De Denen hebben de etappeplaatsen van het driedaagse Tourbezoek goed gekozen. Na Kopenhagen begint en eindigt deze rit weer met twee Deense symbolen. Als start Roskilde, de voormalige hoofdstad, bekend om haar gotische kathedraal die al sinds 1995 een plek heeft op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
...

De Denen hebben de etappeplaatsen van het driedaagse Tourbezoek goed gekozen. Na Kopenhagen begint en eindigt deze rit weer met twee Deense symbolen. Als start Roskilde, de voormalige hoofdstad, bekend om haar gotische kathedraal die al sinds 1995 een plek heeft op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Al doet de stad in het buitenland vooral een belletje rinkelen vanwege haar muziekfestival, dat dit jaar plaatsvindt van 25 juni tot ... 2 juli, de dag van deze rit. Het is bijzonder populair, in oktober waren alle tickets binnen het uur uitverkocht. Muziekliefhebbers in de Tourkaravaan, of thuisrijder Mads Pedersen, zullen de laatste dag echter niet meer kunnen meepikken, want na de start wijst het kompas richting het noordwesten en de fjorden Inderbredning, Holbæk en Lammefjord.Om vervolgens verder te rijden richting de heuvelzone van Veddinge Bakker, een van de weinige plaatsen in Denemarken met wat hoogteverschil. Daar liggen de hellingen van Asnæs Indelukke (900 meter aan 6 procent), Høve Stræde (700 meter aan 6,3 procent) en Kårup Strandbakke (1,1 km aan 4,7 procent). Meer dan de eerste strijd om de bolletjespunten, wellicht tussen de vluchters van de dag, zal dat niet opleveren. In andere ritten zouden die hellingen zelfs niet eens in aanmerking komen voor het bergklassement, maar organisator ASO wil dat nu al leven in blazen.Veel voorsprong zal die groep - als die al tot stand komt - niet uitbouwen. In het peloton zal daarna de nervositeit immers fel stijgen, wanneer het ruim 60 km in eerst zuidwestelijke, en dan zuidelijke richting langs de kustlijn fietst. Langs de Sejerø-, de Jammerland- en de Musholmbaai, met onderweg een tussensprint in Kalundborg, aan de gelijknamige fjord, waar Wout van Aert ongetwijfeld voor groenetruipunten zal sprinten.Als de wind daarna hard genoeg uit het zuidwesten en dus grotendeels schuin op kop blaast - volgens de laatste voorspelling zal dat ook het geval zijn (zie weerbericht onderaan) - dan kan hier al een waaieroorlog uitbreken. Ook omdat de wegen vrij smal zijn. Veel ruimte om uit de wind te zitten is er niet. En dan moet hét ankerpunt van deze rit nog volgen, wanneer de renners net voor Korsør rechtsaf slaan, richting de imposante Storebælt of Grote Beltbrug, die in 1998 werd geopend en heel Denemarken over de weg met het Europese vasteland verbindt. Zelfs zonder voorafgaande waaiervorming wordt het een stormloop om daar vooraan op te draaien. Om dan als het ware uit een discotheek te stappen: van bijna 180 km langs enthousiaste hagen van toeschouwers naar een geluidstille brug, waar alleen de wind te horen is. Die veelbesproken passage over de Storebæltbrug, een verbinding van 18 km tussen de eilanden Seeland en Funen, kan nog meer averij veroorzaken. Veel hangt echter ook hier af van de richting: bij een aanhoudende, en zelfs nog strakkere zuidwestelijke wind blaast die op de brug immers pal op kop en wordt het moeilijker om waaiers te maken. Meer renners kunnen dan op de brede weg profiteren van de slipstream. Al kan het peloton dus al uiteen liggen na de voorafgaande passage langs de kust, mede ook door valpartijen.Extra moeilijkheid is dat het eerste deel van de brug licht (2 à 3 procent) bergop loopt, aangezien het wegdek tussen de 254 meter hoge pylonen ruim 70 meter boven de zeespiegel ligt. Vooraf verkennen zat er ook niet in, want fietsers moeten op normale dagen overstappen op een trein - naast de vier rijvakken ligt immers ook een spoorlijn.Tourdirecteur Christian Prudhomme wilde de rit metéén na de brug laten eindigen, maar dat was niet mogelijk, het zou een verkeerschaos veroorzaken.Dus werd de eindstreep een drietal kilometer verderop gelegd. Na een linkse bocht is de laatste rechte lijn er 800 meter lang, al zien de renners de finishboog pas op 300 meter voor de aankomst op de Storebæltsvey van Nyborg.Bepalende factor: een dalende strook van 4 à 5 procent tussen 500 en 250 meter voor de eindstreep, voor de weg weer afvlakt. Positionering voor de bocht naar de laatste rechte lijn wordt dus cruciaal. Maar ook de timing van de sprint, want de driekwart tegenwind zal de snelheid naar beneden halen, na in totaal 202,5 km.Afwachten dus of deze etappe dezelfde schade zal berokkenen als in de soortgelijke tweede Tourrit in 2015 naar Neeltje Jans in Zeeland, de etappe waar Christian Prudhomme ook zijn inspiratie voor deze etappe haalde.Grootste slachtoffer zeven jaar geleden: Nairo Quintana, die anderhalve minuut verloor op Chris Froome en in Parijs op ... 1 minuut en 12 seconden van de Brit strandde. De 'schuld' van Etixx-Quick-Step, dat - zo bekende Patrick Lefevere later - met plezier de Colombiaan en diens Movistarteam een loer draaide na de controversiële Girozege van 2014 ten nadele van toenmalig Quick-Steprenner Rigoberto Urán. Een ritsucces in Zeeland leverde de waaierputsch niet op - André Greipel was Mark Cavendish en ook Peter Sagan te snel af, maar Lefevere had zijn revanche wel beet.De vraag is of The Wolfpack opnieuw zo'n plannetje zal smeden, met Yves Lampaert in het geel en Fabio Jakobsen als favoriet voor een massasprint, die als Nederlander ook een waaierslag moet kunnen overleven.Evenveel of zelfs meer explosiegevaar kan van Jumbo-Visma komen. Dat heeft met Wout van Aert meer kans op ritwinst én de gele trui als er een kleiner peloton met minder rappe mannen om de etappezege sprint. En héél misschien komt dan ook Tadej Pogacar in de problemen, want zijn UAE Emirates-team heeft geen echte waaierexpertise, zeker niet na het coronaforfait van Matteo Trentin.Die kunde bezit de hardrijder Yves Lampaert wel, dus moet hij zijn leiderstrui kunnen behouden als Van Aert (nu tweede op vijf seconden van de West-Vlaming) niet in de top twee sprint, en dus niet voldoende boniseconden kan sprokkelen.Onze tiercé: Fabio Jakobsen wint de sprint van een uitgedund peloton, voor Jasper Philipsen en Wout van Aert.