Zoals in 2014 en 2019 trekt het peloton zich na de aankomst in Saint-Etienne de dag erna ook op gang in La Cité du design. Voor een etappe die zich grotendeels afspeelt in het departement Haute-Loire, om te eindigen in het departement Lozère.
...

Zoals in 2014 en 2019 trekt het peloton zich na de aankomst in Saint-Etienne de dag erna ook op gang in La Cité du design. Voor een etappe die zich grotendeels afspeelt in het departement Haute-Loire, om te eindigen in het departement Lozère. Het is allesbehalve een makkelijke rit met ruim 3500 hoogtemeters. Van bij de start gaat het continu op en neer: van 473 meter als laagtepunt tot een top van 1442 meter op Côte de la Fage, 30 km voor de finish. Een geschikt terrein voor baroudeurs dus, die op de eerste helling al meteen kunnen wegrijden. Op het einde van de tweede week zullen alleen de nog relatief frisse, goed klimmende vrijbuiters daarvoor genoeg kruit in de benen hebben. Achter hen zal Jumbo-Visma, van geletruidrager Jonas Vingegaard, gewoon het tempo onderhouden als er geen gevaarlijke renners in die vluchtersgroep zitten.De echte strijd, zowel bij de ontsnapping van de dag als bij de klassementsrenners, zal allicht pas uitgevochten worden op de slotklim in Mende. Gezien het gemiddelde stijgingspercentage van 10 procent over 3,1 km (met daarna nog een afdaling/vlak stuk van 1,3 km naar de Altiport van Mende) zullen vooral de betere puncheurs bovendrijven. Zoals misschien Dylan Teuns. Hij won afgelopen voorjaar niet toevallig de Waalse Pijl op de Muur van Hoei en was in het verleden ook in de Vuelta enkele keren dichtbij een ritzege op zulke korte, steile klimmen. Maar dan moet de Limburger, misschien samen met Bahrainploegmaats Matej Mohoric en Jan Tratnik, wel in de vlucht van de dag raken. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Niettemin is dit, gezien het ritprofiel, wel zijn beste kans op een ritzege in deze Tour. Teuns zal dan wel moeten afrekenen met andere kandidaat-ritwinnaars als Lennard Kämna, Max Schachmann, Michael Woods, Bauke Mollema, Jakob Fuglsang, Dylan van Baarle, Valentin Madouas...Bij de klassementsrenners zullen we allicht opnieuw een gevecht zien tussen Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. De slotklim in Mende moet de Sloveen, gezien de steiltegraad en de beperkte lengte, het beste liggen. Pogacar moet daarvan gebruik maken om wat van zijn achterstand op de Deen (2 minuten en 22 seconden) goed te maken.Veel zal dat echter niet zijn, als hij Vingegaard überhaupt kan lossen. Die wordt bovendien gesteund door een bijzonder sterke ploeg. Zelfs Wout van Aert kan op deze klim lang een verschroeiend tempo opleggen.De klim in Mende heet officieel de Côte de la Croix Neuve - wegens een stenen kruis boven op het plateau - maar wordt sinds 2005 ook de Montée Laurent Jalabert genoemd. De ONCE-renner ontketende tien jaar eerder, op Quatorze Juillet, op weg naar Mende immers een nieuwe Franse revolutie. 206 jaar na de bestorming van de Bastille bestookte Laurent Jalabert een andere schijnbaar onneembare vesting: (toen) viervoudig Tourwinnaar Miguel Indurain. Jaja had in de derde rit even het geel veroverd, maar verloor daarna in de Alpen ruim negen minuten. Hij gaf echter niet op en ontsnapte richting Mende met Dario Bottaro al op de eerste helling, na 24 km. Later kreeg Jalabert versterking van onder meer twee ploegmaats: Melchior Mauri en Neil Stephens. Ze liepen ruim tien minuten uit, zodat Jaja virtueel het geel in handen had. De Banesto's van Indurain reden zich volledig kapot op het ONCE-trio, maar met de hulp van Bjarne Riis en Marco Pantani kon de Spanjaard de schade beperken. Jalabert won met 5 minuten en 41 seconden voorsprong, maar le maillot jaune was foetsie. Hoger dan een vierde plek in Parijs raakte hij niet.Opvallend is de tijd die Pantani, Indurain en Riis in de achtervolging op Jalabert neerzetten op de Côte de la Croix Neuve: 9 minuten en 2 à 3 seconden - Pantani trapte toen een buitenaardse 7,2 watt/kg. Het is nog altijd de snelste beklimming ooit, ondanks Touraankomsten op de Montée Jalabert in 2005, 2010, 2015 en 2018, en ook in Parijs-Nice (2007, 2010 en 2012). Al kwam Primoz Roglic de laatste keer, toen hij als eerste van de groep der klassementsrenners bovenkwam, wel in de buurt: 9 minuten en 10 seconden. Mogelijk zullen Pogacar en Vingegaard deze keer ook aan de recordtijd snuffelen. Al zal dat na 3500 hoogtemeters en in een opnieuw verzengende hitte, rond de 35 graden, niet makkelijk worden.Een Belg kon nog nooit winnen in Mende. In 2005 werd Axel Merckx derde, na Cédric Vasseur, op 27 seconden van medevluchter Marcos Serrano die hen had losgereden. De Spanjaard bleek een jaar later een trouwe klant van dopingdokter Fuentes te zijn, maar behield wel zijn zege. In 2018 leek Jasper Stuyven op weg naar zijn eerste ritsucces in de Tour, tot Omar Fraile en Julian Alaphilippe hem in de slotkilometer nog voorbijstaken. Ook de Fransen hebben al sinds Jalaberts triomf niet meer gewonnen op het vliegveldje bovenop het plateau van de Mont Mimat, de ruim 1000 meter hoge berg boven Mende. Al kwamen ook zij er dichtbij, in 2015. Hun twee rijzende sterren, Thibaut Pinot en Romain Bardet, leken te zullen sprinten om de overwinning, maar keken te veel naar elkaar. Zo kon Stephen Cummings hen inhalen en achterlaten. Het was het culminatiepunt van een rivaliteit tussen Bardet en Pinot die terugging tot hun jeugdjaren. Zoals in 2014, toen ze in de GP La Marseillaise samen in de ontsnapping zaten maar elkaar zo viseerden dat hun vluchtersgroep werd ingelopen. Of zoals in de Tour van dat jaar, toen ze een bitse strijd uitvochten om de witte trui én de plaats als eerste Fransman - gewonnen door Pinot, derde in Parijs. Nochtans had Pinot bij de jeugd nog bij het gezin Bardet overnacht, voor een koers in de Ardèche. En na een ritzege in de Tour de l'Ain van 2012 had hij zijn bloemen aan vader Bardet geschonken. 'Maar óp de fiets raakten Romain en Thibaut daarna geobsedeerd door elkaar', vertelde een Franse collega na de 'Schande van Mende'. Aan een van hen om dat dit jaar recht te zetten. Al zal Bardet, gezien zijn toptienklassement, allicht geen vrijgeleide krijgen van Vingegaard en co. Dus moet Pinot voor de eerste Franse ritzege van deze Tour zorgen. En dan moet hij misschien voorbij Dylan Teuns.