2012). Herning ligt immers nog een graadje noordelijker dan Kopenhagen. Denemarken mag zo wel voor het eerst de Tourstart organiseren, als tiende land naast Frankrijk. Een Grand Départ met als motto ' The greatest cycling race in the world meets the best cycling city in the world', gezien de fietscultuur in Kopenhagen. Die ontmoeting vindt wel met een jaar vertraging plaats: Kopenhagen was oorspronkelijk voorzien als startplaats van de Tour 2021. Door het verschuiven van het EK voetbal, wegens de coronacrisis, dreigde het als een van de speelsteden echter twee grote events tezelfdertijd te moeten ontvangen. Waarop de geplande startlocaties van de Tour 2021 en 2022 omgewisseld werden. Opmerkelijk: door het driedaagse Tourbezoek aan Denemarken en de lange verplaatsing op maandag naar Frankrijk start deze editie al op vrijdag. ASO maakt gebruik van een uitzondering in het UCI-reglement: eenmaal om de vier jaar mag een organisator één wedstrijddag toevoegen. Hoogst uitzonderlijk, want zelfs voor de Tourstart in Dublin in 1998 werd er geen reisdag ingelast. Je moet al teruggaan naar 1987, met Le Grand Départ in Berlijn, voor een editie waarin La Grande Boucle op een weekdag begon. Toen zelfs op woensdag, met de reisdag twee dagen later. De laatste Tourstart op vrijdag dateert van nog een jaar eerder, in 1986, toen met een proloog in Boulogne-Billancourt, gewonnen door Thierry Marie, bijzonder nipt voor Eric Vanderaerden (ze eindigden binnen dezelfde seconde).Ook nu trekt de Tour zich op gang met een tijdrit, en dat was het voorbije anderhalf decennium eerder uitzondering dan regel. Na de jaarlijkse proloog tussen 1967 en 2007 veranderde de pas aangestelde Tourbaas Christian Prudhomme van koers, met alleen nog prologen of korte chronoproeven in 2009 (Monaco), 2010 (Rotterdam), 2012 (Luik), 2015 (Utrecht) en 2017 (Düsseldorf). Niet toevallig in het buitenland, aangezien zo'n tijdrit de spotlights een hele dag op de organiserende stad zet. En het heeft als voordeel dat er, zeker in deze tijdrit van 13 km, al flinke tijdsverschillen te noteren zullen zijn. Waardoor minder renners nog kans maken op het geel en ze minder risico's gaan nemen, wat dan weer het aantal valpartijen in de eerste dagen zou moeten verkleinen. Zo luidt de theorie, want in de Tour gaat het er altijd nerveus aan toe. Wereldkampioen tijdrijden Filippo Ganna zal het alvast toejuichen. Hij heeft namelijk zijn zinnen op de leiderstrui gezet, bij zijn allereerste deelname aan de Tour. Zoals hij ook in 2020 als debutant meteen het roze veroverde in de Giro, met een chronozege in Palermo. Als de Italiaan slaagt in zijn opzet, kan hij meteen een uniek exemplaar van le maillot jaune aantrekken en in zijn privémuseum plaatsen. Niet meer gemaakt door het Franse Le Coq Sportif (de kledingsponsor die in 2011 Nike opvolgde), maar door het Italiaanse Santini. Al zal Ganna de zege niet cadeau krijgen. Want ook Wout van Aert, als zijn knie tenminste helemaal genezen is, is belust op die ritzege én zijn eerste gele trui in de Tour. De Kempenaar zou daarmee in de voetsporen treden van drie Belgen die in het verleden al de openingstijdrit of proloog van de Ronde van Frankrijk hebben gewonnen: Eddy Merckx (drie keer, in 1970 Limoges, 1972 Angers en 1974 Brest), Freddy Maertens (in 1976, Saint-Jean-de-Monts) en Eric Vanderaerden (in 1983, Fontenay-sous-Bois).Opvallend: Vanderaerden en Merckx (in 1972) wonnen de proloog op 1 juli, dezelfde dag van de openingstijdrit in Kopenhagen. Als Van Aert die zou winnen, zou hij dus exact 50 jaar later in de voetsporen van de Kannibaal treden.Ook opmerkelijk: de twee topfavorieten starten vlak na elkaar, maar niet, zoals gebruikelijk, bij de laatste renners (net voor 19 uur). Wel al om 17.03 uur (Ganna) en 17.04 uur (Van Aert), met Tadej Pogacar nog een minuut later. Er wordt in Kopenhagen immers regen verwacht tegen de avond (zie weerbericht onderaan). De grootste concurrentie voor Ganna en Van Aert lijkt van Mathieu van der Poel (tweede in de eerste tijdrit van de Giro, weliswaar op een heuvelachtiger parcours), de Zwitserse specialisten Stefan Bisseger en Stefan Küng en de Deense thuisrijders te komen. Met name van Mads Pedersen, die heel erg heeft toegeleefd naar deze tijdrit, en alle stukken en bochten meermaals heeft gesimuleerd op een ander, verkeersvrij parcours - oefenen in Kopenhagen zelf was immers niet mogelijk. Zijn huis heeft Pedersen zelfs vol gekleefd met info over het parcours. Hij zal dat dus blind kunnen rijden.Die omloop van 13 km werd langs veel bezienswaardigheden in Kopenhagen getekend, onder meer langs de Koningin Louise-brug (waar elke dag 40.000 fietsers passeren), het Parkenvoetbalstadion, het standbeeld van de Kleine Zeemeermin, óver de kasseitjes van het koninklijk paleis Amalienborg, om te eindigen op Rådhuspladsen, voor het stadhuis. Opmerkelijk: op verzoek van ASO werd hier en daar een meer technische, scherpe bocht gelegd, onder meer aan de havenpier Langelinie, bij het standbeeld van de Kleine Zeemeermin. Omdat er in totaal ook een twintigtal bochten zijn, lijkt het weinig waarschijnlijk dat Ganna, of een andere chronospecialist, het snelheidsrecord in een Tourtijdrit, nu op naam van Rohan Dennis (55,446 km per uur in Utrecht, over 13,8 km), zal verbeteren.De vele bochten worden niettemin een bepalende factor: de meeste zijn vrij makkelijk te nemen, op brede boulevards. Behalve in de technische sectie tussen 5,5 en 2,5 km voor de finish, onder meer met twee bochten op kasseitjes.De renners zullen dus sowieso wel telkens licht moeten afremmen en weer optrekken. Nog meer bij een eventueel nat wegdek, waardoor ook de wegmarkeringen gladder worden. Dat voortdurend accelereren is in het voordeel van de explosievere types, zoals Van Aert, Pedersen en Van der Poel.Toch zal Filippo Ganna, die 11 van zijn laatste 15 tijdritten won, allicht moeilijk te kloppen zijn. Al dan niet (mede) door zijn gloednieuwe, stijvere Pinarellotijdritfiets met (voor het eerst) schijfremmen, waardoor hij naar eigen zeggen sneller door de bochten kan gaan. En ook in dat technische onderdeel van het tijdrijden is hij een van de allerbesten. Onze tiercé: 1. Ganna, 2. Van Aert, 3. Pedersen.