Alles keert terug, ook in de Tour. De landingsplaats in Frankrijk, na drie dagen Denemarken en een uitzonderlijke rustdag op maandag, is immers Duinkerke. Zoals in 2007, toen de Grand Départ in Londen plaatsvond en de Tourkaravaan na twee dagen het Kanaal overstak.
...

Alles keert terug, ook in de Tour. De landingsplaats in Frankrijk, na drie dagen Denemarken en een uitzonderlijke rustdag op maandag, is immers Duinkerke. Zoals in 2007, toen de Grand Départ in Londen plaatsvond en de Tourkaravaan na twee dagen het Kanaal overstak. Het was ook de laatste keer dat de Tourkaravaan de havenstad bezocht. En slechts de tweede maal in de 21e eeuw, na de proloog in 2001, gewonnen door Christophe Moreau. In tegenstelling tot in 2007, toen Gert Steegmans de massasprint won in Gent, ligt de eindstreep deze keer niet in Vlaanderen. Na de start in Duinkerke scheert het peloton immers langs de Frans-Belgische grens, op smalle weggetjes door dorpjes als Leffrinckoucke, Téteghem, Bergues en Wormhout richting de Mont Cassel, de eerste klim van de dag, na zo'n 30 kilometer. In het verleden lag die vaak op het parcours van een etappe in de Vierdaagse van Duinkerke. Sinds 2016 dient hij er ook als finishplaats, waar dit jaar Gianni Vermeersch de snelste was voor Oliver Naesen en Jake Stewart. In deze rit is de Casselberg, na ook een passage door het bekende stadje Saint-Omer en een verraderlijke tussensprint licht bergop, een opwarmer voor nog vier hellingen in het middenrif van de etappe: de Côte de Crehem, de Côte de Nielles-lès-Bléquin, de Mont Vert en de Mont du Héteux.Een rit die zo ook in het teken staat van de tiende verjaardag van de opname van het steenkoolbekken van Nord-Pas-de-Calais op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Na dat heuvelachtige tussenstuk gaat het richting de Opaalkust, over smalle bochtige wegen, langs plaatsjes als Hardinghen, Rinxent en Marquise, en de Mont de la Louve. Daarna zetten de renners weer koers naar het noorden, langs de kustlijn. Langs onder meer de Côte du Cap Blanc-Nez, een helling van 1,1 km aan 6,5 procent, 11 km voor de aankomst in Calais. Goed positioneren aan de smalle voet wordt er zeer belangrijk. De helling kan zo een mogelijke springplank voor punchers zijn, of zelfs voor de hele Jumbo-Vismaploeg. Om zo de snelste sprinters overboord te gooien, zoals Wout van Aert en co al deden in Parijs-Nice. Nadeel voor eventuele vluchters: een rechttoe-rechtaan afdaling zonder bochten, waar het peloton weer veel snelheid kan maken.Minstens evenveel als de hoogtemeters in deze rit (zo'n 1800) zal de nervositeit in het peloton een grote rol spelen, gezien het gevaar voor crashes op de smalle, kronkelende wegen én voor waaiervorming in het laatste deel, langs de Opaalkust. Al zijn de weersomstandigheden niet ideaal: tegenwind in laatste 40 km voor de kustlijn, en daar zal de afzwakkende wind er volgens de laatste weersverwachting (zie onderaan) uit het westen blazen. Schuin in de rug richting finish dus. Qua richting geschikt voor waaiers, maar allicht niet krachtig genoeg.De kans dat een vluchtersgroep voorop blijft tot in Calais, lijkt niettemin zo goed als nihil. Wellicht wordt er met een al dan niet uitgedund peloton gesprint op de 500 meter lange laatste rechte lijn op de Avenue Pierre de Coubertin. Bij de eersten opdraaien, na een linkse bocht een halve kilometer voor de finish, wordt dus cruciaal.Voor Calais is het bezoek van de Tour de France vrij uitzonderlijk. De eerste keer was in 1994, met een ploegentijdrit van 66,5 kilometer. Over ongeveer dezelfde wegen als de finale van deze rit, die begon in Calais en eindigde aan de ingang van de Kanaaltunnel. Geen toevallige timing, want die was pas twee maanden eerder geopend door president François Mitterand en koningin Elisabeth II. De lange chronoproef werd, voor het tweede jaar op rij, een triomf voor de GB-MG-ploeg van Patrick Lefevere, dat met Vlamingen Johan Museeuw, Wilfried Peeters en Carlo Bomans aan boord het Motorolateam van de jonge Lance Armstrong met zes seconden afhield. Museeuw pakte toen, ook voor de tweede opeenvolgende editie, de gele trui. De volgende dag werd die in Engeland overgenomen door zijn Italiaanse teamgenoot Flavio Vanzella. Zeven jaar later, in 2001, diende Calais als startplaats van de etappe naar Antwerpen, waar Marc Wauters zijn gloriedag beleefde én het geel mocht aantrekken. Brengt de kuststad ook deze keer geluk voor een nieuwe Belgische geletruidrager, Wout van Aert? Waaiervorming en een sprint met een kleinere groep zal die graag zien gebeuren, want al twee keer won de Kempenaar een dergelijke windslag in de Tour: in Albi 2019 en in Lavaur 2020. Nu ook in 2022, na drie tweede plaatsen op rij? Winnen in de gele trui zou in ieder geval uitzonderlijk zijn voor een Belg. Het is al geleden van Freddy Maertens in de Tour van 1976, in de achtste rit richting Mulhouse, dat een landgenoot daar nog in slaagde.Als Van Aert weer genoegen moet nemen met een ereplaats, is Jasper Philipsen een andere topkandidaat, na al zéven podiumplaatsen in zijn Tourcarrière zonder zege. Hij kan de hellingen perfect overleven, en bewees zondag dat hij de benen heeft om iedereen te kloppen, mits hij beter gelanceerd wordt. Hetzelfde geldt voor Caleb Ewan, die in de eerste twee massasprints amper aan sprinten toekwam.Of doet Fabio Jakobsen, 28 jaar na de ploegentijdrit in Calais, Patrick Lefevere nog eens juichen, al voor de derde keer in deze Tour?