Een tijdrit op de voorlaatste of op de twee na laatste dag was tot 2012 vaste kost in de Tour. In 2013, 2015 en 2016 werd echter voor een andere parcoursopbouw gekozen, met veel minder kilometers tegen de klok en één of twee tijdritten eerder in het etappeschema.
...

Een tijdrit op de voorlaatste of op de twee na laatste dag was tot 2012 vaste kost in de Tour. In 2013, 2015 en 2016 werd echter voor een andere parcoursopbouw gekozen, met veel minder kilometers tegen de klok en één of twee tijdritten eerder in het etappeschema. Vanaf 2017 vond Tourdirecteur Christian Prudhomme zo'n chronoproef op de laatste zaterdag toch weer een goede formule. Alleen de ITT in Pau in 2019, op de dertiende dag, onderbrak de reeks tijdritten naar Marseille (2017), Espelette (2018), La Planche des Belles Filles (2020), Saint-Emilion (2021) en dit jaar richting Rocamadour. In tegenstelling tot vorig jaar, met een toen zo goed als vlakke tijdrit, is de afstand een derde langer (40 km versus 30,8 km) en veel technischer, bochtrijker en heuvelachtiger (442 versus 238 hoogtemeters). De rit voert over de golvende wegen van het departement Lot, inclusief twee hellingen in de laatste vijf kilometer: de Côte de Magès (1,6 km aan 4,7%) en de Côte de l'Hospitalet (1,5 km aan 7,8%, met een piek tot 10%). Toch gaat het over de hele lengte wel in dalende lijn, want de finish in Rocamadour ligt 131 meter lager dan de start in Lacapelle-Marival. De noorderwind (15 km per uur) zal evenwel in het eerste en laatste deel (schuin) op kop blazen, en tussenin vanop zij. Een snelheidsrecord zal er dus niet in zitten - allicht rond de 52 km per uur gemiddeld voor de winnaar.Dat wordt zelfs voor de betere rouleurs goed indelen, want dikwijls wordt op zo'n parcours het verschil gemaakt op die hellende stukken.Voor Wout van Aert, die vorig jaar in Saint-Emilion als eerste Belg sinds Eric Vanderaerden in 1985 een tijdrit in de Tour won, is dit zelfs een nog geschikter terrein. De Kempenaar kan met winst nog een straffere statistiek neerzetten, want dan wordt hij de eerste landgenoot sinds Eddy Merckx die in twee opeenvolgende Rondes van Frankrijk (minstens) één tijdrit wint én ook (minstens) één rit in lijn.De Kannibaal slaagde daar in vier opeenvolgende edities in: tussen 1969 en 1972. En puur toeval, of een voorteken: in die laatste Tour won Merckx de slottijdrit in Versailles op... 23 juli. De datum van deze rit dus, exact 50 jaar later.Van Aert zal dan wel moeten afrekenen met Yves Lampaert, de winnaar in Kopenhagen, Europees kampioen Stefan Küng, en vooral wereldkampioen Filippo Ganna. Die heeft tegen opzichte van de Kempenaar het voordeel dat hij zich in de cols veel meer heeft kunnen sparen. De Italiaan kan ook in zijn aerodynamisch tijdritpak van Bioracer rijden. Terwijl de groenetruidrager verplicht in een pak van Toursponsor Santini moet fietsen, en dus niet in zijn gepersonaliseerde AGU-outfit. Wat over deze afstand zo'n 20 à 30 seconden verschil kan betekenen.Het wordt hoe dan ook een tijdrit voor de specialisten, mannen met de grote power, die ook heel snel bochten kunnen nemen. De mindere tijdrijders, en zelfs hardrijders zonder goeie aerodynamische fietspositie, zullen hier vele minuten aan de broek gesmeerd krijgen, mede door de tegenwind.Een verschuiving in de top drie van het algemene klassement is, behoudens ongelukken of andere calamiteiten, bijna onmogelijk. Tadej Pogacar zou gemiddeld 90 watt meer moeten trappen dan Jonas Vingegaard om zijn achterstand van 3 minuten en 26 seconden goed te maken, een immens verschil. In de 30 km lange slottijdrit van vorig jaar, richting Saint-Emilion, was de Deen zelfs 25 seconden snéller dan de Sloveen. Al reed die toen ietwat met de handrem op, aangezien hij het geel al binnen had. Beiden mogen we ook nu weer in de top vijf verwachten. Zeker Pogacar, want die zal van deze tijdrit een erezaak maken.Verderop in het klassement zijn er wel positiewissels mogelijk. Tussen Louis Meintjes en Nairo Quintana, de vijfde en zesde, bedraagt de kloof slechts acht seconden. Terwijl Aleksandr Vlasov zevende staat op 27 seconden van Quintana. Voor de Rus moet dat overbrugbaar zijn, als betere tijdrijder. Al is in zo'n tijdrit op het einde van een grote ronde ook frisheid van groot belang.Opvallend ook: de afstand van deze chronoproef is 40 km, naar hedendaagse normen vrij lang. Het wordt de langste sinds de tijdrit van Bergerac naar Périgueux in de Tour van 2014, over 54 km. Winnaar was toen Tony Martin, die de tweede, Tom Dumoulin, op liefst 1'39'' reed. Met 40 km is deze chronoproef ook de langste op de UCI-kalender dit jaar (exclusief nationale kampioenschappen): 5,8 km langer dan het WK tijdrijden in Australië en 9 km langer dan de ITT in de Vuelta.Niettemin zijn de in totaal 53 km tegen de klok in deze Tour peanuts in vergelijking met de laatste decennia van de twintigste eeuw, en zelfs nog tot 2012, met vaak edities van ruim 100 chronokilometers.Liefhebbers van mooie plaatjes zullen zich ook niet vervelen, want deze tijdrit wordt voor een groot stuk afgelegd in het Parc naturel régional des Causses du Quercy. Ongetwijfeld zal ook ingezoomd worden op de Gouffre de Padirac, een van de grootste zinkgaten in Europa: 103 meter diep, 33 meter doorsnee. De renners worden op gang geduwd in Lacapelle-Marival, dat de Tour voor het eerst ontvangt en vooral bekend is om zijn motorcrosscircuit. Vorig jaar werd er de GP van Frankrijk georganiseerd, gewonnen door de Nederlander Jeffrey Herlings in de MXGP-klasse en Tom Vialle in de MX2-categorie. De renners arriveren 40 km westelijker in het centrum van een andere toeristische bestemming: Rocamadour, na Lourdes de meest bezochte bedevaartplaats van Frankrijk. Het stadje is gebouwd op een rots midden in de Causse de Gramat, een uitgestrekt kalksteenplateau. Boven op de rots ligt het heiligdom, een reeks van kapellen met fresco's en een kerk.Als aankomstplaats is Rocamadour nieuw in de Tour. Maar niet onbekend voor ASO, want al gebruikt in de Route d'Occitanie in augustus 2020, in het begin van het ingekorte coronaseizoen. Benoît Cosnefroy was er toen de beste puncheur op de slotklim. Die aankomst werd bijgewoond door Christian Prudhomme, die lyrisch sprak over Rocamadour - 'een oogverblindende plaats' - en de kandidatuur voor een finish in de Tour officieus aankondigde: 'We kunnen daar niet ongevoelig voor blijven.'Bijna twee jaar later worden die gevoelens ook officieel beantwoord. En misschien wordt ook Wout van Aert er verliefd op.