Carcassonne gaf in het verleden baroudeurs vaak inspiratie. Niet alleen als aankomst, ook als startlocatie. Op 11 juli 1947, 75 jaar geleden, zelfs voor de langste solozege ooit in de Tour, op naam van Albert Bourlon. Zijn oorspronkelijke doel: zoveel mogelijk premies opstrijken.
...

Carcassonne gaf in het verleden baroudeurs vaak inspiratie. Niet alleen als aankomst, ook als startlocatie. Op 11 juli 1947, 75 jaar geleden, zelfs voor de langste solozege ooit in de Tour, op naam van Albert Bourlon. Zijn oorspronkelijke doel: zoveel mogelijk premies opstrijken. Onder een loden zon reed hij daarom van bij de start alleen weg. Het peloton had echter weinig zin om achter hem te jagen. Dus soleerde de Fransman met een gemiddelde snelheid van net geen 31 km/h tot de finish in Luchon, liefst 253 km verder. Hij deed er 8 uur, 10 minuten en 11 seconden over. Goed voor 100.000 oude Franse franken aan premies (nu zo'n 160 euro) en een voorsprong van ... 16 minuten op Anzegemnaar Norbert Callens.Ook driekwart eeuw later krijgen goed klimmende aanvallers in deze rit een geschikt terrein voorgeschoteld: rijdend door de departementen Aude en Ariège, goed voor zo'n 3400 hoogtemeters. In de eerste 43 km, stijgend van 118 naar 624 meter, liggen drie colletjes als lanceerplatform voor de vlucht van de dag. Met usual suspects zoals Lennard Kämna, Neilson Powless, Alberto Bettiol, Nick Schultz, Matteo Jörgensen, Carlos Verona, bolletjestruidrager Simon Geschke of Bob Jungels, die al won in Châtel.Aangezien de Jumbo-Vismaploeg van Jonas Vingegaard nog slechts zes renners over heeft, zal die graag een ongevaarlijke groep laten wegrijden. Tenzij die een renner van de UAE-ploeg van Tadej Pogacar zou bevatten. Of renners zoals Tom Pidcock, Enric Mas of Alexandr Vlasov die voorlopig op 9 à 10 minuten staan van Vingegaard. Dan zal Wout van Aert hen wel terughalen, want die kan zich alleen nog concentreren op het verdedigen van de gele trui.De echte scherprechters liggen echter dieper in de finale: de Port de Lers (11,4 km aan 7 procent), met de top op 53 km van de aankomst, en vervolgens de fameuze Mur de Péguère, 27 km voor de finish. Eerst 6 km aan 5,5 procent en daarna letterlijk een muur: ruim 3 km aan respectievelijk 13, 12,6 en 11 procent, met een piek tot 18 procent. Zo steil dat in 1973 geletruidrager Luis Ocaña Tourbaas Jacques Goddet ervan kon overtuigen de klim te schrappen. Die moesten hij en zijn collega's immers áfdalen. Te gevaarlijk, klonk het. Zo duurde het tot 2012 eer de Mur de Péguère debuteerde in de Tour. Vluchter Sandy Casar kwam er als eerste boven, maar de toppers hielden hun kruit op zak, zeker toen de weg in de slotkilometer bezaaid bleek met spijkers. Het regende lekke banden, onder meer voor Cadel Evans. Geletruidrager Bradley Wiggins legde uit protest het peloton stil, tot alle renners hun plaats weer ingenomen hadden. Om zo'n voorval en ook om incidenten met motards op de smalle weg te vermijden, besliste Christian Prudhomme om bij de volgende passage, in 2017, geen toeschouwers meer toe te laten in de laatste steile kilometers. Het hielp, want de doortocht, met Warren Barguil als eerste op de muisstille top, verliep vlekkeloos. Net zoals in 2019, toen de Mur de Péguère voor het laatst werd beklommen en Simon Geschke als koploper de top rondde, met medevluchter Simon Yates in zijn spoor. Het verschil in vergelijking met deze rit: toen triomfeerde Yates uiteindelijk op Prat d'Albis, een nieuwe klim van eerste categorie boven Foix. Deze keer ligt de eindstreep weer beneden in de stad. Zoals in 2017, toen Barguil cocorico kraaide op Quatorze Juillet. Wel na een experimentele mini-etappe van 101 km, nu is de afstand een pak langer: 178,5 km. Voldoende om een klassementsrenner, en met name Tadej Pogacar, tot aanvallen te verleiden op geletruidrager Jonas Vingegaard? Gezien de 27 km lange afdaling van de top van de Mur de Péguère tot in Foix, én de volgende twee lastige dagen in de Pyreneeën, zou je denken van niet.Maar voor de Sloveen gelden niet de normale wielerwetten. Mogelijk zal hij Vingegaard en zijn kwetsbaar geworden Jumbo-Vismaploeg, na de opgaves van Primoz Roglic en Steven Kruijswijk, toch testen op de zeer steile kilometers van de Mur de Péguère. Als Pogacar de Deen kan lossen, en een vooruitgestuurde ploegmaat hem kan opwachten na de top, dan is het misschien wel mogelijk om al een deel van zijn achterstand (2 minuten en 22 seconden) goed te maken. Anderzijds gaf Vingegaard, zittend in het zadel, op de steile slotklim naar Mende geen krimp toen de Sloveen er versnelde. De aanhoudende hitte, met weer temperaturen tot ruim boven de 30 graden, speelt ook in zijn voordeel. Voor de Deen wordt het cruciaal dat hij met minstens één ploegmaat over de top van de Mur de Péguère raakt, met name Sepp Kuss. In afwachting van een eventuele terugkeer van Wout van Aert in de afdaling.Dat de Tour de laatste jaren vaak zijn tenten heeft opgeslagen in het departement Ariège is trouwens geen toeval. Een departement dat al sinds 2014 bestuurd wordt door Henri Nayrou en die heeft goede banden met Christian Prudhomme.Nayrou, net als de Tourbaas een ex-journalist met een passie voor wielrennen, wil van zijn departement une destination vélo maken, zodat wielertoeristen niet alleen naar de nabijgelegen, bekendere Pyreneeëncols trekken. Naar eigen zeggen is hij daar al in geslaagd, gezien de steeds grotere bezettingsgraad van hotels en restaurants in de Ariège. Een nieuwe Tourpassage moet dat toerisme nog meer opkrikken.