Albertville heeft een abonnement als startlocatie, want al voor de zesde maal sinds 2012 wordt er een etappe op gang gevlagd. Telkens als beginpunt van een tocht door de Alpen, behalve vorig jaar: een vlakke rit richting Valence, waar Mark Cavendish won.
...

Albertville heeft een abonnement als startlocatie, want al voor de zesde maal sinds 2012 wordt er een etappe op gang gevlagd. Telkens als beginpunt van een tocht door de Alpen, behalve vorig jaar: een vlakke rit richting Valence, waar Mark Cavendish won. Deze keer is de gaststad van de Winterspelen van 1992 weer de start van een zware Alpenrit: ruim 4000 hoogtemeters. Bovendien over slechts 149 km, waarvan de eerste 40 km eerst volledig vlak zijn, en dan heel licht oplopen. Daar zal allicht een vluchtersgroep ontstaan, met de tussensprint na 16,5 km als mogelijk breekpunt. Het wordt interessant om te zien hoe Wout van Aert en zijn concurrenten voor groen, als die daar nog überhaupt in geloven, dat zullen aanpakken. De Kempenaar is bovendien dé ideale man voor Jumbo-Visma om mee te gaan in een vroege vlucht, om later in de diepe finale van dienst te zijn voor de ploeg. Als er in dat eerste deel nog geen ontsnapping wegrijdt, dan mogelijk wel op op de smalle haarspeldbochten van Lacets de Montvernier (3,4 km aan 8,2%), de eerste klim van de dag, en misschien wel de mooiste van de Alpen.Opmerkelijk: geen Col de la Madeleine, hoewel de renners aan de voet in La Chambre passeren. Niettemin is de kost in de laatste 110 km zeer zwaar. Met eerst de Télégraphe (11,9 km aan 7,1%) en aansluitend, vanaf Valloire (de steilste kant) de Galibier (17,7 km aan 6,9%). Die ligt voor het eerst sinds 2017 nog eens op het Tourparcours. Hier is ook de Souvenir Henri Desgrange te verdienen, een (al vele jaren niet geïndexeerde) premie van 5000 euro voor de eerste renner op het dak van deze Tour (2642 meter). Het valt af te wachten of Jumbo-Visma, eventueel met de hulp van INEOS Grenadiers, al op de Galibier een groot offensief zal lanceren. Om zo de kwetsbare UAE-ploeg, met nog zes man in koers en Marc Hirschi op het punt van kraken, onder druk te zetten en Pogacar te isoleren. Eventueel met een aanval van Primoz Roglic, die nu op 2'52'' van zijn landgenoot staat in het algemene klassement. Maar dan moet diens geteisterde rug wel meewillen.Een ander nadeel: na de top van de Galibier volgt, na een technisch en snel eerste deel, vooral een lange bijtrapafdaling: de Col du Lautaret, tot in Chantemerie (Saint-Chaffrey). Een eenzame vluchter is er altijd in het nadeel, opboksend tegen een grotere groep. Of hij moet de hulp krijgen van een vooruitgestuurde sterke ploegmaat, zoals Wout van Aert... Een mogelijk voordeel: de wind zal licht in de rug blazen.Jumbo-Visma kan het tempo ook al opvoeren op de Galibier, om vervolgens alle kaarten op tafel te gooien op de Col du Granon. Dat lijkt het meest realistische scenario. Een bergtreintje opzetten met Benoot, Kruijswijk en Kuss, en daarna Vingegaard lanceren. De ploegleiding van Jumbo-Visma heeft dan ook veel vertrouwen in de capaciteiten van de Deen op zo'n lange klim in de ijle lucht, tot 2413 meter boven de zeespiegel. Na eerder al de combinatie Télégraphe-Galibier, samengeteld 1 uur en 20 à 25 minuten klimmen tot 2642 meter, is er van tactiek dan nog weinig sprake. De besten drijven sowieso boven.De Col du Granon op zich is ook bijzonder zwaar: 11,3 km aan 9,2 procent, met in het middenstuk drie opeenvolgende kilometers aan ruim 10 procent. Bovendien heeft de vaak hevige wind er vrij spel, zeker in de laatste vier à vijf kilometer, omgeven door open, kale vlaktes. De zon zal er, zonder enige beschutting, ongenadig hard branden.Een door te steiltegraad middellange klim (geschatte klimtijd: ongeveer 37 minuten) op grote hoogte die mógelijk de achilleshiel van Tadej Pogacar kan zijn. Zoals in 2021 op de Mont Ventoux en in 2020 op de Col de la Loze, toen respectievelijk Vingegaard en Roglic hem konden lossen. Weliswaar op nog langere cols van goed 20 km, met een klimtijd van 55 minuten tot ruim een uur.De Sloveen gaf in de podcast van Geraint Thomas afgelopen winter zélf toe dat dat zijn zwak punt is en dat Jumbo-Visma hem zo kan kloppen. Een rookgordijn? Een zelfvervullende voorspelling? Of zal Pogacar de Col du Granon platwalsen? Zoals hij deed met vergelijkbare cols (althans qua klimtijd) als de Prato di Tivo (Tirreno-Adriatico 2021) en Luz-Ardiden (Tour 2021) - al liggen hun toppen wel een stuk onder de 2000 metergrens en zijn ze niet zo steil. We zullen het woensdagnamiddag weten.De grote hoogte van de Col du Granon, op een afgelegen plaats, is ook de reden waarom het laatste bezoek van de Tour al dateert van 1986. Pas het laatste decennium slaagt het ASO-team van logistiek verantwoordelijke Stéphane Boury erin om ook op zulke plaatsen de noodzakelijke faciliteiten voor een Tourfinish neer te poten, weliswaar veel kleiner qua oppervlakte dan in 'normale' ritten.De etappe in de Tour van 1986, met de Granon als slot, was niettemin een memorabele rit. Gewonnen door Edouard Chozas, de Tékarenner die al na 30 km wegreed, 70 km verder, op de Col de Vars, een maximale voorsprong had van 18 minuten en 40 seconden en daar aan de finish nog ruim zes minuten van overhield. Niet de eerste en laatste dergelijke stoot van de Spaanse solospecialist, want ook in 1985 (Aurillac) en 1987 (Morzine) fietste hij alleen naar de ritzege. Bernard Hinault bewaart minder goede herinneringen aan die 20 juli 1986. Hij moest in de gele trui al lossen op de voorlaatste klim, de Izoard, met last van een kuitblessure. Le Blaireau bekende bijna te hebben geweend van de pijn. 'Alsof er doornen in mijn bloed zaten.' Extra pijnlijk: zijn La Vie Claireploegmaat Greg LeMond nam de gele trui, de eerste in zijn carrière, definitief over. Niet omkijkend naar zijn 'kopman' zette hij een duet op met zijn Zwitserse vriend Urs Zimmermann.Daags nadien 'mocht' Hinault wel nog de rit naar Alpe d'Huez winnen, arm in arm met LeMond over de finish bollend, maar de troonsafstand was voltrokken. Krijgen we 36 jaar later zo'n nieuwe omwenteling, met een nieuwe man in het geel? Of ontneemt Tadej Pogacar de concurrentie alle illusies?